Bewegungsfreiheit – een instructievideo

30 september, 2013 (09:39) | Martijn Knol

Tirade – verrast.

‘Hé, verrek… begint ie nou met de pay-off?’

‘Zijn we te laat? Is ’t al voorbij?’

‘Nee, nee, nee: kan niet… ik zit al sinds zes uur vanochtend te refreshen… er is al die tijd geen nieuw stukje voorbij gekomen, dat weet ik zeker.’

‘Wat raar.’

‘Een pay-off aan ’t begin… dat is toch wel heel ongebruikelijk. Ik zou haast zeggen: verrassend.’

‘Hahaha, verdomd! Heeft ie expres gedaan!’

‘Tyn… we hebben ’m door! Begin maar jongen!’

‘Kom er maar in!’

‘Dat zei m’n vrouw ook vannacht.’

‘Hahaha, schitterend!’

‘Tyn? Joehoe? We zijn klaar om verrast te worden! En dan met dubbel ‘r’ graag, anders lijkt het me een stuk minder feestelijk.’

‘Hè? O. Haha!’

Straks: een instructiefilmpje.

Maar nu eerst:

Gekist – de nachtmerrie

Hoe het zo gekomen is weet ik niet, het is allemaal een beetje langs me heen gegaan, ik lag gewoon lekker te slapen, maar om de een of andere reden lig ik nu in een doodskist die op een grote stalen tafel staat, midden in een soort timmerwerkplaats. Een man in een krijtstreeppak tilt een deksel op de kist en begint die met kitscherige gouden klinknagels dicht te spijkeren. Bij de tweede spijker schrik ik wakker en bij de derde serie hamerslagen realiseer ik me in wat voor houten donker ik lig. Wat een ongrappige situatie is dit! Ik sla met een woedende vuist door het deksel, ram drie, vier keer met mijn voorhoofd tegen het eikenhout en kom dan in een explosie van houtsplinters overeind; ik spring uit de kist, grijp de bankierachtige begrafenisondernemer bij zijn strot en terwijl ik de hamer uit zijn hand trek brul ik in zijn gezicht dat hij godverdomme een gestoorde vijftig jaar te vroeg is en met drie, vier klappen sla ik zijn schedel, met zijn eigen hamer, tot bloedmoes. Vervolgens zwaai ik zijn lichaam met één hand in de lucht om de slappe pop die zijn stoffelijk overschot nu is met een snelle beweging dwars door de resten van het deksel de voorverwarmde kist in te rossen. Zo vriend, deze rolverdeling bevalt me een stuk beter.

‘Frans? Mag ik die dubbele espresso afbestellen? Ik ben nu wel wakker, geloof ik.’

Zo, nou… welkom!… Dit wordt een tamelijk relaxte aflevering van de maandagochtendshow hier bij Tirade. Wat gaan we doen? We gaan een filmpje kijken! Een soortement gedicht. Zestig seconden poëzie.

‘Wil je er eerst wat over vertellen? Of zullen we meteen gaan kijken?’

‘Nou… laten we maar meteen gaan kijken!’

 

Aan de art direction kun je zien dat de beelden kort na de millenniumwisseling zijn geschoten. De spot (plot, personages, het grijsgroene kleurenpalet van de eerst helft) doet cinefielen, denk ik, denken aan Tom Tywkers Heaven (2002).* De muziek is trouwens van Händel (Sarabande; HWV 437). Ik voel wat plaatsvervangende schaamte voor dat digitaal gegenereerde bos, maar soit.

Wat wil dit filmpje? Spijkerbroeken verkopen aan tieners. Oké. En wat willen die puistenkoppen?  Een vriendje of vriendinnetje om vieze dingen mee te doen. Goed mogelijk. Wat is dus de dieptepsychologische belofte van deze commercial? Draag onze broeken, dan krijg je seks.

Heb je dat er niet uit gehaald? Dan gaan we nog een keer kijken. Let goed op!

De jongen en het meisje bevinden zich aan het begin van het filmpje niet in dezelfde ruimte. Dat zie je al aan de gesloten manier waarop de jongen zich voorbereidt/concentreert op zijn hordeloop (0.05-007)*, maar ook aan de afstand tussen de jongen en de camera die hem op 0.10 zelfs een stukje langs de buitenmuur volgt (een prachtig shot vind ik dat).

Op 0.14, in de hal, rijdt de camera een stukje naar achteren zodat er ruimte ontstaat om het meisje te introduceren en haar perspectief ook in de handeling te betrekken (laten we maar geen bijdehante vragen stellen over de plattegrond van het gebouw; droomlogica). We volgen jongen en meisje beiden, alternerend, tot we op 0.26 het volgende (deel)gebouw inspringen en de twee – tijdens de balletachtige instelling op 0.34 – tevreden constateren dat ze elkaar op de afgesproken plek hebben gevonden*. Het eerste deel van de missie is geslaagd. Je ziet hen zwijgend overleggen – en dankzij deze elegante wandeling herinner je je dat een sarabande een dans is.

Ze besluiten samen die laatste muur (0.42) door te gaan.

Het gebouw komt niet uit op een straat of in een stad, maar rechtstreeks in dat digitaal gegenereerde bos. Jongen en meisje rennen de bomen in… de vrijheid tegemoet. De twee zijn nu samen ontsnapt aan de civilisatie en via het bos (symbool voor de natuur, het ongetemde, het lichamelijke) – en inderdaad: dit bos is een verzameling fallussymbolen – bereiken ze… het hoogtepunt! La petite mort… Zie ze zweven… twee spermatozoïden na een ejaculatie… het heelal als baarmoeder… Gert, Gert… waar is dat ei nou?

Deze interpretatie is mede mogelijk gemaakt door de Firma Freud.

Het gebouw waar de twee uitbreken lijkt op een school. Op 0.42 zien we in de bijna blinde buitenmuur bovendien – op links – een raam met tralies. School is duf, Levi’s is tof, dankzij Levi’s ontsnap je aan de seksloze grauwheid.

In het oktobernummer van de Opzij las ik dat dit filmpje onder feministes van de tweede golf een canonieke status heeft bereikt omdat de jongen en het meisje in het filmpje allebei de broek aan hebben.

Waar waren we? Nergens. Of toch… wacht… o, ja… we zijn gewoon hier, hahaha! Volgens mij zit er nog wel meer in dit paradepaardje van Troje. Ik weet niet of jij hetzelfde ervaart, maar ik kan dit filmpje een paar keer achter elkaar bekijken en steeds grijpt het me weer aan. Dankzij de muziek, zeker.

Maar ook omdat ik er niet aan ontkom het gebouw, de muren, te lezen als symbolen voor ons bewustzijn, voor je ‘bovenkamer’ – en die moedige renpartij als de inspanning die kunstenaars en hun publiek leveren om elkaar te bereiken. Het eigen beperkte, solipsistische kutperspectief uit. Denk ook aan de woorden van Nabokov die zich opgesloten voelde in het sterfelijke bewustzijn en zijn vuisten heeft ‘gekneusd’ door te beuken op ‘de muren van de tijd’.

Kunstenaar

Er is meer… het filmpje is in mijn ogen nog rijker, bedoel ik… Het gebouw in de spot lijkt ook de traditie/overlevering/conventies waarin je opgroeit en wordt onderwezen te representeren – je moet er, zeker in de kunsten, zeker sinds het modernisme, uitbreken om je eigen weg te gaan zoeken. In die interpretatie is dit filmpje de ultrakorte, overgecomprimeerde adaptatie van een Bildungsroman.

Toegespitst op de traditie kun je het schoolachtige gebouw, al die muren dus ook zien als wat Milan Kundera* le rideau noemt, het gordijn/doek, de korst van conventies waar iedere schrijver en lezer doorheen moet breken als hij een nieuw lied wil zingen of horen. Kundera, in de vertaling van Martin de Haan:

‘Door angst bevangen stel ik me de dag voor waarop de kunst niet meer naar het nooit-gezegde zal zoeken en zich gedwee weer in dienst zal stellen van het collectieve leven, dat van haar zal eisen dat ze de herhaling glans verleent en het individu helpt om in vrede en vreugde op te gaan in de uniformiteit van het zijn.’

Instructievideo

Tot slot is er de interpretatie van de onderbuik… je kunt de spot ook zien als een instructievideo namelijk… Ik bedoel dit: we streven allemaal doelen na… iedereen wil wel iets… een nieuwe fiets… een tweede huis, die ene vrouw of man, eeuwige roem of een monsteroplage – pak ’m beet: 25.000.000 exemplaren per nummer – voor het literaire tijdschrift waar je in de redactie zit… Alleen: er zijn altijd mensen, instellingen en natuurkrachten die je proberen af te remmen of tegen te werken. Soms met opzet, soms in alle onschuld omdat ze toevallig zelf een ander/tegengesteld doel nastreven.

Dat is natuurlijk niet de bedoeling!

Want jij wilt zo snel mogelijk je doel bereiken, ja toch? Schijt aan al die klerelijers en hun miezerige ambities. Ja toch? Die lui moeten gewoon oprotten! Zo is het toch? Wat jij wilt is belangrijker dan wat anderen willen. Vind ik wel. Vind jij ook. De vraag is dus: hoe moet je omgaan met instanties en individuen die tussen jou en je doel instaan? Nou, zegt dit filmpje, dat is eigenlijk heel eenvoudig: daar ga je dwars doorheen. Laten we nog één keer kijken hoe je dat ook alweer doet:

Tiradedoor roeien en ruiten.

Stukje over dit stukje

Zondagmiddag. Ik hang bij een vriend op de bank. Zijn dochtertje hangt naast me filmpjes te kijken op haar tablet. De zon schijnt, maar wij blijven lekker binnen – het lijkt wel spijbelen. Die vriend maakt espresso, dochter Floor en ik laten elkaar om beurten grappige YouTube-filmpjes zien. Als Floor het Levi’s filmpje van hierboven heeft uitgezeten zucht ze diep en zegt: ‘Waarom gaan ze niet gewoon door de deur?’* Ook in de hermeneutiek heb je altijd baas boven baas.

Volgende week: Grand Hotel Budapest.

Noten

*Pitchline Heaven: ‘In the name of justice she committed a crime. In the name of compassion he broke the law.’

*Van 0.05 tot 0.07 geeft de regisseur ons een voorbeeldige close-up. Vanaf dit moment zijn we niet alleen benieuwd wat de jongen gaat ondernemen, we zien en voelen ook dat het hem ernst is – we willen dat hij zijn doel gaat bereiken.

*Gevonden op de afgesproken plek bij de finale muur; op zich bevinden ze zich op 0.16 en 0.30 ook al even in dezelfde ruimte. Accuratesse voor alles!

* Milan Kundera, Het doek (Le rideau, 2005), vertaald uit het Frans door Martin de Haan. Ambo-Anthos (2006;p.167).

*En Floor heeft natuurlijk gelijk. Ter nuancering van mijn slotinterpretatie dus dit: er rust wat mij betreft beslist geen taboe op het bewandelen van de diplomatieke weg. Het duurt misschien langer voor je je bestemming bereikt, maar in de berm van de Koninklijke route bloeien prachtige bloemen, er fladderen wel twintig soorten vlinders en overal staan campingtafeltjes met behulpzame oude dametjes erachter die je graag een koel bekertje limonade aanreiken.

Reageer >