Nederland vertaalt

11 februari 2016 (13:52) | Menno Hartman | Geen reacties

Edna St. Vincent Millay

Edna St. Vincent Millay

Wat het wijze besluit van de jury van de prijs Nederland vertaalt ook moge zijn, voor mij was het een goede aanzet tot wat nu ineens een lichte verslaving is: poëzie vertalen. De wedstrijd sloot begin januari. Vijf gedichten kon je vertalen, alles in de slip stream van de Martinus Nijhoff Vertaalprijs, die in 2016 wordt uitgereikt aan Babet Mossel.

Omdat Babet Mossel voor uitgeverij Van Oorschot nu Arthur Miller’s Focus vertaalt, spreek ik haar weleens, en dat is altijd leerzaam en een genoegen. Zo vindt zij dat vertalers zich niet op de voorgrond stellen moeten. En ze vindt dat de kans heel klein is dat onder de inzendingen voor de publiekswedstrijd een groot vertaler te ontdekken valt. Ik moet eerlijk bekennen dat dat me over de streep hielp: Dat Zullen We Nog Wel Eens Zien is een heel belangrijk katalysator voor handelen bij bij.

Maar, ze had weer gelijk. Wat is vertalen moeilijk! Tot nader orde denk ik dus geen vertaler te zijn: wel heeft het me dit opgeleverd: ik ben een beter poëzielezer geworden, want je kunt bijna nooit zo goed een gedicht lezen als wanneer je het vertalen moet.

Het Duitse gedicht vond ik het moeilijkst, dat durf ik dus niet eens te tonen. Frans en Spaans waren uitdagend maar niet goed genoeg.  Deze gaat nog (en wat een goed gedicht!) Over de vertaling meld ik dus maar geheel terecht bescheiden dat ik niet hoger kom dan dit.

Overigens is mijn ambitie niet geluwd: Met Marko van der Wal waag ik mij nu aan een reeks Philip Larkin gedichten. Allebei een ander gedicht vertalen en dan elkaars vertaling becommentariëren. Omdat ik ze in elk geval heel goed lees op deze manier.

Nu met de billen bloot: (leve tweetalige edities!)

 

Love is Not All (Sonnet XXX)

Edna St. Vincent Millay, 1892 – 1950

Love is not all: it is not meat nor drink
Nor slumber nor a roof against the rain;
Nor yet a floating spar to men that sink
And rise and sink and rise and sink again;
Love can not fill the thickened lung with breath,
Nor clean the blood, nor set the fractured bone;
Yet many a man is making friends with death
Even as I speak, for lack of love alone.
It well may be that in a difficult hour,
Pinned down by pain and moaning for release,
Or nagged by want past resolution’s power,
I might be driven to sell your love for peace,
Or trade the memory of this night for food.
It well may be. I do not think I would.

Liefde is niet alles

Liefde is niet alles, het is geen vlees of drinken
Noch slaap, noch een dak tegen slecht weer
Noch ook een drijfhout voor mannen die verdrinken,
Ten ondergaan en boven komen, keer op keer.
Liefde vult de ontstoken long toch niet met lucht
Zuivert het bloed niet, zet geen gebroken bot
Dat toch menig mens onder een doodswens zucht
Nu ik dit zeg zelfs, is door liefdestekort.
Het kan zo zijn dat, bij een hard gelag
Kreunend om verlossing, terneer gedrukt door pijn
Of getergd door nood, voorbij wat kracht vermag,
Dat ik -voor vrede- jouw liefde gedwongen te koop aanbied,
of voor eten moet ruilen de herinnering aan deze nacht.
Het zou kunnen. Maar ik denk toch van niet.

Reageer >
 

Gilles heeft een dagje vrij

10 februari 2016 (10:01) | Gilles van der Loo | Geen reacties

IMG_1233

Reageer >
 

Bibberend hondje

9 februari 2016 (11:40) | Wytske Versteeg | Geen reacties

Iemand vertelde dat hij zich, nadat zijn vrouw was overleden, voelde als zo’n klein bibberend hondje. Zo’n keffertje dat in de winter een deken om moet, maar dan zonder de deken. We hadden niet eens een goed huwelijk, zei hij daarna.

Sindsdien is mijn eerste reactie bij het zien van weer zo’n klein keffertje, niet meer de ergernis die ik eerder voelde, maar de vraag hoe ontzettend groot, en hoe koud, de wereld voor hem moet zijn.

De mensen op de foto komen niet voor in de blogtekst.

 

 

Reageer >
 

Nog niet helemaal echt

8 februari 2016 (12:02) | Roos van Rijswijk | Geen reacties

Dental_braces_smallWoensdag aanstaande komt de ventilatieman (m/v) langs, hier in huis – met de wind is Het Dingetje wedergekeerd, ’s nachts tikt en bonkt het
zo hard dat I. met muziek in zijn oren slaapt en ik met siliconen oordopjes in. ’s Ochtends vind ik die dopjes in mijn kruin, ze zijn knalroze en er nog moeilijker uit te krijgen dan kauwgom. We weten niet of Het Dingetje zich daadwerkelijk in het manke ventilatiesysteem bevindt, maar omdat we dat systeem niet begrijpen (en de bovenbuurman onschuldig is gebleken, zijn olifant moet zelfs pantoffeltjes aan) gaan we er vanuit dat daar de oorzaak ligt – een akelig analogietje met diverse actualiteiten slik ik even in, Het Dingetje drukt me andermaal met mijn neus in mijn menselijkheid, wat precies zo vies is als het klinkt.
Later die dag, ’s avonds, presenteer ik voor het eerst een roman. Een gebeurtenis die haast in het niet valt bij de mogelijke verlossing die ventilatieman kan brengen, desalniettemin heb ik ook daar zin in. Tegelijkertijd vrees ik ongemakkelijkheid, een beetje zoals het moment dat iedereen op je verjaardag voor je gaat zingen en je opeens niet weet waar je je handen en je waardigheid moet laten. Onlangs bevond ik me op een literaire avond over debuteren en werd ik steeds voorgesteld als ‘debutant’, wat klopt, maar wat tegelijkertijd gek is. Ik ben de halfschrijver – nog niet helemaal echt, maar wel helemaal een boek. Alsof ik weer zestien ben (half volwassen, nog niet helemaal echt, wel al een bh aan) en iemand me introduceert met ‘dit is Roos, ze is een puber’. En ik maar hopen dat niemand die jeugdpuist tussen mijn ogen opmerkt. Onbeholpen een slotjesbeugel bloot lachen.
Maar daar moet ik allemaal niet aan denken, woensdag. Ik moet gewoon blij zijn en proosten. Op een boek en hopelijk, allemachtig wat hoop ik dat, op een zalige stilte.

AAEAAQAAAAAAAASkAAAAJDViMDhlMWE4LTdmMWMtNGE4MC05ZDU2LTQ4NzNkMDU2MTM2Ng

 

Roos van Rijswijk (1985) is redacteur van Tirade, publiceerde verhalen in diverse literaire tijdschriften en is één van initiatiefnemers van de J.M.A. Biesheuvelprijs. Ze is columnist bij Advalvas. In februari verschijnt haar roman Onheilig(Querido).

Reageer >
 

In de lente zit je in een vierkant ei

7 februari 2016 (7:04) | Sonja Schulte | Geen reacties

DIGITAL CAMERAHet is bijvoorbeeld van belang je af te vragen of het een psychose was. Dat geeft weer houvast. Je wil, net als zijn (en jouw) vader, dat het niet zo was en hij dus zelf de keuze maakte om daar te lopen, om daar te dichtbij die razendsnelle trein te zijn. Maar dat spreekt het treinkaartje dan weer tegen. Want een week ervoor had hij een enkeltje gekocht naar Amsterdam en het toen toch niet gedaan, hij kwam huilend terug en vertelde aan zijn (en jouw) moeder niets en pas na een paar uur snapte ze met haar verstand wat ze natuurlijk meteen al wist maar niet wilde geloven, of voelen zelfs: dat hij het had willen doen. En hij stond huilend voor haar en schaamde zich, voelde zich schuldig. Kortom, je verwacht het niet, dat ‘ie het dan toch doet, een week later- volledig ongepland, met een retourkaartje Zwolle (een retourkaartje hè), hij wou vast gewoon even naar huis, alleen dat en ineens durfde ‘ie.

Er is een kubus die wit is en daar zit je dan in. Je kent dat raadsel wel. Je denkt daar aan terug en vindt dat warempel leuk om te doen, je vindt dat entertainment. Verrek – denk je, het klopt, dat raadsel over de dood, het is verdomme nog waar ook.

Stel je voor: je zit in een kubus, een hele grote witte vierkante kamer en die is leeg. Je zit er op de grond. Je weet niet hoe je er gekomen bent en hoe je er vandaan kan. Er zijn geen deuren en er is geen raam. Er is alleen jij en een wit plafond boven je hoofd, een witte vloer onder je billen en vier witte muren om je heen. Hoe reageer je? Wat doe je? Wat zou je dan gaan doen?

Je weet niet hoe lang het gaat duren hè. Just saying.

Het antwoord is natuurlijk, bedenk je nu trots, in de kubus zittend, dat je moet proberen de puzzel op te lossen. Want: het is een raadsel. En dus: zodra je weet waarom je er bent, weet je de weg naar buiten toe.

De kubus is dik en de witte verf die erop zit is mat. Er is niet langer iemand te zien. Zo werkt dat dan: je vergeet dat er een eventuele geliefde ergens is, laat staan je vrienden. Je vergeet zelfs dat je ouders hebt. Het is bijna een kermisattractie, het is raar joh, die kubus. Maar zo werkt het, zo werkt dat ding. Je zult vergeten dat er buiten nog een wereld is.
Natuurlijk – je kunt best dingen missen.
Wat ik bijvoorbeeld het meest mis is de natuur. Ik kan door het bos lopen en tussen de bomen staan, ze met mijn handen aanraken en voelen aan de schors, maar ik ben er niet. Ik ben, net als hij nu, overal afwezig.

Hoe je reageert op de kubus is hoe je reageert als je geconfronteerd wordt met de dood. Dat is de oplossing, dat is wat dat raadsel was.

En? Had je het goed?

Wat je bijvoorbeeld in de lente kunt doen: blijf dichtbij de dood, trek zijn kleren aan – het is er koud. En niet vergeten – nu goed nadenken, dan kom je er wel uit. Het begint gewoon met rustig nadenken en alles op een rijtje zetten – dat is wat er eerst moet gebeuren, dat is het eerste wat je moet doen.

 

picture062Sonja Schulte is kunsthistoricus. Ze presenteert Glasnost, een radioprogramma over kunst en wetenschap, recenseert beeldende kunst voor cultureel magazine 8WEEKLY en redigeert het Handboek voor een Optimistisch leven – de boekbundeling van literair magazine De Optimist, die deze zomer zal verschijnen. Ze schrijft essays voor De Gids en De Optimist en stukjes op sonjaschulte.com.

Reageer >
 

Loslaten

6 februari 2016 (8:46) | Arjen van Lith | Geen reacties

beeld-column-loslaten

Mijn moeder stierf op een zondagochtend in een ziekenhuisbed op de plek waar vroeger onze eettafel stond. De vrijdagavond ervoor had onze huisdokter de eerste dosis slaapmiddel toegediend; iedere acht uur later zou ze een volgende injectie krijgen, tot ze niet meer wakker werd.

Mijn zus en ik hielden om de beurt de wacht terwijl de ander sliep. We mochten niet al te dicht bij haar zitten, had de dokter gezegd, want ze had ruimte nodig om los te laten. Ze wilde het zelf. Het ging gewoon niet meer.

Ik wilde het ook.

Die vrijdag voerde mijn moeder net als iedere andere avond haar vaste ritueel uit voor het slapen gaan: na het tandenpoetsen reinigde ze haar gezicht eerst met water en een washandje, gevolgd door een tweede ronde met Shiseido Benefiance Cleansing Foam. Daarna depte ze met haar vingertoppen een klein beetje Uplifting Serum van Darphin rond haar ogen, tegen de kraaienpootjes. De rest van haar gezicht smeerde ze in met een dikke laag Rosa Arctica Youth Regenerating Cream with Rare “Resurrection Flower” van Kiehl’s uit New York.

Dormicum is een zeer zwaar middel, maar halverwege de zaterdagnacht begon mijn moeder te brabbelen in haar slaap. Ze leek steeds wakkerder te worden in plaats van dieper te slapen. Tegen de tijd dat de dokter langskwam voor de volgende injectie, lag ze in bed met haar armen te zwaaien. De dokter greep haar bij haar polsen en zei dat zoiets wel vaker voorkomt, dat het nu bijna voorbij was.

Ik lag te slapen toen het gebeurde. Mijn zus kwam me wekken. We belden de dokter en de begrafenisondernemer en wachtten samen aan het bed van mijn moeder tot ze kwamen. Ik zette koffie, maar schaamde me toen het gepruttel van het Senseo-apparaat de stilte verbrak.

Twee zwijgende kraaien van de uitvaartdienst tilden mijn moeder op een brancard en vouwden een kunststof hoes om haar heen. Onder de mouw van zijn zwarte jasje droeg één van hen een fel oranje Hup-Holland-Hup horloge, nog van het EK in 2012.

Onze contactpersoon bij de begrafenisonderneming was een gezette vrouw van middelbare leeftijd met een klembord en een permanent. Na het invullen van alle formulieren legde ze heel geduldig uit wat er verder nog zou gebeuren. Mochten we nog vragen hebben, dan konden we – ook na werktijd – gerust bellen of mailen. Haar privé-adres was smurfie45@gmail.com.

Nadat mama was ingeladen, kroop de lijkwagen stapvoets achter de voetbalkraai aan, die met gebogen hoofd plechtig over de Neptunuslaan schreed. Op de hoek van de straat stapte hij in, waarna de auto met gierende banden optrok.

Ik denk nog vaak over die ochtend na.

___________________________

Arjen van Lith is freelance journalist en schrijver. Vorig jaar debuteerde hij bij De Harmonie met de verhalenbundel Mijn Snor. De meeste maanden van het jaar woont hij in Austin (Texas), waar hij werkt aan een bundeling van de brieven die hij ooit aan zijn kapper schreef, en aan een roman over zijn opgroeien in dorpsmetropool Krommenie.

 

 

Reageer >
 

Zonder laptop

5 februari 2016 (10:43) | Marko van der Wal | Geen reacties

Midden in een aflevering van de geweldige nieuwe serie War and Peace van de BBC ging er een glas wijn over mijn laptop heen. Witte. Zittend dacht ik nog: die vliegt zo door de kamer en eindigt in twee stukken. Toen ik opstond pakte ik echter een handdoek om het apparaat mee af te deppen – blijkbaar gaat dat instinctief. Een nacht en een dag heb ik ‘m laten drogen op de verwarming, maar het mocht niet meer baten.*

Ik zat een tijdlang zonder, vanwege het gebrek aan zin om me in het aanbod te verdiepen. Het is net als met voelen dat je ziek wordt: komt altijd ongelegen en moet zo lang mogelijk worden ontkend dan wel uitgesteld. (Er zullen best veel mensen zijn die daar op dit moment last van hebben.) Zodoende was ik ongewild en onhandig langer dan nodig verstoken van… een tekstverwerker.

Nooit gedacht dat ik daar nog eens over zou beginnen. Op je telefoon kan je nu eenmaal niet fatsoenlijk een stukje tikken. Het liefst wilde ik een apparaat dat mijn gedachten leest en er dan zinnen in een bestandje van maakt. Dan denk je ‘nieuwe alinea’ en dan verschijnt er automatisch een nieuwe alinea (of: hij schrijft ‘nieuwe alinea’ als hij slim genoeg is om je echt te begrijpen). Aan de andere kant komt er nu al zo veel bagger uit al die laptops en pc’s, dat een volautomatische gedachte-tekstverwerker dat alleen maar erger zou maken. Moge die breindiarree ons allen bespaard blijven!

Ik nam mijn toevlucht maar weer tot het schriftje en de vulpen. Een typemachine heb ik helaas niet onder handbereik, maar dat was eigenlijk de betere optie geweest. Nu draait het er toch op uit dat ik, zodra ik weer een laptop heb, alles ga zitten overtikken. Meestal heeft het geschrevenen daar baat bij. Zo haalde ik uit een vertalinkje van Philip Larkin nog wat missers, en stuitte ik daarbij plotseling op de zinsnede: ‘Leven is traag sterven.’ Het stond er gewoon al, in mijn handschrift, maar pas op het scherm wordt het echt.

 

* De harde schijf kon ik gelukkig nog redden, en samen met de back-ups was de ramp toch minder groot dan aanvankelijk gedacht.

 

Marko van der Wal (1989) is opgeleid als classicus, redacteur van Tirade en werkt bij Uitgeverij Van Oorschot. Sinds twee jaar blogt hij wekelijks voor tirade.nu. Hij ziet er overigens anders uit dan hij eruitziet.

Reageer >
 

De nachttrein – And just get funky list’nin’ to the train

4 februari 2016 (11:59) | Menno Hartman | Geen reacties

railroad-111919_960_720Mijn eerste nachttrein nam ik in 1987 met twee vrienden van Amsterdam naar Praag. Het was kerstavond, ’s ochtends om een uur of 6 kwamen we aan in München. We moesten overstappen en er een uur of twee doorbrengen. Het had gesneeuwd op deze prachtige kerstmorgen, het was nog donker in de stad toen we over het maagdelijk wit naar de grote kathedraal sloften, heel langzaam bewoog de stad naar ontwaken toe, de essentie van gezelligheid binnen aanschouwden we vanuit de schoonheid buiten. Bij het station dronken zwervers grote pullen bier.

Als je aan de nachttrein verslingerd bent geraakt word je een verzamelaar van trajecten. Mijn mooiste zijn: 1 Moskou – Peking, de langste, zeven dagen acht nachten Siberië. 2 Nairobi– Mombassa in Kenia, de fraaiste, damast gedekte tafels en zilveren bestek, een heuse gerant die de maaltijd serveert, naast de trein een antilope die meehuppelt. 3 Kunming – Guilin in China, een lange tocht door paddy’s, gebergten, bamboepluimen. De nachttreinen in China hebben een plezierige sfeer, de couchettes zijn open, zes bedden per afdeling, veel thee drinken, veel lachen.

IMG_2564

Java, vanaf het Balkon.

Oslo–Bødø, duizend tunnels, Bandung–Yogjakarta het mooiste landschap van Java, Jodhpur – New Dehli, vechten voor je plek, Christchurch – Greymouth, New-Zealand, de Alpen down under. 

Wat nog spectaculairder is dan het uitzicht op de buitenwereld is het gegeven dat het ritme van de trein je net op een niveau onder diepe slaap houdt. Je droomt je eigen reis dus.  Steeds te slaperig om wakker te zijn en te diep weg om echt te waken voel je de kilometers. Als je slilstaat hoor je spoorwegpersoneel roepen, mensen klimmen op de trein. Wanneer je het gordijn een stukje oplicht, zie je lampen en schimmen. Je hoopt snel weer te vertrekken, want dat ritme, daar verlang je naar, ergens tussen slaap en dans.

Caspar van Gemund, van Club Interbellum deed het ongelofelijke. Als liefhebber van de nachttrein organiseerde hij een festival op een trein: ‘ Donderdagavond 30 juni 2016: de Europe Endless Express vertrekt vanaf Amsterdam Centraal Station. Een ontdekkingsreis op een nachttrein van drie dagen, twee nachten door zes Europese landen. Aan boord bevinden zich kunstenaars, filosofen, theatermakers, wetenschappers, schrijvers en muzikanten. De route blijft geheim. Op zaterdag 2 juli zet de trein haar reizigers weer af in Amsterdam.’ (Klik hier voor meer.) Wat een droom van een project. Nu dromen we door over een nachttreinboek. Een die uitkomt…

Wat een mooi idee! De trein verbindt het Europese continent al anderhalve eeuw, waarom zouden we dat niet vieren zolang het nog kan?

Railroad man, van Bill Whithers:

‘He rode across the plains
He rode on a fruit freight train
The hauled bananas to Savannah
And wore bandannas made in old Japan’

————–

IMG_9920Menno Hartman (1971) was vroeger redacteur van Tirade. Sinds 2008 werkt hij bij Uitgeverij Van Oorschot.

Reageer >
 

Tirade dankt en begroet: Maartje Smits en Sonja Schulte

4 februari 2016 (10:17) | Redactie | Geen reacties

Maartje, dank voor je mooie een veelgelezen bijdragen op de zondagen van januari. We hebben ervan genoten! Goddank laat je ons in goede handen achter: Sonja Schulte zal in februari voor Tirade bloggen.

picture062

Sonja is kunsthistoricus. Ze presenteert Glasnost, het Gronings radioprogramma over kunst en wetenschap, recenseert beeldende kunst voor cultureel magazine 8WEEKLY en redigeert het Handboek voor een Optimistisch leven – de boekbundeling van literair magazine De Optimist, die deze zomer zal verschijnen. Ze schrijft essays voor De Gids en De Optimist en stukjes op haar blog (sonjaschulte.com) over leven, dood, liefde en alle kunsten.

Reageer >
 

Crossfade

3 februari 2016 (8:44) | Gilles van der Loo | Geen reacties

IMG_1248Twee weken terug schreef ik op deze plek dat ik naar Madrid zou gaan voor een afspraak met Laura Martín Murillo, dochter van een fictieve hoofdpersoon van mijn nieuwe boek.

Luis Martín, cafébaas van de Marineros Ahogados in het Madrid van de jaren ’60, kreeg vorm in mijn hoofd gedurende de samenwerking en vriendschap die ik met Gijs Thio had tot aan zijn dood in 2011.

Al op de eerste dag dat we in café Zeppos achter de bar stonden werd Luis geïntroduceerd. Gijs gaf de man vorm in oneliners waaruit bleek dat hij zowel van Martín gehouden, als om hem gelachen had.

‘Korte broeken zijn voor kinderen,’ kon hij zeggen. ‘Blonde tabak is voor vrouwen en adolescenten.’

‘Een echte man kan prima roze dragen.’

‘Vertrouw niemand die met lege handen aan een bar staat.’

‘Bij twijfel over waar te eten volg je een dikke man met dure schoenen.’

De Gestalt van Luis zou ik nooit van Gijs krijgen, maar de kleine Spanjaard nam des te meer vorm aan door Gijs’ met zorg gekozen details. Wat mijn vriend vertelde kwam voor de luisteraar tot leven door de precisie waarmee hij het kleine observeerde. Ik geloof dat de drang om te vertellen al in me zat, maar de techniek leerde ik van Gijs.

Terzijde: Gijs was ook degene die me Paul Austers Mr. Vertigo leende, omdat hij zijn Volkskrant niet met me wilde delen. Hij vond dat ik kranten slecht behandelde, dat ik ze uit elkaar haalde en als een hoop gebruikte tissues teruggaf. Met Mr. Vertigo begon het pas echt, tussen mij en boeken.

Ik was nooit eerder in Madrid, maar ontdekte dat de stad – ondanks het feit dat ik niet met de hoogteverschillen gerekend had – in alle opzichten aansluit op het imaginaire Madrid waarover mijn alter ego Issa schrijft. Straten die hij op basis van hun klank of de betekenis van hun naam van Google Maps plukte blijken in werkelijkheid de sfeer te hebben die hij ze toedicht. Op de plek waar de Marineros Ahogados volgens Issa was, kun je aan de gevel zien dat er niet altijd een electronicawinkel gezeten heeft.

Ik trof Laura, met wie Gijs in de vroege jaren ’90 een relatie had, in een druk restaurantje buiten het centrum. Ze is een kleine, intelligente en lieve vrouw met een onbedwingbare bos rode krullen. Ik was verschrikkelijk zenuwachtig. Ik wilde haar toestemming vragen om de naam van haar overleden vader te gebruiken, die ik nooit heb ontmoet. Mijn versie van Luis is in mijn hoofd ontstaan en uitgehard tijdens het schrijven van dit boek. Ik had alle reden te verwachten dat zijn dochter beledigd zou zijn.

De wijn kwam op tafel, ik haalde diep adem en begon. Leg een boek van 300 pagina’s waaraan je een jaar hebt gewerkt maar eens in een paar minuten uit. Maar ik zette door, merkte dat mijn onrust wegebde, en al snel was er niets anders dan het verhaal van Gijs, Luis Martín Murillo en van mij.

Toen ik besloot te stoppen met praten omdat ik merkte mezelf al een paar keer herhaald te hebben, zag ik dat er tranen in Laura’s ogen stonden. Ze pakte mijn hand.

‘He would love it,’ zei ze. ‘Luis Martín would absolutely love it.’

Echte mensen, echt gebeurd: een van de mooiste stukjes fictie van mijn leven.

______________________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Van hem verschenen in 2011 de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en in 2013 de roman Het laatste kind.

 

Reageer >
 

< 1960 < 1970 < 1980 < 1990 < 2000 < 2010 <2020
 
2010 2011 2012 2013 2014 2015
 
Nr.457 Nr.458 Nr.459 Nr.460 Nr.461
 
bestel
 
 
voorpagina