‘Wat doe je hier?’

17 mei 2018 (9:07) | Menno Hartman | Geen reacties

SaidSis

Edward en zijn zusje Rosy, Jeruzalem, 1941.

Toen we uitwisselden wat we lazen  net voor de presentatie van Warner van Wely’s fraaie Zeer Korte Verhalenbundel Eén, in de Roode Bioscoop vertelde J. dat er een link was tussen Edward Said’s Orientalism en het huidige discours van het ‘cultureel archief’.  Gloria Wekker haalt in dat verband Said regelmatig aan. Daar moest ik even over nadenken, wat verder niet goed lukte omdat het orkestje ons alweer richting podium dweilde.

Ik lees Edward Said’s Ontheemd, een jeugd in het Midden-Oosten het fraaie polsdikke Privé-domeindeel uit 2009.  Het toont precies waarvoor deze reeks zich zo geweldig leent: biografische achtergrond bieden bij werk van grote schrijvers. Orientalism was beslist een eye opener voor mij,  de toch betrekkelijke eenvoudige bewustwording van de vertroebelde blik op de ander, de bril waardoor je naar een andere cultuur kijkt voor het eerst zelf goed zichtbaar gemaakt.

In Ontheemd – dat dezer dagen een wrange bijsmaak heeft nu Israël in een nieuwe fase van ontheemding van Palestijnen is aanbeland, geruggesteund door de slechtste Amerikaanse president sinds 1776 zie je de bronnen van Saids eigen racistische ervaringen.

‘Kort nadat Bullen me had geslagen, had ik een veel doordringender en duidelijker confrontatie met de koloniale werkelijkheid. Toen ik door de avondschemering naar huis liep over de enorme grasvelden van de Gezira Club, werd ik aangehouden door een Engelsman in een bruin kostuum met een tropenhelm op zijn hoofd en een klein zwart koffertje aan het stuur van zijn fiets. Het was meneer Pilley, die ik kende uit mijn vaders papieren als ‘geachte secretaris’ van de club en als de vader van Ralph, een leeftijdsgenoot van mij op GPS. ‘Wat doe je hier, jongen?’ vroeg hij met een koude, scherpe stem. ‘Ik ga naar huis,’ zei ik, en ik probeerde zo rustig mogelijk te blijven toen hij afstapte en naar me toe liep.’ Weet je niet dat je hier niet mag komen?’ wees hij me terecht. Ik probeerde nog iets te zeggen over dat we lid waren, maar hij kapte me genadeloos af. ‘Hou je mond jongen. Ga weg, en snel. Je bent een Arabier en Arabieren mogen hier niet komen.’

De Bullen waarmee het citaat begint is een alcoholist die met zijn vrouw de internationale school in Caïro bestiert. Said heeft decennia later achterhaald dat de man een middelmatig dichter was en je ziet hem genieten van het citeren van de meest wanstaltige regels en deze driftig fileren; hier worden oude rekeningen vereffend.

Fris in Saids memoires is juist deze bijna agressieve benadering van wie hem onheus behandelde. Het brengt de hoofdpersoon van Oriana Fallaci’s Een man in herinnering, die zijn kracht ontleende aan zijn agressie: in de gevangenis sloeg hij zijn beulen terug, wetende dat het hem op hardere represailles kwam te staan, maar wat uiteindelijk ook  respect afdwong. Said is een respectabel man geweest, woedend en eloquent heeft hij zijn naam gedragen, de Edward van de westerse en de Said van zijn oosterse wortels levenslang onlosmakelijk en niet te versmelten, verbonden in zijn naam.

—-

IMG_6285Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade, droomt altijd over reizen.

Reageer >
 

Dank je

16 mei 2018 (9:39) | Gilles van der Loo | Geen reacties

Lezer,

Dank voor je aandacht, je hand op mijn schouder als ik schrijf

ik voel me begrepen

ik heb je nodig

Dank voor de vrije val die ik hier maak

elke woensdag

wat fijn dat je me vangt

dank

je blik maakt dat ik mijn beste woorden zoek

en schaaf tot het er allemaal staat

zo simpel, zo helder mogelijk:

van wie en wat ik houd.

_____________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. In 2016 verscheen zijn sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

Reageer >
 

Steinbecken, deel 1

10 mei 2018 (10:47) | Menno Hartman | 1 reactie

new-orleans-desegregation-protestEen mooi beeld, dat van Gilles, die in het blog hieronder Hemingwayt. Een ruime zes decennia voordat Gilles naar Ibiza afreisde, stapte John Steinbeck in een speciaal gefabriceerd rijhuis – een pick-up met een afgetimmerde woning erop om door zijn land te rijden. Het boek dat hij erover schreef, Travels with Charley, verscheen in 1962, een paar maanden voordat Steinbeck de Nobelprijs kreeg.

Die mooie tijd toen Nobelprijzen nog uitgereikt werden…

Steinbeck is een veel minder romantisch schrijver dan Hemingway is, zijn tocht door Amerika is zelfs een beetje truttig aangezet, maar weloverwogen denk ik. Steinbeck zegt behoefte te voelen weer op pad te zijn, zijn land te leren kennen en rijdt van New York naar boven om vervolgens in een maand of drie tegen de klok in aan de landsgrenzen van de VS een rondje te rijden. Hij neemt de hond van zijn vrouw mee: Charley. Deze hond is – naast ongetwijfeld een plezierige reisgenoot (iets heel anders dan de ‘Onwillige reisgenoot’ die Hemingway in de geweldige boeken van Martha Gellhorn altijd is, de reisverslagen van Gellhorn zijn noodzakelijke pendantboeken om de ware Hemingway te leren kennen*) – een heel slimme vertellerstruc. Hij kan in het boek tegen Charley praten en projecteert gevoelens en gedachten op de hond die hij zo aan de lezer niet verder hoeft uit te leggen. De hond wordt de lezer zeer sympathiek. Bijna zo sympathiek als John Muir’s Stickeen.

Dtravels-with-charley-travelsmapwbeze zomer reis ik een stukje met Steinbeck mee. We gaan van Seattle in Washington door Oregon naar San Francisco in California rijden. Een stuk links boven op het kaartje dus.  Voor Steinbeck is dit een bijzondere episode, daar immers waar zijn jeugd ligt. Opvallend aan dit boek van Steinbeck vind ik zijn capaciteit de lezer niet lastig te vallen met weetjes en geschiedenis. Het enige echt aan de tijd gebonden aspect lees je als Steinbeck langs New Orleans rijdt en midden in de zogenaamde Desegration Protests valt, een pijnlijke fase in de poging Amerika’s rassenproblemen op te lossen. Wekenlang gaan zwarte kinderen naar witte scholen onder het woedend gesis van racistisch volwassenen. Hier maakt Steinbeck ook goed het verschil tussen de Noordelijke Amerikaan en de Zuidelijke duidelijk. Hij voert zichzelf niet zonder bewustzijn van zijn speciale noordelijke gedachten op als deel van het probleem.

Voor wie in de verder redelijk feitenvrije Amerikareis tekortgedaan voelt maakte Nederlands historicus Geert Mak een prachtig pendantboek Reizen zonder John. Drie keer zo dik, actueler, dist Mak’s boek veel van de geschiedenissen op die John impliciet liet of uit de weg ging. Er is een hele nareiscultus ontstaan waar het dit boek aangaat. Mak is er wel de fraaiste exponent van.

Deze dan nog even speciaal voor Gilles:

‘I have always lived violently, drunk hugely, eaten too much or not at all, slept around the clock or missed two nights of sleeping, worked too hard and too long in glory, or slobbed for a time in utter laziness. I’ve lifted, pulled, chopped, climbed, made love with joy and taken my hangovers as a consequence, not as a punishment.’
― John Steinbeck, Travels with Charley: In Search of America
*maar de boeken van Gellhorn vormen vooral de beste oorlogsjournalistiek die ik ken.

—-

IMG_6285Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade, droomt altijd over reizen.

1 reactie >
 

Hemingwayen

9 mei 2018 (8:08) | Gilles van der Loo | Geen reacties

LDVS3258Ik had niet veel gedachten bij Ibiza, was er nooit geweest en wist van rijke kennissen die er huizen hebben dat het er hééérlijk moest zijn.

Bloemendaal-aan-zee, dacht ik, met meer Engelsen, en dat blijkt aardig te kloppen. Sinds we hier zijn heb ik alleen in onze eigen huurauto iets anders dan house gehoord. Espaghettis Boloñesa kun je zelfs bij zaken in de meest idyllische baaitjes krijgen.

Maar het huisje dat mijn ouders hebben gehuurd ziet uit op zee en ligt ook nog aan de westkant van het eiland. Elke avond zonsondergang in de bolling van de Mar Mediterráneo.

Gisteren liepen B en ik in de schemering naar het einde van de straat, waar je op de punt van een klif kunt staan met 300 graden water voor je mik. Ik probeerde mijn meest stressvolle gedachte vast te houden en merkte dat het gewoon niet ging. Het zicht, de lichte wind, alles waar ik me graag zorgen over maak ontglipte me.

Het is druk geweest, bij ons thuis. Er liep vanalles toen we het vliegtuig in stapten. Mijn Hemingway-gevoel liet deze vakantie op zich wachten, maar nu besloop het me: de drang om een tafeltje naar buiten te slepen, brilliantine in mijn haar te smeren en er een meesterwerk uit te beuken.

In Amsterdam vergeet ik nog wel eens hoe romantisch mijn beroep is. Ik vermoed dat Ernest zijn bestaan ook niet romantisch vond, dat hij vaak geldzorgen had. Als hij in Europa was dan leefde hij in huizen die hem door kennissen werden gegund.

Ik zou zijn biografie moeten lezen, maar eigenlijk vind ik de werkelijkheid die bij schrijvers hoort niet interessant.

Voor degenen die het niet weten: ik draag een snor en heb een volle bos donker haar waarvan de slapen grijzen. Dit blog tik ik aan een kleine tafel met uitzicht op zee terwijl mijn familie slaapt in het huis achter me.

Een uurtje om te Hemingwayen, met vuur in mijn vingers woorden te schuiven tot het goed is.

“We ate well and cheaply and drank well and cheaply and slept well and warm together and loved each other.”

Go, Ernest.

Niks mis met Ibiza.

_____________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. In 2016 verscheen zijn sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

Reageer >
 

Twee verhalen

3 mei 2018 (9:27) | Menno Hartman | 3 reacties

nomads-hunting-with-golden-eagles-in-mongolia

Nomadische jagers in Mongolië. De jagers werken met steenarenden.

Ik schoot naar het puntje van mijn stoel toen* een van de spelers in Circus Reve de tekst bracht dat er maar twee soorten verhalen zijn: het eerste gaat over een man die vertrekt, het tweede is het soort verhaal waarin een onbekende aankomt in een stad of dorp. Waar was deze wijsheid van afkomstig? Ik vroeg er de schrijver van het stuk naar, Arie Storm. Het leek me geen Reve-citaat? Hij meende dat de tekst van  Homeros afkomstig is, maar hij las ze bij Peter Ackroyd, of misschien wel in een interview met  Hitchcock.

Bij mijn bladeren door de Odysseiavertaling van Imme Dros kom ik niets tegen van deze strekking. Maar dat heb je met bladeren. De getypte opdracht aan Google ‘only two types of stories’ brengt me echter onmiddellijk bij een antwoord. Hoe we het ook zien, het fenomeen van de queeste is wel erg schraal geworden in tijden van internet. Dit artikel beweert dat de opmerking  breed wordt toegeschreven aan thrillerschrijver John Gardner, maar de exacte vindplaats blijft in nevelen gehuld.

Simpel als het gegeven lijkt te zijn, geeft Bruce Chatwin nog wel een boeiende aanvulling. Chatwin – ik kan mijn enthousiasme over deze schrijver maar moeilijk onder stoelen of banken houden – stierf nogal  jong en twee vrienden van hem, Jan Borm en Matthew Graves, stelden een boek samen onder de fraaie titel Anatomy of restlessness. Uncollected Writings. Het is een verzameling heel uiteenlopende teksten, verhalen, (een verhaal zo wonderlijk dat ik het wil gaan vertalen: The Estate of Maximilian Tod’ ) een brief, essays, recensies met inderdaad een prachtig eenheid brengend thema: zwerven. In een brief aan Tom Maschler zet Chatwin een plan uiteen voor zijn boek over nomaden, een boek dat er niet kwam, of het moest zijn Songlines zijn, maar de lange brief is zo’n precieze weergave van wat het boek moest zijn dat het er eigenlijk welhaast voor door kon gaan. Chatwin beschrijft echt per hoofdstuk wat erin zou moeten komen. Wat een wonderlijk gestructureerde geest was hij toch!

‘Looking at some of today’s studies of animal and human behaviour one can detect two trends:

1 Wandering is a human characteristic genetically inherited from the vegetarian primates.

2 All human beings have the emotional, if not actual biological, need for a base, cave, den, tribal territory, possessions or port. This is something we share with the carnivores.’

Chatwin linkt zo een antropologisch fenomeen aan de verhaaltechnische dichotomie die hierboven kort uiteengezet is. Er zijn twee soorten verhalen omdat de mens twee belangrijke impulsen heeft: blijven, en vertrekken. De kortste samenvatting van elk leven.

 

—-

IMG_6285Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade, droomt altijd over reizen.

*Het stuk onder regie van Marijke Schermer was ook anderszins zeer vermakelijk!

 

3 reacties >
 

Ada

1 mei 2018 (21:46) | Gilles van der Loo | Geen reacties

IMG_6902Als we in het park zijn loop je met je handen op je rug langs de zittende groepjes en blijft steeds even staan tot de mensen je opmerken.

Ik kijk vanwaar ik zit en wacht op hun glimlach, die altijd komt. Altijd.

Je benen zijn gespierd, met stevige kuiten om in te bijten. Je kleren zijn binnen de kortste keren vies.

Als je boos bent mep je. Hard.

Je eet een ijsje door het aan je mond te zetten en te zuigen tot het op is, het hoorntje ook.

Je danst zo graag, draait rond en rond rond; omhelst je broer van achter als hij het niet verwacht, grijpt zijn lange dunne benen met je sterke armpjes en knijpt, knijpt, knijpt.

Ada.

Het gemak waarmee je je beweegt. Je vertrouwen in jezelf, in anderen, in alles.

Hoe heet het als je stikjaloers op iemand bent wie je alles in de wereld gunt.

Liefde, misschien.

Je ogen zijn groot en blauw en onverdeeld in wat ze uitzenden.

Toen je net geboren was schreef ik op je kaartje dat ik er wilde zijn als de dingen tegenvielen en wilde blijven om te zien hoe je weer heelt.

Ik was verliefd; je bent anders gebleken dan ik op mijn bevallings-high bedacht.

Jij gaat geweldig worden,

ik zal er alleen maar naast hoeven staan en te kijken, kijken,

kijken naar Ada.

_____________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. In 2016 verscheen zijn sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

Reageer >
 

Ik heb een visotter gekend…

26 april 2018 (9:12) | Menno Hartman | 1 reactie

[…]portret visotter web

Bevrienden is niet iets
van overdaad maar
iets van
       pauze.

Het is de stilte die
de toon bepaalt. Ook
van het eskimo
       lied.

Judith Herzberg, ‘Opmaat’, uit: Zeepost

Veel gedichten nam ik hap snap tot me, vanuit een bloemlezing, tijdens het tandenpoetsen voor mijn poëziekast, of nalezend als ik er ergens over geschreven zag, grasduinend in bundels. Maar tegenwoordig lees ik graag verzameld werken van kaft tot kaft. (Dichter K.M. leest poëziescheurkalenders steeds in een middagje achter elkaar uit, vertelde hij me eens.) Dat heeft grote voordelen, in het oog springend natuurlijk de ontwikkeling van de dichter, jeugdfrivoliteit voor ingeklonken wijsheid, gelegenheidswerk netjes ertussendoor. Een autobiografie in gedichten, beter samengevat vind je een leven nooit.

Nu ben ik op blz. 523 van de Verzamelde gedichten van Ida Gerhardt beland, in een week of twee. Gerhardt kende ik voornamelijk van de paar bekende hoogtepunten. Het is een mooie ervaring nu zo’n compleet oeuvre weg te kauwen.

Het bondgenootschap

Wie zelf de wijde wateren is gewend
laat zwijgend de ander in zijn element.
Men groet elkaar met de ogen. In de Lekbocht
heb ik als kind een visotter gekend.

Na een bladzijde of vierhonderd meende ik – naast bewondering voor de ingeklonken betekeniskracht van deze poëzie en de rijke bijna Shakespeareaanse syntaxis – vooral een gebrek aan humor te ontwaren. Een lachebekje was ze niet, deze Ida. Maar ook daar ben ik niet meer zeker van. Hoewel ik niet denk dat bovenstaand gedicht per se grappig bedoeld is, sluit ik niet uit dat de schaterlach die het me gisteravond ontlokte helemaal niet tegen Ida’s wens zou zijn geweest. Je kunt een mens niet meer nabij komen dan door haar verzameld werk te lezen en deels te doorgronden. Ik vind haar een bijzonder mens . Ze heeft minder geweldige gedichten geschreven dan Vasalis, ze mist de raadselachtige diepte van Leopold, maar er staat nauwelijks een slecht gedicht in deze dikke bundel, en ze maakt de lezer vertrouwd met een aantal heel geweldige thema’s, dat van het leraarschap, de terugkerende mystiek van ‘de bron’, de ‘wel’, en een heel fraai heel ferme en bondig geformuleerde liefde voor haar M, haar vader, haar zus, de klassieken, Leopold, en vooral: de natuur en de seizoenen. Dat is geloof ik haar grote kracht. Niet gering! Je kunt, met andere woorden niet blijven citeren uit dit werk, je kunt het wel steeds blijven lezen.

De dageraad

Ik zag een kalfje bij de moeder drinken,
een stille handeling die hier nog mag.
Zij stonden in de aanbrekende dag
half slapend in dit drinken te verzinken,
wazig in nevelen, nog haast verborgen.
Over het witte gras heen kwam de morgen.
Bevreesd waadde ik weg van wat ik zag.

Een fantastisch verwoorde ervaring, die ook veel over Gerhardt zegt. Ik leef nog ruim 200 blz door met Gerhardt, dan stap ik over op Herzberg. De laatste twee strofen van het eerste gedicht uit Zeepost hierboven tonen al iets volstrekt anders…

Met Gerhardt lezen zit je diep in de 20ste eeuw, toch dringt weinig straatrumoer door, wel veel geschiedenis:

wie oud is geworden in dèze eeuw
draagt in zijn denken vele eeuwen mee.

 

—-

IMG_6285Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade, droomt altijd over reizen.

 

1 reactie >
 

Het mooiste verhaal

25 april 2018 (8:15) | Gilles van der Loo | Geen reacties

CCEB9351-CC84-45F9-AB45-1302AF0E82F7Het ziet ernaar uit dat we gaan verhuizen. B en ik vonden een huis dat nog dichter bij haar geboorteplek staat dan we waar we nu al wonen, en zijn begonnen aan het opruimen en schoonmaken van ons appartement.

Afgelopen zondag trok ik het luik naar de berging open en stapte aan de kant om een tent, een luchtbed en een doos cd’s te ontwijken. Ik deed het licht aan en klom met een hand boven mijn hoofd het gammele trapje op.

‘Jeezes,’ zei ik, en keek om me heen als een schichtige pionier over van indianen vergeven bergen.

‘Zó erg?’ zei B onder me, een kromme plumeau in haar hand.

‘Erger.’

Ik gaf haar wat dozen aan en ontdekte dat die dingen vier rijen dik stonden. We haalden alles naar beneden en maakten hoopjes: weg, kringloop en houden. De stapel houden werd al snel te groot en moest nog eens nagelopen worden. Toen het klaar was verplaatsten we ons naar de boekenkasten.

‘Dat gaat nooit lukken,’ zei B, die me al jaren aan banden probeert te leggen waar het om de voorraad literatuur gaat.

Manisch als ik de laatste dagen ben, dacht ik van wel. Ik besloot alleen die boeken te houden die me op zo’n manier geraakt hadden dat ik het bij het zien ervan herleefde, dat verhaal, die tijd van mijn leven; hoe het licht toen was.

Met elk boek dat ik liet gaan voelde ik me vrijer, lichter. Alsof ik alleen die verhalen nog mee zou dragen die er echt toe deden.

‘Minder en beter,’ zei ik tegen B terwijl ik Nicole Krauss tot de kringloop veroordeelde.

Toen we door haar schriften en mappen met aantekeningen gingen hakte ook B dikke knopen door, en in de avond waren we doodmoe en zo’n driehonderd kilo kwijt. We hadden onze wereld iets verkleind, en zo misschien ook scherpgesteld op dat ene verhaal, het mooiste van allemaal –  vergeef me, ik luister naar Jacques Brel terwijl ik dit tik –

het verhaal van B en mij.

_____________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. In 2016 verscheen zijn sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

Reageer >
 

Iskander

22 april 2018 (8:39) | Merijn de Boer | Geen reacties

IMG_6893Ik mis Wim Brands. We deelden (onder andere) een liefde voor het werk van Jacques Gans. Een enigszins onbekende auteur ontdekken die meteen een van je lievelingsschrijvers wordt, en dat te weten na het lezen van slechts één pagina, is een van de gelukkigmakendste dingen in het leven. Ik las de eerste pagina van Gans’ roman Liefde en goudvissen in boekhandel Het Ivoren Aapje in Brussel. Dat was in 2006. Ik wist meteen dat hij een van mijn lievelingsschrijvers zou worden. Ik heb het vaak met Wim over Gans gehad.

Vandaag, 22 april 2018, ontdekte ik het werk van Fazil Iskander (1929–2016), een Abchazische schrijver wiens toon en humor doen denken aan Gogol, en ook wel een beetje aan Gans. Na het lezen van de eerste pagina van Sterrenbeeld Geitegems (in 1980 verschenen bij Van Oorschot) wist ik dat ik al het vertaalde werk van Iskander wil lezen. Al googelend kwam ik een stukje tegen van Wim in het Leidsch Dagblad van 21 september 1989, nu bijna dertig jaar geleden, waarin hij schrijft over zijn ontdekking van het werk van Fazil Iskander.

Reageer >
 

Vuitton-tank, Chinese kunst in Brabant

19 april 2018 (8:00) | Menno Hartman | Geen reacties

804c6d728085b9a0235beb1889a90c8aOp de grond ligt een tank van leer, die, indien opgevuld, volgestouwd een tank op ware grote zou zijn. Alle details zijn aanwezig, en alles gemaakt van hoogwaardig gelooid Italiaans leer, van het soort waar Louis Vuitton zijn tassen van maakt, of Versace.

Kunstenaar He Xiangyu beweert dat het niet zoveel met het Tiananmen incident in 1989 te maken heeft. 1989 staat de meeste mensen in het Westen het best voor ogen vanwege het iconisch beeld van een man die met twee boodschappentassen een tank tracht tegen te houden. Wanneer je nu een tank maakt van het materiaal waarvan je tassen maakt kun je dat op een aantal manieren interpreteren. Een tas is zinloos en heeft zijn functie verloren wanneer hij volledig leeg is, of hij wacht op een moment dat zijn leven als tas weer echt gaat beginnen: als hij volgestopt en gebruikt wordt. Een tank als lege tas wacht. Op het moment tot het weer gaat beginnen, is in die zin dreigender dan zo maar een tas. Iemand hoeft maar te besluiten dat de tas-tank weer nodig is, misschien iemand met de grillen van een rijke elite. De Vuitton en Versace associatie is niet door mij bedacht, maar door de kunstenaar medegedeeld.

Door een tank tot tas te maken, maak je hem ook kleiner. Het is nu de boodschappentas tegen een elite-tas. Tas tegen tas, dat is gelijkwaardiger. Zo machteloos als de boodschappentas de dappere Chinees in 1989 leek te maken, zo machteloos is deze slappe Vuitton-tank eigenlijk ook. Dit idee stelt eigenlijk de boodschappentassen en de tank gelijk. Het probleem van een repressief bewind is dus een probleem van onderdrukker en onderdrukten gelijkelijk.

youyu_ni_forest-2--2_w800_004011In het Noord-Brabants Museum is een tentoonstelling van moderne Chinese kunst uit de verzameling van de Zwitserse zakenman/diplomaat Uli Sigg. Het is een hele mooie tentoonstelling waar maatschappijkritiek, plezier in vernieuwing en verwijzing naar traditie samengaan. China heeft niet alleen een millennialange kunst- en nijverheidstraditie, het heeft op Westerse kunst bovendien voor dat het zichzelf kan oprekken door naar de Ander, het Westen te verwijzen. Westerse kunst verwijst zelden naar iets anders dan zichzelf, het is in die zin soms te zien als geïmplodeerd. Chinese kunst refereert wel heel vaak naar de rest van de wereld  en is daarom voor Westerse ogen ook heel goed te waarderen. Daarbij kent het een plezierige balans tussen traditie en vernieuwing.

Een schitterend voorbeeld is het uit gedroogde kalfshuid – van het type dat honden krijgen om op te knauwen, geen tentoonstelling voor veganisten realiseer ik me nu – Potalapaleis in Lhasa, Tibet. Het ding zweeft, is prachtig, is kunst en aanklacht in een. Probeer je voor te stellen hoe een streng vegetarische gevluchte Tibetaans boeddhistische monnik naar dit werk kijkt.  Een ander voorbeeld is dat van twee heel grote schilderijen van bossen van Ni Youyu, Forest I en Forest II. Een Westers bos, met stammen, strak in het gelid, de bomen dragen jaartallen die de levens van grote Westerse filosofen aanduiden. De andere is een Aziatisch bos, grilliger, met uitbottende takken, levender eigenlijk naar het lijkt (of naar mijn smaak). Dit is de directste verwijzing naar botsende of vergelijkbare werelden. En je voelt je opeens door deze weergave ook gevangen in het monumentale karakter van de Westerse kunst en ideeëngeschiedenis.

Zo bevrijdt deze kunst de Westerse kijker. Nu de gemiddelde Chinees nog.

—-

IMG_6285Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade, droomt altijd over reizen.

Reageer >
 

< 1960 < 1970 < 1980 < 1990 < 2000 < 2010 <2020
 
2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018
 
Nr.470
 
bestel
 
 
voorpagina