Tyn’s tuin – primo

28 april, 2014 (09:18) | Martijn Knol

Een stuk onbeschreven papier (freecard, taartenbestelformulier) is in de Utrechtse binnenstad altijd wel te vinden. Alleen: ik heb geen pen bij me. Net terwijl le mot juste me invalt! Wat zeg ik… een complete alinea… Koortsig stiefel ik een kantoorartikelenwinkel binnen om me bij de wand balpennen te realiseren dat ik mijn portemonnee bij Orloff op tafel heb laten liggen. Shit! Schijt! Godverdomme! Kutzooi! Tyfus! Nou ja… pech voor de onderhavige detailhandelaar! Ik pak een blauwschrijvende Caran d’Ache van twee euro en steek ’m vlug in de binnenzak van m’n jasje (Oger, Oger, Oger – een vlek!). Als ik me omdraai, zie ik dat een andere klant, één of andere gepensioneerde zeikerd, naar me staat te kijken…

‘Dat zag ik, jongeman.’

‘Dan vergeet je maar wat je hebt gezien.’

‘Dat kan niet.’ En terwijl ie op z’n slaap tikt: ‘Het staat allemaal op de harde schijf.’

‘Prima. Dan gaan we die harde schijf van jou es eventjes wissen.’ Ik grijp de revers van z’n muisgrijze zomerjack en begin ’m zo hard op z’n smoel te slaan dat z’n hersens via z’n oren naar bui–

‘Tyn!, Tyn!, Tyn!… je doet ’t hartstikke goed, maar je zit in de verkeerde scène!’

‘Mmm?’

‘Je hebt een stukje over je tuin beloofd.’

‘Niet!’

‘Wel!’

‘Niet!’

‘Wel!’

‘Nou en?’

‘…’

‘Zie ik eruit als zo’n burgerlijke sukkel die zich netjes aan z’n afspraken houdt?’

‘Eerlijk gezegd wel.’

‘En wie dweilt al dat bloed dan op?’

‘Dat doen wij wel, ga jij nou maar lekker over je tuin schrijven.’

‘Ik héb helemaal geen tuin!’

‘Dan verzin je d’r maar één.’

‘…’

‘En je moet ook iets over liefdespoëzie schrijven.’

‘Pfffffff.’

Kom op, vadsige lamstraal. En… actie!

DakvlinderVan 2010-2012 hield ik een blog bij over mijn leven in Utrecht. HIER SCHRIJFT MARTIJN, heette het – die kapitalen zijn verplicht bij blogger. De stukjes gingen over het verzamelgebouw met ateliers waar ik werkte, over voorstellingen en films die ik zag, over mijn assistente, Eline Struweel, en over mijn tuin. Dat blog heb ik een jaar geleden omgedoopt tot KNOLLYWOOD en vervolgens een beetje braak laten liggen – het enige waar vroegere volgers van HIER SCHRIJFT MARTIJN nog weleens naar vragen is die tuin… hé, Tyn… hoe gaat ‘t nou met je tuin?*…

Nou goed… sinds vorig jaar heb ik een nieuwe tuin, op een tulpenbolworp afstand van de vorige, met volop avondzon. En als je nu hoopt op een pastorale selfie van Martijn met kruiwagen tussen de Vergeet-Mij-Nietjes, dan bots je tegen een dikke, vette middelvinger op – donderstraal maar op met je Libelle Romantiek.

Nee hoor, grapje! Ik ben gewoon te verlegen om op de foto te gaan!

‘Kan een gerecht ook poëzie zijn?’ Goeie vraag. Het antwoord luidt: ja. En dan refereer ik niet aan de geforceerde prozagedichten op de gemiddelde menukaart of aan het beter geformuleerde recept in een comfortabele kwaliteitskrant. Een goed bord eten ís een mooi gedicht – en zo’n goed gerecht/gedicht begint met goeie ingrediënten, ofwel: met verse spulletjes uit je eigen tuin.

Aangezien deze blog vooral wordt gevolgd door lafbekken, bleekscheten, mietjes, stadsmensen, papkindjes en gesubsidieerde jankerds, breng ik vandaag – bij wijze van liefdesgedicht – een recept/gerecht met groenten die iedere schlemiel zelf kan telen op zijn of haar bijstandsbalkonnetje.

‘Charmeur!’

Die groentes/kruiden zijn: courgettes, knoflook, platte peterselie.

En deze eenvoudige ingrediënten gaan we gebruiken in een recept dat de grote Florine Boucher precies zes jaar geleden, in mei 2008, publiceerde in de NRC. Voor een diner à deux bak je een paar kleine courgettes (drie ons) op hoog vuur… na een paar minuten gooi je er een mengsel van gehakte knoflook (twee teentjes) en gehakte platte peterselie (vier eetlepels) bij. Nog een minuutje op lager vuur doorbakken… Vervolgens gooi je gekookte, afgegoten, vochtige pasta door je saus. Dan twee eierdooiers erbij, een paar eetlepels pecorino romano… een flinke peperregen eroverheen… en het gerecht kan gedeclameerd/het gedicht kan geserveerd worden… Dit bordje pasta moet natuurlijk wel buiten genoten worden – aan een met liefde gedekte tafel (geblokt tafelkleed, verse bloemen, zicht op bomen en vogels).

Dit pasta/courgette gerecht is een primo… maar verleidelijker voedsel bestaat niet en ik kan je garanderen dat de gang die volgt op een bordje met dit intense voedsel niet vegetarisch zal zijn…

‘Hahaha!’

O, en niet vergeten, geachte cursisten: wat voor de slaapkamer geldt, geldt ook voor de keuken… het wordt pas echt lekker als je het met liefde klaarmaakt…

‘Oh, schunnig! Hahaha!’

Tirade – happerdepap.

Soundtrack (moderne tafelmuziek): Stolen Dance, Milky Chance.

‘Is dat de nok van je tuinhuisje op die foto?’

‘Ja.’

‘Romantisch, zeg! En hoe heet die vlinder?’

‘Die heet Gerard, nou goed. Jezus Christus, wat zijn dat nou voor achterlijke vragen?’

Volgende week: Franca Treur, Anton Valens, Jannie Regnerus en Daniël Rovers. Of: hoe Daniël Rovers zijn nieuwe boek presenteerde. En meer.

‘Komen er in je stukje van volgende week ook herdershonden voor?’

‘Natuurlijk.’

Noot

Niet te versmaden, dat tuinprogramma van Maarten ’t Hart. Maar ben ik de enige die in zijn stem de hele tijd die van Mat hoort, de buurman met de rode trui, uit Buurman en Buurman?

Reageer >