Drempelvrees

15 mei, 2013 (09:41) | Menno Hartman

De handen van Dinu Lupatti

De handen van Dinu Lipatti op een Bechstein

‘The piano ain’t got no wrong notes’ zei Thelonious Monk al. Donderdag kocht ik een C. Bechstein piano. De Rolls Royce onder de piano’s,  zei mijn zwager, die wel heel goed pianospelen kan. Hij was meegegaan om ons te behoeden voor een totale miskoop.  Toen ik vroeg hoe hij speelde zei hij: ‘te grote schoenen’. Ik kon me er ook in al mijn onbekendheid met het instrument iets bij voorstellen. De Bechstein is gebouwd in 1900, zoals je kunt nazoeken op de site Wie alt is mein Bechstein. Een ouderdom die doet mijmeren over de reizen die de piano heeft afgelegd, de mensen die er in al die jaren op speelde. Het instrument is nooit gereviseerd, tot op de draad versleten, maar de klank is goed, romantisch. Toen mijn zwager een kwartiertje gespeeld had zei hij: ‘hoor je, hij komt er weer in, de klank groeit’.

Sinds het plan postvatte om gewoon vanuit het niets een piano te kopen en iets nieuw te leren zie, hoor en lees ik overal van alles over piano’s, pianospel  en -composities. In Jan Brokkens boek met de geweldige titel Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin drijft de lezer een betrekkelijk onbekende wereld in van de muziekgeschiedenis van de Nederlandse Antillen, en dan met name Curaçao. In 1999 werd in de Heilige Kruiskerk in Warschau een mis opgedragen om de honderdvijftigste sterfdag van Fryderyk Franciszek Chopin (1810-1849)  te herdenken. Er waren vertegenwoordigers van vele landen, een paar Fransen, redelijk wat Polen en paar Italianen, maar waarom waren er elf Antillianen, vroeg Brokken zich af toen hij een berichtje erover in de Süddeutsche Zeitung las. Het was het begin van een jarenlange zoektocht naar het antwoord. Het voerde hem langs de fascinerende geschiedenis van bijvoorbeeld de nu redelijk vergeten Louis Moreau Gottschalk (1829 – 1869), een Amerikaanse componist en pianovirtuoos die het Zuiden van de Verenigde Staten intensief bereisde, de Caraïben en ook Zuid-Amerika. Een geweldig kleurrijke figuur deze Gottschalk. Deze en andere musici die Brokken in het boek bespreekt, brachten Europese muziek in Caraïbische sferen en pasten de muziek aan: de standaard Poolse dansen werden in gewijzigde tempi typische Creoolse muziek. Creools in de betekenis van: vermengde culturen. Precies waarom de Caraïben zo interessant zijn, je vindt er cultuuruitingen (en mensen)  die gedeeltelijk lokaal Indiaans zijn, gedeeltelijk Afrikaans, Europees.  

Voor het werk van Jan Brokken voel ik nu hetzelfde als met betrekking tot mijn aanstaande kennismaking met de piano: drempelvrees. Ik weet dat als dit boek mij voldoende bevalt (ben nu halverwege) ik elke letter van de man zal gaan lezen. Die onderdompeling, daar schrik ik ook wat voor terug. De essentie van de fascinatie van Antillianen voor met name de mazurka’s van Chopin zou volgens Brokken er mede in liggen dat zij in hem zijn cultuurdiversiteit, cultuurvermenging herkenden. Chopin  had een Franse vader, die in Polen belandde, maar zijn zoon nooit Frans leerde spreken. Hij leerde de kinderen van zijn broodheren Frans en sprak thuis met Fryderyk Pools. Chopin is nooit van zijn zwaar Pools accent afgekomen. Vervolgens is hij – zelf eenmaal in Frankrijk beland – nooit meer teruggekeerd naar Polen. De Poolse dans maakt hij in Frankrijk salonfähig, en wereldwijd werd zijn cultuurvermenging erkend. Hij heeft zijn culturele verdeeldheid wel op een werkelijke ongelooflijke manier vormgegeven. Hij is begraven in Parijs, maar liet zijn hart uitsnijden en naar Polen brengen.

In het Stedelijk Museum draait de prachtige film Nummer veertien, home van Guido van der Werve.  Van der Werve legde ruim 1.500 kilometer af in een duizelingwekkende triatlon dwars door Europa. Hij rende, fietste en zwom de volledige afstand van het hart van Frédéric Chopin naar diens lichaam, filmde zijn prestatie en het landschap en componeerde er muziek bij. Voor deze film kniel ik dan weer op mijn beurt.

In de jaren ’40 nam Dinu Lupatti veel Chopin op, op een Bechstein, misschien wel op een Bechstein uit 1900, vervaardigd in Berlijn. Die toen nog niet voelde als te grote schoenen.

Reageer >