De astronaut

1 november 2014 (9:03) | Anne-Marieke Samson | Geen reacties

Ik kuste eens een astronaut. Ik kwam hem tegen op een Braziliaans feest in het Bimhuis, maar Braziliaan was hij niet.
hubble maintenance‘Als je onze aarde eenmaal vanuit de ruimte hebt gezien´, zei hij ´dan weet je dat we allemaal wereldburgers zijn.’ Earth dwellers, ik geloof dat hij het zo zei.

(Luistersuggestie)

Mijn mondhoek krulde zich als vanzelf omhoog toen ik hem zag. Hij stond voor het podium, waarop een bossanovaband speelde, en hij onderdrukte een soepele dansbeweging in zijn heupen. Op zijn getuite lippen leunde een zware snor. De zilveren accenten in zijn glanzende witte pak accentueerden zijn brede schouders.

Er stond een Amerikaans vlaggetje op zijn bovenarm.
‘Dus je bent geen kosmonaut?’, vroeg ik, en ik probeerde die roofdierenblik te onderdrukken, waar mannen als hij ongetwijfeld de hele dag mee lastiggevallen worden.
‘Dat hangt ervan af wie me inhuurt’, zei hij, tot mijn genoegen. Want een man zonder principes is een man naar mijn hart.
Van onder zijn opengeritste kraag kroop donker borsthaar vandaan, zag ik, toen ik zijn hand pakte en hem in een pirouette mijn kant op trok. Op de bossanovaversie van fly me to the moon zwierde ik hem over de dansvloer, terwijl de losgekoppelde zuurstofslangen van zijn pak om ons heen zwaaiden.
‘Voor iemand die de hemel bereist, lijk je vrij down to earth’, fluisterde ik in zijn oor.
‘Je moet kalm blijven in hectische situaties’, beaamde hij.

En het is inderdaad niet niks, opstijgen met zo’n raket, maakte ik op uit zijn omschrijving van zijn werk, toen we geleund tegen de bar een caipirinha dronken. Hij tuitte zijn besnorde lippen op een prettig soort bimbomanier, als hij uit het rietje dronk.
‘Als je snel in paniek raakt, ben je niet de juiste man voor deze baan’, zei hij. ‘Kijk, een shuttle is een ander verhaal. Dat is een soort bus, die rustig heen en weer rijdt. Langzaam, relaxed. Maar een raket, dat is schudden. En hij is ook kapot na één keer gebruik. Het is een hoop verspilling’, besloot hij.
‘Een hoop geld naar de maan?’, vroeg ik.
Maar daar wilde hij geen uitspraak over doen.

‘Wil je je helm voor me opzetten?’, vroeg ik. Die is hij toen uit de garderobe gaan halen. En al leverde dat vervolgens wat afstandelijkheid tussen ons op, vanachter het polymere glas schitterden zijn donkere ogen alleen maar mysterieuzer, terwijl we nu een samba dansten. En het maakte me hongeriger naar mijn prooi, dus ik stelde hem voor naar mijn huis te verplaatsen.

Ik heb geen achterop op mijn fiets. Dat is al vaker een probleem gebleken, maar deze keer in het bijzonder want het leek haast een eeuwigheid te duren, dat hij in zijn maanwagen achter me aan hobbelde over de Piet Heinkade. Ik ben een geduldig type, te geduldig vind ik soms, maar op een gegeven moment werd het zelfs mij te gortig, en ben ik toch maar doorgefietst naar huis.

Dat neem ik mezelf nog altijd kwalijk.

‘Waar was je nou opeens?’, sms’te hij even later. Verstuurd via de Hubble-telescoop, stond daaronder. Hij moest helemaal terug naar de andere kant van de stad, sms’te hij, en daarmee heb ik mijn kans op een kijkje door zijn telescoop verkeken.

Ik lees nog wel eens in de krant dat hij weer veilig is geland in Baikanoer. Dan denk ik aan zijn zwarte snor en overvalt me een galactisch soort weemoed die ik voorheen nooit had gekend.

 

Reageer >
 

‘Luister naar het zachte grommen van mijn talent’ – Tepper herlezen

31 oktober 2014 (12:51) | Martijn Knol | Geen reacties

nanne tepperNanne Tepper werd op 17 januari 1962 geboren in Hoogezand. Op zaterdag 10 november 2012 maakte hij een einde aan zijn leven.

Tot zover de human interest.

In 1995 debuteerde Nanne Tepper met De eeuwige jachtvelden (roman). Daarna publiceerde hij nog twee kleine romans – De avonturen van Hillebillie Veen (1997, handelseditie 2002) en De vaders van de gedachte (1998) – en een bundel prozaschetsen en columns: De lijfbard van Knut de Verschrikkelijke, atonale schertsen (2008). Op de website van de NRC kun je de literatuurkritieken teruglezen die hij voor de boekenbijlage van die krant schreef.

Het oeuvre van Tepper is klein, maar hoogwaardig. Hafid Bouazza en Nanne Tepper – dat waren dé literaire beloften van de jaren negentig.

Jaarlijks herleest romancier en essayist Daniël Rovers De eeuwige jachtvelden. Dit jaar doet hij, voor Tirade, bovendien verslag van zijn bevindingen. We publiceren Daniëls gastblog over De eeuwige jachtvelden op maandag 10 november 2014 – exact twee jaar na het overlijden van Nanne Tepper.

Tepper dejDaniël Rovers schreef overigens al eerder over Teppers debuut. Een citaat uit Wat wil je dat ik zeg? Wat wil je dat ik wil horen?, een essay uit Rovers Bunzing, over land, literatuur & rijtjeshuizen (Vantilt, 2005; p. 174):

‘Met name Nabokovs wonderwerk Ada vormt een herkenbare inspiratiebron van De eeuwige jachtvelden. En net als Nabokov vecht Tepper een voortdurend stilistisch gevecht uit op zijn pagina’s. Maar waar Nabokov een strijd levert tegen de banaliteit van de stijlloze zin, daar vecht Tepper tegen een veel verraderlijker vijand: de sentimentaliteit van een gemediatiseerde wereld. En omdat Tepper minder stijlvast is dan Nabokov, dreigt hij het gevecht voortdurend te verliezen. Dát maakt zijn boek zo aangrijpend.’

 

Mocht je het ook interessant vinden Teppers debuut te (her)lezen, dan kun je – zoals gezegd – op maandag 10 november je bevindingen vergelijken met die van Daniël Rovers.

De titel van deze blog is een citaat uit: De eeuwige jachtvelden (1995;p224).

Portret Nanne Tepper: Harry Cock (VN); voorplat De eeuwige jachtvelden: KB.

Reageer >
 

Girl, you’re gonna carry that Weight

30 oktober 2014 (9:46) | Menno Hartman | Geen reacties

emma-sulkowicz-carries-mattressEmma Sulkowicz draagt het matras waarop zij verkracht is met zich mee, net zolang tot de dader veroordeeld is. Ze werd op de eerste dag in haar eerste jaar door een studiegenoot aan Columbia University verkracht. En sindsdien doet ze moeite hem van de campus verdreven te krijgen, maar dat lukt niet. “Even seeing people who look remotely like my rapist scares me. Last semester I was working in the dark room in the photography department. Though my rapist wasn’t in my class, he asked permission from his teacher to come and work in the dark room during my class time. I started crying and hyperventilating. As long as he’s on campus with me, he can continue to harass me.’

De kunststudente heeft er een afstudeerproject van gemaakt. ‘Carry the Weight.’ Ze maakt heel letterlijk duidelijk wat zij met zich meedraagt. Haar matras is haar last. Die personificatie is een bijna shakespeareaanse truc. En dit is in al zijn gruwelijkheid ook een pleidooi voor Shakespeare. Hoe onnozel dat ook mag klinken, een pleidooi voor Shakespeare! Tegen zo’n suggestie hebben we spreekwoorden: ‘Goede wijn behoeft geen krans’ bijvoorbeeld, of ‘trap geen open deuren in’. ‘Is Shakespeare goed?’ ‘Tsja: is water nat?’

Toen ik gisteravond echter de nieuwe vertaling van Peter Verstegen uitlas, de vertaling van ‘The Rape of Lucrece’, zat ik daar toch gewoon zwaar aangeslagen in het halfdonker voor me uit te staren in 2014, om een tekst uit 1594, handelend over een klassieke verkrachting uit 509 voor Christus. Maar in de overweging van de brute verkrachter Tarquinius kon ik argumenten proeven die een hedendaagse verkrachter zou kunnen hanteren. De verkrachter vraagt zich nog even af of het de schande waard is:

‘What win I, if I gain the thing I seek?
A dream, a breath, a froth of fleeting joy.
Who buys a minute’s mirth to wail a week?
Or sells eternity to get a toy?
For one sweet grape who will the vine destroy?
Or what fond beggar, but to touch the crown,
Would with the sceptre straight be strucken down?

Hij zoekt vervolgens manieren om zijn lust zijn rede te laten overwinnen op het moment dat dat nodig is. En in de gedachten van na de vuige daad,  de kuise Lucretia aangedaan, voel je heel goed weergegeven wat ik me voorstel dat een vrouw vandaag zou kunnen voelen.

So she, deep-drenched in a sea of care,
Holds disputation with each thing she views,
And to herself all sorrow doth compare;
No object but her passion’s strength renews;
And as one shifts, another straight ensues:
Sometime her grief is dumb and hath no words;
Sometime ’tis mad and too much talk affords.

Het mooiste stuk is wanneer Lucretia een gezant heeft weggestuurd om haar vader en haar man te laten halen en denkt aan een schilderij, en zoekt naar wie op dat schilderij over de Trojaanse oorlog zich net zo verschrikkelijk zou kunnen voelen als zij. En dan beschrijft ze dat schilderij. Het is werkelijk een meesterlijke vondst van Shakespeare. Niet alleen omdat er wat tijd gedood moet worden tot de bode weerkeert, maar ook omdat het zo mooi de menselijke geest toont in zijn vermoeidheid na groot leed, en zich weer wat begint voor te stellen. Maar ook omdat er in de belegering van Troje, maar ook de geroofde bruid zoveel analogie zit met de wijze waarop zij zelf belegerd is, en hoe haar eer geroofd is. Dat soort overwegingen.

In de toneelwerken van Shakespeare die ik zag valt altijd op hoe zeer zijn taal ruimte aan de denker, lezer, toehoorder laat. Dat moet de kracht van zijn toneelwerk uitmaken en het succes van zijn repertoire mede verklaren. Een toneelstuk waarin elke zin 1 betekenis, 1 perspectief heeft redt het niet. De zinnen van Shakespeare kan je als het ware omkantelen en steeds een ander aspect ervan waarnemen. In de sonnetten die ik daarna las, geldt hetzelfde, maar wordt ook nog het zelfbewustzijn van de tekst een nieuwe laag. De sonnetten gaan gedeeltelijk over de sonnetten. De auteur reikt over de tijd heen naar de lezer. In deze lange dramatische gedichten (eerder gaven we Venus en Adonis uit, een omslag waar veel discussie over was) is het grote psychologisch inzicht een extra kruidend element.

Ja, dit is ingewikkelde rennaissancepoëzie, uiterst cerebraal. Ja deze moeilijk tekst gaat over oude gebeurtenissen. Maar ik denk dat deze tekst ook in psychologisch opzicht heel veel te bieden heeft in een wereld waar een vrouw tien uur door New York loopt (zie filmpje) en 108 seksueel getinte voorstellen krijgt toegesist. En alle 108 mannen zullen  desgevraagd beweren:

Beauty itself doth of itself persuade
The eyes of men without an orator…

Reageer >
 

Gilles zit diep in het oerwoud & is volgende week terug

29 oktober 2014 (9:12) | Gilles van der Loo | Geen reacties

DSC_0309

Reageer >
 

Intussen bij Tirade…

28 oktober 2014 (14:06) | Marko van der Wal | Geen reacties

…wordt er hard gewerkt aan het 456ste nummer. [klik]

Met Suzanne van der Aa, Raymond Carver, Astrid Staartjes, Gustaaf Peek, Hans Boland, Arno Camenisch, Miek Zwamborn, Daniël Rovers, Jeroen Mettes, Branko Van, Juan José Hoyos, Luc de Rooy, Pablo Escobar, Luna Miguel, Hannah van Binsbergen, Pieter Kranenborg, Daan Doesborgh, Kazim Cumert, Carel Peeters, Bregje Hofstede en Roman Helinski.

Onder redactie van Martijn Knol, Gilles van der Loo, Lieke Marsman en Marko van der Wal.

 

Reageer >
 

‘Wil je m’n geschoren kutje zien?’ – een tweeluik

27 oktober 2014 (9:59) | Martijn Knol | Geen reacties

logo lindaOnze zaterdagblogster Anne-Marieke Samson werd onlangs geïnterviewd door onze collega’s van ‘de’ LINDA. Uit solidariteit ondergingen Gilles en Marko hetzelfde lot. Vandaag is het de beurt (no pun intended) aan Martijn. Lezing is facultatief.

Deel 1

Kun je ons in één zin vertellen waar De val van Jacob Duikelman over gaat?

Die vraag hebben de auteur, Anne-Marieke Samson, en mijn collega Marko van der Wal al afdoend beantwoord.

Wat is ’t mooiste boek wat je ooit hebt gelezen en waarom?

Je mag m’n lul fotograferen en je mag m’n boekhouding checken. Maar deze vraag is te intiem. En die beantwoord ik dus niet.

Hoe ben je begonnen met schrijven?

Ondanks mijn smeekbeden, weigerden mijn ouders me te onttrekken aan de leerplicht. Ergo: ik moest naar de basisschool. En daar is het allemaal begonnen. Lezen, schrijven, kritisch nadenken. Keten.

Waar laat jij je door inspireren?

Schrijfzin heb ik altijd. Dat zal wel betekenen dat ik me door alles laat inspireren. Mijn pen is een allemansvriend. En dat is niet dubbelzinnig bedoeld.

Wie moet jouw boek absoluut lezen?

Moeten? En dan ook nog absoluut? Als je het zo formuleert luidt ’t antwoord: niemand. Fuck autoriteit.

Pauze!

Fijn, fijn. Het is wel slopend zeg, zo’n interview.

Deel 2

Als jij hoofdredacteur van LINDA was, welk thema zou de volgende LINDA dan hebben?

Mijn eerste idee is: vrouwenemancipatie als antwoord op het hitsige, materialistische discours van de glossy’s. Mijn tweede: uitbuiting en kinderarbeid in de mode-industrie. Derde: cosmetica en dierproeven. Vierde: glossy’s, eenzaamheid, jaloezie en het onbehagen in de cultuur. Vijfde: nieuws als entertainment en journalistieke moraal. Maar uiteindelijk zou ik, geloof ik, toch kiezen voor: liefde, zelfacceptatie en plastische chirurgie. Eventueel kunnen we een themanummer maken waarin we artikelen over facelifts ‘doorsnijden’ (woordspeling!) met een aantal artikelen over doe-het-zelven. Met de mensen van marketing kunnen we dan advertenties werven bij GAMMA en bij de BURDA… ik zie stuntaanbiedingen met stanleymessen en naaigaren!

Welke reactie op je boeken is je het meest bijgebleven?

Een uitnodiging van een psychiatrische kliniek – ik mocht ‘kosteloos en geheel vrijblijvend’ kennis komen maken. Dat vond ik zo genereus! Jammer genoeg leed ik in die tijd aan pleinvrees waardoor ik een beetje aan huis gebonden was.

Het thema van LINDA-meiden is beauty. Wanneer voel jij je op je mooist? En wanneer op je lelijkst?

Het mooist voel ik me altijd een maand of drie na een cosmetische ingreep. Als alle korsten zijn weggewassen, de blauwe plekken egaal zijn opgelost in mijn huid en ik weer kan lachen zonder dat ik ’t gevoel heb dat m’n pruik van voren naar achteren beweegt.

Het lelijkst: de ochtend na een operatie… als het verband dan van mijn hoofd wordt gewikkeld en ik in de spiegel ’t gezicht zie van iemand die zich net een kwartier op zijn bakkes heeft laten stompen door Mike Tyson. Maar je kent het spreekwoord, hè? Wie mooi wil zijn…

Wat is je favoriete film?

De lift, hahaha! Nee hoor, grapje.

Heb je een –

‘Wacht… ik heb een beter antwoord op die vraag over schoonheid… Mijn lievelingskleur is rood, dat zal je vast niet verbazen, en als ik mijn haar in een staart bind, gebruik ik daar tegenwoordig vaak een rood elastiekje voor. Het feit dat ik dat zelf niet kan zien, dat rode elastiekje – extra spiegels en picturale parallelle werelden daargelaten – dát vind ik mooi.’

Wil je m’n geschoren kutje zien? Of moet ik nog zo’n saaie, serieuze vraag stellen?

Eh, doe mij de vraag maar…

Heb je een schrijfritueel?

Nee.

Verdien je je brood met schrijven? Wat doe je nog meer?

‘Nou, de Schone Letteren hebben me Lelijk Geruïneerd, LINDA, dat mag je best weten. Na tien jaar kutten ben ik totaal blut. Ik heb helemaal niks. Geen huis, geen bezit, geen vermogen. Maar ik ben wel gelukkig, haha! Serieus! Maar wat dat ‘brood’ betreft: om in alle rust en comfort aan mijn nieuwe boek te kunnen werken, heb ik op de zwarte markt een paar ton geleend. Dus het is wel heel belangrijk dat mijn boek straks een SuperMegaBestseller wordt, want de Joegoslaven van wie ik die poen heb geleend, die hebben al aangekondigd dat ze, zodra ik straks maar één betalingstermijn mis, meteen met een nijptang langskomen om er één van mijn vingers af te knijpen… Nou tik ik met acht vingers, dus de eerste maanden moet ik toch gewoon - ’

En wat doen ze nadat je de elfde termijn hebt gemist?

Dan zagen ze m’n hoofd eraf.

Echt? Wat bizar! Dankjewel voor dit openhartige gesprek.

Jij bedankt, LINDA.

——

Volgende week: Elders (novelle), Ibrahim Maalouf in Vredenburg (Utrecht), een handvol cinema. En meer.

 

Reageer >
 

Elektriciteit

26 oktober 2014 (1:27) | Jannah Loontjens | Geen reacties

AfbeeldingEnkele weken geleden werd mijn nieuwste roman, getiteld Misschien wel niet, ten doop gehouden in Antwerpen. Op deze feestelijke avond was ook mijn oude scriptiebegeleider Antoon van den Braembussche aanwezig. Hij had een mapje bij zich dat hij mij overhandigde. Hierin zat een stapel brieven die ik hem als student stuurde. Wij woonden niet in dezelfde stad en ik had in mijn studententijd nogal eens de neiging om op reis te gaan, vandaar dat ik hem op deze wijze op de hoogte hield. Bovendien was dit in een tijd voordat ik gebruik maakte van e-mail.

Het is lastig te omschrijven wat er door me heen ging toen ik het pakketje brieven aannam. Ik was er enerzijds blij mee, maar anderzijds wilde ik er het liefst niets van weten. Waar dat gevoel van weerzin vandaan komt weet ik niet, maar de brieven liggen nu al wekenlang ongelezen op mijn bureau. Ze liggen daar en liggen daar. Ik kan ze niet uitzetten of laten verdwijnen door op een prullenbak-icoontje te klikken. Ik kan ze natuurlijk bij het oud papier gooien, maar die handeling gaat mij net iets te ver.

Waar ik bij het zien van deze brieven steeds aan moet denken is dat die brieven met de hand zijn geschreven, door handen gesorteerd en rondgebracht en weer naar mij teruggebracht. Daar kwam geen enkele bron van elektriciteit bij kijken. Wat een verschil: zonder elektriciteit zijn onze huidige e-mailcorrespondenties helemaal niets, opgelost, foetsie. En zelfs al zou je een brief met de hand schrijven en een postzegel op de envelop plakken, zou een groot deel van het sorteren en herkennen van postcodes zonder elektriciteit vastlopen.

Misschien komt het omdat ik als kind van hippie-ouders de eerste jaren van mijn leven zonder elektriciteit heb gewoond, ik weet het niet, maar het is een kleine obsessie van me geworden om te bedenken wat we nog zonder elektriciteit kunnen. Oké, nog heel veel natuurlijk, zoals slapen, op de bank liggen, wandelen of hardlopen, maar de meesten dragen al rennend toch een iPod, hartslagmeter of telefoon- bereikbaar moet je natuurlijk wel zijn. Voor seks heb je geen elektriciteit nodig. Maar als je regelmatig hardloopt en seks hebt, wil je soms wel douchen, het liefst warm, en daar heb je dan weer wel elektriciteit voor nodig.  Eten kun je op zich zonder (voeding koel bewaren of klaarmaken wordt al lastiger). Ademen, zingen én lezen kan zonder. Het lezen van een papieren boek. En als je echt consequent wilt zijn, laat je de lamp uit en steek je een kaars aan. Lezen bij kaarslicht. Klinkt als schrijven met een ganzenveer.

Laatst las ik in de krant over de toegenomen hoeveelheid tablets en laptops op lagere scholen. Nog los van de invloed die het staren naar schermpjes op het cognitieve, motorische en sociale vermogen van kinderen heeft, verbaas ik me erover dat we deze jonge kinderen nu al afhankelijk maken van elektriciteit. Waarom wordt dit argument eigenlijk nooit gebruikt? We worden continu gewaarschuwd: we moeten energie besparen! Alarmbellen rinkelen: er wordt te veel energie verbruikt! Maar ondertussen maken we ons op alle mogelijke manieren afhankelijk van elektriciteit, fysiek en mentaal, en voeden onze kinderen met deze afhankelijkheid op.

De mentale afhankelijkheid is misschien nog wel het grootst; als internet door een stroomstoring een dag plat ligt, raakt de gemiddelde Nederlander in paniek, door tieners wordt dit nog sterker gevoeld.  Als ik langs mijn bureau kijk, zie ik maar liefst tien stopcontacten. Toegegeven, dat is wat veel van het goede. Naast het beeldscherm waar ik deze letters op zie verschijnen, liggen mijn oude brieven.  Waarom wil ik die brieven niet teruglezen? Misschien omdat ik vrees dat het beeld niet klopt dat ik van mijzelf heb? Of omdat ik bang ben dat die brieven herinneringen bij me boven brengen die ik liever zou vergeten? Als het mails waren, had ik ze tenminste in een folder kunnen opslaan om ze daarna weer te vergeten. Maar het lukt me niet deze papieren ongelezen weg te bergen. Waarom niet? Ik weet het niet. Ik zal ze maar eens gaan lezen.

 

_____________________________________________________________________________________

Jannah LoontjensDit is Jannahs laatste blog voor Tirade. De redactie dankt haar van ganser harte voor haar mooie bijdragen deze maand.

 

 

 

 

 

Reageer >
 

Maarten van der Graaff Gastblogger in November

24 oktober 2014 (12:05) | Lieke Marsman | Geen reacties

Aanstaande zondag is het helaas alweer de laatste keer dat onze oktoberse gastblogger Jannah Loontjens iets zal plaatsen. Maar niet getreurd, november kent een waardig vervanger

namelijk Maarten van der Graaff!

Maarten van der Graaff (1987) debuteerde in 2013 met de bundel Vluchtautogedichten bij uitgeverij Atlas Contact. In 2014 werd deze bundel met de C. Buddingh’-prijs bekroond. Hij publiceerde poëzie en proza in verschillende tijdschriften en is veel op de podia te vinden. Hij is redacteur en medeoprichter van het online literair tijdschrift Samplekanon.

MaartenvanderGraaff_zps9259e180 foto: Jan Glas

 

Reageer >
 

Centraal Afrikaanse Republiek en reportagejournalistiek

23 oktober 2014 (10:24) | Menno Hartman | 1 reactie

0a61845e6528607dac982009ad41f03dWaar het ook heel akelig is: in de Centraal Afrikaanse Republiek. Geen IS, geen Boko Haram. Maar moordende christenen. Het is een eeuwigdurende zorg dat anderen je focus op de wereld bepalen, maar het is niet anders. Je kunt dus bijvoorbeeld denken dat vrijwel overal radicale Islamieten aan het moorden zijn omdat de kranten daarvan volstaan, totdat je in The New Yorker van deze week het groot stuk van Jon Lee Anderson leest. In CAR is na een aanvankelijke aanzet van de Selaka, moslimrebellen die een eigen stuk van het land claimden, een grote tegenbeweging van met name christenen ontstaan, de Anti-Balakamilitie die overal etnisch en vooral religieus zuivert. Christelijke nederzettingen doen hier en daar hun best om de moslim-minderheid te beschermen.

Jon Lee Anderson schrijft al twee decennia voor The New Yorker, hij heeft ook een reeks boeken op zijn naam. Dit gesprek met hem is interessant. Wat zou het nou kosten, zo’n 14 bladzijden vullend artikel. Of: wat moet Condé Nast Anderson betalen om te zorgen dat hij de grote schare lezers van het blad op zijn tijd goed inhoudelijk kan informeren over een niet zo bekend gebied? Anderson spreekt heel veel mensen, ik denk dat er 20 geciteerd worden in het artikel ‘A reporter at large. The Mission, a last defence against genocide’, hij beschrijft  gebeurtenissen waarover hij spreekt die zich over pakweg een maand of vier of vijf uitstrekken. Als we de man nou eens een maandsalaris van 2.000 euro geven, dan zitten we op 10.000. Bruto 15.000

Reizen en onkosten, 4.000. Verzekeringen 600, geld om de communicatie wat te vergemakkelijken: 1.500. Zou het 20.000 euro kosten, zo’n reportage? Dat denk ik wel. En dat kan alleen als je heel veel tijdschriften verkoopt.

Dit soort dieptereportages kunnen helaas niet bestaan in landen met een lezende bevolking in een kleine taal.

Voor een artikel van 6 pagina’s in Vrij Nederland zal de redactie de journalist waarschijnlijk 1.100 euro betalen. Dat is dus een kleine twee weken werken. Dan kun je dus een half boek lezen, en drie mensen spreken. Het is tragisch, maar dat is de realiteit. Maar waarom vertaalt Vrij Nederland of De Groene niet veel vaker dit soort artikelen? 360 Magazine, die doet dat. Dat is toch een heel goede ontwikkeling, want eenvoudig gevolg gevend aan bovenstaande argumentatie: wij kunnen het zelf niet betalen en willen toch echt heel goed geïnformeerd worden.

Ik lees dus 360 Magazine de komende maanden en geef een kwartaal-abonnement cadeau aan de eerste drie schrijvers/vertalers  die mij vertellen welke internationale reportage van het laatste jaar  in welk groot buitenlands blad dan ook vertaald moet worden en bijvoorbeeld in Tirade zou moeten worden geplaatst.

1 reactie >
 

Ramboetan

22 oktober 2014 (4:22) | Gilles van der Loo | Geen reacties

DSC_0224Het ramboetanseizoen is voorbij. Ik kan het moeilijk accepteren en sla ze in wanneer ik ze maar zie. Javaanse Surinamers verkopen de vruchtjes nog overal langs de weg, maar weten zelf ook dat het einde nadert.

Een verse lychee heeft frisheid bovenop het weeë zoet, iets wat je meestal niet meer terugvindt tegen de tijd dat ze in Nederland aankomen. De ramboetan (en alleen de dagverse) is veel meer dan dat: een sappig, friszoet genot van een zuurtje in zachtstekelig en bijna cyclaamkleurig vel, dat aan Nadim meteen de benaming egelballetje ontlokte.

Op de eerste dag in Paramaribo was het raak, en sindsdien heb ik een standing order bij de mevrouw op de markt. Als ze lekker zijn: 3 bossen voor Gil.

Suriname en haar klimaat maken het onmogelijk je lang zorgen over dingen te maken. Wat er ook aan de hand is (een afgekeurd manuscript, problemen op kantoor), als ik met een tas vol egelballen naar huis sjok, glijdt het door de barsten in het asfalt de rode aarde in.

Geloof me, ik doe mijn best om mijn zorgen te koesteren en aan te wakkeren met alle neurotiek die ik in me heb, maar het gaat gewoon niet. System override. Als een goedaardig virus dringt dit land je poriën binnen, waarna het je bloedbaan insluipt en fluitend in de weer gaat aan je binnenste. Die knoppen kunnen wel om, zegt het. En dat daar heb je ook niet nodig. Wat hangen die besognes hier rond? Hop, buiten met die bende. 

Vergeten is gemakkelijk, hier. Zo gaven we een vriend een lift door de stad, een Surinamer die ooit zijn land verliet vanwege Bouterse en de zijnen en hier terugkwam met het oog op verzet. Hij vertelde ons dat Bouterse op dit moment waarschijnlijk de beste persoon is om Suriname te leiden.

‘Ik ben de jaren ’80 niet vergeten,’ zei hij. ‘Maar Bouterse is wie de mensen willen en hij doet tegenwoordig een hoop goed.’

‘Maar moreel gezien, dan?’

Onze vriend glimlachte en tikte mijn arm aan. ‘Ga hier rechts. We zijn vlakbij. Wat ik zeg: Bouterse is wie de mensen willen.’

Ik sloeg af, stak mijn vrije hand in de tas met ramboetans die tussen ons in stond en dacht na over mijn volgende vraag. Ik zou respectvol aandringen, me vastbijten, uiteindelijk écht antwoord van hem krijgen.

‘Daar is het,’ zei hij, en wees naar een kleine ijswinkel met een roestig klimrek ernaast. Ik parkeerde, trok mijn sleutel uit het contact en zette de gepelde ramboetan tussen mijn tanden. Terwijl we uitstapten om softijs voor Nadim te kopen overviel het me opeens weer in al zijn hevigheid: dat het seizoen bijna was afgelopen.

 

Reageer >
 

< 1960 < 1970 < 1980 < 1990 < 2000 < 2010 <2020
 
2010 2011 2012 2013 2014
 
Nr.452 Nr.453 Nr.454 Nr.455
 
bestel
 
 
voorpagina