Porto

29 juni 2016 (8:43) | Gilles van der Loo | Geen reacties

IMG_1988Om kwart voor vier in de ochtend kwam ik bij Arie aan. Ik riep zijn naam vanaf de straat zoals ik altijd doe, en de deur ging open. Boris bleek er al te zijn en droeg een grijze rugtas over beide schouders. Ondanks zijn leeftijd maakte de tas een sterk uitvergrote brugklasser van hem.

Arie belde een taxi. We stapten in en lieten ons naar Schiphol rijden, waar we binnen acht minuten door de douane waren en anderhalf uur lang extreem vieze koffie dronken omdat Arie niet naar Starbucks wilde.

Een stedentrip naar Porto leek me altijd meer iets voor vrouwen van onze leeftijd, maar in het vliegtuig zaten opvallend veel mannen van onze leeftijd. De zon kwam op toen we halverwege Frankrijk waren, en Arie snurkte links van me terwijl Boris om de zoveel tijd gewekt werd door stewardessen die niet langs zijn uitgestrekte benen in het gangpad konden.

Het was warm, in Porto. We liepen uren rond en daalden daarna af naar de rivier, waar we Gin-Tonics bestelden op de kade toen het voelde als een volwassen moment om met een drankje te beginnen. Vlak voordat Arie echt niet meer zou willen eten, sleepten Boris en ik hem mee naar een restaurant. We aten varkenswangen die gegaard leken in boter, maar de kool was heerlijk en de wijn goed.

IMG_1973

Ons appartement bleek op het dak van een parkeergarage te liggen, waarvan de bovenste verdieping was omgebouwd tot een van de best bezochte nachtclubs van de stad. We daalden de wenteltrap af, dronken te snel en dansten een tijdje. Om vier uur namen we een bups Spaanse kappers mee naar boven voor koud bier op ons terras, en bleek ik tot mijn verbazing het hele oeuvre van Ketama nog te kunnen zingen.

Bij zonsopkomst mochten we eindelijk naar bed, maar ik kan al jaren niet meer slapen op drank. Een paar uur later zat ik gedoucht en aangekleed op een terrasje om de hoek, met een espresso en twee pasteis de nata voor mijn neusIk besefte dat ik vergeten was hoe fijn Portugal is; hoe vriendelijk de mensen zijn.

Ik verslond mijn tweede custardtaartje en vroeg me af hoeveel dagen ik met die dingen zou kunnen ontbijten voordat ik iets anders zou willen eten; bestelde nog een espresso en genoot van het uitstellen van mijn terugkeer naar het appartement, waar mijn lieve vrienden sliepen. De rijkdom van twee hele dagen strekte zich voor me uit, waarin we samen rond zouden lopen, drankjes zouden drinken en elkaar zouden pesten met al het comfort van een gepensioneerd stel.

Terwijl ik terugliep naar ons appartement dacht ik aan mijn boek, dat in het najaar uitkomt. Ik had me voorgenomen pas over nieuwe verhalen te gaan denken als Het jasje van Luis Martín in de winkels ligt, maar merkte dat mijn blik alweer langs de gevels ging, vensters scannend, speurend naar tekenen van de levens erachter.

________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Dit najaar komt zijn roman Het jasje van Luis Martín uit.

 

Reageer >
 

Nieuwe types

27 juni 2016 (11:20) | Roos van Rijswijk | Geen reacties

?????????????Afgelopen zaterdag bezocht ik de afstudeerpresentaties van de tweede lichting ‘nieuwe types’: studenten Creative Writing van ArtEZ. Een boeiende avond, op twee locaties, tussen twee blokken presentaties door moest je van het ene podium naar het andere lopen.

‘Dit zouden ze op alle literaire avonden moeten doen,’ zei mijn gezelschap, en dat kon ik alleen maar beamen.

Er zijn weinig dingen erger dan langzaam verdoofd worden door middel van voordracht; dat je heftige verveling ervaart die op den duur slechts kan resulteren in wild en willekeurig doch luid wenend met armen en benen spartelen, of, als je die neiging kunt onderdrukken, in een totaal ongepaste slappe lach. Uiteraard gebruik ik hier ‘je’ in voetballerszin, ik bedoel er mezelf mee, er schijnen mensen te (hebben) bestaan – vooral in Duitsland en in het oude Griekenland – die uren achtereen in opperste concentratie naar murmelende schrijvers kunnen luisteren.

Enfin. Van gemurmel gelukkig nauwelijks sprake bij deze nieuwe types. Die worden niet alleen als schrijver, maar ook als performer afgeleverd, heel prettig.

Als ik denk aan kunstopleidingen, schrijfopleidingen in het bijzonder, voel ik heel even een stroomschokje spijt door mijn ingewanden gaan. Ik durfde die stap nooit te zetten, onder het mom ‘doe nou maar gewoon zo normaal als binnen je verstandelijke vermogens ligt’ en omdat het nogal wat is, op jezelf gokken. Denken: ik word later kunstenaar, mensen zitten daarop te wachten (denk hier die voetballer weer even bij, overigens). Zelfs toen ik rond m’n vierentwintigste ten langen leste besloot Nederlands te gaan studeren zeurde er iets in mijn achterhoofd dat ik niet zo moeilijk moest doen, helemaal naar de universiteit en alles, ver verwijderd van het normale leven. Maar tenminste was het Een Soort Van Echte Studie, en niet Iets Artistiekerigs.

Er heerst, gelukkig steeds minder maar toch nog altijd, een heel raar idee over schrijfopleidingen. Die zouden helemaal niet nodig zijn. Acteurs moeten geschoold worden, beeldend kunstenaars ook, net als modeontwerpers en illustratoren, maar als je schrijver bent moet de goddelijke inspiratie uit de hemelen nederdalen zonder dat iemand je leert hoe daar vervolgens mee om te gaan. Je wordt geboren met die tochtige zolderkamer om je heen, als het ware.

Maar wat moet het fijn zijn – naast moeilijk en spannend en alles wat bij alle opleidingen komt kijken – om een beetje houvast te hebben, om gewezen te worden op mogelijkheden, om te leren te reflecteren op je eigen (en andermans) werk, alleen al om studiegenoten en docenten om je heen te zien, een netwerk op te bouwen van mensen die met hetzelfde bezig zijn als jij. Nee, niet precies hetzelfde; die nieuwe types bewezen dat ze niet tot het vervaardigen van uniform proza gekneed waren tijdens hun opleiding.

Misschien ben ik al te kritiekloos, misschien worden studenten als ze te weinig woorden schrijven gemarteld met slechte poëzie, van dichtbij voorgedragen door een oude dichter met een rotte adem, tot ze er wél zijn (eigenlijk helemaal geen slecht idee, maar wie ben ik). Het zou me echter niets verbazen als we nog veel van die nieuwe types gaan horen, en lezen uiteraard, en dat we voortaan halverwege literaire avonden even de tent uitgestuurd worden om een blokje om te gaan.

—-

Roos van RijswAAEAAQAAAAAAAASkAAAAJDViMDhlMWE4LTdmMWMtNGE4MC05ZDU2LTQ4NzNkMDU2MTM2Ngijk (1985) is redacteur van Tirade, publiceerde verhalen in diverse literaire tijdschriften en is één van initiatiefnemers van de J.M.A. Biesheuvelprijs. Recentelijk verscheen haar debuutroman, Onheilig (Querido).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reageer >
 

De illusies van Meg Ryan

26 juni 2016 (10:27) | Anne Eekhout | Geen reacties

Meg Ryan voor Tirade (1)Je geloofde in zielsverwanten. In eeuwige liefdes en het lot. Je was namelijk dertien en het waren de hoogtijdagen van romantische komedies met Meg Ryan. We schrijven 1995 en het subject van je verlangen heette Johnny Depp. Je kende hem natuurlijk van de legendarisch deprimerende film What’s eating Gilbert Grape waarin hij de saaie, verstandige oudere broer van Leonardo DiCaprio speelde, maar gelukkig was hij ook Edward Scissorhands en zijn awkward-heid was stond gelijk aan schattigheid van de bovenste plank. En daarbij was hij gewoon heel knap. De Pirates of the Carribean moesten nog geboren worden (behalve Johnny Depp dan).

Hij mocht dan wel achttien jaar ouder zijn, als je zielsverwanten bent doet dat er niet toe. Ook toen al was je bereid de kracht van het geschreven woord onvoorstelbare proporties toe te dichten. Het is gewoon een kwestie van een hele goede brief, dacht je, om hem in te laten zien dat jullie bij elkaar hoorden. Als die brief maar sterk genoeg was, dan kon Johnny er niet omheen. In je allerbeste dertienjarigen-Engels schreef je een brief die ontsproot uit het diepst van je hart, uit alle fantasieën die je koesterde bij een uit de Hitkrant geknipte foto van hem. Het was een gokje, maar je dacht niet dat je ouders moeilijk zouden doen als hij je zou komen opzoeken en zou blijven logeren. Hij was dan wel dertig, hij was ook Johnny Depp. En je schreef, en schrapte, en schreef en schrapte en na drieëntwintig probeersels was de brief af en lag hij in al zijn perfectie te wachten op je bureautje. Op wat? Een adres? Een rijtje postzegels? Achteraf geloof je dat hij lag te wachten tot je kinderlijke naïviteit terug zou keren. Maar je werd alleen maar ouder.

Je eerste vriendje was geen zielsverwant, in elk geval niet de jouwe. Maar de schooluren werden minder verschrikkelijk omdat je nu een vriendje onder je huid droeg. Op het feestje voor je veertiende verjaardag werd je voor de eerste keer dronken, terwijl jouw paardrijdvriendinnen en zijn punkvrienden zich op anachronistische wijze mengden. Je was geen dertien meer.

En al ging het dan natuurlijk drie maanden later gewoon uit, al stopte je met paardrijden omdat je medelijden kreeg met de dieren, al was de brief aan Johnny Depp ergens onder geschoven of als kladpapiertje gebruikt, het gaf allemaal niet. Je was veertien. En alles was zojuist begonnen.

DSC_4034 (2)Anne Eekhout (1981) is zondagblogger voor Tirade. Haar debuutromanDogma (2014) werd genomineerd voor de Bronzen Uil en kwam terecht op de longlist van de AKO-literatuurprijs. Haar tweede roman, Op een nacht, is in maart 2016 verschenen. Dit is haar laatste zondagblog voor Tirade.

Reageer >
 

Klachtbrief (1)

25 juni 2016 (5:54) | Arjen van Lith | Geen reacties

 

beeld-column-39-Klachtbrief

Amsterdam, 25 juni 2016

Geachte directie,

Sinds acht maanden ben ik een toegewijd gebruiker van Hydroclenz, de Dry Scalp & Hair Moisterizing shampoo van Mediceuticals met Advanced Hair Restoration Technology à 37,50 euro per flacon. Mijn kapper, wiens naam ik hier om redenen van privacy achterwege laat, heeft mij dit product als eerste aanbevolen, maar hem neem ik niets kwalijk.

Toegegeven, toen ik half oktober 2015 met uw haarrestauratiesysteem begon, waren de omstandigheden verre van ideaal (u vindt een beknopte geschiedenis van mijn hoofdhaar in bijlage 1). De dekkingsgraad van mijn kruin naderde al vóór mijn kennismaking met Mediceuticals de kritieke limiet van 40 procent. Daarnaast was mijn haargrens de afgelopen – zeer stressvolle – jaren teruggeweken tot luttele millimeters van de kroonnaad (grofweg de middenlijn van de schedel tussen de aanzet van beide oren, zie bijlage 2, figuur 1), het spreekwoordelijke point of no return waarop men bijvoorbeeld in opsporingsberichten als ‘kaal’ wordt aangeduid. Let wel: ik heb nauwelijks inhammen; mijn haargrens wijkt over de gehele linie, als een achterwaarts afzakkende hoofddoek of, indien u dat liever heeft, badmuts.

Om deze oorlog op beide fronten te kunnen winnen, gebruik ik behalve Hydroclenz, dat ik om de andere dag gelijkmatig over mijn natte haar verdeel en een paar minuten langer dan voorgeschreven laat intrekken, na iedere wasbeurt ook een flacon van uw Final FinishAcidifying Rinse (180 milliliter, 16,95 euro) om – het woord zegt het al – de restanten van mijn ooit majestueuze haardos grondig uit te spoelen.

Zodra mijn haar handdoekdroog is, nevel ik een royale wolk Numinox Follicle Revitalizer over mijn schedeldak en onderwerp mijn scalp aan een deep tissue-massage van ruim twintig minuten om de bloedsomloop weer op gang te brengen en mijn follikels te reanimeren. Het klopt inderdaad dat de hoofdhuid na deze behandeling een rode gloed kan vertonen.*

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik naast de complete productketen van Advanced Hair Restoration Technology ook nog een ander middel gebruik. Een middel dat niet door u wordt gefabriceerd. Het gaat hier om Alpecin Liquid, een kleurloze tonic met cafeïne als werkzaam bestanddeel, die ‘de haarwortels versterkt en beschermt tegen haaruitval’.** Omdat ik ’s morgens en ’s avonds al bezet ben met mijn Numinox-massages, breng ik Alpecin noodgedwongen ’s middags aan, terwijl ik na de lunch nooit koffie drink. Ik sluit niet uit dat die ongelukkige timing ongewenste neveneffecten kan hebben, noch dat Mediceuticals en Alpecin elkaar mogelijk opheffen bij gecombineerd gebruik. Het zou in ieder geval een hoop verklaren.

Eerder deze week ging ik na een etentje met een bevriende veterhandelaar naar de wc – of liever gezegd: spiegelzaal – waar ik tot mijn ontzetting van alle kanten tegelijk zichtbaar was. Mijn kruin, die ik thuis vanuit geen enkele hoek in zijn geheel kan zien en die, naar ik aannam, weliswaar dun begroeid maar toch zeker nog behaard te noemen was, bleek dermate kaal, dat het leek alsof er nooit eerder iets had gegroeid. Ik zag de totaliteit van mijn kaalheid voor het eerst, maar het had iets eeuwigs, van alle tijden.

In bijlage 3 vindt u twee foto’s van mijn achterhoofd, beide genomen door een vriend van ruim twee meter lang met direct zicht op mijn kruin. De eerste foto (Before: genomen op 21 oktober 2015 in de rij op Schiphol waar ik uw voltallige productlijn kocht en incheckte, zie bijlage 4 voor de aankoopbon en boardingdocumenten) toont een vlotte, hooguit wat dunnende dekking; bij kunstlicht niets om je zorgen over te maken. Foto 2 (After: gisteren genomen in mijn eigen badkamer voor vergelijkbare belichting) toont het onvruchtbare, keppelvormige gebied dat ik hierboven beschreef.

Ik adviseer u deze brief nu even neer te leggen en de verschillen goed op u te laten inwerken…

Het kan geen toeval zijn dat de kaalslag op mijn kruin in een stroomversnelling is gekomen op het exacte moment dat ik begon aan mijn Advanced Hair Restoration Technology-regime. In plaats van de beloofde ‘ondersteuning van de vermindering van haaruitval en stimulans voor nieuwe haargroei’ grijpt de ontharing sneller dan ooit om zich heen: veertig procent in acht maanden is gelijk aan vijf procent uitval per maand. Ontgift van dht, dat wel, maar wat kopen mijn follikels daar nu nog voor?

Al met al heeft Mediceuticals’ Advanced Hair Restoration Technology me in recordtijd mijn zelfvertrouwen, mijn jeugdige voorkomen, talloze verspilde manuren en een bedrag van 2.677 euro gekost (zie bijlage 4 voor de volledige berekening). Ik ben oprecht benieuwd hoe u mijn geleden schade materieel en immaterieel denkt te kunnen compenseren. Ik zie uw voorstel derhalve graag – zij het met enige scepsis – tegemoet in de aanstaande wintercatalogus.

Hoogachtend,

Arjen van Lith

PS De bijlagen bij dit schrijven bevatten gevoelige persoonlijke informatie. Ik vertrouw erop dat u hier discreet mee omgaat. Gaarne alle bescheiden retour na afhandeling van dit dossier.

_______________________

* Zoals vermeld op www.mediceuticals.nl. Is dit een goed of slecht teken?

** Erfelijk bepaald

Arjen van Lith (1971) is journalist en schrijver. Hij debuteerde bij De Harmonie met de verhalenbundel Mijn Snor. De meeste maanden van het jaar woont hij in Austin (Texas), waar hij werkt aan een bundeling van de brieven die hij ooit aan zijn kapper schreef, en aan een roman over zijn opgroeien in dorpsmetropool Krommenie.

Reageer >
 

Notities (3)

24 juni 2016 (14:23) | Marko van der Wal | Geen reacties

* Tropenrooster. Het begon met een nacht waarin ik geen oog dicht deed, mede dankzij het onweer. Toen kwamen overdag de aanhoudende regenbuien en vroeg ik me af of dit niet het moment was om de vleugel in te ruilen voor een echte Pleyel. ‘s Avonds de tuindeuren maar open gedaan en onder de blauwe regen gaan zitten, terwijl het vrolijk verder regende en het binnen zo klam werd als in het badhuis. Kunnen die duiven elkaar misschien in iemand anders tuin gaan lopen bevruchten?

* De boeken van Clarice Lispector wil ik het liefst helemaal voor mezelf houden. In De ontdekking van de wereld deelt ze zaken met me die niet voor andere ogen bestemd zijn. Dit is tussen ons, ik voel het, al die kleine stukjes zijn voor mij. En er is geen ruimte voor andere lezers dan ik, aan wie ze dit allemaal toevertrouwt. Toch dank ik Harrie Lemmens en Benjamin Moser voor het tot een einde brengen van het Lispector-arme tijdperk. Het werd tijd – dat hebben ze bij de Arbeiderspers goed in de gaten – dat er iets van dit Braziliaanse literaire wonder in het Nederlands verscheen. Na het Privé-Domeindeel (Lemmens) en de biografie (Moser) is het wachten nu op de hooptepunten uit haar complexe en experimentele oeuvre.

* Bij mij aan tafel in de wachtruimte van het CBR zat een andere jongen zenuwachtig te zijn. We schudden elkaar de hand, stelden ons voor en praatten wat. Hij was er voor de tweede keer, ik niet. Het was vroeg in de ochtend, te vroeg eigenlijk voor zoiets als rijexamens. ‘Zolang het maar niet gaat regenen,’ zei hij. Jezus wat een mooie ogen, dacht ik, maar voor ik die gedachte kon afmaken zat ik alweer in de auto. De volgende dag eens gekeken of ik hem ergens vinden kon, en jawel, op Facebook. Ik vroeg of hij geslaagd was – ja hoor. Of hij eens koffie wilde gaan drinken – peilloze stilte.

* Nu de vakantie dichterbij komt denk ik alvast na over de out-of-officereply die ik ga instellen op mijn mail. En omdat ik over dit kantoorfenomeen ook een stuk aan het schrijven ben. Het is een teken aan de wand, zo’n automatisch afwezigheidsantwoord. We communiceren (digitaal) tegenwoordig fundamenteel anders dan pak ‘m beet vijftien jaar geleden en dat is voor degenen die deze bus willens en wetens hebben gemist (ikzelf voorop) soms maar moeilijk te verteren.

* David Dimbleby versloeg op BBC1 de hele afgelopen nacht lang de uitslag van het referendum in Groot-Britannië, dat was genieten. Let vooral op de das.

Reageer >
 

Het Geluk #8

22 juni 2016 (7:58) | Gilles van der Loo | Geen reacties

IMG_1768 (1)Dit is mijn achtste stukje over het geluk. Er zijn me sinds ik voor het eerst over dit onderwerp schreef (10 juli 2014) een aantal dingen duidelijk geworden, waarvan het belangrijkste leek dat geluk niet in het nu bestaat, alleen in een nu waarop wordt teruggekeken.

De momenten van geluk die hier ik beschreven heb waren in werkelijkheid korter dan ik ze deed lijken, en ik beschreef ze natuurlijk naderhand, terugkijkend. Wat die momenten verenigt, lijkt de wens dat wat ik waarneem blijven mag, dat mijn bewustzijn mag worden stilgezet op, en beperkt tot precies dat punt in de tijd, als een eeuwigdurende schitterende feedbackloop.

In het verhaal De wandelaar uit mijn bundel Hier sneeuwt het nooit fantaseert een stervende man vanuit zijn ziekenhuisbed een wandeling van zijn (ex)partner, die op dat moment in Italië is, in een streek waar ze samen heel gelukkig zijn geweest. De wandelaar loopt vroeg in de ochtend zijn hotel uit en beleeft precies zo’n moment.

Op dit uur rijden er weinig auto’s en de automobilisten die hem tegemoet komen groeten hem allemaal. Hij is blij met het vlakke asfalt onder zijn voeten, zo kunnen zijn stramme voeten opwarmen voordat het echte werk begint. Na de eerste bocht loopt hij al in de zon, en de verdampende rijp glittert boven de velden. Dit, denkt hij. Precies dit.

Gisteren had ik voor het eerst sinds mijn pubertijd een déjà vu. Als ik het me goed herinner is de theorie daarover: een waarneming waarvan het bewuste gedeelte door een kleine verstoring in je hersenen vertraagd is ten opzichte van de onbewuste waarneming. Wanneer de bewuste waarneming de onbewuste inhaalt treedt een gevoel van herkenning op.

Ik stelde me zo’n déjà vu-lusje voor, bij bizar toeval samenvallend met een moment waarop je wenst dat alles zo mag blijven.

 

________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Dit najaar komt zijn roman Het jasje van Luis Martín uit.

 

Reageer >
 

Kind-af

19 juni 2016 (10:12) | Anne Eekhout | Geen reacties

scissors voor TiradeJe was dertien en wilde geen kind meer zijn. Sterker nog, je wás geen kind meer. Je was ‘op weg naar de volwassenheid’. Wat klonk dat goed. Tot een jaar geleden was volwassen zijn nog hetzelfde als ‘daar hebben we geen tijd voor’, ‘wandelen voor je plezier’ en gelijk-afwassen-want-dan-is-het-maar-gedaan’. Maar geheel onverwacht was er iets gedraaid, waardoor de volwassenheid hetzelfde was gaan betekenen als ‘ik doe wat ik wil’, ‘het is mijn leven’ en ‘ik ben onsterfelijk’.

Ook vond je – voor je op weg was naar de volwassenheid – iets leuk als anderen het leuk vonden. Nu was het andersom: je vond iets leuk omdat anderen het níét leuk vonden en daar schepte je een eenzaam soort genoegen uit. Zo was je aan je paarse haar gekomen.

Misschien was dit ook wel de reden dat je verliefd was geworden op de Jongen met Het Haar. Hij woonde in jouw straat, een eindje verderop. Eigenlijk kende je hem niet zo goed, maar dat háár. Bloempotten, stekeltjes, dat was gemeengoed. Maar zulk nonchalant loshangend haar als hij had, hadden jongens van jouw leeftijd niet. Na een tijd was je erachter gekomen wat zijn achternaam was. Je zocht zijn nummer op in het telefoonboek. Met enige regelmaat stond je met de huistelefoon in je klamme hand, zijn nummer in hoopvolle cijfers in je Snoopy-schrift, te wachten tot de moed je zou komen overvallen. Je fantaseerde graag en veel over hem; hoe je met jouw handen door zijn blonde haren zou glijden als jullie elkaar kusten. Je zou naast hem lopen door de stad en iedereen zou naar jullie kijken. Hoe kwam zij aan die jongen die aan de goden gelijk leek te zijn? Heb je zijn haar gezien? Zo volwassen!

Aan het eind van de zomer was je het zat. Volwassen zijn is een keuze, dacht je en je deed het volwassen ding: je duwde een briefje in zijn brievenbus. Er stond iets op als: Ik woon bij je in de straat. Zullen we een keer naar de film. Telefoonnummer.

En hij belde. Hij zei dat hij geen geld had voor de film, omdat hij spaarde voor een brommer. Maar je mocht best langskomen.

Na een halfuur van buikpijn, kledingroulette en het proberen aan te brengen van een bibberloos streepje eyeliner, toog je naar zijn huis. Met een maag propvol krijsende hormonen drukte je op de bel. Hij opende de deur en de hormonen verstomden. Voor de vorm ging je mee naar binnen, dronk je cola en rookte samen met hem een sigaret, want dat is nou eenmaal wat een volwassene zou doen. En als hij niet keek staarde je naar hem, verbijsterd. Volwassen als je was vroeg je er niet naar, maar na een tijdje vertelde hij het zelf: hij was net terug van de kapper. Het was heel lekker koel, dat korte haar.

—-

DSC_4034 (2)Anne Eekhout (1981) is zondagblogger voor Tirade. Haar debuutromanDogma (2014) werd genomineerd voor de Bronzen Uil en kwam terecht op de longlist van de AKO-literatuurprijs. Haar tweede roman, Op een nacht, is in maart 2016 verschenen.

Reageer >
 

Zo’n dag

18 juni 2016 (19:37) | Arjen van Lith | Geen reacties

wolkenlucht 2

Ik werd wakker met het nummer Macarena van Los del Rio in mijn hoofd. Om het liedje meteen weer uit mijn systeem te bannen draaide ik me nog eens om, maar ik droomde van Madeleine Albright die het bijbehorende dansje bij de Verenigde Naties deed met een Botswaanse collega.

Zo’n dag.

Sinds het douchen zit mijn rechteroor potdicht. Alleen mijn eigen stem, m’n ademhaling en bovengenoemd liedje komen nog op volle sterkte door. De buitenwereld klinkt dof en gedempt, alsof alles is bedekt onder een dik pak sneeuw.

Zo’n dag.

In het trappenhuis lag een groene envelop van de gemeentebelastingen.

Zo’n dag.

Zodra ik de voordeur opende, begon het te regenen. Tegen de tijd dat ik bij de Albert Heijn was aangekomen, hing mijn haar futloos en verslagen in dunne slierten over mijn kalende fontanel, uitgerekend op de dag dat die leuke Marokkaanse vakkenvuller zijn weekenddienst draaide.

Zo’n dag dus.

Op het etiket stond duidelijk dat deze avocado eetrijp was. Voor de zekerheid bekneep ik hem uitvoerig, maar ik kon onmogelijk vaststellen of het nou de verpakking of de vrucht zelf was die meeveerde onder de druk van mijn duim. Eenmaal thuis had ik een beitel en een waterpomptang nodig om hem doormidden te krijgen.

Zo’n dag.

Thuis ontdekte ik ook dat er een lang stuk bruin plakband onder mijn rechterschoen kleefde. Om geen vieze handen te krijgen, probeerde ik het met mijn andere voet los te trekken, waarna de tape aan mijn linkerschoen bleef plakken.

Zo’n dag.

Mijn laptop meldde dat Microsoft Word – opnieuw – een update nodig had. Tijdens het installeren bleef het voortgangsbalkje steken op 99 procent. ‘Your startup disk is full. You need to make more space available on your startup disk by deleting files.

Zo’n dag.

Op het nieuws hoorde ik dat een man uit homohaat, zelfhaat of jihad 49 homo’s had afgeschoten in een discotheek in Florida. Overal huilende jongens en bloedende mannen. Ik weet niet waarom, maar ik ging op mijn knieën zitten voor mijn gloednieuwe breedbeeldtelevisie en morste daarbij wat cola op mijn broek.

Zo’n dag.

____________________

Arjen van Lith (1971) is freelance journalist en schrijver. Hij debuteerde bij De Harmonie met de verhalenbundel Mijn Snor. De meeste maanden van het jaar woont hij in Austin (Texas), waar hij werkt aan een bundeling van de brieven die hij ooit aan zijn kapper schreef, en aan een roman over zijn opgroeien in dorpsmetropool Krommenie.

Reageer >
 

Row, row, row the boat

16 juni 2016 (14:29) | Menno Hartman | Geen reacties

220px-Poster_of_the_movie_The_Galley_Slave

Life is but a dream: de poster van een verloren gegane film. Een belofte die niet kan worden ingelost.

In mijn methode Engels op de middelbare school Over there zaten nogal wat lesjes met liedjes die aan het waterleven ontleend waren.

Row, row, row your boat,
Gently down the stream.
Merrily, merrily, merrily, merrily,
Life is but a dream.

En spreekwoorden: ‘ They’re al rats leaving the sinking ship’  herinner ik me en ‘ You have to paddle your own canoe’, ‘Each man makes his own shipwreck’ . ‘Smooth seas do not make skilful sailors’, nogal een tongbreker, deze laatste.

Na kanoën, roeien in glad materiaal, romantische roeiboten heb ik nu mijn ware bestemming bereikt: sloeproeien.  Een sloep is een klein scheepstype doorgaans meegevoerd op een grotere boot. Het heeft meestal een rechte kielbak en de meeste zijn overnaads gebouwd. De roeiers zitten in twee rijen, voor bakboord en stuurboord elk 4 of 5 roeiers.

En je bent een galeislaaf. Een bruller achterop voert het roer en geeft het ritme aan (en wanneer een van de boorden de riemen moet strijken omdat er een brug aankomt.)

Een uur of twee buffelen onder het al dan niet bewust sadistisch ritme is een zeer louterende tijdspassering.

Een van de redenen dat ik de film The Galley Slave van William Fox met Theda Bara wel wil zien. Maar de film is verloren gegaan! Life is but a dream. Niets zo aantrekkelijk als een verloren gegane film: de wens om ze te vinden groeit met elk feit dat je ervan achterhaalt. Je komt er wel achter dat er geen galeislaaf in voorkwam, en dat het de eerste film was die goed afliep, maar verder is er veel te raden over deze film.

En er zijn  nogal wat films verloren gegaan zie deze: list of lost films, veel ervan verdwenen in ‘The 1937 Fox vault fire’  een ‘major fire in a 20th Century Fox film storage facility in Little Ferry, New Jersey on 9 July 1937. It was caused by the spontaneous combustion of nitrate film stored in inadequately-ventilated vaults. The fire resulted in one death and two injuries, and destroyed all of the film present.)

Hele gaten zijn geslagen in het bestand van stomme films door deze brand. Paul Auster schreef met Book of illusions overigens een schitterende ode aan de stomme film (en ook een sterke roman over verlies.)

Vanavond zal ik zuchtend en steunend het verhaal van The Galley Slave gaan terugvinden, terwijl ik aan de riemen hang. En nu een versie waar wel een galeislaaf in voorkomt, en die niet goed afloopt.

 

(om het ‘bewust sadistisch ritme’ is deze scene uit Ben Hur befaamd)

 

Reageer >
 

Spaidiemen

15 juni 2016 (8:00) | Gilles van der Loo | 1 reactie

IMG_1884Wij hebben onze zoon de afgelopen jaren geen duidelijke sekserol meegegeven. Voor zijn vierde verjaardag wenste hij een prinsessenboek, LEGO en een bal.

Ik ken iemand wiens ouders Jip en Janneke voorlazen en dan Janneke zeiden als er Jip stond en andersom. Zo gaat het bij ons niet, maar in de ochtend maak ík hier de lunchtrommels; ik kook alle maaltijden en was af. Mijn vrouw verdient het meeste geld, werkt vijf dagen en komt ‘s avonds met een tas vol dossiers thuis om aan te schuiven voor het avondeten.

Sinds hij op school zit praat Nadim alleen nog over superhelden, terwijl in mijn boekenkast geen enkele strip staat. De laatste superheldenfilm die ik zag was in 2005: Batman Begins. Zes jaar voor Nadims geboorte.

Een van de welopgevoede tweeverdienende maatschappelijk divers representerende ouders van de kinderen in Nadims klas moet die onzin hebben aangedragen, die als een luizenplaag via zijn of haar kind alle klasgenootjes heeft aangestoken. En nu zijn de rapen gaar*.

Ik ben niet tegen superhelden omdat ze sekserolbevestigend zijn, ik ben tegen superhelden omdat ik ze eng vind; ze zijn wat er gebeurt als verlammend sociaal onvermogen zich via het tekenpotlood een weg naar de wereldoverheersing vreet. In een retestrakke blauwrode broek met spinnenwebmotief. Of een cape. Jezus, zeg. Een cape.

Voor kinderen van vier, bij wie een besef van de enormiteit van wat er allemaal niet onder hun controle valt een voorheen overzichtelijke wereld binnendringt, zie ik de aantrekking wel. Een aanval op je veiligheid beantwoord je door je klein, of juist supergroot te maken.

Afgelopen weekend logeerde Nadims beste vriend Q bij ons (lievelingskleur toen ze samen op de crèche zaten: roze). Q bracht een zwart en een klassiek blauwrood Spidermanpak mee. Die pakken zijn tegenwoordig gewatteerd op de plekken waar mannen spieren moeten hebben, en binnen vijf minuten vlogen er twee achterlijk opgepompte minispidermannen door de kamer. Gelukkig stootte de ene na een paar minuten zijn teen en moest de andere plassen (zo’n hansop blijkt geen gulp te hebben).

Voor het slapengaan las B de jongens voor. In badstoffen pyjama’s zaten ze aan weerszijden van haar met hun gloeiende gezichtjes al halverwege sluitingstijd. De spandex heldenpakken lagen als lekgeprikte ballonnen op het kleed.

Gisterenavond, op weg naar de ijssalon, vond ik in mijn broekzak de muts van de klassieke Spiderman. Nadim wilde hem meteen op. De fabrikant heeft er rekening mee gehouden dat superhelden ook ijs moeten eten en de onderste helft van het masker weggelaten. Want wat is nou het redden van de wereld waard als je daarna geen frambozenijsje kunt eten?**

 

* Trouwens een rake uitdrukking. Gare rapen zijn echt niet te eten, terwijl ze rauw, aangebakken of halfgaar heerlijk zijn.

** Vrij naar een waarschijnlijk ten onrechte aan Winston Churchill toegekende quote.

________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Dit najaar komt zijn roman Het jasje van Luis Martín uit.

 

1 reactie >
 

< 1960 < 1970 < 1980 < 1990 < 2000 < 2010 <2020
 
2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016
 
Nr.462
 
bestel
 
 
voorpagina