‘Daar op dat strand bracht ik mijn jeugd door’

26 december, 2014 (06:25) | Annemieke Gerrist, Wim Brands

Vorige week publiceerden we hier deel IV van de correspondentie Gerrist-Brands, Brands-Gerrist. En vandaag deel V:

Annemieke Gerrist TwitterprofielfotoDag Wim,

twee jaar geleden werkte ik een periode in Vlissingen, in een gebouw vol ateliers aan de dijk. Ik keek uit op zee, en nog bizarder: ik keek naar de overkant. Daar, op dat strand aan de overkant in Breskens bracht ik mijn jeugd door.

En daar keek ik altijd naar de kant waar ik me nu bevond. Dit is geen beeldspraak, dit was echt. Het was alsof ik aan de verkeerde kant van de tafel was aangeschoven.

Het bracht geen sentimenten met me mee, maar een afstand. Als ik ‘s ochtends ging zwemmen in die drie maanden, keek ik wat wantrouwend de Schelde over. Er was niks meer te zien van wat ik daar allemaal had meegemaakt. Hoewel ik geen groot fan ben van Armando, vind ik zijn ‘schuldige landschap’ wel een prachtig concept. En dan betrek ik het niet op de vreselijke oorlogsmisdaden, maar het landschap schuldig aan wat er niet meer te zien is.

Ik kon het niet beter verwoorden dan de zin ‘Ik wil niet verdwijnen in een huis met veel uitzicht’, dat gedicht staat in mijn laatste bundel. Ik kreeg het idee dat nu ik het zo goed kon zien liggen, dat landschap waar ik me toen in bevond, dat alles verdwenen was. En misschien daarmee ikzelf voor een gedeelte ook. Dat was althans de angst waarmee ik daar elke ochtend wakker werd, het was geen rationele gedachte, ik kon de angst maar niet van me afschudden.

Zoals je weet, ben ik zwanger. Ik had verwacht dat ik er weeïg van zou worden, maar op de een of andere manier wordt de wereld meer en meer concreet. Laatst ging ik zwemmen, en werd me er bewust van dat er in mij ook iemand zwom. Toen dacht ik: jammer dat ik geen zeezwemmer ben. Ik had gewoon op een goede ochtend van Vlissingen naar Breskens moeten zwemmen, dan was er niks aan de hand geweest.

Ik vermoed dat ik hier iets over ga schrijven, over dat zwemmen.

Weet jij al waar je over gaat schrijven?

hartelijke groet,

Annemieke
—————————————–

Wim Brands TwitterprofielfotoDag Annemieke,

al weer lang geleden bivakkeerden we elke zomer aan zee. Onze kinderen waren klein, mijn vrouw en ik vonden het een aangenaam idee om binnen een half uur in de Noordzee te kunnen zwemmen.

Soms woonden we wel drie maanden aan zee. Ik reisde voor mijn werk in Amsterdam gewoon op en neer. Ik herinner me dat iemand voor een werkbespreking wilde langskomen. Dat is goed, antwoordde ik, maar kom ‘s ochtends, want ‘s middags zwem ik in de Noordzee.

Toen ik bezig was met het samenstellen van m’n laatste bundel ontbrak er op het laatst nog een titel. Ik ben slecht in het bedenken van titels. Toen herinnerde ik me dat ik weleens had geroepen: ‘s Middags zwem ik in de Noordzee.

Ik heb vervolgens een gedicht geschreven waarin deze regel voorkwam. Dat ging eigenlijk vanzelf, zoals zwemmen in zee vanzelf gaat als je niet te roekeloos bent. Denkend aan de Noordzee zag ik mezelf op een rustige dag in het naseizoen op een duintop staan terwijl in zee mijn vrouw zeer kalm zwom. Het was eb. Hoe in dat water haar armen nauwelijks bewogen, schreef ik.

Ik heb eerder over de zee geschreven. Maar nog nooit zo associatief en doeltreffend als in dit titelgedicht. In die andere zeegedichten wilde ik teveel en dat is – in mijn geval – vragen om moeilijkheden: ik vind de zee altijd weer zo overweldigend – welk weer het ook is, in welk seizoen ook – dat ik niet teveel praatjes moet hebben.

Rustig toekijken, dat is het beste. Wat ik ook deed toen ik de zee voor het eerst in mijn leven zag. Ik herinner me dat nog goed. Ik was tien, we gingen op schoolreis naar een plaatsje in de buurt van Den Haag, Ockenburg, geloof ik. De zee was in elk geval dichtbij, de zee die ik, een plattelandsjongen, nog nooit in het echt had gezien.

Ik herinner me hoe we op een namiddag door de duinen liepen en dat ik opgewonden was bij het idee de zee te zien, voor het eerst. En toen was daar de zee. Ik hecht er aan me voor te stellen dat ik gekeken moet hebben als dat Russische jongetje dat voor het eerst zichzelf in een spiegel ziet.

Ken je de documentaire die zijn vader over hem maakte? Die vader had ervoor gezorgd dat het jongetje nooit in een spiegel kon kijken. Hij wilde namelijk het moment vastleggen dat we allemaal hebben meegemaakt en dat we ons niet meer herinneren.

Het is verbazingwekkend om te zien hoe het jongetje kijkt als hij voor het eerst oog in oog staat met zichzelf. Oog in oog met wat nog onvoorstelbaar is. Ik hecht er aan te geloven dat ik ook zo heb gekeken oog in oog met de zee. En te geloven dat mijn gedichten altijd weer een poging zijn om terug te keren naar dat oermoment, hoe verschillend ze ook zijn, waarover ze ook gaan,

vrgr

Wim

—————-

Annemieke Gerrist (1980) is dichter en beeldend kunstenaar. Wim Brands (1959) is dichter en radio- en televisiemaker bij de VPRO. De jongste Tirade-publicatie van Gerrist vind in je Tirade 454, die van Brands in Tirade 455.

In voorbereiding: Gerrist-Brands, Brands-Gerrist, deel VI.

Auteursportretten: Twitterprofielfoto’s.

Reageer >