Wat Dostojevski kan

27 november, 2013 (11:39) | Menno Hartman

Berkenbos, Rusland uit de trein.

Berkenbos, Rusland uit de trein.

In november en december lees ik Russen, dat is al vrij lang zo, Tsjechov, Toergenjev, Tolstoj, Babel, Boenin. Dit jaar lees ik De idioot van Dostojevski in de nieuwe vertaling van Arthur Langeveld.

Ik begon lang geleden met Dostojevski’s  De speler en heb er een lichte gokverslaving aan overgehouden. Aantekeningen uit het ondergrondse  vond ik snel prachtig en ik heb daar een poosje verschillende vertalingen van gespaard, zo had ik Memoires uit het souterrain.  

Mijn vader sprak soepel Russisch en daarmee begon waarschijnlijk mijn interesse. Hij zat in het leger als dienstplichtig soldaat rond 1953, de Koude Oorlog was fris uitgebroken en taalvaardige soldaten konden een opleiding tot ondervrager krijgen. Mijn vader was er een van en als jongetje stel je je dan graag voor dat je vader eigenlijk een soort James Bond was. Hij leerde ook in alles rijden wat een motor had en ook dat maakte grote indruk. En hij leerde er verschrikkelijk goed biljarten. Ook dat was gaaf. Veel later zong hij in een Kozakkenkoor, dat was minder gaaf. Op vakanties kwam er altijd wel een moment dat mijn vader aan de praat raakte met iemand die een Rus bleek te zijn. Dan luisterde je, en verstond niets.

Voor Sinterklaas maakte mijn zuster eens  een ‘Geschiedenis van Rusland’ voor hem, een handgeschreven en -geïllustreerd boek, lang voordat ik ooit het standaardwerk van Bezemer zag.

In de Trans Siberië Expres  waar ik om naar Beijing te reizen in Moskou opstapte– alwaar een grote groep laveloos dronken Russen  onderling vechtende was, zonder precisie, maar met stille wanhoop,  werd ik al snel uitgenodigd om een potje schaak te spelen. Ik won de twee eerste partijen en verloor de volgende 35. Ergens halverwege begreep ik dat de eerste twee uit beleefdheid aan mij gelaten waren.  Ik maakte ook nog een nasleep van sovjet-onvriendelijkheid mee in de dame van de restauratie die steeds als wij besloten te gaan dineren de wagon sloot en iets onduidelijks prevelde over tijdzones, die nooit consequent maar wel steeds  in haar voordeel werden aangewend. En post-sovjet vriendelijkheid: de oude dame in onze couchette die met ons dan maar haar groengekookte ganze-eieren deelde.

De idioot is tussen de boeken die in het Nederlands verschenen dit jaar en die ik las, een verademing van frisheid en vertelkracht, vaart en authenticiteit. De idioot is een vorst  die vriendelijk en beleefd en eerlijk is en om die redenen door de meesten als een halve zool wordt weggezet. Maar zijn sociale intelligentie overstijgt die van veel andere personages. En hij is volstrekt echt, zo echt, dat ik de textuur van zijn huid, figuur, oogopslag, adem, haarinplant, wijze van lopen ken, zonder dat die beschreven worden.  Dat is wat Dostojevski kan, en dat is wat Langeveld kan vertalen.

1 reactie >