Dwepen met de banjo

5 juli 2015 (8:03) | Marijn Sikken op zondag | Geen reacties

2361075In het eerste seizoen van Orange is the new black ligt Alex Vause, drugssmokkelaarster en ex-vriendin van hoofdpersoon Piper Chapman, ziek op bed als Piper bij haar langskomt. Wat volgt is zo’n typisch tv-gesprekje dat nergens over lijkt te gaan maar intussen van alles betekent.

Alex zegt: ‘I’m plotting my revenge on that redneck fucking Deliverance-extra. If you want in.’

Piper lacht heel kort. In haar zuinig opgetrokken mondhoek ligt hun hele geschiedenis. ‘Maybe,’ zegt ze. Onderhuids gespannen kabbelt het gesprek voort.

Normaal sta ik te juichen bij iedere Deliverance-referentie die ik tegenkom – ik ben er inderdaad zo een die dweept met de scène met de banjo, die zich hardop afvraagt waarom de film nooit wordt genoemd in discussies over mannenvriendschap, ik dweep er zo mee dat ik in dit stuk niet eens uitleg waar Deliverance over gaat.

‘We hebben het hier over een scènetype waarbij we ertoe aangezet worden om, min of meer systematisch, het hoofd, het bewustzijn, de emotionele huishouding van een personage in te bewegen,’ zegt Willem Jan Otten in De beweging het personage in.

Otten beschrijft in zijn essay het moment waarop de afstand tussen lezer (of kijker) en de fictie die hij tot zich neemt, vervalt: de toeschouwer waant zich in de fictie, hij leeft zo intens mee dat hij meent te zien wat het personage ziet. ‘Dat we deze beweging het personage in kunnen maken, is in mijn ogen een even groot wonder als dat we elkaar verhalen kunnen vertellen,’ stelt Otten.

Het is inderdaad een wonder hoe we soms kunnen gaan houden van iemand die alleen op papier bestaat, op tv of in ons hoofd. Hoe werkt zoiets – en werkt het in Orange is the new black? Bewegen we tijdens het gesprekje Alex in, grofgebekt en snotverkouden, of Piper, die zich stoerder voordoet dan ze is? Versnelt het Deliverance-grapje dat proces?

Het heeft iets vreemds om fictieve personages te horen praten over een echte film, echte fictie dus. Deze gevangenen hebben, naast een ingewikkelde geschiedenis met elkaar, beiden een heel specifieke film uit de jaren zeventig in hun referentiekader. Dat zegt iets over wie ze zijn en waar ze vandaan komen. Zijn Alex en Piper halve intellectuelen of halve hipsters? Is dat de vraag die de kijker zichzelf moet stellen van de schrijver, precies op dit moment?

Het is alsof de fictie van de één wordt vergroot door het noemen van de ander – zoals een kind dat klikt onsympathieker wordt dan het kind waarover het klikt.

Orange is the new black verhaalt over een afgesloten fictieve wereld. Om daarin mee te gaan, blijk ik beperkt in staat fictie uit mijn echte wereld te kunnen toevoegen. In plaats van dat de herkenning verbindt (‘ha, Deliverance, cool’) vergroot Alex’ grapje de afstand.

Maar de serie doet niets nieuws. In romans wordt naar romans verwezen – en naar legendes, naar mythes, sagen en Facebook en echte gebeurtenissen, naar liedjes van Celine Dion. In series wordt rustig naar andere series verwezen, naar films en boeken en recepten van Jamie Oliver. Niemand stoort zich aan de vele Godfather-verwijzingen in The Sopranos. Het klopt. Natúúrlijk is Tony helemaal gek van die trilogie, het ligt in lijn met zijn karakter.

Op de website van The Huffington Post heeft iemand alle popculturele referenties uit het tweede seizoen van Orange is the new black bijgehouden, ik bleef nergens bij haken. Maar of Deliverance in lijn ligt met het karakter van Alex of Piper betwijfel ik.

Misschien maak ik een tegenovergestelde beweging en ga ik niet het personage maar de schrijver in, die graag wil laten weten dat hij een zeer specifieke film uit de jaren zeventig kent. Ik herken iets (een mede-dweper) en meteen neem ik afstand. Ik beweeg het personage uit.

Als ik mezelf wil herkennen, dan graag op een onschadelijke manier.

Als je Deliverance wilt noemen, doe het dan goed.

 

_______________________________________________

img_0970Marijn Sikken studeerde aan de Schrijversvakschool te Amsterdam. In 2011 won zij zowel de jury- als de publieksprijs bij Write Now! Marijn is columnist voor CLEEFT.nl en publiceerde o.a. korte verhalen in De Titaan, De Optimist en Passionate Platform. In juli elke zondag op Tirade.nu.

Reageer >
 

Cheever

4 juli 2015 (9:39) | Wytske Versteeg | Geen reacties

the-journals“He meant by his writing to escape his loneliness, to shatter the isolation of others.

I recall him telling me he had received a thankful letter from a man who had read the novel in which Coverly Wapshot dreams that he has had sex with a horse. The passage had relieved this admirer of some burden of anxiety; it had lessened his loneliness. This pleased my father immensely. So he meant with the journals to continue this process: he meant to show others that their thoughts were not unthinkable.”

Benjamin Cheever, introduction to The journals of John Cheever. London: Vintage, 2010. 

Reageer >
 

‘Een goede morgen met’ 8

3 juli 2015 (8:00) | Ad Zuiderent | Geen reacties

01:04:58

Luciano Berio, Sequenza 3, per voce femminile (1965); Cathy Berberian, stem.

01:12:07

Bach, Beethoven, Mozart, Brahms, het moet voor hem niet moeilijk zijn geweest een programma samen te stellen waarin zij ontbreken. Aan wat de randen van de muziekgeschiedenis worden genoemd, de pre-Barok en de post-Romantiek, is meer dan genoeg te beleven, vindt hij. En al weet ik wel dat ook hij er inmiddels van overtuigd is dat de muzikale wereld er zonder de vier genoemden en hun tijdgenoten, een stuk kaler zou uitzien (zeker drie van de composities in dit programma zijn schatplichtig aan Bach), hij kan het heel goed lange tijd zonder hen stellen. Als je ziet welke cd’s hij de laatste jaren binnen handbereik heeft liggen, dan moet je lang zoeken om het standaardrepertoire te vinden (‘dat hoor je al genoeg op de radio’), maar des te makkelijker vind je iets van componisten van wie een normaal mens die de hele week naar Radio 4 luistert nauwelijks een idee krijgt hoe hun werk klinkt. Wat zijn favorieten vooral bindt, is hun vermogen om meer dan alleen een compositie te zijn, maar om een klanklandschap te suggereren, een parallelle wereld van geluid.

Nu er toch een van de drie B’s op zijn speellijst blijkt te staan, moet er wel een speciale aanleiding toe zijn. Ik denk dat ik ook wel weet welke. Jaren geleden hebben we allebei India Song gezien, de toneelbewerking van een film van Marguérite Duras. Het was de traagste toneelvoorstelling ooit – de personages bewogen als in een droom en zeiden aanvankelijk helemaal niets; het eerste half uur hoorde je alleen zo nu en dan een stem die vertelde alsof er verder niemand was, en er was wat muziek. Toen ik later de film zag, merkte ik dat er heel wat dansmuziek in te horen was (dat herinnerde ik mij toen ook weer van de toneelversie), maar als we het over die voorstelling hebben, hoeven we alleen maar tegen elkaar te zeggen ‘Diabelli-variatie, nummer veertien’ en alle andere muziek valt weg; India Song is voor ons beiden louter ‘grave e maestoso’, een sfeer van lome, tropische tragiek.

01:13:35

Ludwig van Beethoven, Diabeli-variaties, nr. 14 (1819/1823); Andreas Steier, fortepiano.

01:17:05

 

adzuiderent Ad Zuiderent (1944) is dichter, schrijver en criticus. Hij publiceerde onder meer de biografie van Gerrit Krol, Van Korreweg naar Korreweg. Zijn laatste dichtbundel is We konden alle kanten op (2011). Tot voor kort schreef hij over muziek voor de website Muziekvan.nu en vervangt Marko van der Wal op de vrijdag.

Reageer >
 

Onze jongens onderwijzen in Syrië

2 juli 2015 (14:42) | Menno Hartman | Geen reacties

‘Oppassen hoor, voor die naarlingen!’

Het is verre van mij de Land- en Luchtmacht van ons koninkrijk te bekritiseren. Hoewel ik mij in mijn mijn jeugd ‘pacifist’ noemde, had ik maar enkele schermutselingen nodig om daarop terug te komen. Sommige slechtheid bestrijd je niet met een goed gesprek.

Toch verbaasde mij het bericht in NRC Handelsblad over onze missie tegens IS: ‘Vanavond praat de Tweede Kamer alleen met de ministers Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) en Hennis (Defensie, VVD) over het voorstel de huidige missie, die dit najaar afloopt, met nog een jaar te verlengen. Behalve vier gevechtsvliegtuigen (twee minder dan nu) en 200 man ondersteunend personeel bestaat deze uit 130 militaire trainers om in Irak Koerdische en Iraakse strijdkrachten op te leiden. Voor langer blijven bestaat in de Tweede Kamer een ruime meerderheid.’

Koerden en Irakezen opleiden in oorlogsvoering? Is dat niet aanmatigend? Hoe kan het nou dat wij die in buitenlandse missies de laatste jaren vaak een ondergeschikte rol hebben gespeeld, steeds weer ‘opleiders’ naar de moeilijkste gebieden sturen? In Uruzgan hebben bij Nederlanders mensen daar ‘opgeleid’ hoe ze daar hun oorlog moeten voeren. Hoe kan zoiets? De Peshmerga slaat indrukwekkend van zich af tegen IS in een landstreek die zij wel en wij niet kennen, toch leiden wij ze op om die oorlog te voeren. Wat leren we ze dan wel?

Als je docenten uit middelbare, HBO en WO-geledingen spreekt krijg je niet de indruk dat zij vinden dat de laatste jaren het onderwijs veel beter is geworden: bij defensie is dat anders. We kunnen elders mensen beter leren vechten dan ze zelf op basis van hun ervaring al konden.

Ik vermoed hier een oud-kolonialistisch trekje: De Nederlander slikt dit, want ‘elders goed doen’ zit in onze genen. Een opleidingsmissie krijgt minder vragen dan een andere missie. Maar het is storend paternalistisch te veronderstellen dat we ze veel over vechten kunnen leren. Of leren we ze met computers om te gaan en heb ik een ouderwets idee over oorlog? En als dat zo is, kan die steun dan uitsluitend daar plaatsvinden?

Ik denk niet dat het echt waar is dat wij Irakezen en Koerden kunnen opleiden voor de strijd tegen IS. Ik denk dat ‘opleiden’,  ‘verbeteren’ een reclameslogan is die de Nederlander overtuigt van de missie.

Reageer >
 

Marijn Sikken blogt in juli

1 juli 2015 (11:11) | Gilles van der Loo | Geen reacties

img_0970Vandaag, wegens ziekte, geen Gilles. Maar er is ook goed nieuws:

Marijn Sikken (hier met haar in maart jongstleden door middel van crowdfunding aangeschafte hoed) studeerde aan de Schrijversvakschool te Amsterdam. In 2011 won zij zowel de jury- als de publieksprijs bij Write Now! Marijn schreef columns voor Spunk, Lava, en Youth-r-well.com. Ze is columnist voor CLEEFT.nl en publiceerde o.a. korte verhalen in De Titaan, De Optimist en Passionate Platform. In juli elke zondag op Tirade.nu.

Reageer >
 

Geestdodende tv

30 juni 2015 (8:43) | Anne-Marieke Samson | Geen reacties

Dawn heeft genoeg wc-papier voor 40 jaar. “Ik heb al 34 jaar niet betaald voor mijn deodorant”, zegt ze, als ze een krat uit een stellagekast trekt, die vol ligt met teen spirit deodorantsticks. Dawn glundert. In haar schuur ligt naar schatting voor 17.000 dollar aan boodschappen, waar ze maximaal 1000 voor heeft betaald, meent ze. Dawn is een extreme couponer.

Als ik van een hectische dag op mijn werk thuiskom, kijk ik liever niet naar het nieuws, maar naar iets waardoor mijn hersenen ophouden met draaien. Ik wil dan graag geestdodende tv, zo oninteressant mogelijk. Jarenlang was ik heel gelukkig met Dr. Phil, wiens introtune ik mee kan praten: I want you to get excited about your life! Gitaardeuntje If you talk to me, you’re gonna have to be honest. Ook met MTV’s 16 & Pregnant was ik jarenlang erg tevreden, maar het bleek uiteindelijk te goede televisie. Door deze commentaarloze realityserie schijnt het aantal tienerzwangerschappen harder te zijn gedaald dan door welke overheidscampagne dan ook.

IMG_4828Sinds kort heb ik een nieuw dieptepunt ontdekt in de tv-geschiedenis. En nu echt: Extreme Couponing. Dit programma heeft wat uitleg nodig, want couponing is bij ons geen vanzelfsprekende bezigheid. Amerikaanse supermarkten zijn namelijk, ondanks dat ze giganormous zijn, nog niet modern genoeg voor een bonuskaart. Ze houden de jaren vijftig-traditie hoog om hun klanten kortingsbonnen uit te laten knippen uit buurtkrantjes en tijdschriften: coupons. Extreme couponers hebben van dit knippen een levensdoel gemaakt. Ze wonen zonder uitzondering in huizen die met de jaren steeds meer op supermarkten zijn gaan lijken.

Extreme couponers worden blij van stapels drukwerk in hun brievenbus. Sommigen struinen zelfs clicobakken af om met rubberen handschoenen (I got them for free!) besmeurde folders tussen het huisvuil tevoorschijn te trekken. Het combineren van kortingen is de crux. Bon van 50 cent korting, gecombineerd met bon van 99 cent korting op een instant noedelsoepje van 1 dollar 12, betekent dus dat de supermarkt je betaalt om deze smurrie de winkel uit te slepen. Daarvan neem je er dus 300 mee, althans zoveel als je maar bonnetjes kunt bemachtigen.

Soms vergt het couponen zelfs nog wat rekenwerk, want bepaalde bonnen geven 10 dollar korting bij besteding van meer dan 50 aan beauty-producten. En daarvan heb je er idioot veel nodig, als je ook bonnen hebt voor 1,50 korting op een fles shampoo van 1,99, die nu met een in-store discount (waar je weer geen coupons voor nodig hebt), 1,74 kost. Dan moet je dus meer dan 200 flessen shampoo kopen om in aanmerking te komen voor de 10 dollar korting. Vaak zijn hun bestellingen zo groot dat ze moeten pre-orderen. Dat houdt in dat ze pallets met honderden flessen frisdrank bestellen, of kattenvoer (ookal hebben ze geen kat), die ze achterin de winkel kunnen ophalen, bij het rubberen gordijn. Ze stippelen een optimale route uit door de winkel. Ze commanderen hun spouse, of hun kids om 70 pakjes satéprikkers te halen, 150 flessen ketchup, en zo voort.

IMG_4826Stacy, een stay-at-home-mom (kinderen: my mommy spends soooo much time on coupons) sleept wel negen volgeladen (Amerikaanse maat) boodschappenkarretjes naar de kassa, waarin onder meer 217 pakken pasta ligggen, 152 repen chocola, 70 pakken winegums, en 20 gallons frisdrank. En nadat de boodschappen ter waarde van een kleine 1200 dollar zijn gescand, komt de stapel coupons tevoorschijn. De spanning stijgt als de verveelde kassière de coupons begint te scannen, en het totaalbedrag langzaam terugloopt. De stress slaat ook nog even toe als de kassa vastloopt. Te veel coupons! En daar zijn de waterlanders, Stacy raakt overwhelmed, haar kinderen kijken bezorgd. Maar als de store manager erbij komt, en de kassière onder zijn toezicht handmatig alle bonnetjes heeft ingevoerd, komt het toch goed. De spanning stijgt, hoeveel korting zal ze hebben gehaald? Steeds meer omstanders kijken toe. Een man vraagt of Stacy zijn vrouw kan leren om net zo goed bonnetjes te sparen als zij. Het eindbedrag: 12 dollar en 87 cent. Bijna 99% savings! Heerlijke. “Dit is zo lekker”, roept Stacy als haar man en kinderen honderden platic tasjes naar de auto (met aanhangwagen!) tillen, “dit is zo ongelofelijk lekker.” Jammer eigenlijk dat wij een bonuskaart hebben.

Reageer >
 

Nu te koop: Tirade 459

29 juni 2015 (20:42) | Blog | Geen reacties

Voorplat Tirade 459Het KNMI voorspelt Extreem Hoge Temperaturen. Dat betekent: gelegitimeerd in je hangmat liggen.

Des te beter dat Tirade 459 – het zomernummer van 2015 – vandaag is verschenen.

Neem rustig de tijd voor honderd pagina’s nieuwe én vertrouwde stemmen uit de Nederlandse en internationale letteren.

Tirade 459 bevat gedichten van Nobelprijswinnaar Derek Walcott (vertaling: Astrid Staartjes), Luis Felipe Fabre (vertaling:  Luc de Rooy) en Branko Van.

Er is verhalend proza van Vamba Sherif, Marijn Sikken, Gerda Blees, Christiaan Ronda, Derko Laan, Mira Aluç en Hipólito G. Navarro (vertaling: Melani Reumers).

Verder brengen we essays van Henk van Straten, Wytske Versteeg, Christien Brinkgreve, Carel Peeters en Asis Aynan.

Het nummer is verlucht met illustraties van Floris Tilanus.

Tirade 459 is te koop in de boekhandel, webwinkel of Oorshop.

Wie een abonnement heeft krijgt het nummer, uiteraard, vanzelf thuisgestuurd.

Tirade 459 – jouw literaire hitteplan.

Reageer >
 

De kanalen van Mars

27 juni 2015 (8:52) | Wytske Versteeg | Geen reacties

Giovanni Virginio Schiaparelli begon in 1877 met het in kaart brengen van Mars. De donkere gebieden noemde hij zeeën, de lichte continenten; de verbindingen daartussen duidde hij aan als canali. Canali heeft verschillende betekenissen, maar in het hoofd van de vertalers uit die tijd – vlak na dtumblr_n1xm04n1l21rwjpnyo2_r1_1280e voltooiing van een technologisch wereldwonder, het Suez-kanaal – stond er eentje met stip bovenaan: het door mensen gemaakte kanaal.

Geen wonder dus dat de Amerikaanse zakenman Percival Lowell de daaropvolgende jaren doorbracht met het zorgvuldig in kaart brengen van deze kanalen die, meende hij, door de ongetwijfeld intelligente bewoners van deze planeet gegraven moesten zijn om het water van de polen te vervoeren over heel de uitdrogende planeet. Lowells theorie werd door astronomen altijd met enige scepsis bekeken, maar verwierf grote populariteit bij het publiek, dat toch al in de ban was van het kanaal dat op aarde immers cruciale invloed had op de economie.

De tekeningen die Lowells publiceerde inspireerden diverse science fictionboeken, onder andere H.G. Wells’  The War of The Worlds. Die titel kennen we nu misschien vooral van het radiohoorspel dat Orson Welles er in 1938 van maakte, en dat tot grote paniek leidde omdat veel Amerikanen geloofden dat de aarde werkelijk door Martianen aangevallen werd. Het netwerk van ‘kanalen’ is inmiddels naar de prullenbak verwezen; de verbindingen die Schiaparelli waarnam waren slechts het gevolg van de menselijke neiging om in losstaande vlekken altijd een patroon te zien.

Lees hier over een andere vertaalfout met fatale gevolgen.

IMG_0499Wytske Versteeg schreef Dit is geen Dakloze, De Wezenlozen en Boy. Haar nieuwe roman, Quarantaine, verschijnt in oktober.

Reageer >
 

‘Een goede morgen met’ 7

26 juni 2015 (8:00) | Ad Zuiderent | Geen reacties

00:56:07

John Adams, Harmonium, dl. 3, Wild Nights (1980/1981); Residentie Orkest en Groot Omroepkoor olv Brad Lubman.

01:02:26

De meeste van onze studievrienden wisten het wel: als ze wilden weten welke film of welke muziek ze konden overslaan, hoefden ze alleen maar te negeren wat hij mooi vond. Raakte hij op hun kamers vertrouwd met Mozart en Beethoven, op zijn eigen kamer was het Berio wat hij draaide, bij voorkeur vermomd als Cathy Berberian.

Er zijn dieren (bepaalde apen?) die het eerste levende wezen dat ze na hun geboorte zien, als hun moeder ervaren. De eerste keer dat hij een concert van hedendaagse muziek bijwoonde, hoorde en zag hij hoe Cathy Berberian, begeleid door harp en slagwerk, Circles zong, een uit flarden bestaande tekst van e.e. cummings, die door Berio nog verder aan flarden werd getrokken, zodat de taal puur klank werd. Zijn kennismaking met de wendbaarheid van Berberians stem, de geestigheid van haar optreden, de manier waarop zij de techniek en de dramatische mogelijkheden van de stem oprekte, het was liefde op het eerste oor. Hij was het aapje dat voorlopig achter Berberian en Berio aan zou blijven lopen.

Damesbezoek werd door zijn hospita strikt in de gaten gehouden; daarom verbaast het me nog steeds dat zij nooit eens toevallig koffie of thee is komen brengen, als hij de Sequenza voor vrouwenstem draaide. Ze zou er niets van hebben begrepen.

Ook hij begreep er trouwens niets van. Daar ging het ook helemaal niet om, zei hij in die tijd, begrijpen wat er werd gezongen, zeker niet in dit geval; het ging om de liaan waarmee die stem zich de ruimte toe-eigende door moeiteloos over te zwaaien van roepen en klagen naar een nerveuze lach of verleidelijk kirren, van extase naar tederheid, dit was niet mooi, dit was een ervaring. De hospita zou met haar vermoeden gelijk hebben gehad: hij had onaangemeld damesbezoek en er klonk afwisselend gehijg, gesmacht en gehuiver.

Dan had je wel iets bereikt, liet hij zich meer dan eens tegen mij ontvallen, als je teksten wist te schrijven die tegelijk onverstaanbaar en uiterst verleidelijk waren. Teksten om te zingen, bedoelde hij. Zijn ideaal was een stem die autonoom werd als een instrument; pas daarna kon je je als verleide luisteraar afvragen of er ook nog een tekst was. Hij heeft mij pas een YouTube-versie met partituur en zangtekst van Sequenza laten zien: woordjes als ‘to’, ‘us’, ‘for’, ‘be’ stonden geclusterd tussen grote haken naast woordgroepjes die nooit een hele zin vormden: ‘to be words’, ‘to be for’, ‘to be for us’, het leek wel een grammaticaboek. Als je ernaar op zoek ging, vond je wel ergens de tekst waar ze aan waren ontleend (‘Give me a few words for a woman/ to sing a truth allowing us/ to build a house without worrying before night comes’), maar alles wat directe communicatie had kunnen zijn, was omgezet tot code. De wens om stem te zijn was zelf stem geworden.

Begrijp me goed, hij is niet roomser dan de paus: bij de piano zingt hij van alles wat hij direct begrijpt, van ‘Fremd bin ich eingezogen, fremd zieh’ ich wieder aus’ uit Schuberts Winterreise tot het ‘Why then, o why can’t I?’ uit Over the rainbow, van Randy Newmans ‘Six feet of water in the streets of Evangeline’ tot Schumanns Ich grolle nicht. Al blijft ook dan de muziek het belangrijkste, het horen gaat aan de piano vergezeld van beelden van besneeuwde paden, van vogels die ver weg vliegen, van watersnood of diamantenpracht. Zelfs de twee woorden die genoeg lijken om vrijwel de hele muzikale mensheid te emotioneren, ‘Erbarme Dich’, vormen vooral een verlokkende muzikale beweging die uitnodigt tot meezingen.

01:04:58

Luciano Berio, Sequenza 3, per voce femminile (1965); Cathy Berberian, stem.

01:12:07

 

adzuiderent Ad Zuiderent (1944) is dichter, schrijver en criticus. Hij publiceerde onder meer de biografie van Gerrit Krol, Van Korreweg naar Korreweg. Zijn laatste dichtbundel is We konden alle kanten op (2011). Tot voor kort schreef hij over muziek voor de website Muziekvan.nu en vervangt Marko van der Wal op de vrijdag.

Reageer >
 

Gesprek VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer en zijn media-adviseur

25 juni 2015 (10:06) | Menno Hartman | Geen reacties

©NFP-140512-080

‘Zo groot was die misser ongeveer…’

‘Nee, handig was het niet maar…’

‘Niet handig! Hoe lang zitten wij nou al om jou te behoeden voor zo’n uitglijder?’

‘Kijk, als werkgeversorganisatie heb je ook een historische taak om de gewone lul een beetje te sarren toch?’

‘Hans, nee toch, dat meen je niet…?’

‘CDA pronkstuk Brinkman deed ook een keer zoiets en ik schurk zoals je weet graag aan tegen grote voorbeelden met ook een beperkte aangezichtsmimiek, die zei: “Als ik dan in Amsterdam langs de terrasjes loop denk ik altijd: die kunnen toch ook gewoon werken?”‘

‘Ja, dat heeft hem ook wel het een en ander gekost.’

‘Het zijn toch labbekakken! Een beetje je hand ophouden en in je joggingbroek met je pik in je hand op een bank met gaten zitten, getver de getver…’

‘Hans, het gaat erom hoe je het zegt. Kijk zo’n Asscher, die zegt dan: “wat we nu nodig hebben is een uitgestoken hand, geen middelvinger”, ik heb je uitgelegd dat dat de manier is…’

‘Oh ja, de handmetafoor, hoe was ‘t ook alweer, we reiken de hand, de handen ineen slaan, hand en spandiensten, de hand aan je zelf…’

‘We werken nog even door aan de details Hans, kijk, die masturberende uitkeringstrekkers, daar zitten natuurlijk ook wel een paar gisse types tussen: die hebben natuurlijk op de bank keihard te timer gezet na jouw uitspraak: omdat als je als voorzitter zoiets generaliserends zegt, je gewoon kan aftellen tot je door het stof moet. Die rukkers hebben dus met genoegen de hele ochtend hun teletekst zitten verversen totdat het eindelijk kwam: Hans haalt bakzeil. Wat doen we dus voortaan?’

‘Ja, ik weet het weer, we gaan terug naar de paarse retoriek van samenwerken, samen aanpakken, iedereen doet mee…

‘Heel goed Hans, iedereen doet mee, dat was ‘m. Niet meer doen Hans dit, je kunt ook niet zeggen Alle Joden, of Alle negers, weet je nog, er is er altijd een die meevalt. Er is vast 1 uitkeringstrekker die gewoon pech heeft gehad en best wil. Ok?’

‘Ok, enne, sorry.’

‘Geeft niet Hans, je gaat nog maar 13 maanden mee.’

 

Reageer >
 

< 1960 < 1970 < 1980 < 1990 < 2000 < 2010 <2020
 
2010 2011 2012 2013 2014 2015
 
Nr.457 Nr.458 Nr.459
 
bestel
 
 
voorpagina