Een soort strippoker

19 mei, 2013 (10:48) | Simone van Saarloos

Vandaag ben ik jarig en ik wil dat we een spelletje doen. Het heet fenomenologische reductie en het lijkt op strippoker. De ware spelregels van Edmund Husserl zijn heel moeilijk, maar vandaag is het een feestje, dus doen we een light variant.

Stel je voor: je woont in het huis waar je nu in woont, maar op een andere plek. Ergens waar ze soms ook Duits of Vlaams
appelboompraten. Driehonderd meter verderop staat een huis dat op het jouwe lijkt en er wordt daar iets verkocht wat jij graag wilt hebben. Je hebt gewerkt en dus heb je voldoende geld en een paar uurtjes high in het weekend verdiend. Je groet de man of vrouw die in dat huis achter de toonbank staat wanneer je elkaar tegenkomt op straat. Toch mag je daar niets kopen. Dat bepaalt de wet. Want er loopt een onzichtbare grens tussen jouw huis en het huis waar ze verkopen, een grens die op een getekende kaart ligt vastgelegd, een grens die ervoor zorgt dat zij Nederlander zijn, jij Belg of Duitser.

Wanneer ik het woord ‘grens’ hoor knik ik hevig. Wanneer ik de ‘grenzen moeten dicht’ of ‘grensverdediging’ hoor, denk ik te begrijpen wat dat betekent. Maar grenzen zijn alleen acceptabel zolang ze abstract blijven, een woord van ver of een getekend stippellijntje. Wanneer iemand een grens trekt door de stad en deze vastlegt op een print-out van Google Maps, wanneer iemand een lijn zet door je straat, je achtertuin, je balkon of in je bed en zegt: u mag niet voorbij deze grens; voorbij deze lijn bent u geen volwaardig mens, wat doe je dan?* 

Tot zover het voorspel, de warming-up van de verbeelding. 

Husserl stelde zich een appelboom voor en vroeg zich af: wat blijft er over, op welke kern kom ik uit wanneer ik alle eigenschappen die niet alleen bij de appelboom horen, wegredeneer? Hout, rood, groen, groot – allemaal predicaten die ook van andere dingen (verschijningen) kunnen worden gezegd. Alleen het geheel van ‘appelboom’ is niet op iets anders van toepassing dan de appelboom.

Toch kun je de boom nooit in zijn geheel zien. Loop je er omheen, dan weet je nooit zeker of de andere kant op dat moment nog bestaat. Je mist altijd een deel van de werkelijkheid, maar kleurt deze zelf in. Niet het werkelijke object is voor Husserl van belang, maar de ervaring, aanblik en beleving ervan.

verjaardagstaartSchrijver Dimitri Verhulst wist deze week in Pauw & Witteman de kern van ‘de vluchteling’ aan te wijzen. Het ‘zijn verdomme wel mensen’, wierp hij Teeven en diens vluchtelingenbeleid in het gezicht. Op Twitter werd Verhulst gelauwerd voor zijn ‘intellectuele betoog’ waar Teeven toch niets van zou snappen. Verhulst verdient de veren, maar ‘intellectueel’ was zijn betoog niet. Integendeel, net als Husserl was hij niet op zoek naar een rationeel, beredenerende vorm van begrijpen, maar juist naar begrip dat direct uit de ervaring voortkomt – en het is precies die voorstelling van de werkelijkheid die Teeven vervaarlijk mist. 

 

De kaarten zijn geschud, de dobbelstenen geworpen.

De vluchteling, fenomenologisch gestript: zijn huis en land heeft hij al verloren. Ontneem hem nu zijn familie, zijn etniciteit, zijn werk, zijn sekse, zijn bezittingen, zijn verleden, zijn individualiteit en – oeps! – zijn waardigheid.

Nu u ontkleed: zonder huis, land, familie, etniciteit, werk, sekse, bezittingen, verleden, individualiteit en waardigheid. Wat blijft er van u over?

Precies. We zijn verdomme wel mensen.

Vandaag bepaal ik wat er gespeeld wordt, wanneer ik huilen mag – rechten voor één dag. Om 00 uur precies is dat, op afspraak, voorbij. Wie bewaakt die grens? Zet ik de klok telkens een uur achteruit, dan blijf ik eeuwig jarig.
Alleen Facebook verraadt dat er morgen drie anderen aan de beurt zijn.

Straks wordt er gezongen, iemand zet kaarsjes op de taart. Ik doe een wens en het is donker.

 

 

*(Garry Davis verscheurde zijn Amerikaanse paspoort en werd Wereldburger. Marjolijn van Heemstra maakte een voorstelling over deze man zonder grenzen, deze week nog te zien)

 

1 reactie >