Pietje poppesnor

11 april, 2015 (23:11) | Anne-Marieke Samson

Afgelopen dinsdag bracht ik een bezoek aan het Nationaal Archief. Daar stond een donkerbruine archiefbak voor me klaar met het dossier van Hendrik Blonk, een agent uit het Amsterdamse politiekorps in oorlogstijd. Het dossier is onderdeel van het CABR, het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging, waarin de dossiers te vinden zijn van Nederlanders die na de oorlog zijn berecht wegens het helpen van den vijand, oorlogsmisdaden.

Ik had voordat ik daar binnenliep nooit van Hendrik Blonk gehoord. Maar ik heb wat speurwerk op het internet verricht, en de man blijkt een bekende figuur te zijn geweest in Amsterdam. Pietje Poppesnor was de bijnaam van deze Hendrik Blonk, die een joekel van een snor droeg, en die in de jaren twintig en dertig faam verwierf als een van de grootste boevenvangers die Amsterdam ooit had gekend. Ewoud Sanders schreef een tijdje terug in NRC over Pietje Poppesnor, die volgens hem beroemd werd in Amsterdam door de talrijke publicaties over diens heldendaden in de krant; Poppesnor “de kenner van de onderwereld”, “de vermaarde dievenvanger”. Later is gebleken dat Blonk deze nieuwsberichten zelf schreef, en anoniem instuurde aan de krant. Hij heeft het zelfs gehaald tot in het woordenboek. Poppesnor, staat in mijn dikke Van Dale nog altijd als uitdrukking voor een overijverige diender. Volgens etymologiebank.nl stamt dit woord ongeveer uit 1930.

IMG_4514Zo zie je meteen ook waarom het niet handig is om dingen te vernoemen, of om eponiemen op te nemen in het woordenboek, bij leven. Poppesnor werd namelijk in ’35 lid van de NSB, en werd in 1942 aangesteld als jodenhaler bij Bureau Joodse Zaken in Amsterdam. Blonk bleef ook toen een ijdele man. IJverig als hij was, en ongetwijfeld ook om indruk te maken op zijn nieuwe superieuren, heeft hij in de paar maanden dat hij daar werkte een tamelijk weerzinwekkend aantal joden opgehaald van hun onderduikadressen. Het arresteren van 52 joden, werd Blonk ten laste gelegd tijdens zijn proces. Blonk corrigeerde de aanklager, want het waren er meer geweest. “Zeker meer dan honderd.”

Het dossier is een wirwar van papiertjes, vodjes haast. Waarschijnlijk was er na de oorlog een tekort aan papier, en een overschot aan oorlogsmisdadigers die berecht moesten worden, want alle getuigenverslagen, en verslagen van zittingen, de formulieren van arrestatie, zijn getypt of met carbonpapier overgedrukt op flinterdun vloeipapier.

Vol verbazing lees ik het dossier. Poppesnor verklaart voor de rechter dat hij waar mogelijk joden heeft laten ontsnappen. Dat hij lang niet zo fanatiek was als sommige van zijn collega’s. Hij geeft voorbeelden van collega’s die joden voor hun ogen lieten creperen, en daarbij grove grappen maakten over reisjes naar Polen. Zo was Blonk volgens eigen zeggen niet. Maar andere getuigen in het proces verklaarden dat den verschrikkelijken beruchten Poppensnor in de wijde omgeving bekend stond als de fanatiekste der jodenjagers. Ook Blonk moet zich op een moment hebben gerealiseerd dat zijn werk als jodenjager hem zijn goede reputatie in de stad kostte. Een getuige verklaart dat in de westerstraat honderden jordanezen zwijgend toe hebben gekeken hoe Poppesnor met een koevoet het huis openbrak waar een joodse familie zich verschool. Poppesnor benadrukt in zijn verdediging steeds dat de joden die hij arresteerde boeven waren. Ook de familie uit de westerstraat stond volgens hem bekend als een stelletje dieven.

Zo toog Poppesnor ook begin 43 in vermomming naar de Wittenkade om een misdaad op te lossen. Daar zou volgens een bron een communist wonen. Eentje die persoonsbewijzen vervalste bovendien. Poppesnor bedacht een list en deed zich voor als een luchtbrigadier die een valse identiteit nodig had. Binnengekomen maakte hij zich bekend, en arresteerde alle aanwezigen, waaronder het joodse echtpaar Samson, dat daar ondergedoken zat.

Lezend door het dossier, zie ik opeens de naam van mijn opa staan. Gerd Samson. Hij verklaarde in het proces dat zijn ouders na hun arrestatie naar verschillende concentratiekampen zijn gevoerd, en beide niet terug zijn gekeerd. Zou hij dit verhaal hebben gekend? Niemand heeft er ooit met een woord over gerept.

1 reactie >