Alles is OKÉ – een momentopname

18 september 2019 (9:15) | Gilles van der Loo | Geen reacties

IMG_2330Net als vorige week zaten we in de Hegeraad, maar Ivo smurfte beduidend anders. De presentatie van zijn boek was achter de rug, de Roode Bioscoop had vol gezeten en wij, zijn gasten, waren met goesting om te lezen huiswaarts gegaan.

Sommigen van ons waren op weg naar huis dus nog even langs de Hegeraad gefietst. Er waren weer bar-eieren (een 9 geproefd, maar ook een 7+, niet heel constant, deze keuken), één fluitje werd er drie werden er zes.

Jasper had mooi gesproken, vonden we. Thomas ook: hij had Alles is OKÉ gelezen en begrepen en iedereen vond zijn verhaal grappig, warm en slim. Ik vroeg me af hoe lang men Thomas’ leeftijd nog mee zou blijven rekenen in wat die man allemaal goed kan.

Bij dertig houdt dat toch een keer op, leek me; dan is het gewoon knap, niet knap voor een negenentwintigjarige. Nog acht maanden en het zit er goddank op. Mocht Thomas me nodig hebben, dan kom ik op zijn verjaardag om te helpen met de transitie.

Paul en Sarah waren afgehaakt zonder opgaaf van een echte reden, maar we hadden Rob nog, Elke, Renske, Jan en Ivo die dus een ander mens leek, hoewel die mens niet per sé Hans was.

Ivo had passages gelezen, op de vleugel begeleid door Marie Francois. Marie speelde een klassiek stuk dat Ivo’s moeder in haar goede jaren spelen kon. Een mooi maar lastig stuk, zoveel was duidelijk. Ik ga hier niet opschrijven wat het was omdat ik me altijd erger aan het droppen van de namen van klassieke stukken in proza.

Deels is dat omdat die namen me niets zeggen, en deels omdat ik vind dat je me een sfeer moet laten voelen in plaats van hem aan te halen. Vaak vind ik het droppen van klassiek en jazz ook pedant, of getuigen van een heule grote blinde vlek.

Dit geldt allemaal niet voor het boek van Ivo, waar die muziek van autobiografisch belang is. Ik weet dit zeker hoewel ik er nog niet aan ben begonnen vanwege die drie fluitjes die er zes werden, en nu weer vanwege dit blog dat ik eigenlijk gisterenavond had willen schrijven.

Ik was jaloers geweest op hoe goed Ivo zijn eigen werk las. Fijn om naar te kijken en luisteren; eindelijk een schrijver die zijn teksten recht kon doen. Zelf ben ik dat zeker niet.

Wat er anders was aan Ivo was dat hij straalde. Ik kan het zo gauw (nog vijf minuten en dit blog moet online) niet anders zeggen: binnen zeven dagen was hij van defaitisme naar een goede hoop op wereldheerschappij gegaan.

Ik bedacht dat alles een momentopname is en dat lange perioden van geluk alleen maar in herinnering bestaan*. Door momenten vast te leggen zoals ik hier doe, maken we er iets schijnbaar voortdurends van.

Dat leek me zowel de bedoeling als niet de bedoeling.

* dank, Maarten Spanjer

________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en recensent. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

 

Reageer >
 

Een currygeel trompetje

16 september 2019 (9:00) | Berthe Spoelstra | Geen reacties

Foto Sanne Peper /Tim Linde in Buut De Naderende Dood

Vannacht droomde ik dat er een nieuwe besmettelijke ziekte uitbrak. Steeds meer mensen kregen een toeter op hun voorhoofd. Sommigen links, anderen rechts. Er druppelde currygele gal uit. Het trompetje was zo’n 3 cm lang, in allerlei huidskleurschakeringen zoals bij The Simpsons of emoji’s.

Misschien kwam het omdat ik die avond bloemkoolrijst-curry had gemaakt. Of omdat ik momenteel meewerk aan het toneelstuk La Pretenza  (een bewerking van de roman Il Gattopardo van Tomasi di Lampedusa uit 1958). Hierin speelt Tim Linde een mooie rol. In een vorig stuk van het regieduo Hulst & Tarenskeen was hij van top tot teen geel geschminkt als uiterlijk symbool van zijn innerlijk lijden. Het nieuwe stuk La Pretenza gaat over populisme oftewel ‘alles moet veranderen opdat alles hetzelfde blijft’.

Of ik droomde over toeteren omdat ik afgelopen vrijdag (i.h.k.v. Prinsjesfestival) samen met NRC een re-enactment organiseerde van de Kamerdebatten over de invoering van het vrouwenkiesrecht 100 jaar geleden. Toen waren de mannen aan het woord (op Suze Groeneweg na, de eerste vrouw in de Tweede Kamer). Nu werden exact dezelfde woorden* op exact dezelfde plaats (de Oude Zaal van de Tweede Kamer) uitgesproken door uitsluitend vrouwelijke politici.

“Het feit dat het een logische eis is, dat ook aan de vrouwen het kiesrecht wordt gegeven, vind ik een bewijs te meer dat aan een kwade boom kwade vruchten groeien. De boom is er nu eenmaal, maar ik heb die niet helpen planten en ik ben dus niet verplicht alle vruchten die de boom oplevert te plukken.” De woorden van Jacob de Wilde (Anti Revolutionaire Partij) waren even scherp als eloquent. De rol werd afgelopen vrijdag vertolkt door Lousewies van der Laan.

Nu is in de samenleving als geheel een dergelijke eloquentie ver te zoeken. De kort-door-de-bocht-vrijheid-van-meningsuiting is, vooral  via sociale media, uitgegroeid tot de holy grail van de liberale samenleving. Daan Roovers spreekt hierover in het boekje dat verscheen bij haar aantreden als Denker des Vaderlands.  Mijn moeder raadde het boekje aan, dus ik las het afgelopen week meteen.

“Ik zou willen dat mensen minstens evenveel waarde zouden hechten aan meningsvorming als aan meningsuiting,” zegt Roovers. En ze zet uiteen hoe vrijheid van meningsuiting niet langer wordt gezien als een politiek recht maar als het privilege hoogst persoonlijke opvattingen opgeblazen en uitvergroot de publieke ruimte in te sturen. Het recht dus om gedachten en gevoelens ongefilterd als currygele gal naar buiten te laten lekken.

En toen droomde ik over een gruwelijke toeterziekte. Aanvankelijk schaamde men zich diep. Om besmetting te voorkomen werd het nieuwe orgaan in donker plastic gehuld. Het hielp niet. Steeds meer mensen begonnen geel te lekken en ook op mijn lichaam groeiden trompetjes als paddenstoelen in de herfst. Daarna werd alles vaag.

*Mark Kranenburg en Titia Ketelaar (NRC) maakten een compilatie van het oorspronkelijke debat dat drie dagen duurde.

 

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Recent kwam haar debuutroman Schemerland uit (Van Oorschot 2019). Voor Tirade schrijft ze over theater en literatuur.

foto Bas de Brouwer

 

Reageer >
 

American Carnage (2)

14 september 2019 (7:29) | Arjen van Lith | Geen reacties

Trump liggend

Pennsylvania is een battleground state, dus ik werk hier met de gordijnen dicht. Hoewel onze buurt op het eerste gezicht progressief aandoet – de Whole Foods zit om de hoek – zal het heus niet de eerste keer zijn dat een toevallig verdwaalde deplorable kans ziet een minutieus voorbereide protestactie te saboteren. Je kunt als verzetsheld niet voorzichtig genoeg zijn.

Mijn project (werktitel: Individual #1) heeft de theoretische fase definitief achter zich gelaten. Na maandenlang veilig ontwerpen en bijschaven vanachter mijn laptop is nu het moment gekomen om het daadwerkelijk gestalte te geven.

Trump under construction1

Om de autoriteiten op een dwaalspoor te brengen, bestel ik mijn materialen bij verschillende leveranciers verspreid over heel Amerika: het papier komt uit Austin, de lijm koop ik onder een schuilnaam op Amazon* en scharen en precisiemesjes reken ik contant af bij de plaatselijke Target, waar het personeel te onverschillig is om me ooit in een eventuele line-up te herkennen.

In een eerdere column had ik al een schets prijsgegeven, geboren uit pure ergernis: overal zie ik Donald Trump geportretteerd als een jengelende Twitterbaby, als rat of als clown, maar zelden als wat hij in werkelijkheid is – een dictatoriale egomaan, in het zadel geholpen met hulp van Rusland. Vandaar dus ook die brutalistische trekjes.

Het is veel te gemakkelijk om hem als een cartoon af te beelden. Te onschuldig. Een standbeeld van een dictator is per definitie geen karikatuur, maar juist een weerslag van zijn meest heroïsche versie, larger than life, glimmend en onoverwinnelijk, de blik gericht op een dystopisch ideaalpunt aan de horizon. En: hoe groter, hoe beter.

Trump under construction2

Tot nu toe was dit beeld een geheim soloproject, alleen bekend bij een paar naasten, maar nu heb ik handlangers nodig. Amerikaanse handlangers in een vreemde stad, met alle risico’s van dien. Bovenstaande afbeeldingen zijn slechts van een schaalmodel; het uiteindelijke hoofd moet ongeveer zo groot worden als een Fiat 500. Dat betekent dat ik minimaal een nieuwe beste vriend met een garagedeur nodig heb.

Morgenavond ontvangen we onze eerste eters in Pittsburgh: een vrijzinnig echtpaar met een schakelbungalow en connecties in de activistische hoek. Ik heb vier copieuze gangen voorbereid, aangevuld met een bedwelmend wijnarrangement. Na het hoofdgerecht kan het ronselen beginnen.

___________________

* Ik deel een account met mijn M.

De kop hoort op z’n kant te liggen, zoals het omvergetrokken standbeeld van een tiran na een oorlog of opstand (zie Saddam Hoessein in 2003, of Lenin, Stalin en andere communistische leiders na de val van de Sovjet-Unie). Voor Trump is het voorlopig nog niet zover, maar ik heb goede hoop op de verkiezingen van 2020.

Arjen van Lith (1971) is schrijver, journalist en kunstenaar. Dit Trump-beeld is zijn eerste experiment in 3D. Grafisch werk van zijn hand verscheen eerder in het tijdschrift Paleo Psycho Pop (1999, 2001) en is opgenomen in de Free International University World Art Collection (F.I.U.).

Reageer >
 

Michail

13 september 2019 (8:43) | Eline Helmer | Geen reacties

illustratie van Anna Borisova

illustratie van Anna Borisova

‘Hallo schoonheid, hopelijk vind je het niet erg dat ik naast je kom zitten.’

Een vrij dikke man van rond de vijftig die zich voorstelt als Michail propt zich naast me op het bankje in de bus. Of zijn grote omvang komt doordat hij dik is, zoveel lagen kleding draagt of beide is niet helemaal duidelijk. Resultaat is echter hetzelfde, ik word tegen het vettige raampje van de bus gedrukt. Hij werpt een blik op mijn boek.

‘Je studeert zelfs in de bus? Welke taal is dat?’

Kort stel ik me voor.

‘Ik ben zelf een halve Duitser, in ben geboren in Stuttgart. Ik ben een kunstenaar, ik schilder, doe mozaïek, eigenlijk ben ik een soort homo universalis, ik zing ook nog buitengewoon goed opera namelijk, in het Italiaans, begrijp je? Maar weet je, schilderen is makkelijk, zelf kinderen kunnen het. Toen ik klein was schilderde ik op de ramen wanneer het vroor. Ik kreeg van iedereen applaus. Ben jij getrouwd? Nee? Hoe is het mogelijk, zo’n mooi meisje. Laat mij je advies geven, trouw een Duitser, die zijn netjes. Heb je zelfs geen vriendje? Weet je wat, laat mij je vriendje zijn, ik zal je bloemen brengen. Ik zal je leren schilderen, ik geef je een kwast en allemaal verschillende kleuren verf, je zult zien dat het je lukt. Het belangrijkste is dat je je hand traint, kijk zo.’

Steunend peutert hij een mini kladblokje uit zijn borstzak en trekt het potlood dat ik toevallig vast had vlug uit mijn hand. Hij kijkt me aandachtig aan en begint op het papiertje te krabbelen. Even denk ik hoe cool het zou zijn als hij me nu echt aan het tekenen zou zijn, als hij zo dat papiertje omdraait en er een echt portret staat. Hij laat mij het resultaat zien, een paar krassen en wat puntjes.

‘Kijk, je moet je hand gewoon trainen snap je. Luister, ik ga je mijn telefoonnummer geven.’

Hij begint te schrijven maar voordat het eerste cijfer goed en wel op papier staat trekt de bus plotseling op en schiet hij uit.

‘Kijk, ik ben dus een Duitser, ik hou van orde. Zo kan ik niet verder schrijven. We zullen moeten wachten tot de volgende bushalte, dan schrijf ik verder.’

Een aantal haltes verder staat het nummer op papier met daaronder ‘Michail, Kunstenaar.’

‘Mag ik ook even jouw nummer? Je hoeft voor mij niet bang te zijn hoor, ik heb een dochter zoals jij, ze is muzikant en speelt piano in het verre Oosten van Rusland. Ik moet nu naar een bespreking voor mijn werk, geef me je hand.’

Ik leg aarzelend mijn hand in zijn eelterige palm. De rug van mijn hand schuurt langs zijn stoppelbaard voor hij er met zijn ruwe lippen een kus op drukt.

‘Tot ziens, schoonheid!’

Ik kijk Michail na terwijl hij door de regen wegslentert. Romantisch eigenlijk, zo’n kunstenaar, denk ik bij mezelf. Terwijl de bus weer optrekt zie ik net hoe Michail vooroverbuigend zijn neusgaten leegt op het trottoir.

 

Eline Helmer (1993) begon na een BA Antropologie (University College Utrecht) en MSc Russische en Oost-Europese Studies (University of Oxford) in 2017 aan een PhD (University College Londen). Ze woont en werkt sinds 2015 in Rusland; eerst één jaar in Pskov, daarna in Sint-Petersburg en ze portretteerde voor Tirade mensen die ze ontmoet.

 

Reageer >
 

Alles is OKÉ

11 september 2019 (8:58) | Gilles van der Loo | Geen reacties

IMG_2246Afgelopen vrijdag dronk ik fluitjes met vriend-collega Ivo. Ik was blij hem mee te kunnen nemen naar een uitstekend café dat hij nog niet kende, en at een bar-ei hoewel ik niet aan het werk was.

Het ei was een solide 9+, wat veel meer over een café zegt dan alleen het vermogen van de barman een timer te zetten*.

Ivo nam ook een ei, pelde en praatte over zijn komende week te presenteren roman Alles is oké. Eigenlijk vertelde hij vooral over zijn gebrek aan zin in de aanstaande periode.

Omdat ik nog maar drie boeken heb geschreven en Ivo straks zijn vijfde titel het ongewisse in duwt, houd ik er in gesprekken met hem altijd rekening mee dat hij meer weet dan ik, en zo luisterde ik een tijdje semi-aandachtig naar zijn gesmurf over dalende verkopen en aanverwante ellende; over niet begrepen of gezien worden, en waar we het toch allemaal voor doen.

Ongeacht de droge plop die tegenwoordig na de meeste lanceringen te horen is, kan ik bijna niet wachten op die fijne fase rond de presentatie van mijn volgende boek. Ivo vertelde me niets nieuws, maar als de schrijver zélf al niet meer uitziet naar het verschijnen van zijn roman…

Als je het niet voor jezelf doet, dacht ik, doe het dan voor Alles is oké. Onze kinderen noch onze boeken zijn ermee geholpen dat we hen ons pessimisme opdringen.

Gelukkig is het makkelijk lachen met Ivo. Binnen een paar rondjes lichtte de avond op, en tegen twaalven fietste hij misschien iets opgewekter weg dan hij gekomen was.

Was de auteur zelf niet in staat te juichen voor dit boek, dacht ik, dan zou ík er zijn om Alles is oké op weg te helpen, als een naïeve maar geliefde peetoom.

* zie Laura van der Haar in de Volkskrant van 13-08-19.

________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en recensent. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

 

Reageer >
 

Van vergeten het dopje op de tube tandpasta te draaien tot Brexit

9 september 2019 (9:00) | Berthe Spoelstra | Geen reacties

 

Speak Bitterness foto Hugo Glendinning

Nergens is overlopen zo letterlijk als in het Britse House of Commons. Politiek is daar altijd al tamelijk theatraal geweest, maar de laatste tijd denkt de rest van de wereld meer dan ooit aan Shakespeare.

Zelf denk ik vooral aan de Britse theatergroep Forced Entertainment. Rond de oorspronkelijk beoogde datum van Brexit, 1 april (!) 2019, waren zij in Amsterdam. De leden van het collectief wilden op die angstaanjagende datum stevige voet aan Europees vasteland hebben en nodigden zichzelf uit in Frascati Theater. Op 29 maart speelden zij tot middernacht hun 6 uur durende voorstelling Speak Bitterness.

Daarin verhoudt het collectief zich tot moderne manieren van schuldbelijdenis zoals we dat dagelijks zien in parlementen, praatprogramma’s, kerken en showprocessen. De groep heeft zichzelf tot taak gesteld àlles wat is misgegaan te bekennen, van kleine dagelijkse dingen tot aan de grote mondiale tragedies. Van vergeten het dopje op de tube tandpasta te draaien tot genocide en dus ook Brexit. Ik heb begrepen dat er ook avonden zijn geweest die 24 uur duurden.

In die 6 uur ben ik maar één keer naar de wc geweest. Je kon ook tussendoor gaan roken of zelfs eten. Maar de 6 acteurs vraten zich zonder onderbreking al improviserend door deze avond zelfbevlekking heen. Afwisselend waren ze kalm, gekweld, kwaad. In wisselende formaties sloten ze mini-bondgenootschappen, die even later onherroepelijk weer werden opgebroken door een volgende fanatieke stoker. Binnen het collectief woedde een schitterende machtsstrijd, even politiek als menselijk. Ik vond het een simpele én treffende litanie van menselijk wangedrag. En een fascinerend voorbeeld hoe kunst politiek relevant kan zijn, net als in Shakespeares tijd.

Overigens moest Shakespeare zelf destijds (grofweg tussen 1585 en 1613) voorzichtig zijn met politieke uitspraken.  Zijn koningsdrama’s schreven tenslotte een moderne geschiedenis van directe voorgangers van de op dat moment heersende vorst. Niets is gevaarlijker dan uit de gratie vallen bij een regerende machthebber. Dat was het geval rond 1600 in Engeland en dat is nog steeds zo in grote delen van de wereld. En ook als je kop niet wordt afgehakt is het wel handiger om bij de winnende partij te horen. Misschien gaan toneel, literatuur en politiek uiteindelijk altijd over wie bij wie in het gevlij wil komen, persoonlijk en politiek.

Claire Marshall, kernlid van Forced Entertainment, zei op de avond van de 29e maart in een item van Nieuwsuur met onvervalste Britse humor: ‘At least we can’t build a wall’.

All the world’s a stage, and all the men and women merely players. Dat bewijzen Forced Entertainment en het Britse parlement met hun respectievelijke live improvised Shakespearean-House-of-Cards. Theater is politiek en politiek is theatraal entertainment.

 

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Recent kwam haar debuutroman Schemerland uit (Van Oorschot 2019). Voor Tirade schrijft ze over theater en literatuur.

foto Bas de Brouwer

 

 

Reageer >
 

Badr Hari

7 september 2019 (14:49) | Jente Jong | Geen reacties

Op woensdagochtend kwart voor zeven wandel ik naar de sportschool. Het gebouw bevindt zich op nog geen drie minuten lopen van mijn huis. Feloranje letters op de gevel: Shape All In, hier kun je onbeperkt in vorm geraken, je hoeft alleen maar binnen te stappen. De leraar begroet me met een latte macchiato in de lucht. Vanochtend had ik niet eens tijd voor een kop thee. De banaan, die ik tijdens het mezelf in een legging hijsen at, weegt zwaar op mijn maag.

Een paar dagen eerder, na een overvolle pilatesles in een zonovergoten lokaal, trof ik de leraar aan de bar, samen met een personal trainer. Ze delen een naam, voor het gemak noem ik ze even P1 (leraar) en P2 (personal trainer). ‘Wanneer kom je weer eens naar mijn les?’ vroeg P1. Voor ik een excuus kon verzinnen, riep P2: ‘Weet je hoe ik haar noem, sinds ik haar een keer zag sparren? Badr Hari.’ P1 pakte zijn kans: ‘Jij komt woensdag naar de les, Badrtje.’ Voor het eerst van zijn leven durfde Badr Hari niet in te grijpen.

Van de drie deelnemers in de les ben ik de enige die niet in de ring heeft gestaan. Zij wel. Ze deelden klappen uit, en knapper nog: ze vingen ze op. Als ik ook maar denk aan het vechten van een kickbokswedstrijd breekt het zweet me uit.
Ik werk met L. Ze is een kop groter dan ik. Ik probeer mijn vuisten zo hard mogelijk in haar handschoenen te planten. De trap die ik haar geef verdedigt ze moeiteloos. Op de tegenaanval reageer ik te laat. ‘Je werkt veel te hard,’ stelt L. ‘Ik moet wel,’ snauw ik haar toe. Ik geef haar een linkse directe, die ze blokkeert. Een felle trap haalt me bijna onderuit. ‘Minder hard werken, meer vertrouwen.’

Ik doe niet aan half werk. Zeg dat je met mij een huis wilt kopen en ik heb de volgende dag vijf bezichtigingen ingepland. Voor iedere auditie leer ik voor de zekerheid ook de tekst van de tegenspeler. Aan iedere reis gaat uitvoerig vooronderzoek vooraf. Mijn boeken staan op alfabetische volgorde, niemand mag er zonder toestemming een pakken.
Een jaar geleden rond deze tijd zette een vriendin kruizen in mijn agenda, terwijl ik huilend naast haar zat.

Zodra ik de kleedkamer uitloop ga ik na hoeveel onbeantwoorde e-mails ik heb. Zeventien. De eerste versie van mijn tweede boek ligt thuis op me te wachten, ik moet schrijven. Een meisje zet het terras van de Bagels & Beans buiten. Op haar gemak haalt ze een dampend geel doekje over de plastic stoelen. Alsof iemand daar gaat zitten om acht uur ’s ochtends.
Ik neem plaats en bestel een kop thee.

Jente

Jente Jong werkt als actrice, theatermaker en schrijver. In 2017 debuteerde ze met de roman Het intieme vreemde bij uitgeverij Querido. Daarnaast schrijft ze toneelstukken voor onder andere de Toneelmakerij en toert ze met een jeugdvoorstelling en poëzieprogramma. Voor Tirade schrijft ze over haar (eerste) stappen in de schrijverswereld.

 

Reageer >
 

Britse humor – the Ascent of Rum Brexit

5 september 2019 (11:42) | Menno Hartman | Geen reacties

9781784875299Malicious pleasure voel ik – ik kan het niet anders zeggen, een intens genoegen, deels ook doordat ik me voorstel wat Theresa May moet voelen – wanneer ik nu naar Boris Johnson kijk. Als een staatsvorm voldoende gecompliceerd is opgebouwd loopt ook een egotist als Johnson erop stuk.

‘s avond laat lees ik het flauwste boek dat ik ooit las in de mooiste uitgave: W. E. Bowman’s The Ascent of  Rum Doodle, in een gelimiteerde uitgave van Hatchard’s boekhandel in London, nummer 1.823 van 2.000.

Het is een Britse flauwheid die je eigenlijk maar net aan kunt, een parodie op de bergbeklimverhalen uit de jaren ’50, met dit type humor:

“I scribbled a message:

‘Please tell me what to do’

I wrapped this around the neck of a champagne bottle, tied the line round it and lowered it into the crevasse.

I gave them five minutes to reply and hauled up the line. The message read: ‘Send down another bottle.'”

 

Het is moeilijk te beschrijven wat voor flauwigheid dit precies is. Het begint al met de route finder Humphrey Jungle die tijdens de voorbereidende gesprekken steeds telegrammen stuurt dat hij de verkeerde afslag heeft genomen of op een verkeerde trein gestapt is. Een soort navigator dat UK nu door de Brexit moet leiden: Alexander Boris de Pfeffel Johnson. Zelfs zijn naam heeft iets onmiddellijk kolderieks. Hij pfeffelt zijn eilandgenoten de penarie in. Gaandeweg wordt de beklimming van de Rum Doodle steeds meer een prachtig beeld voor de Brexit: welgemutst, met een verzameling totale malloten een klus klaren die te groot is, van aanvang af al niet goed doordacht, begeleid door montere debielen die steeds aan iets anders denken dan het belang van de groep. Lachen!

Als het niet zo droevig was. De meeste Britten die ik ken gaan letterlijk huilen als ik erover begin.

Een diepe liefde voor bijna alles wat Engels is doet mij op de punt van mijn stoel de ontwikkelingen volgen. Kom terug! Of zoek tenminste een waardig team!

‘It was a fitting farewell from a mighty mountain. Burley put his hand on my shoulder, and together we made our way through gathering darkness to our halting-place in the valley.’

 

 

IMG_6285

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

 

Reageer >
 

Q&A op de Polytechnische Universiteit van Sint-Petersburg

5 september 2019 (10:57) | Eline Helmer | Geen reacties

illustratie van Nikita Klimov

illustratie van Nikita Klimov

‘Wat verstaat u onder ‘de nabije toekomst?’

De professor begint een verhaal over modellen en prognoses, maar wordt onderbroken door de directeur.

‘Hoeveel jaar? Noem gewoon een nummer! Hoe moeilijk kan het zijn zeg…’

De professor begint weer te stamelen over modellen.

‘Een num-mer!’ buldert de directeur.

‘Twintig tot dertig jaar,’ mompelt de spreker snel.

‘Kijk! Zie je nou wel dat je het kan.’

De tweede vraag: ‘Denk je dat de Arctische regio een belangrijke rol zal spelen in de overgang naar duurzame energie?’

De professor opent zijn mond voor een lekker lang antwoord, maar kijkt dan huiverig naar de directeur. Deze heeft zijn blik al strak op de professor gericht en schreeuwt meteen:

‘Zeg ja of nee! Je bent toch een professor? JA OF NEE?’

 

Eline Helmer (1993) begon na een BA Antropologie (University College Utrecht) en MSc Russische en Oost-Europese Studies (University of Oxford) in 2017 aan een PhD (University College Londen). Ze woont en werkt sinds 2015 in Rusland; eerst één jaar in Pskov, daarna in Sint-Petersburg en portretteert voor Tirade mensen die ze ontmoet

Reageer >
 

Liegen tegen kinderen

4 september 2019 (9:07) | Gilles van der Loo | Geen reacties

74C262FC-A204-40DD-95F0-5A9C43E1008AWat zijn de gevolgen van liegen tegen je kinderen?

Al is het een beetje off season: is Sinterklaas opvoedkundig gezien van belang? Is het waardevol als onze kinderen op jonge leeftijd ontdekken dat ze met hun hele hebben en houden in een leugen zijn getrapt?

Niet liegen leert hen dat volwassenen betrouwbaar zijn, dat de wereld zoals kinderen die van ons aannemen klopt.

In mijn jeugd waren geesten (Brabant, don’t ask) even aannemelijk als algebra en weersvoorspellingen. Verloor ik iets toen ik besloot dat het hiernamaals niet bestaat?

Mensen die zijn opgevoed met god en atheïst worden, blijven zitten met de realiteit en het gat dat god daarin achterliet. Dat vacuüm vulde zich in de jaren ’60 met het paranormale.

Babyboomers zijn in mijn ervaring dol op alternatieve geneeswijzen.

Nadim, nu zeven, wil met me naar een winkel in geneeskrachtige stenen. Hij wil een ketting met een bergkristal eraan, en heeft de inhoud van zijn spaarpot ingezet op zo’n toverhanger. De afgelopen dagen gingen we meermaals langs, en steeds was die winkel dicht: alsof ze me aan voelden komen.

Op de fiets, na school, hadden we het erover.

‘Zo’n steen,’ zei mijn jongen, ‘is miljoenen jaren oud, en ik vind ze zo mooi.’

Ik nam een bocht, zeilde een brug over en hield Nadim stabiel op de stang met de binnenkant van mijn armen.

‘Sommige stenen,’ zei hij, ‘zijn goed voor je ogen en andere tegen hoofdpijn en zo.’

‘Dat is niet waar.’

‘Mensen zeggen dat.’

‘De verhalen zijn prima, als je maar weet dat ze niet waar zijn.’

‘Heb jij dan vroeger geneeskrachtige stenen gehad die niet werkten?’

‘Ik had stenen en die deden niks.’

‘Maar het had dus wel gekúnd, dat ze geneeskrachtig waren. Alleen je merkte het niet.’

Ik dacht aan hoe ik niet geloof in een werkelijkheid buiten de zichtbare, en aan zo’n beetje al mijn verhalen, waarin een magisch-realistische component zit. Dat gat waarmee de generatie van mijn ouders kampte heb ik ook, en ik vul het net als zij met fictie.

________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en recensent. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

 

Reageer >
 

< 1960 < 1970 < 1980 < 1990 < 2000 < 2010 <2020
 
2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
 
Nr.474/475
 
 
voorpagina