Tabula rasa

19 augustus 2017 (7:20) | Arjen van Lith | Geen reacties

duif copy

Deze week maakte Gilles van der Loo na een schijnbaar eindeloze afwezigheid zijn rentree op Tirade. En omdat hij er tijdens zijn vakantie lang over nagedacht had, schreef hij over de oorsprong van zijn verhalen: ‘Ik ben erachter gekomen dat er een dieper liggend begin is: een gevoel van plaats. Voor er een wie en een wat is, is er een waar.’

Gilles heeft makkelijk praten. Hij heeft richtingsgevoel. Ik niet. Als ik ergens linksaf sla, gaan mijn vrienden volautomatisch rechtsaf. Ik ben hun inverse TomTom, de stem in hun mentale routeplanner die met toenemende urgentie ‘Keer om, keer om!’ roept.

Dit schrijf ik niet uit koketterie. Ik beweer niet dat ik me te verheven voel om me met aardse zaken als noorderbreedte en westerlengte bezig te houden. Mij hoor je niet zeggen dat uit mijn gebrekkige oriëntatie logischerwijs een rijk en complex poëzietalent voortvloeit; dat ik welhaast onvermijdelijk zal toetreden tot het pantheon der werelddichters omdat ik duizelig word op rotondes.* Ik zeg alleen dat ik tussen A en B relatief veel van de wereld heb gezien.**

Sinds ik met M. ben, doe ik al helemaal geen moeite meer. M. is deels duif.*** Soms vraag ik voor de vorm hoe het kan dat hij zelfs na een ondergrondse metrorit door een onbekende stad precies weet waar we schuin over moeten steken, maar echt geïnteresseerd in een antwoord ben ik niet. Ik krijg toch altijd een onbevredigende wedervraag terug, zoals ‘Waar is de zon?’

Uiteindelijk ligt het allemaal aan de planeten, tot zover wil ik Gilles nog wel gelijk geven. Gisteren in Stockholm bijvoorbeeld, vertelde M. dat de zon overal op het noordelijk halfrond altijd – altijd – van links naar rechts beweegt, terwijl ik dacht dat ‘ie bij de overburen juist precies de andere kant op ging.**** Wel wist ik dat het water op het zuidelijk halfrond tegen de klok in door het putje draait in plaats van met de klok mee. En als de planeten zelfs aan water trekken, trekken ze ook aan ons.

Anders dan bij Gilles ligt voor mij de oorsprong van ieder verhaal niet in een besef van plaats, maar in onwetendheid: de botsing tussen het universum en fundamentele cluelessness. Mijn verhalen beginnen met een onbeschreven blad. Voordat er een wie, een wat én een waar is, is er leegte. De leegte tussen de oren van een naamloze hoofdpersoon die starend in het niets aan opmerkelijk weinig denkt.

___________________

* Een van de dingen die ik Wim Kok nog altijd kwalijk neem, is dat Nederland tijdens Paars is volgeplempt met rotondes. Ze zullen allicht veiliger zijn, maar vroeger, toen er nog gewoon kruispunten waren, kon je tenminste fatsoenlijk links, rechts of rechtdoor. Nu mag je welbeschouwd alleen nog maar rechtsaf.

** In 2003, twee jaar vóór de lancering van Google Maps, fungeerde ik als bijrijder en kaartlezer op reis naar Italië, waar ik met mijn toenmalige compagnon – de gewezen Amsterdamse herenmodekeizer A. – stoffen ging inkopen in Milaan. Pas tijdens een plaspauze op een verlaten parkeerterrein met van die ruighouten picknicktafels kwamen we erachter dat we ergens diep in Slovenië zaten.

*** De bioloog Rupert Sheldrake vertelt in Wim Kayzers Een Schitterend Ongeluk (VPRO, 1993) over het onverklaarbare richtingsgevoel van duiven. Onderzoekers probeerden van alles om hen te desoriënteren: ze experimenteerden met magnetisme, voorzagen hun proefduiven van matglazen contactlenzen en draaiden hen ad nauseam rond in een centrifuge. Wat ze ook deden, de duiven vlogen zonder noemenswaardige vertraging terug naar hun hok, zelfs wanneer de onderzoekers dat in de tussentijd stiekem hadden verplaatst.

**** Nog een voorbeeld: wanneer ik vroeger bij de clubkampioenschappen op de ene baanhelft tegen de zon in had geserveerd, serveerde ik op de andere helft net zo hard wéér tegen de zon in. Onze tennisclub – LTV Wessanen – lag in een afgelegen moerasgebied aan de rand van Wormerveer, misschien heeft dat er iets mee te maken.

Arjen van Lith is journalist en schrijver. Hij debuteerde in 2015 met de verhalenbundel Mijn Snor bij De Harmonie en publiceerde diverse korte verhalen in (literaire) tijdschriften. De meeste maanden van het jaar woont hij in Austin, Texas, waar hij werkt aan een bundeling van de brieven die hij ooit aan zijn kapper schreef, en aan een roman over zijn opgroeien in dorpsmetropool Krommenie.

Reageer >
 

Tot slaaf gemaakten

18 augustus 2017 (15:31) | Menno Hartman | Geen reacties

2017-08-18_152635In Portugal las ik Anousha Nzume’s Hallo witte mensen, een intelligent boek over wit privilege, institutioneel racisme, een beetje zwartepietendiscussie en meer. Een bittere pil die elke witte keel zou moeten slikken. Het onderdeel over het slavernijverleden had ook mijn speciale interesse omdat ik daar al een poosje met stijgende verbazing over lees.

Het vriendelijke en raadselachtige land Portugal blijkt bijvoorbeeld volgens het Quest-scheurkalenderblad van 27 juli – die ik gisteren even aan het bijscheuren was – koploper in het vervoeren van slaven (volgens Nzume moet je de formulering ‘tot slaaf-gemaakte’ gebruiken, ik denk omdat in de woordenboekbetekenis van ‘iemand die aan een ander in eigendom toebehoort’ de kwestie te weinig geproblematiseerd wordt.)

In Toegenjevs Lentebeken wil de familie van de Duitse-Italiaanse  schone waar de Russische hoofdpersoon als een blok voor valt, niet dat hij zijn Russisch landgoed verkoopt, want daarmee verkoopt hij ook zijn lijfeigenen, en doet hij dus mee aan het in standhouden van slavernij. (Een fascinerend en wat onderbelicht boek aangaande slavernij is Frank Martinus Arions De deserteurs.)

Portugal vervoerde tot aan 1888 (Lentebeken is bijvoorbeeld van 1872) 5,8 miljoen mensen van Afrika naar Brazilië. Nederland staat op een vijfde plaats met 0,6 miljoen mensen. Andere vrolijke en welvarende vakantielanden als Frankrijk en Spanje bezetten respectievelijk de derde en vierde plaats met 1,4 en 1,1 miljoen mensen. In de top vijf ontbreekt dan alleen Engeland nog: 3,3 miljoen.

De Portugezen begonnen ermee, met de handel van slaven naar de Amerika’s, in 1442. Quest baseert zich op www.slavevoyages.org, de  Transatlantic Slave Trade Database. Het is een mooie, pijnlijke en precieze website die een goed begin vormt bij het je bewust worden van wat er gebeurd is.

Gijsbrecht Moelaert bijvoorbeeld, scheepskapitein van het fregat de Verwachting, vertrok op 27 maart 1792 van Vlissingen naar Congo, laadde slaven in voor Suriname, deed onderweg nog St. Helena aan, een handelspost waar wellicht een voorvader van Derek Walcott van boord gesleept werd. Moelaert voer nog 5 van zulke rondjes.

Een leerzame website met een goed zoekinstrument en gedegen achtrergrondinformatie en essays. Als je er een poosje doorheen bladert zie je beter wat het allemaal betekende en hoe massaal dit wel niet was. Met name witte mensen zouden daar goed kennis van moeten nemen, feiten helpen je grote blinde vlek te bestrijden. En uit Nzume’s boek concludeerde ik in elk geval dat ik wel zo’n blinde witte vlek had.

——-

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade.

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Reageer >
 

Olympia (fragment)

18 augustus 2017 (14:08) | Marko van der Wal | Geen reacties

Lowlands is weer losgebarsten. De camping is vol vanaf donderdag, wanneer duizenden het veld op komen met hun tentjes, en dan moet het echte festival nog beginnen. Het is al meer dan tien jaar geleden dat ik daar zelf een tent opzette, half in een kuil, op de lip van de kampeerburen, aan de rand van een soort rokend Gallisch legerkamp.

Dat beeld kwam weer bij me op toen ik in de vlakte tussen de ruïnes van Olympia stond. Olympia en zijn heiligdommen waren toegankelijk voor alle vrije burgers van het antieke Griekenland, en volgens de overlevering was het tijdens de Olympische Spelen een drukte van je welste. Net als op Lowlands was er voor de happy few op een gegeven moment voorzien in een hotel, maar de rest moest kamperen aan de oever van de rivier (de Kladeos en de Alfeios). De Spelen duurden, net als LL, aanvankelijk hooguit een halve week – vol atletiek, religieuze ceremonies, prijsuitreikingen, kortom: feest.*

De Olympische boekhandelaar gaf me een stencil met een passage uit het Verslag aan El Greco van Griekenlands grootste en waanzinnigste  twintigste-eeuwse schrijver, Nikos Kazantzakis. Over de oorsprong van Olympia als religieus centrum en de Olympische Spelen schrijft hij:

Stervelingen worstelden op deze mystieke plaats, maar de goden worstelden hier vóór hen. Zeus vocht er met Kronos, zijn vader, om zijn koninkrijk te vernietigen. Apollo, god van het licht, versloeg Hermes bij het rennen en Ares bij het boksen – intellect overwon tijd, licht overwon de duistere krachten der bedrog. De helden waren de volgenden na de goden om hier te strijden. Pelops kwam uit Azië, versloeg de bloeddorstige barbaar Oinomaos en trouwde zijn paardentemmende dochter Hippodameia. (…) Een ander held, Herakles, kwam hier na het uitmesten van de stallen van Augeas om grote offers te brengen aan Zeus, de nieuwe god. Op de as die over was van de slachtoffers die hij verbrandde, richtte hij een altaar op en riep hij de eerste Olymische Spelen uit.

Het mooie van mythologie is, zoals Marjoleine de Vos in haar essays ook duidelijk maakt, dat alle varianten te gelijk waar mogen zijn. De stichtingsverhalen van de Olympische Spelen bestaan zonder moeite naast elkaar. De grote tempel voor Zeus in de vlakte aldaar verbeeldde ze ook allemaal.

* De antieke Spelen hadden zelfs een equivalent voor het Holland Heineken House. Winnaars werden bekroond met een lauerkrans, maar ontvingen als prijs daarnaast meestal bronzen ketels, gedenkstenen en een epinikion (overwinningsode). De laatste werd geschreven door beroemde dichters als Bacchylides of Pindaros, en uitgevoerd met zang en dans door een koor, om de winnaar te eren.

Marko van der Wal (1989) is opgeleid als classicus, redacteur van Tirade en werkt bij Uitgeverij Van Oorschot. Sinds drie jaar blogt hij voor tirade.nu.

Reageer >
 

Dreams of leaving

16 augustus 2017 (10:08) | Gilles van der Loo | Geen reacties

IMG_4863Het afgelopen cursusjaar gaf ik les aan de Schrijversvakschool. Tijdens de eerste les – het vak was proza en mijn studenten kregen de opdracht een kort verhaal te schrijven – vroeg iemand me of ik nog ging uitleggen hoe je een goed verhaal schrijft; waar zoiets aan moet voldoen.

Mijn antwoord was dat ik dat niet kon. Er zijn een hoop mensen die je kunnen vertellen wat de regels zijn, maar er zijn een hoop goede verhalen die de regels breken.

Zoals die dingen gaan kwam ik er al doende achter waar een verhaal voor mij mee begint.

Wanneer het over schrijven ging zei ik altijd dat het begint met woorden, met een personage dat beschrijft wat het waarneemt. Dat ik mezelf daarna pas de vraag stelde wie diegene, de beschrijver, is.

Dat zei ik altijd, maar ik ben erachter gekomen dat er een dieper liggend begin is: een gevoel van plaats. Voor er een wie en een wat is, is er een waar. 

Een decor moet een bepaalde kracht in zich hebben. Vind de plaats en de handeling volgt vanzelf omdat personages zich voegen naar plaats, en handeling voortkomt uit het krachtenspel tussen de personages. Idealiter isoleert een plaats haar personages, waardoor ze onder druk komen te staan en handelen wordt afgedwongen, onontkoombaar is. Ik zei hier al iets over op Tirade.nu.

Voor mij is schrijven een vlucht, niet zozeer van de werkelijkheid maar naar een andere werkelijkheid, naar binnen toe. Als ik schrijf ken ik geen twijfel, ben ik vrij. Ik vind de plek en luister, kijk, noteer.

De laatste week van onze vakantie brachten we door op een vervallen landgoed in de Auvergne, waar we door een huizenruil terecht gekomen zijn. Het huis had onder meer een salon, een biljartkamer, twaalf slaapkamers en een kelder met lege vertrekken waar het spinrag aan je bleef plakken wanneer je er doorheen liep. Ik hing een schommel op in het eikenbos dat bij het domein hoorde en dacht aan Amsterdam. Nu zit ik hier in de Jordaan en ben ik ook nog daar.

Mijn dromen van vertrek, mijn dissociatieve aard, mijn het is hier nooit goed genoeg, misschien is dat geen ontevredenheid of verveling, maar zijn het de plaatsen die me roepen, die aan me trekken; om aandacht vragen.

‘Kom,’ zeggen ze. ‘Hier moet je zijn. Kom zitten op een bed van klimop en kijk hoe de jongen schommelt. Heen en weer en heen, het zonlicht breekt op zijn gezicht. Hij kijkt naar een punt achter je. Draai je om en merk dat je door zijn ogen ziet, dat je de jongen bent geworden die naar zijn vader kijkt. En weer en heen. Je hebt vuile nagels. Een splinter in de boog van je voet veroorzaakt een ontsteking die…

 _________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Op 23 oktober van dit jaar verscheen zijn nieuwe en sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

Reageer >
 

Øpståndig

12 augustus 2017 (7:26) | Arjen van Lith | Geen reacties

non smoking plant

I get scared, like, in Sweden. You know, it’s kind of empty. Everything works. If you stop at a stoplight and don’t turn your engine off, people come over and talk to you about it. You go to the medicine cabinet and open it up and there’ll be a little post saying: ‘In case of suicide, call this number. You turn on the TV, there’s an ear operation… These things scare me.

Het bovenstaande citaat is afkomstig van Lou Reed uit de film Blue in the Face* (1995), een los-vaste serie improvisaties door een bonte stoet New Yorkers in en rond een tabakswinkel in Brooklyn. Ik moest eraan denken toen ik M. de afgelopen week vergezelde naar CADE, de enige informaticaconferentie die haar eigen jaartelling eropna houdt. Dit jaar was de 26ste editie in Göteborg.

Nu, na ruim twintig jaar, lijkt Reeds beschrijving van Zweden raker dan ooit: peuters hebben zelfs op hun trapfietsjes een helm op, volwassenen rijden uitsluitend nog hybride, vrouwen dragen anti-verkrachtingsfluitjes en als je even naar buiten stapt voor een sigaret, blijkt meteen dat je de enige bent. In 2025 moet het hele land zelfs volledig rökfritt zijn. En ze zijn goed op weg: als de Zweden überhaupt nog roken, vapen ze.**

Ik word daar niet per se bang, maar wel een beetje øpståndig van.

Al na mijn eerste week in Scandinavië krijg ik zin om demonstratief een zware Van Nelle op te steken in een kinderdagverblijf, om de rook uit te braken in de bek van zo’n veel te gezond middelbaar joggingwijf, om m’n peuk uit te drukken in het hipsterknotje – de man-bun – van een blozende jonge vader op pappaverlof. Ik wil het allemaal, maar toch doe ik het niet; M. gaat net zo lekker met zijn carrière.

Vandaag rijden we met de trein naar Noorwegen, maar in Oslo zal het niet veel beter zijn, vrees ik. Betutteling met verse zalm. Wel hoorde ik dat nota bene Denemarken tot voor kort verrukkelijk rekkelijk was op het gebied van antirookwetgeving: daar kon je een luttele tien jaar geleden zelfs in de supermarkt gewoon doorpaffen. Had ik dat maar eerder geweten, er stonden asbakken bij de groenteafdeling.

Paul Auster, de schrijver van Smoke, schreef ook: ‘The world is probably better with its militant anti-smoking laws, but something else has been lost, and whatever that thing is (a sense of ease? tolerance of human frailty? conviviality? an absence of puritanical anguish?), I miss it.

Ik mis het ook, nog voordat ik ga stoppen.

_______________

* De opvolger van Smoke (ook 1995) met dezelfde cast, aangevuld met glansrollen van onder anderen Madonna, Jim Jarmusch, Michael J. Fox, Lily Tomlin en Lou Reed als ‘man with strange glasses.’

** Vapen (spreek uit: vepen) doe je met een e-sigaret die je eerst moet opladen, net als een telefoon. In zo’n e-sigaret zit een ampul met e-vloeistof die verwarmd wordt door een atomizer. Vervolgens inhaleer je de ontstane e-damp, die e-ventueel nicotine, maar een verder onschadelijk, frisgroen aroma bevat, zoals lavendel of eucalyptus. Geen e-ne reet aan dus.

Arjen van Lith is journalist en schrijver. Hij debuteerde in 2015 met de verhalenbundel Mijn Snor bij De Harmonie en publiceerde diverse korte verhalen in (literaire) tijdschriften. De meeste maanden van het jaar woont hij in Austin, Texas, waar hij werkt aan een bundeling van de brieven die hij ooit aan zijn kapper schreef, en aan een roman over zijn opgroeien in dorpsmetropool Krommenie.

Reageer >
 

Dailies

5 augustus 2017 (3:54) | Arjen van Lith | Geen reacties

Contactlenzen dailies

De techniek kun je leren, maar waar het écht om draait in het schrijversvak is een unieke – of in elk geval originele – kijk op de wereld. Soms twijfel ik wel eens of ik daar zelf ook mee gezegend ben. Gelukkig ben ik bijziend, denk ik dan. Dat is tenminste iets.

Op mijn negende kreeg ik mijn eerste bril. Ik begon meteen met min drie en een duizelingwekkende cilindrische afwijking die mijn perspectief (nog zo’n literair beladen woord) verwrong als een lachspiegel.

Ik was al zó gewend geraakt aan mijn eigen gebrekkige zicht, dat die eerste correctie aanvoelde als een verstoring. Alles was veel te scherp, te definitief omlijnd. Behalve op de tennisbaan voelde ik me meer thuis tussen abstracte vlakken, vervloeiende vegen en de vage gestaltes die ik kende als mijn moeder en mijn zus.

Tegenwoordig heb ik omgerekend min acht* en voor iedere gelegenheid een andere bril: een transparante voor als ik wit of pastel draag, een gevlamd montuur voor zakelijke besprekingen en een matzwart model voor Zomergasten. Maar door welke bril ik ook kijk; ik zie altijd dezelfde hyperrealistische wereld.

Toen ik contactlenzen ging dragen, kwam de verwondering weer terug. Mijn eerste paar kreeg ik op mijn vijftiende. Door een chemisch onverklaarbare reactie met m’n traanvocht kleurden ze binnen een maand volledig zwart, synchroon met mijn ontwikkeling van zonnig jochie tot getroebleerde adolescent. Op heldere dagen was alles prettig gedimd, maar ’s nachts werd het me toch iets te noir, vooral op onverlichte wegen.

Later stapte ik over op modernere maandlenzen die prachtige halo’s en stralenkransen produceerden, vooral als je hetzelfde paar langer dan drie jaar inhield. Door schimmelvorming en voortschrijdend materiaalverval ontstond een caleidoscopisch effect waar zelfs de meest trippy sciencefictionfilms niet aan konden tippen. Voor zo’n spektakel nam ik pijn en bloeddoorlopen ogen graag voor lief.

Sinds afgelopen week draag ik op medisch advies dailies – flinterdunne daglenzen die je ’s avonds gewoon in de prullenbak gooit. Het comfort voelt optimaal, maar de wereld is weer teleurstellend normaal. Alles is scherp. Niets is nog een raadsel. Om mijn schrijverscarrière niet helemaal te verspelen, draag ik er voorlopig slechts eentje.

____________________

* Leesbril niet meegerekend. 

Arjen van Lith is journalist en schrijver. Hij debuteerde in 2015 met de verhalenbundel Mijn Snor bij De Harmonie en publiceerde diverse korte verhalen in (literaire) tijdschriften. De meeste maanden van het jaar woont hij in Austin, Texas, waar hij werkt aan een bundeling van de brieven die hij ooit aan zijn kapper schreef, en aan een roman over zijn opgroeien in dorpsmetropool Krommenie.

Reageer >
 

I am afraid to see my heroes

24 juli 2017 (18:43) | Roos van Rijswijk | Geen reacties

Torres_Live_-_Athens,_GreeceI am afraid to see my heroes age
I am afraid of disintegration

Zingt Torres in ‘The Exchange’ (Sprinter, 2015). Het is een mysterieus lied, bijna a capella, door een diepe stem met een melancholische klank. Het gaat over haar moeder die haar moeder twee keer heeft verloren, de tweede keer door een ‘freak basement flood’; Under water/we’re under water.

Ik zoek haast nooit na waar liedteksten op slaan, vooral niet als ik ze mooi vind. Zal je net zien dat het hele nummer draait om het feit dat de zanger(es) God heeft gevonden, terwijl ik er net zo’n toepasselijk liefdeslied in hoorde; dan kan ik het nummer dus niet meer luisteren omdat ik de hele tijd het gevoel heb dat de artiest me iets veel te intiems vertelt. Iets waar ik bovendien niet in geloof. Het liefst weet ik zo min mogelijk.

I am afraid to see my heroes age

Torres is, zo blijkt als ik met lood in mijn vingers haar naam opzoek, de Amerikaanse Mackenzie Scott. Ze is een beetje into Christus, hoe kan het ook anders, heeft leren zingen in de kerk. Het lied, daar ging het me om, gaat inderdaad over de moeder van Mackenzie, die haar eigen adoptiepapieren kwijtraakte in een kelderoverstroming, waardoor ze nooit meer te weten kon komen wie haar biologische moeder was. Mackenzie zelf is ook geadopteerd. Welke van haar twee moeders (de biologische of de adoptiemoeder) nu precies die papieren kwijtraakte weet ik niet, ik stopte al met zoeken. I am afraid to get to know my heroes.

Schermafbeelding 2017-07-24 om 18.41.58De zin die bij mij steeds door mijn hoofd (en dus het huis) blijft zingen is die van die ouder wordende helden, daar bang voor te zijn. Bij Scott heeft het te maken met een algehele angst voor verkruimling, vergaan, bij mij is het platter. Misschien heeft het meer te maken met de menselijkheid van wat ik veronderstel iconen te zijn. Ik begrijp best dat Madonna er alles aan doet om er jong uit te zien, dat is namelijk precies wat idioten als ik van haar verwachten. Anders is het Madonna niet meer. Als ik een foto zie van Mick Jagger nu, naast een foto van Jagger in zijn gloriejaren breekt mijn hart. Mijn vroegere idool, Bette Midler, durf ik niet meer te Googelen.

(Idool is trouwens een groot woord, dat veronderstelt fan van iets zijn, je kamer volhangen met posters en elke snipper van iemands levensverhaal te weten willen komen. Ik wil gewoon duizend keer Beast of Burden op repeat hebben omdat ik het een lekker nummer vind en eenkennig ben. Hoe fout Mick Jagger is en hoe oud Bette Midler wil ik helemaal niet weten. Het moet wel een beetje mijn soundtrack blijven.)

I am afraid to see my heroes age

Ben ik bang om mezelf ouder te zien worden? Nee, ik geloof het niet. Die grijze haren vind ik wel grappig en dat je met de jaren kreukeliger wordt is onvermijdelijk. Ik heb helemaal geen zin om me daar druk om te maken, ook al zegt iedereen van boven de veertig dat dat nog wel komt. Ah ja; steeds banger zal ik worden voor ziektes, dat kan ik je vast vertellen, maar dat gaat niet om het zien ouder worden, niet direct tenminste. Wel vind ik het gek dat de mensen om me heen, dertigers, ik dus ook, vormvaster worden. We ‘zijn zo iemand die’ (een kind heeft, zo’n baan heeft, geweldige soepen maakt, altijd vroeg naar huis gaat of altijd de kroeg uitgeveegd moet worden, te hard lacht of nergens zin in heeft) aan het worden.

Of nou ja, ‘gek’ is niet het goede woord; ik vind het wel lekker, eigenlijk. Ik ben zo iemand van in de dertig met een hond en een windjack, die chick die schrijft, die ene die meestal wel trek in een biertje heeft en die te hard lacht. Ik sluit absoluut niet uit mezelf ooit nog te verrassen, maar dat het niet de hele tijd meer gebeurt is uitermate aangenaam. Dat ik nu intens jong belegen klink is overigens minder aangenaam, daar heb je ze al, die zorgen.

I am afraid to see my heroes age

Joan_Baez_2012Een paar jaar geleden zag ik Joan Baez optreden. Het was de eerste keer dat ik haar zag en vrijwel de eerste keer dat ik haar hoorde. Later zocht ik haar muziek terug – ik vond haar vroegere werk veel minder mooi dan wat ik haar met die oudere, diepere stem hoorde zingen. Was al aan die grijze haren gewend. Koesterde het feit dat een vrouw van in de zeventig nog kan staan shinen op een podium, ook zonder Madonna-ingrepen. Baez mocht niet meer terug veranderen. Hetzelfde heb ik met Abbey Lincoln; geef mij maar de opnames waarin haar stem wat stroever is.

Misschien is dat het: I am afraid to see my heroes change – blijf wie je was toen ik je leerde kennen, zodat ik nooit meer aan je hoef te denken, zodat je zo plat als een dubbeltje blijft en je liedjes (of boeken, for that matter) van mij blijven. Blijf met je verouderende tengels van je oeuvre, mijn soundtrack, af. Waag het niet ooit jong geweest te zijn.

Mackenzie Scott, Torres, is geboren in 1991. Dat betekent dat ze zes jaar jonger is dan ik. Dat betekent ook dat ze zich misschien later wel helemaal kapot schaamt voor wat ze nu zingt en schrijft, en dat ik dan (als ik ’t nummer zelf niet zat ben) niet meer naar The Exchange kan luisteren omdat ik dat weet. Dat ze in een interview zegt: die tijd heb ik achter me gelaten, die galm, dat sentimentele.

Stel je voor! Nee! Dat schamen doe ik zelf al genoeg (ik voorspel nu vast dat ik overmorgen mijn muren bijna doorklauw van spijt over het feit dat ik een mini-essay heb geschreven in de eerste persoon, dat zouden we toch niet meer doen, wie ben ik nou helemaal, ja dat ene zeikwijf van Tirade) en de wereld verandert al de hele tijd, zodat al die vormvaste dertigers van nu over twintig jaar het equivalent zijn van hun ouders die alleen maar in hoofdletters kunnen sms’en en zwarte piet wel best vinden. Laat mijn helden mijn helden blijven en mijn liedjes mijn liedjes, laat mij in die fictie geloven. Dan beloof ik dat ik soms dat windjack nog even uittrek om met de tijd mee te rennen.

 

[Foto Torres: Pinelopi Gerasimou, via Flickr]

[Foto Baez: Steve Jozefczyk , via Flickr]

roos-van-rijswijk-foto-irwan-droog-kleinRoos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

 

 

 

 

Reageer >
 

Vrije man in Parijs

21 juli 2017 (7:47) | Marko van der Wal | Geen reacties

Hoewel ik er al lang kom, heb ik met Parijs een haat-liefdeverhouding. Prachtige, bruisende stad en meer clichés, dat lijdt allemaal geen twijfel. Maar de eerste keer dat ik op de Eiffeltoren stond was een ramp en de twee keer had ik ineens hoogtevrees. Ik was er ten tijde van de aanslag op Charlie Hebdo, in de droeve januarimaand van 2015, en liep mee met vrienden in de marche de la république. Om tot rust te komen zou ik nooit kiezen voor Parijs.

De laatste keer dat ik er was had ik weer dingen te doen. Joni Mitchell* maakte ooit een lekker ironisch nummer over het Parijseffect, Free Man in Paris. Ze neemt daarin het karakter aan van een platenbaas – denk ik – die zijn werk zat is. Mitchell schreef al eerder kritische liedjes over de muziekindustrie, zoals de hit You Turn Me On, I’m a Radio, en kondigde meermaals aan er de brui aan te geven. ‘I was a free man in Paris / I felt unfettered and alive / There was nobody calling me up for favors / And no one’s future to decide,’ zingt ze, maar nu word ik met werk overladen dus zit Parijs er even niet in. Ik vraag me zelfs af of deze ‘vrije man’ ooit in Parijs is geweest of dat het slechts een wensdroom is. En dan nog, zou hij erheen gaan dan vond het werk hém binnen de kortste keren wel weer.

Ik ging met mijn zus op en neer naar Parijs voor de Fashion Week. Die ene dag stond in het teken van het tienjarig jubileum van modeontwerper Iris van Herpen. We besloten samen dat dit de enige dag was waarop we drie keer een andere outfit aan konden trekken en dat we ons die kans niet zouden laten ontnemen. We bezochten de show in het Cirque d’hiver, dat overigens niet ver van de Bataclan is, waar we eerst ellenlang moesten wachten tot de mensen die ertoe doen er ook waren, wat bij ons de spanning alleen maar deed oplopen. Aan de overkant van de straat stond een klein leger opgesteld, inclusief volautomatische geweren en kogelwerende vesten – maar volgens mijn buurman vehoogde dat het veiligheidsgevoel geenszins.

De show was fascinerend, vooral de muziek en het centrepiece van de nieuwe collectie, maar wat me nog meer fascineerde was het publiek. Het was een vreemd-plezierig bijeengegraaid clubje daar rondom dat modegebeuren. Aanstormende kunstenaars, heel rijke mensen, fashonista’s (m/v), echte persmuskieten, een paar vagelijk bekende lui uit Amsterdam, wijzelf. Later die dag op de receptie kwamen ze allemaal nog eens voorbij, net als wij in de volgende outfit. Kiekje voor het reclamebord bij binnenkomst en dóór. Het ging toch vooral om de buitenkant, wat natuurlijk logisch is in een wereld waarin het uiterlijk de bron van inkomsten is. Veel slagroom en weinig taart, luiddemijn voorlopige conclusie. Beschouwd worden als lege huls heeft ook een voordeel, merkte ik, want als je er een béétje uitziet kan je zomaar de aanspraak van drie mensen tegelijk verwachten.

Of ik nog iets van de stad had gezien? vroeg iemand mij na terugkomst. Dat mocht ik willen, want van vrije tijd was in het programma geen sprake. De dag eindigde op de afterparty (ensemble nummer 3) in een sjofele kelder, met veel drank en dj’s. Björk kwam een setje draaien. Het publiek verdrong zich toen ze opkwam in een Van Herpenjurk, aangevuld met masker, en veranderde in een dampende, dansende menigte. Het zijn dus toch net mensen, laat ik het daar maar op houden. De dag erop was ik vooral aan het bijkomen, hoewel ik het helemaal niet bont had gemaakt. We waren thuis binnen een oogwenk – en weer in het gareel – en we moesten maar snel eens terug, zonder agenda.**

* Holy shit, Joni Mitchell – ze is onverwoestbaar. Ik schreef al eerder een blogje over haar niet te overziene impact: hier te lezen, van harte aanbevolen.
** De komende weken leef ik ook even zonder agenda. Fijne vakantie!

Marko van der Wal (1989) is opgeleid als classicus, redacteur van Tirade en werkt bij Uitgeverij Van Oorschot. Sinds drie jaar blogt hij voor tirade.nu.

Reageer >
 

Het einde van de concentratie

20 juli 2017 (8:00) | Menno Hartman | Geen reacties

concentratieHet beeld van de cirkels die zich verwijderen van de steen die je in de vijver gooide, bracht je ooit het woord concentrisch bij. ‘Een gemeenschappelijk middelpunt hebbend.’ Of ‘van alle zijden op een punt gericht.’ Concentratie is dan logischerwijs dat alles zich richt op een middelpunt. Meestal is dat een mobiele telefoon.

Dit hiernaast is Ajita, een  lohan. Hij zat vorige week opeens in het Aziatisch paviljoen van het Rijksmuseum, mij was ‘ie althans nog niet eerder opgevallen hoewel ik daar altijd heel gefocust rondloop. Ik neem dan ook aan dat hij er juist voor die gelegenheid was gaan zitten, stil lachend om mijn verbazing over zijn bestaan.   ‘Een lohan, volgeling van de Boeddha, heeft geestelijke volmaaktheid bereikt en bewaart de boeddhistische wet tot de komst van de boeddha van de toekomst. Een lohan leeft niet onder de mensen, maar als kluizenaar in de bergen. Bovendien heeft hij bovennatuurlijke krachten. Zo kan hij van grootte veranderen en alles horen en zien. Er zijn achttien verschillende lohan. Dit is Ajita. In volledige concentratie luistert hij naar het lezen van een soetra, een geschrift dat de leer van Boeddha overbrengt.’

Het beeld is concentratie3tussen 1200 en 1400 in China gemaakt. Dit houdt niet op voor mij een duizelingwekkende zin te zijn.

Ik raakte in de ban van dit beeld omdat het zeldzaam aan het worden is een geconcentreerd persoon te zien, en geconcentreerde of denkende mensen zijn altijd boeiend en mooi om naar te kijken of te luisteren. Dat simpele gegeven is misschien wel de bestaansgrond van het gesprek. Taal ontstond om dat iemand iets moest benoemen, of doorhad dat een klank met een ding kon corresponderen, een gesprek ontstond omdat iemand geconcentreerd aan het luisteren en kijken was naar iemand die iets probeerde te bedenken om te zeggen, of op een goede manier te zeggen. Luisteren is verlangen naar de juiste bewoording.

Ook een intensief lezend mens heeft die charme, ik kan er minutenlang naar kijken.

Langzaam denken is dan ook mooier om naar te kijken dan snel denken. Ajita heeft duidelijk geen enkele haast.

Omdat ik merk dat ik zelf harder mijn best moet doen om me te concentreren vind ik dit een intens mooi en leerrijk beeld dat ik de komende tijd naar vermogen zal trachten na te volgen. Als ik dan al geen boeddhist kan zijn, kan ik toch minstens proberen alles te horen en te zien en zo nu en dan wat van grootte te veranderen. En mijn soetra zal dan voorlopig wel uit Pessoa komen… iets als als het hart kon denken stond het stil.

——-

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade. Schreef hier over de buurman van deze lohan, Guanyin.

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Reageer >
 

Gil is even weg

19 juli 2017 (9:09) | Gilles van der Loo, Uncategorized | Geen reacties

IMG_3946

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op woensdag 16 augustus is Gilles weer terug op Tirade.nu. Een fijne vakantie allemaal!

Reageer >
 

< 1960 < 1970 < 1980 < 1990 < 2000 < 2010 <2020
 
2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017
 
Nr.466 Nr.467
 
bestel
 
 
voorpagina