Groeten uit Harkdorp

3 juni, 2013 (06:40) | Martijn Knol

vleesAls jij op maandag de computer aanzet en deze pagina aanklikt met een gegrond vermoeden van het soort stukje dat je hier kunt verwachten, dan doe ik iets niet goed.

‘Wat een leuk begin! Heel anders dan ik had gedacht!’

‘Vind ik ook! Je krijgt ook meteen superveel zin om de volgende zin te gaan lezen!’

‘Zeker weten!’

Het grootste gevaar van bloggen, columns schrijven, de romankunst bedrijven en het leven leven: herhaling… sleur… Of om me te beperken tot de letteren en mijzelve: voorspelbaar worden… van iedere tekst een invuloefening maken en daarmee jezelf reduceren tot uitvoerend kunstenaar… ‘t is me een neukende gruwel… En het publiek zal je er niet van weerhouden… dat is dól op routine… zelf leggen de mensen ook iedere dag dezelfde routes af, verrichten dezelfde werkzaamheden, bereiden dezelfde gerechten, bezoeken dezelfde sites…

Terwijl kunst moet de-automatiseren – anders is het geen kunst.

‘Gaap, gaap.’

‘Hij is mij een beetje te serieus vandaag, ik ga de aardappels schillen.’

‘Nee, nee, volgens mij begint ’t nu echt!’

Laat ik snel tegemoetkomen aan je verwachtingen… Wat je hier verwacht/hoopt te lezen is iets als:

 

Slagerij

Hoewel het opvoeren van grootschalige/spectaculaire/wereldwijde goochelshows waarschijnlijk wel altijd mijn Favoriete Lievelingspassie Numero Uno zal blijven – live on stage een onderdanige assistente (glitterbadpak, majorettestaf) doorzagen… daar kun je mij midden in een boek van Cees Nooteboom voor wakker maken – heb ik hier de afgelopen weken met on-ge-loof-lijk – ik mag eigenlijk wel zeggen: tomeloos –  veel inzet, enthousiasme én plezier – ondanks de wetenschap dat dat slechts aan een handjevol getalenteerde connaisseurs (m/v) zal zijn besteed – denkles en schrijfonderricht gegeven, maar nu mijn broer mij heeft gevraagd om – net als vorig jaar, en het jaar daarvoor – op zijn slagerij te passen omdat hij als hardwerkende middenstander ook weleens wil toekomen aan een stukje rust et cetera, et cetera, geldt deze blogpost als een piepklein, tussentijds Adieu.

What the fuck? Waar heeft die gast ’t over?’

‘Hij heeft twee weken blogverlof.’

‘Gaat ie op vakantie?’

‘Hoe kan ik dat nou weten als jij er de hele tijd doorheen lult?’

In Harkdorp, where we lay our scene, lijken de dagen op elkaar… Ik rijd naar een boerderij, loop met de boer de wei in om een koe uit te zoeken – en trek m’n gun uit m’n schouderholster. Pang, pang – spatspetter. Eventuele kalfjes knal ik ook meteen af. Uit mededogen. Even later sleep ik het lijk van het met een touw aan de trekhaak van m’n Jeep gebonden koebeest door het dorp… Ik wil natuurlijk geen bloed in m’n wagen… Onderweg niet vergeten de dorpelingen te groeten… iedere bevriende klant is een tevreden klant…

De vrouwtjes in Harkdorp zijn allemaal dol op de worst van m’n broer.

Op het plaatsje achter de slagerij zaag ik de koe in bloederige hompen (je begrijpt dat mijn goochelervaring me daarbij goed van pas komt!), waarna mijn vrouw en dochter de biefstukjes droogföhnen en fraai uitstallen in de vleesvitrine in de winkel… Laurierblaadjes hier, wat peperkorrels daar… je kent die serveersuggesties wel…

Het zijn vermoeiende, maar ook erg afwisselende weken daar in Harkdorp… De ene dag verzorg je als hoofdverantwoordelijke van de kwaliteitsslagerij de catering voor een ondanks de crisis florerende handelsonderneming, de andere dag zet je een BBQ op voor de kwieke deelnemertjes aan de regionale avondvierdaagse… Op een doordeweekse ochtend zijn de hartelijke opmerkingen die je uitwisselt bovendien beslist niet van de lucht…

‘Mag het misschien iets meer zijn?’

‘Van jouw vlees krijgt een vrouw als ik nooit genoeg, mooie jongen… Leg er gerust nog maar een lapje bovenop.’

‘…’

‘Ach, weet je… ik loop al zo te sjouwen met die tassen… kom je ’t vlees vanmiddag even bij me thuis brengen? Dat doet je broer ook altijd zo lief.’

Het hoogtepunt van een werkweek vind ik de dinsdagavond… gehakt draaien… Een heerlijk karweitje is dat… ik raak altijd in een lichte trance als ik die brokken vlees door de gehaktmolen sta te duwen… Wel oppassen voor je vingers, want gehakt met kluifjes d’r in… daar zit natuurlijk niemand op te wachten!…

Over gehakt maken gesproken… is ’t niet hoog tijd dat ’r wat vaker iemand een paar fraaie roze-witte balletjes van één of ander zouteloos, schijnheilig, gemakzuchtig oeuvre uit de NED-LIT draait?… Of anders van (de bezigheden van) politici, zakenlieden of mediavogels?

Zelf ben ik vrij druk met mijn goochelcarrière, maar dat laat onverlet dat de tijdgeest wel een flinke schop onder z’n  hol kan gebruiken… Gezocht: polemist met bergschoenen…

Om W.F. Hermans, Door gevaarlijke gekken omringd (1988;p.505), te citeren:

‘Natuurlijk is polemiek nuttig. Iemand die denkt dat het maar het beste zou wezen voor eeuwig en altijd de lasteraars, de leugenaars, de bedriegers en de imbecielen het hoogste woord te laten voeren zonder ze belachelijk te maken, die kan beter heroïnespuiter worden of zich dood drinken.’

Of zoals het in Maarten van der Graaff’s Vluchtautogedichten (2013;p.45) heet:

De sfeer verzieken is een levensvervulling.

Op maandag 24 juni ben ik hier weer terug – uiterlijk. Want mochten ze inmiddels internetaansluiting hebben in Harkdorp, dan zie ik misschien wel kans om eerder iets te posten.

Ciao, ciao, de ballen, adieu en tot ziens.

Tirade – of je worst lust.

Tirade – snijdt dieper.

 

Soundtrack bij deze blogpost:   If you want blood… you got it.

 

Eerdere afleveringen uit deze serie lees je: hier.

1 reactie >