De walvis is maar een uitvergrote muis – over genetica

19 januari 2017 (9:18) | Menno Hartman | Geen reacties

index‘Much was I disappointed upon learning that the little packet for Nantucket had already sailed, and that no way of reaching that place would offer, till the following Monday.’

Het is het sfeervolle begin van Moby Dick: Nantucket. Het eilandje voor de kust bij Martha’s Vineyard, niet ver van New York dat een belangrijke rol speelde in de 19e eeuwse Amerikaanse walvisvaart. Maar het is maar een kleine stap van walvis naar muis. In The New Yorker van 2 januari staat een fascinerend artikel van Michael Spectre over ‘DNA-editing.’

Men is bezig met een instrument dat CRISPR heet stukjes dna te wijzigen, waarna met een natuurlijk fenomeen genaamd ‘gene drive’ de wijzigingen zich sneller in een populatie verspreiden. Een gene drive is de eigenschap motiveren van genen wat egocentrisch te zijn. Je creëert daarmee een hogere kans dan 50% dat een stukje dna overerft op de volgende generatie.  Wanneer je dus nu in een gewone veelvoorkomende witvoetmuis de ontvankelijkheid voor de ziekte van Lyme wijzigt, en je zou deze wijziging zich met de genedrive  heel snel laten vermenigvuldigen in een populatie, zou je langzaamaan ziektes kunnen elimineren.

Nantucket is een volgende verhoopte stap van wetenschapper Kevin Esvelt. Hij acht het zeer wel mogelijk binnenkort al op Nantucket aan het werk te gaan. Muizen spelen een cruciale rol in de verspreiding van Lyme: de teek bijt de muis, de muis heeft Lyme, de volgende teek die de muis bijt krijgt Lyme etc. Een kwart van de mensen op Nantucket heeft Lyme of heeft het gehad. Het is in Amerika een van de snelst groeiende ziektes, ook wereldwijd een enorm probleem. Er zijn minder dan een miljoen witvoetmuizen op Nantucket, met enkele tienduizenden aangepast witte muizen – uit te zetten op het eiland –  kan je die hele populatie al aan het aangepaste gen helpen. Een veelbelovend idee. Mooi is ook wel de onwil van Esvelt zich met commercie bezig te houden, alle informatie is openbaar.

Siddharta Mukherjee heeft een nieuw boek geschreven  – ik zwijmelde hier al eens over zijn vorige geweldige boek, The Emperor of all Maladies, een geweldige studie naar het wezen en de geschiedenis van kanker.

Nu richt Mukherjee zich op de genetica, en specifiek dus op Het Gen, zoals ook de titel luidt: Het gen, een intieme geschiedenis. Mukherjee neemt een aanvang met gevallen van schizofrenie in zijn eigen familie en vertelt zo het hele verhaal. Thans zit ik nog op een trein tussen Brno en Wenen waar de wat vreemde Augustijner monnik Mendel een examen gaat proberen te halen, maar Mukherjee gaat me alle hoeken van de wereld van het gen laten zien. Ik verheug me!
‘So utterly lost was he to all sense of reverence for the many marvels of their majestic bulk and mystic ways; and so dead to anything like an apprehension of any possible danger from encountering them; that in his poor opinion, the wondrous whale was but a species of magnified mouse, or at least water-rat, requiring only a little circumvention and some small application of time and trouble in order to kill and boil.’

——————–

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade. Is verder voor de uitgeverij verdiept in het boek van nobelprijswinnaar Niko Tinbergen over zijn reis naar en verblijf op  Groenland: Eskimoland.

Te verschijnen in maart.

 

Reageer >
 

Genoeg voor dromen

18 januari 2017 (9:17) | Gilles van der Loo | Geen reacties

IMG_3044Iemand waar ik veel om geef verbrak na jaren twijfel haar relatie met een man die aan de andere kant van de wereld woont.

Niet alleen de man leek ideaal, maar ook zijn leefomgeving en wat hij daar doet. Op nog geen 24 uur vliegen lag er een heel leven voor haar klaar. Alles wat ze hoefde doen was instappen en een deur achter zich sluiten.

Ze ontmoette hem in de meest vormende jaren van een mensenleven, op haar eerste verre reis. Keuzes die je op die leeftijd maakt bepalen vaak de rest van je verhaal, en de bijkomende angst is dat de afslag die je neemt in het licht van later een zijspoor zal blijken.

Omdat er geen manier is om de gevolgen van zo’n keus te overzien, maak je hem op hoop van zegen. Je sluit je ogen en stapt. Of eerder: je laat je achterwaarts vallen, op hoop van armen.

Mijn overbuurvrouw, die de hongerwinter heeft meegemaakt, vertelde me dat er vroeger geen keus was. De verantwoordelijkheid om een leven te maken of breken lag in veel mindere mate in handen van het individu. God bestond toen nog. Waarom zijn we daar eigenlijk ooit vanaf gestapt?

Ik zie die opgepompte neocortex van ons niet per sé als evolutie. Hij geeft ons het vermogen vooruit te zien, maar zal ons als soort niet redden. Wie ooit de geboorte van een mens heeft bijgewoond weet dat zo’n hoofd groter is dan de natuur kan hebben bedoeld.

We zouden beter af zijn – gelukkiger – met wat minder grijze materie. Net genoeg, misschien, om als een dikke kat over verse vogeltjes te dromen.

__________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Op 23 oktober van dit jaar verscheen zijn nieuwe en sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

Reageer >
 

Treingeluiden

15 januari 2017 (10:34) | Hassnae Bouazza | Geen reacties

planes_primary

De jaren dat ik dagelijks met de trein reisde, liggen ver achter me. En ik mis ze niet. De bende, de drukte, de vertragingen, de kou op de stations. De rare kwiebussen die me aanspraken en van wie ik dan achterdochtig wegliep, steeds achterom kijkend om zeker te weten dat ze me niet volgden. Nee, ik geef de voorkeur aan de vertrouwde eenzaamheid van de auto.  Of ik nu kan doorrijden of stilsta in idioot lange files: een auto is als een kleine cocon. Je maakt deel uit van het gros en toch ook weer niet, veilig in de gemotoriseerde harnas.

Doorgaans zie ik nu alleen nog maar een trein van binnen als ik de Thalys naar Parijs neem, zoals afgelopen week. Bij binnenkomst op de heenweg, vroeg in de ochtend, wist ik meteen weer waarom ik nooit met treinen reis. Die drukte die je meteen vol in het gezicht pakt. En dan had ik nog het geluk dat de wildvreemde naast wie ik zat de reis slapend doorbracht. Met zijn hoofd tegen het raam, zijn jas over zijn gezicht gehangen.

De terugreis was ik omringd door tetterende vrouwen die een menu aan het samenstellen waren, filmkijkende passagiers met oordoppen in en passagiers die zo sociaal waren hun filmpjes zonder oordoppen te kijken.

Op een gegeven moment stond de bejaarde vrouw achter me op om haar Ipad ook te pakken, ze wilde dan ook maar een film kijken. Een film die ik woordelijk kon volgen. Om het feest compleet te maken, ging een vrouw schuin achter me met iemand Skypen zonder koptelefoon en zo hoorden we niet alleen haar, maar ook de persoon aan de andere kant van het gesprek.

Filmdialogen, luide gesprekken tussen vriendinnen die de persoonlijkste zaken bespraken, schuin voor me Eminem die met zijn tegenspeelster in 8 Mile krikte en achter me een Brits kostuumdrama -zo klonk het althans.

En ik vroeg me af of het nu asociaal was, al die films, of niet veel anders dan de gesprekken tussen gewone reizigers. Ik ben er nog niet helemaal uit.

hassnaebouazza-foto-annelies-verhelstHassnae Bouazza is journalist, columnist, vertaler en programmamaker. Ze was regisseur en eindredacteur van de zesdelige documentaireserie Seks en de Zonde en heeft haar eigen online glossy Aicha Qandisha.
Foto: Annelies Verhelst

Reageer >
 

Turing

13 januari 2017 (15:04) | Marko van der Wal | Geen reacties

Marijke Schermer raadde me begin vorig jaar aan naar Turing te gaan. ‘Echt iets voor jou,’ vond ze deze theatermonoloog van Lowie van Oers. En dat klopte, al kon ik haar nadien niet uitleggen waarom. Ik zat er nog te dicht op en de korte lezing over Alan Turing en zijn algoritmes, aansluitend op het stuk, had me weer met beide benen op de grond gezet.

Afgelopen week, bijna een jaar later dus, ging ik nog een keer naar Turing. Onwillekeurig, zou je kunnen zeggen. ‘Je had het stuk niet begrepen?’ vroeg iemand. Juist wél had ik het begrepen (al zeg ik het zelf) en daarom wilde ik het nog eens zien.

In de monoloog grasduint Van Oers in het verhaal van zijn eigen (jonge) leven. Hij vertelt over zijn hoogbegaafde schoolcarrière, schaken, korte natuurkundestudie en overstap naar het toneel. Het ene moment verplaatst hij zich in de robot die hij was tijdens een verkleedpartij op de basisschool. Als enige was hij niet verkleed tussen alle piraten en prinsessen; hij redeneerde zich verkleed. En hij ontdekte een ander jongetje waarvan hij zeker wist dat het ook een robot was, maar dat kon hij logischerwijs niet vragen. Een robot zal immers altijd ontkennen dan hij er een is, en liegen als hij het zou toegeven.

Na verloop van tijd krijgt de wiskundige de overhand. Dan duikt ook Alan Turing op in de monoloog. Hij vertelt over zijn briljante carrière en ontdekking van de turingmachine, een fundament van alle moderne computertechnologie. Het liep niet goed met hem af, vertelt hij zelf, want hij werd in 1952 veroordeeld vanwege zijn homoseksualiteit. Uiteindelijk pleegt hij zelfmoord door het eten van een vergiftigde appel. Zo ver gaat Van Oers gelukkig niet in zijn autobiografische verhaal.

Wat deze twee personages met elkaar verbindt is een fascinatie voor de schoonheid van wiskunde. Turing zet helder uiteen hoe hij de ontdekking van de turingmachine heeft ervaren. Niet alsof alles op zijn plek viel, maar dat alles er al was en hij doorzag hoe het in elkaar zat. Een echte ontdekking dus, meer dan een uitvinding. Voor Van Oers schuilt er elegantie in het uitgangspunt dat wiskunde altijd klopt, net als de logische opdrachtjes die hij als extra schoolwerk kreeg. Of de uitspraak van Kurt Gödel: ‘Deze stelling is niet te bewijzen’, waarmee hij de wiskunde als wetenschap voor het blok wist te zetten.

De tweede keer klopte deze monoloog nog steeds. De twee levens worden niet in elkaar geschoven maar juist subtiel versneden. Op een onnadrukkelijke manier zeggen die twee levens in wiskunde en theater veel meer dan alleen maar over geekyness en de worsteling met jezelf. Turing is te vergelijken met de stukken van Bach: de noten zien eruit als een rekenkundig patroon, maar wat je hoort is puur gevoel.

Reageer >
 

Jazz beschrijven

12 januari 2017 (11:30) | Menno Hartman | Geen reacties

IMG_4693Vrijwel dagelijks loop ik langs platenzaak Concerto in de Utrechtsestraat. Ze hebben een toptien in de etalage van de bestverkochte jazz in 2016.

Elders in diezelfde straat zit een wijnhandel met literaire aspiraties die de meest waanzinnige impressies van wijnproeven componeert. (‘Stront, turf en vanille, korstmossen, regen op komst, donkere lucht,’ dat werk – een gewone Bourgogne that is!) Een beetje bezopen is het meestal wel. Hoe zou zoiets met jazz gaan? Om u niet al te zeer te irriteren citeer ik voor mijn beschrijving van het geluidsfragment wel uit de poëzie van Lucebert (Verzamelde gedichten, Bezige Bij 2002), dan blijven we wat in een acceptabel register.

De lijst gaat zo (onder de link de muziek zelf):

Ben van Gelder – Among Veticals

‘Als een robuuste bloem om te geselen is
getekend daarop onze rug’

Jacob Collier – in my room

‘Onze meester de bedeesde middenman
schroomvallig met de bol naar boven’

Maya Mccraven – In the moment

‘vrienden vriendinnen
op de boulevard
danst de vlo
asfalt vol kippevel
en kleun kado’

Reinier Baas – Vs Princess Discombobulatrix

‘een heerlijke triomferende toekomst door rozen
en emoties omstrengeld en schaduwen’

Gogo Penguinh Man made object

‘verscheur van weerzin en waanzin het net
dat de ingeboren stijfheid nog beknelt’

Ben Webster / Piet Noordijk – Johnny come lately (live 1973)

‘in de bongerd een boerenbonte engel lonkt
en je legt aan achter de rozenstruik
uit de stal stroomt als vanzelf bloed als melk
de koe kreunt en je bent het zelf’

Cannonball Adderley – One for Daddy-O (A’dam 1960 & 66)

‘het van pijn starre gezicht stroop het af
doof dat koude vuur ook’

Avishai Cohen – Into the silence

‘met het gezicht op geleende nevels
smeert de kakkerlak buitenmoordboter
over de galmende zwaan opdat muziek
lakgekakt het te losse dansgewaad verstevigt’

Teus Nobel – Social Music

‘het lijkt alsof het in mijn weids schootsveld
het gaat wemelen van elastieke hazen
die allen opspringen naar een nieuwe maan’

Gidon Nunes Vaz – Night life

‘Ik haal de brug op
hef het hoofd naar mijn gevelsteen’

——————–

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade. Hier een ander stukje over jazz.

Reageer >
 

Aardappeleters

11 januari 2017 (9:06) | Gilles van der Loo | Geen reacties

imgresAfgelopen maandag keek ik voor het eerst in tijden tv. Aanleiding was het nieuwe programma De aardappeleters, waarin presentator Joris Vermeer (kende je al van zijn zwijgende bijrol in Wouter Klootwijks De wilde keuken) op zoek gaat naar de oorsprong van gerechten die hier in Nederland zijn ingeburgerd.

Heston Blumenthal deed iets dergelijks voor de Engelse keuken. Hij reisde de wereld af op zoek naar het origineel van een gerecht als de hamburger, en eindige een aflevering steeds met een over-the-top uitvoering (denk geluidseffecten, rook en etherische olie) die hij in zijn driesterrenrestaurant The Fat Duck op de kaart zou zetten.

Joris is een vriend van me. De leden van zijn filmploeg heb ik ontmoet toen we in Suriname woonden en zij daar voor opnamen waren. Zeggen dat ik De aardappeleters een prachtig programma vind is even waarheidsgetrouw als onbetrouwbaar.

Waar je niet onderuit kunt: de schitterende beelden. De goede research. Het geweldige gegeven van een presentator die zich ondanks zijn enorme postuur eerder klein maakt in beeld dan opblaast, en hierdoor geen spotlicht afvangt van de mensen die hij spreekt. Omdat ik weinig tv kijk heb ik misschien niet genoeg vergelijkingsmateriaal, maar het deed me denken aan hoe Ruben Terlouw Langs de oevers van de Yangtze presenteerde.

Eten is al twintig jaar hot. Chefs zijn sterren. Er worden ongelooflijk veel eet- en kookshows gemaakt. In een goed programma over eten is er ruimte voor het culturele kader van de gerechten, voor de oorsprong van een smaak.

Wij hebben in Nederland de vrijheid om vele culturen te plunderen en kunnen vrijwel alle grondstoffen bij. Straffeloos en in de volle overtuiging van zijn genie zet Henk uit Nieuw-Vennep op zaterdag een Thaise curry in elkaar. Die eet zijn gezin daarna met stokjes, want dat hoort bij Aziatisch eten. De boleten die hij tegenkomt op zijn wandeling met de hond laat hij links liggen, want paddestoelen zijn gevaarlijk.

Dit stukje staat op het punt negatief te worden over mijn medelanders. Ik wil dat liever niet.

Eten is verbinding en oorsprong. Die oorsprong kan cultureel of materieel zijn. Je moet de menselijke context van een gerecht en de herkomst van de ingrediënten kennen om het te doorgronden en uiteindelijk ook naar je hand te kunnen zetten.

Men wijt het wel eens aan de oorlog, maar ik vind die geen afdoende reden voor ons gebrek aan keukenroots. De enige culinaire authenticiteit waarop wij (als heel volk) kunnen bogen komt van onze immigranten. Lang leve de immigranten.

__________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Op 23 oktober van dit jaar verscheen zijn nieuwe en sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

Reageer >
 

Etnische azijnpisser

8 januari 2017 (11:34) | Hassnae Bouazza | Geen reacties

jan_matejko_stanczyk

Zullen we er maar gewoon mee stoppen? Met de beroepsallochtonen, knuffelallochtonen en boe!-allochtonen.

Ze zijn een belediging voor de gewone allochtonen die gewoon hun leven leiden, niemand tot last zijn en niet aan media-geilheid leiden.

We kennen ze nu wel: zij die hun culturele achtergrond tot de laatste druppel uitmelken voor goedkoop effectbejag in matig geschreven en hevig geredigeerde boeken. Of nog erger: de allochtone opiniemakers die als een haan met Palmpasen door witte redacties worden geparadeerd. Zie je wel! Hij/Zij zegt het! Dus dan is het zo! Feit! Punt! #DaaromPVV

Als je als ambitieuze aspirant-schrijver of streberige columnist niet veel meer kunt dan jezelf ten koste van anderen profileren, ben je niet de moeite waard. Je ontbeert het talent volwaardig mee te draaien, je wordt alleen ingezet als etnische azijnpisser en zodra er een jongere, versere versie van je is opgestaan, word je ingeruild.

Het behaagzieke beroepsallochtoonschap is namelijk aanzienlijk lucratiever dan dat van de enge-moslim-met-het-rare-petje, dus het is dringen in de knuffelallochtonenkrabbenmand. Allemaal mannetjes en hier en daar een vrouw, die de autochtonen willen bewijzen dat zij toch zeker wel deugen.

Maar wie in de ogen van de ander wil deugen, zal er nooit komen. Stop nou maar gewoon met die knuffelcultuur van die allochtone jaknikkers.

hassnaebouazza-foto-annelies-verhelstHassnae Bouazza is journalist, columnist, vertaler en programmamaker. Ze was regisseur en eindredacteur van de zesdelige documentaireserie Seks en de Zonde en heeft haar eigen online glossy Aicha Qandisha.
Foto: Annelies Verhelst

Reageer >
 

Geboren met een strafblad

7 januari 2017 (15:03) | Arjen van Lith | Geen reacties

twins

Op verjaardagen hoor je weleens verhalen over mensen die denken dat ze een hersentumor hebben, maar dan blijkt het een oog of een ander lichaamsdeel van hun nooit geboren tweelingbroer of –zus te zijn. Tijdens de zwangerschap, in de baarmoeder, heeft één van de twee de ander bijna volledig verzwolgen, op een klein stukje weefsel na. Het slachtoffer ziet nooit het levenslicht, behalve dan als ziektebeeld – als uitgestelde wraakoefening voor prenatale moord.

Mijn eigen tweelingzus lééft, al was het vlak na haar geboorte kantje boord toen bleek dat ik veel meer moederkoek had gegeten dan zij. Met zeven maanden waren we allebei veel te vroeg, maar ik had tenminste nog íets aan spek op mijn billen, terwijl mijn zus – nog geen drie pond – met wijd opengesperde ogen lag te rillen in een extra verwarmde couveuse.* De baarmoedermoord was mislukt, maar kennelijk had ik het wel degelijk geprobeerd.

Het zou heel goed kunnen dat mijn zus, die een kwartier ouder is, instinctief inschatte dat haar overlevingskansen buiten de baarmoeder weliswaar gering, maar tóch groter waren dan erin, en dat ze daarom koos voor een premature duik naar buiten. Haar geboorte was een ontsnapping. Ik zou haar hebben uitgehongerd.

Op die leeftijd ben je wie je bent, je kunt je nog niet anders voordoen. En eerlijk is eerlijk: in mijn pre-cognitieve fase heb ik me niet van mijn beste kant laten zien. Door de spijlen van onze – separate – boxen heen trok ik al het speelgoed van mijn zus bij mij naar binnen tot ik letterlijk zwom in een oceaan van gestolen waar. Zij zat verloren in een desolate vlakte met alleen nog Flapflap, een afgeragde lappenknuffel met hangoren, aan wie ze zich vastklampte als een drenkeling aan een reddingsboei.

Onze wandelwagen had twee zitjes achter elkaar in plaats van naast elkaar. Een noodmaatregel: in een testrit met een conventioneel model had ik geprobeerd mijn zus te wippen bij het oversteken van een drukke winkelstraat.

Als ze tijdens het boodschappen doen een plakje worst kreeg, riep mijn zus zodra ze kon praten “Arjen ook!”, terwijl ik, als ik de kans kreeg, beide plakjes zo snel mogelijk in mijn mond propte. Keurslager Pot op het Rosariumplein heeft me daar jaren later wel eens op aangesproken.

Iedere eenling komt onschuldig, als een onbeschreven blad ter wereld. Ik niet. Vanwege mijn gedrag als embryonale aso vervullen mijn tweelingzus en ik vanaf het allereerste moment de rol van respectievelijk slachtoffer en dader – of in ieder geval verdachte – in een levenslange zero sum mind fuck waarin het welbevinden van de één per definitie ten koste moet gaan van de ander.

Veel criminelen wijten hun fouten aan hun zielige jeugd of verwaarlozing. Mijn misdaad ligt veel dieper. Hoe dik de schil van opvoeding, socialisatie en beschaving ook aangroeit, hoe vaak ik me ook verontschuldig voor misstappen die ik me niet meer kan herinneren; deze fundamentele vertrouwensbreuk valt nooit meer te lijmen. Ik ben geboren met een strafblad.

__________________________

* Helemaal in het begin deelden we samen een couveuse, maar de artsen merkten al snel dat ik mijn baarmoedergedrag daar gewoon voortzette: ik lag languit, met alle beenruimte die een baby zich kan wensen, en had mijn zus in een hoek van de glazen bak getrapt.

Arjen van Lith is journalist en schrijver. Hij debuteerde in 2015 met de verhalenbundel Mijn Snor bij De Harmonie en publiceerde diverse korte verhalen in (literaire) tijdschriften. De meeste maanden van het jaar woont hij in Austin, Texas, waar hij werkt aan een bundeling van de brieven die hij ooit aan zijn kapper schreef, en aan een roman over zijn opgroeien in dorpsmetropool Krommenie.

 

Reageer >
 

Race van David Mamet, het Nationale Toneel

5 januari 2017 (11:00) | Menno Hartman | Geen reacties

schermafbeelding-2017-01-05-om-10-55-23Het grootste ongemak aangaande mijn raciale gesteldheid ervoer ik kort na het einde van Race van David Mamet uitgevoerd door het Nationaal Toneel, in een te drukke gang liep ik achter twee witte echtparen die op te hoge toon hun betrokkenheid bij het onderwerp uitte.

Wat duidelijk wordt na het gezwartepiet in de late maanden van het jaar en bijvoorbeeld ‘Wit is ook een kleur’ van Sunny Bergman is dat ras weer op de agenda staat. Of – waarschijnlijker – nooit weggeweest is.

Race is een advocatendrama op toneel (Het Nationale Toneel, gezien Stadschouwburg Amsterdam 4 januari, met Hein van der Heijde, Werner Kolf, Mark Rietman, Romana Vrede) waar de kwestie van een machtige en rijke blanke man behandeld wordt die op een hotelkamer een zwarte schoonmaakster verkracht. Tot mijn verbijstering constateer ik dat het stuk van 2009 is, en de kwestie Dominique Strauss-Kahn van 2011. De IMF baas werd beschuldigd van seksueel geweld tegen een kamermeisje van zijn New Yorks hotel, met wie hij een soort relatie bleek te hebben. De plot van Race en de kwestie Strauss-Kahn zijn vrijwel 1 op 1. Toeval. Het advocatenkantoor zie je nadenken over de mogelijkheid de witte man vrij te pleiten. De discussies hierover leggen de raciale zenuw bloot. De vraag is uiteindelijk ook of ze de man wel willen vrijpleiten, en tegen welke prijs.

In Bergmans ‘Wit is ook een kleur’ tracht ze witte mensen zich bewust te maken van een voordeel dat ze genieten. Het sterkste experiment is in een gymzaal waarin ze een gemengde groep mensen opstelt op de middenlijn en zegt een stap naar voren te doen als een opmerking van toepassing is op je, en een stap naar achter indien niet. (type: ‘Ik voel me veilig op straat als er veel politie is’.) Na zeven vragen is de groep volledig uit elkaar gespeeld (dramatisch is dat ze bij aanvang de handen vast hebben en je ziet dat ze die  op zeker moment los moeten laten). Ik heb daar wel veel van geleerd.

De witte mannen staan na zeven vragen vooraan, de zwarte vrouwen achteraan. Duidelijker kun je het niet maken.

Exact dezelfde kwesties worden besproken in Race, de vanzelfsprekende hegemonie van de witte man, de vooroordelen, de positieve discriminatie en de desastreuze gevolgen daarvan. Wat Race op de documentaire voorheeft is dat er ook een strijd gevoerd wordt tussen de zwarte vrouw en man die op het advocatenbureau werken. Een sterke complicatie van de zaak. Het stuk is intelligent, moreel sterk, maar mist een dramatische wending.

Op weg naar de uitgang  – met al die harde witte koppen (de mijne incluis) – verlangde ik boven alles naar cultuuruitingen waarin je duidelijk in echt gemengd publiek zit. Geef mij die gemengde zaal.

 

——————–

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade. Hier schreef hij al eens iets over toneel. En hier over verkrachting.

Reageer >
 

Soorten geluk

4 januari 2017 (7:39) | Gilles van der Loo | 2 reacties

img_2977-2Het was nieuwjaarsdag. Tussen de vuurwerkeilanden door koerste ik met mijn gezin naar het Westerpark om Otis de Hond uit te laten, die Oud en Nieuw bevend onder ons bed had gevierd.

Nadim hield mijn hand vast en B duwde Ada voor zich uit in de extreem dure babywagen die mijn schoonouders voor ons hebben gekocht. Voor het eerst sinds mijn veertiende, besefte ik, begon ik een nieuw jaar zonder kater.

Er was een fantastisch feest in de Amsterdam Toren geweest, maar ik was niet gegaan. Lieve vrienden waren bij ons langs gekomen; we hadden gegeten, wijn gedronken en hen tegen enen uitgezwaaid.

Op de Marnixstraat sjokten groepjes mensen die duidelijk wél van feestjes kwamen. Ik dacht aan mijn negende verjaardag, waarop ik een keus had moeten maken tussen een kindercadeau of iets voor grote jongens. Na lang twijfelden koos ik een cassettedeck.

Het apparaatje glom als science fiction en had blauw gaas voor de speakers. Toen ik het uitpakte moest ik keihard janken omdat ik besefte dat een periode van mijn leven voorbij was. Die middag nam mijn moeder me mee naar de speelgoedwinkel en liet me ook nog iets van Playmobil uitzoeken. Het werd een dubbeldikke verjaardag, maar toch voelde het niet zo.

Otis de Hond hurkte om te kakken en mijn oog viel op een reepje pasfoto’s. Ik pakte het van de stoep en keek naar een viervoud van twee blije gezichten. De foto was nieuw, want ongekreukt. Omdat je al jaren geen zwartwit meer kunt gebruiken voor identiteitsbewijzen, moest er ergens op een feestje een ouderwets pasfotohokje gestaan hebben, waar dit stel een muntje in geworpen had. Het feit dat ze geen jassen droegen bevestigde mijn vermoeden.

Even voelde ik die draaikruk onder mijn billen, haar gewicht op mijn schoot. Ze was te enthousiast, te onrustig om helemaal te zitten en leek daarom vederlicht. De jongen zei iets, het meisje glimlachte, het kastje ging flits.

Ik dacht aan Playmobil en cassettedecks. Aan het soort geluk dat bij elke fase hoort.

__________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Op 23 oktober van dit jaar verscheen zijn nieuwe en sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

2 reacties >
 

< 1960 < 1970 < 1980 < 1990 < 2000 < 2010 <2020
 
2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016
 
Nr.462 Nr.463 Nr.464 Nr.465
 
bestel
 
 
voorpagina