‘Zo wil ik eindigen: als een oude man die notitieboek na notitieboek vult…’

2 januari, 2015 (10:15) | Annemieke Gerrist, Wim Brands

Vorige week publiceerden we hier deel V van de correspondentie Gerrist-Brands, Brands-Gerrist. En vandaag deel VI:

 

Annemieke Gerrist TwitterprofielfotoDag Wim,

Iemand zei me ooit dat je mensen kan indelen naar landschappen: zee, bergen, bos. De zee spreekt me het meeste aan, omdat ik er zo gelukkig van word. Ik weet niet hoe het werkt, maar het is zo.

Toen ik werkte aan het huis aan zee had ik vanuit drie ramen zicht op de zee. Ik wilde erover schrijven en tekenen. Dan ging ik naar buiten, dijk op, dijk af, en nam foto’s van het water. Weer terug, en dan zat ik achter mijn beeldscherm te kijken naar foto’s van de zee. Ik kreeg er maar geen grip op.

Ik denk altijd aan het verband dat de zee maakt: hoe het water alle landen op de wereld aanraakt. Dat duizelt me. Het lukte me daar niet om iets te maken. Ik heb bij de zee alleen maar beelden verzameld. Ik kan trouwens bijna nooit ter plekke, tijdens een ervaring werk maken. Altijd achteraf.

Als ik poëzie schrijf, raak ik in een vreemde staat van zijn. Een soort afwezigheid. Alsof mijn hersenen in mijn vingers zitten. Als ik teken, heb ik het idee dat ik met mijn hand denk.

Waar begint het schrijven bij jou?

Hartelijke groet,

Annemieke

——————————

Wim Brands TwitterprofielfotoDag Annemieke,

Over tekenen gesproken: dat zou ik graag willen kunnen, misschien dat ik les ga nemen. Maar eerst wil ik me me bekwamen in de veldbiologie. Geen idee waar ik de tijd vandaan ga halen maar ik vind het idee dat ik af en toe denk ‘eigenlijk had ik bioloog moeten worden’ niet te verdragen en Tijs Goldschmidt die ik onlangs op straat sprak verzekerde me dat hij me wel in contact kan brengen met biologen die werken met mensen  die voor hen veldstudies verrichten.

Zo wil ik eindigen: als een oude man die notitieboek na notitieboek vult met aantekeningen over buizerds.

Soms verbeeld ik me trouwens dat mijn schrijven een vorm van biologie is.

Dat ervaar ik bij voorbeeld sterk als ik een gedicht voor een Eenzame Uitvaart moet schrijven.

Er sterft iemand die je niet kent, binnen een paar dagen moet je een gedicht over hem of haar schrijven. Maar wat? Er daalt altijd een enorme rust in me neer als ik aan zo’n klus begin.

Eerst vlooi ik rustig door de kaartenbak die mijn geheugen is. Ik bekijk beelden, herinner me regels die er bijhoren, alsof ik verslagen van oude tochten herlees.

En dan ga ik schrijven.

Ik spreek de gestorvene toe, gebruik gegevens uit de kaartenbak.

Hoe minder ik nodig heb hoe beter.

Soms dient zich een vondst aan.

Die verwijder ik altijd.

Als tekenaar zou ik dat wat ik zag in een paar lijnen willen vangen. Waarbij ik ook vrede heb met wat er misgaat. Ken je het werk van Saul Steinberg? Briljant is het, echt tekenen kon hij intussen niet. Zo bedacht hij voor de The New Yorker ooit een scene waarin je twee mensen in een bed ziet liggen terwijl er een man achter het bed staat.

Alleen die man achter het bed leek meer op een zeehond. En met die fout deed Steinberg dan weer zo zijn voordeel dat het een onnavolgbare cartoon werd,

vrgr

Wim

————————–

Annemieke Gerrist (1980) is dichter en beeldend kunstenaar. Wim Brands (1959) is dichter en radio- en televisiemaker bij de VPRO. De jongste Tirade-publicatie van Gerrist vind in je Tirade 454, die van Brands in Tirade 455.

In voorbereiding: Gerrist-Brands, Brands-Gerrist, deel VII.

Auteursportretten: Twitterprofielfoto’s.

Reageer >