Crossfade

3 februari, 2016 (08:44) | Gilles van der Loo

IMG_1248Twee weken terug schreef ik op deze plek dat ik naar Madrid zou gaan voor een afspraak met Laura Martín Murillo, dochter van een fictieve hoofdpersoon van mijn nieuwe boek.

Luis Martín, cafébaas van de Marineros Ahogados in het Madrid van de jaren ’60, kreeg vorm in mijn hoofd gedurende de samenwerking en vriendschap die ik met Gijs Thio had tot aan zijn dood in 2011.

Al op de eerste dag dat we in café Zeppos achter de bar stonden werd Luis geïntroduceerd. Gijs gaf de man vorm in oneliners waaruit bleek dat hij zowel van Martín gehouden, als om hem gelachen had.

‘Korte broeken zijn voor kinderen,’ kon hij zeggen. ‘Blonde tabak is voor vrouwen en adolescenten.’

‘Een echte man kan prima roze dragen.’

‘Vertrouw niemand die met lege handen aan een bar staat.’

‘Bij twijfel over waar te eten volg je een dikke man met dure schoenen.’

De Gestalt van Luis zou ik nooit van Gijs krijgen, maar de kleine Spanjaard nam des te meer vorm aan door Gijs’ met zorg gekozen details. Wat mijn vriend vertelde kwam voor de luisteraar tot leven door de precisie waarmee hij het kleine observeerde. Ik geloof dat de drang om te vertellen al in me zat, maar de techniek leerde ik van Gijs.

Terzijde: Gijs was ook degene die me Paul Austers Mr. Vertigo leende, omdat hij zijn Volkskrant niet met me wilde delen. Hij vond dat ik kranten slecht behandelde, dat ik ze uit elkaar haalde en als een hoop gebruikte tissues teruggaf. Met Mr. Vertigo begon het pas echt, tussen mij en boeken.

Ik was nooit eerder in Madrid, maar ontdekte dat de stad – ondanks het feit dat ik niet met de hoogteverschillen gerekend had – in alle opzichten aansluit op het imaginaire Madrid waarover mijn alter ego Issa schrijft. Straten die hij op basis van hun klank of de betekenis van hun naam van Google Maps plukte blijken in werkelijkheid de sfeer te hebben die hij ze toedicht. Op de plek waar de Marineros Ahogados volgens Issa was, kun je aan de gevel zien dat er niet altijd een electronicawinkel gezeten heeft.

Ik trof Laura, met wie Gijs in de vroege jaren ’90 een relatie had, in een druk restaurantje buiten het centrum. Ze is een kleine, intelligente en lieve vrouw met een onbedwingbare bos rode krullen. Ik was verschrikkelijk zenuwachtig. Ik wilde haar toestemming vragen om de naam van haar overleden vader te gebruiken, die ik nooit heb ontmoet. Mijn versie van Luis is in mijn hoofd ontstaan en uitgehard tijdens het schrijven van dit boek. Ik had alle reden te verwachten dat zijn dochter beledigd zou zijn.

De wijn kwam op tafel, ik haalde diep adem en begon. Leg een boek van 300 pagina’s waaraan je een jaar hebt gewerkt maar eens in een paar minuten uit. Maar ik zette door, merkte dat mijn onrust wegebde, en al snel was er niets anders dan het verhaal van Gijs, Luis Martín Murillo en van mij.

Toen ik besloot te stoppen met praten omdat ik merkte mezelf al een paar keer herhaald te hebben, zag ik dat er tranen in Laura’s ogen stonden. Ze pakte mijn hand.

‘He would love it,’ zei ze. ‘Luis Martín would absolutely love it.’

Echte mensen, echt gebeurd: een van de mooiste stukjes fictie van mijn leven.

______________________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Van hem verschenen in 2011 de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en in 2013 de roman Het laatste kind.

 

Reageer >