43 linker teenslippers of het raadsel van de maan

3 juli, 2013 (10:23) | Menno Hartman

2013-07-03_095830Dit is Guanyin, een bodhisattva of, verlichte verschijning.  Waarnaar kijkt deze man?  Hij kijkt rustig naar de weerspiegeling van de maan,  in het nieuwe Azië – paviljoen in het Rijksmuseum. Ik moet zeggen dat ik misschien extra ontvankelijk was, zaterdag in een redelijk druk Rijksmuseum waar Chinezen  en Japanners  niet al te behoedzaam voor je schuiven als je rustig naar Vermeer staat te kijken en hun camera op het begeleidend tekstbordje richten om thuis nog eens te gaan kijken wat het eigenlijk was.

Guanyin zat daar en niemand voegde zich tussen ons, zodat ik de tijd had. De combinatie van gratie en kracht in contemplatie schijnt kenmerkend te zijn voor deze figuur. Waar we boeddhisme in Nederland soms met zweverigheid associëren en vrouwen van middelbare leeftijd opzoek naar zingeving, straalt deze figuur iets heel anders uit. Dynamiek en rust ineen. De wijze waarop zijn ondersteunende hand  iets boven de grond zweeft heeft iets pedant krachtigs, hij heeft de ondersteuning niet eens nodig.  Het doet denken aan de tegenspeler van de zwaarlijvige detective Nero Wolfe in de televisieserie, die altijd heel pesterig de leunstoel verliet en daarbij de handen bij het afzetten een beetje boven de leuning liet zweven, een akeligheid waarop ik mezelf in het gezelschap van dikke mensen ook wel eens betrap.

Het beeld komt uit China en dateert van de 12e eeuw, net als deze Chinese gedichten:

Van vermoeidheid slapend in de Boot om te Vissen in de Sneeuw

Ik bouwde een klein studeervertrek in de vorm van een boot en noemde het de Boot om te Vissen in de Sneeuw. Ik was daarin aan het lezen en was van vermoeidheid in slaap gevallen, toen opeens een windvlaag naar beneden kwam en de prunusbloesem in de vaas sterk deed geuren, zodat ik wakker werd – met dit knotvers.

Een paviljoen met helder raam en halfgesloten deur –
Al lezende was ik verzonken in een diepe slaap

Maar door de prunusbloesem word ik onverhoeds gepest:
Die geur waait speciaal naar mij en wekt me uit mijn droom!

 

Vanuit de Boot om te Vissen in de Sneeuw kijk ik in een vriesnacht naar de maan

 

Hardnekkig sta ik bij de beek te wachten op de maan:

De maan heeft mijn bedoeling door en talmt om te verschijnen.

Ik ga naar binnen, sluit de deur, bedrukt wil ik niet kijken

En plotseling vliegt zij boven de duizend pieken uit!

Wanneer ik Vissen in de Sneeuw bestijg om uit te zien

Hangt van de takken van de pijnboom echt een wiel van ijs!

‘Bemint de dichter die de maan bemint, het meest Midherfst?’

Toen mij de vraag gesteld werd schudde ik het hoofd van nee:

Van alle maanden is de maan het liefst me in de Laatste

Als zij door sneeuw is gepolijst, in ijswater gewassen:

Eén strakke hemel strekt zich uit over de hele wereld

En op die blauwe diepte drijft een witte jade schaal!

Ze krijgt dan bovendien gezelschap van de prunusbloesem –

Is het niet zo dat aan Midherfst zo’n rendez-vous ontbreekt?

 

(Yang Wanli (1127-1206) vertaling W.L. Idema)

Zoekend naar de verschillende verschijningsvormen van Guanyin kom ik erachter dat ik een avond lang naar zijn verschijning gestaard heb op een gifheet strand op het grote Chinese eiland Hainan, waar het op vier na grootste beeld ter wereld uit zee oprijst: Guanyin.

Het is het strand waar we tot onze verbijstering 43 linker teenslippers gejut hadden. Ik dacht die avond na over het wonder van de 43 linker teenslippers. Er is geen groot boeddhist in mij verloren gegaan. Al ga ik nu wel in diepe contemplatie over het toeval dat aan dit wilgenhouten beeld alle linkertenen ontbreken.

Reageer >