Wild

7 maart, 2016 (10:52) | Roos van Rijswijk

duif-foto-irwan-droogVoor de film begon, in één van die prachtige zalen van Eye aan het IJ, was er een inleiding. Nogal provisorisch want de bioscoop was vergeten dat die kwam en niemand in het publiek had erop gerekend. Ik mopperde tegen I. want ik wilde gewoon die film kijken en niet eerst naar een uiteenzetting luisteren – mijn warme gevoelens jegens cinema zijn pas recentelijk aangewakkerd en ik vreesde spontane uitdoving als er iets anders bij kwam kijken dan bewegend beeld. Maar toen begonnen Merel Westrik en Martin Melchers te vertellen over hun Amsterdam Wildlife  en dat was zo enthousiast dat ze dat ook twee uur lang hadden mogen doen. Melchers is de stadsbioloog van Amsterdam en wees op zijn valse voortanden, een brug: ‘ik ben een soort konijn nu,’ zei hij in de licht Mokumse tongval waardoor ik me altijd direct op mijn gemak ga voelen, ‘want ik ben met een camera voor mijn neus tegen een boom aangelopen.’ Westrik, die ik herkende uit haar AT5-tijd, vertelde dat ze voor het perspectief van de film een duif die over de stad vliegt hadden gekozen. Ik vond dat uitermate leuk gevonden maar moest ook lachen toen de film eenmaal begon, want dat is onder water, over de vissen en beesten in de gracht en ik zag gelijk voor me hoe die vette Amsterdamse dakballen erin geslaagd waren te evolueren tot iets met kieuwen, om ook de zanderige bodem van de stad leeg te pikken.

Amsterdam Wildlife is echt een fantastische documentaire. Melchers is zo begeesterd over de beesten in en rond de stad z’n toeschouwers niks anders kunnen dan zich voornemen een stel lieslaarzen aan te schaffen en óók het brakke water van de Afrikahaven in te wandelen. Westriks commentaar over een naaktslak die een tijgerbrood aanvalt en de pogingen een ijsvogel te filmen (spoiler: hij landt óp de camera in plaats van ervoor) is liefdevol en grappig. Na beelden van vosjes, vogels, vissen en slangen (Melchers, die de camera op een uitkomend slangenei heeft scherpgesteld: ‘godverdomme, nou komt dat ándere ei uit’) besluit de film met de conclusie dat je misschien niet beseft hoeveel ogen er, naast die van alle mensen in de stad, op je gericht zijn.

Gek, dacht ik. Het fijne aan al die beestenbeelden is juist dat dat wild helemaal niet met ons bezig is, althans niet op die manier. Dat scharrelt en leeft maar, dat broedt en schijt en vecht, net als de mensen, maar doet dat onzichtbaar en zonder zich iets aan te trekken van stakingen van het GVB, debatten in De Balie en V&D-cadeaubonnen. Althans, dat hoop ik toch.

De duif op de foto komt niet in de film voor.

Roos van RijswAAEAAQAAAAAAAASkAAAAJDViMDhlMWE4LTdmMWMtNGE4MC05ZDU2LTQ4NzNkMDU2MTM2Ngijk (1985) is redacteur van Tirade, publiceerde verhalen in diverse literaire tijdschriften en is één van initiatiefnemers van de J.M.A. Biesheuvelprijs. Ze is columnist bij Advalvas. Recentelijk verscheen haar debuutroman, Onheilig (Querido).

Reageer >