Elfie Tromp – Ich bin von Kopf biss Fuss

15 maart, 2016 (00:01) | Blog

220px-Marlene_Dietrich_in_No_Highway_(1951)_(Cropped)1947. Perron 6 in Arnhem is gevuld met petten, gleufhoeden en een enkele kale knar. Het is druk op de zakenlijn naar Mannheim; na zo veel jaren schaarste is de toekomst een koortsdroom die iedereen druk doet voortijlen. Zo ook mijn opa. Daar staat hij, onze Harry, onder de smeedijzeren bogen van de restauratie. Precies zo oud als ik nu en net getrouwd. Hij draagt zijn driedelig gekamd wollen pak. De pijp van zijn linkerbeen tien centimeter langer dan de rechter. Daaronder de orthopedische klompschoen, hoogglanzend opgewreven. Een zijden das met bloemmotief strak om zijn nek gestropt. Gouden dasspeld. Zijn onderkin hangt als een bleek servet over de stijve boord van zijn overhemd. Ook al is zijn huwelijk nog maar een jaar voltrokken, zijn trouwring snijdt nu al in zijn vlezige vinger. In de Wederopbouw geen gebrek aan biefstukken. Zeker niet in zijn keuken. De kinderpolio heeft hem vervormd, maar de vetzucht houdt hem gevangen. Zijn leven zal hem altijd te strak blijven zitten. Toch mag hij niet klagen. De Trompjes zijn de eerste met een Bentley in de straat, en als hij voor het familiebedrijf vandaag de deal sluit, hebben ze er vanaf volgend jaar een chauffeur bij. Hij staat rechtop, zover dat gaat. Snuift de frisse lentelucht op. Hij twijfelt of hij nog tijd heeft voor een broodje in de uitspanning, maar belooft zichzelf een hapje in de restauratiewagen. Kaiserbrötchen met worst en scherpe mosterd. Iets om naar uit te zien.

Mokkend had Joke gisteren tegenover hem gezeten.
‘Hoe moet ik je leren kennen,’ had ze geroepen, ‘als je er nooit bent?’

Hij was door blijven kauwen. Zij had de porseleinen schaal met rosbief opgepakt en tegen de muur gekwakt. Het was het derde stuk van het trouwservies dat ze opzettelijk brak. Ze had nog 69 delen te gaan. Hij had het aan haar jeugd in de kampong geweten. Zo’n warm klimaat doet wat met je bloed. Dat stijgt sneller naar je hoofd. En dan was er natuurlijk dat gedweep met Hollywoodfilms. Daarin ging nooit eens iets pais en vree. Maar nu is hij te midden van een kudde even optimistische mannen als hij. En de belofte van een broodje worst. De trein van Duitse makelij rolt het station binnen. Glanzend donkerrood met vuurhouten randen en tafeltjes, stalen uitklaptrapjes. Hij zoekt zijn plaats. Eersteklas in een privé-coupé, zodat hij zijn benen kan strekken. Hij houdt van reizen. De rust in transit, de vlucht naar de toekomst, daar zit iets hoopvols in. Dat zijn vader juist hem, de dauphine, naar de Duitse klanten stuurt, spreekt voor zich; hij had zijn Duits geperfectioneerd met behulp van de ingekwartierde officieren. En ook al waren hun schepen gevorderd en na de oorlog tot zinken gebracht, hij koesterde weinig wrok. Dat had geen zin. Hij hield zijn blik hardnekkig op de toekomst gericht. Ook als het hier en nu niet meewerkte.

Harry neemt zijn bril af, poetst de glazen met zijn pochet. En dan komt ze binnen. Hetzelfde permanent als Joke, maar dan platinablond. Een zijden lila shawl over de stijfgelakte krullen. Ze is rank, zeker twee koppen langer dan hij. Draagt een zonnebril. Dat vindt Harry vreemd. Het is mooi lenteweer, maar de zon steekt niet. Streelt hooguit de bleke huid tot kippenvel. Een Louis Vuitton-hutkoffer wordt achter haar naar binnen gekruid. Hij knikt haar toe. Zij knikt terug. Geeft de buigende kruier een muntje. Neemt haar zonnebril af. Hoge, opgetekende wenkbrauwen onder een laag poeder. Ze lijkt permanent wat verbaasd te kijken. Alsof ze constant, halfserieus zegt: ‘Oh, werkelijk?’

Ze strijkt haar rok glad en gaat tegenover hem zitten. Slaat de benen over elkaar. De nylonkousen knisperen. Ongewild rilt Harry van het luxe geluid.

Het ochtendritueel van zijn vrouw; dat vindt hij het fijnst aan getrouwd zijn. We zijn nog zeker twee kinderen verwijderd van de eerste affaires. Van de privédetectives en haar vlucht naar Zwitserland. Nu heerst er in de slaapkamer van mijn grootouders nog een verwachtingsvolle rust. In het nachtkastje dat hun ledikanten scheidt, liggen haar kousen. De bovenste la een landschap van bruintinten in verschillende deniers. Hij kijkt altijd gretig toe als ze haar ochtendjas openslaat en haar voet in zo’n kwetsbare huls steekt. Hoe ze zich klaarmaakt voor de dag, windt hem meer op dan wanneer ze zich van haar kostuum ontdoet. Hoe ze transformeert naar gelang de afspraken van de dag, vindt hij verbazingwekkend. Soms is ze ingetogen en degelijk, andere keren verschijnt ze kleurrijk en flamboyant aan het ontbijt. ‘s Avonds is ze altijd teleurstellend zichzelf.

De conducteur blaast op zijn fluitje. De deuren worden dichtgeklapt als de vrouw tegenover hem haar lange arm uitstrekt en haar witte, strak gesneden handschoentje, tergend traag, uittrekt. Ze doet het even achteloos als beheerst. Verleidt ze hem? Sappig buigt het kalfsleer. Handen als tortelduiven verschijnen. Met nagels als glanzende snaveltjes.

Wat had hij vorig jaar beloofd in het gemeentehuis, daar voor de gesloten toiletdeur? Frunnikend aan de anjer in zijn knoopsgat luisterde hij naar het snikken van zijn aanstaande. ‘Joke,’ had hij gezegd. ‘Joke, het zal je bij mij aan niets ontbreken.’

Het was een moment stil geweest.

‘Ik zal voor je koken,’ voegde hij eraan toe. ‘En de was doen.’

Hoopvol kierde de deur open.

‘En je hoeft nooit meer naar kantoor.’

Hij hield zijn arm als een uitnodiging naar voren. Aarzelend verscheen daar de witte, gehandschoende hand van mijn oma. Langzaam haakte ze bij hem in. Liet ze zich meeleiden door de lange, hoge gangen van het gemeentehuis. Twintig minuten later waren de ringen uitgewisseld. ‘Een goede investering,’ had de oude Tromp gezegd nadat Harry zijn verloofde voor het eerst aan zijn ouders had voorgesteld.

En nu trommelt die blondine met haar vogelvingers op het tafeltje tussen hen. Alsof ze ergens op wacht. Hij kent de mannen van de beurs die een meisje van de straat meenemen als ze naar buitenlandse klanten gaan. Er zitten niet voor niets gordijntjes voor zo’n privé-coupé. En je hebt een leuk zakengeschenk voor de klant bij aankomst. Harry slikt. Hij kijkt haar nog eens aan. Ziet dan pas wie ze is. Of op wie ze lijkt, want vrouwen zijn zelden wie of wat ze pretenderen te zijn. Hij kucht en Marlene kijkt op. De godin die zingend uit een apenpak tevoorschijn kwam. Tientallen erecties in een filmzaal. Een ingebrand beeld voor zijn geestesoog. Als hij zin heeft, ziet hij haar weer wiegend transformeren. De trein begint te bewegen. Hij krijgt het heet.

Daar zit mijn opa. Toekomstig havenbaron van Rotterdam. Nazaat van zeeheld Maartenharpertszoon. Vijf uur lang in een gesloten coupé met een van de grootste sterren van dat moment. Hij weet niet dat dit een gemiste kans is. Marlene viel ook op lelijk. En het had niet tot romantiek hoeven leiden. Misschien gewoon een goed gesprek. Ze kende haar klassiekers, las drie kranten op een dag. Dit was de kans om een vrouw te kennen die liever lachte dan huilde. Maar hij zal zijn hele leven verlegen blijven als het op het andere geslacht aankomt. Zijn vrouw zal hij niet kunnen troosten. Zijn dochter niet begrijpen. En zijn kleindochter. Ach, hij zal zijn adem inhouden als ze naast hem zit.

Hij pakt een rapport om zich een houding te geven. Blijft naar de cijfers op de pagina staren. Slaat voor de vorm een bladzij om. Ziet hoe ze ademt, hoe ze brieven schrijft, een boek leest, haar gezicht bijpoedert. Hij vergeet zijn broodje worst. Komt hongerig en hol in Mannheim aan. Als de trein vertraagt, geeft ze hem nog eenmaal die verbaasde, hautaine blik en zet haar zonnebril weer op.

‘Gutentag, mein Herr,’ zegt ze.
‘Gutentag,’ mompelt hij.
Op een afstandje schuifelt hij achter haar aan naar buiten. Bekijkt de haag fotografen die haar staat op te wachten. Keert zich dan naar de uitgang van het station.

Romantiek is voor een jongen zoals hij niet weggelegd. Rendement, dat is uiteindelijk waar je mee vooruit komt.

 

Foto door Keke Keukelaar

Foto door Keke Keukelaar

 

Elfie Tromp (1985) studeerde psychologie en toneelschrijven. Ze werkt als romancier, columnist, toneelschrijver/maker en presentator. Underdog is haar meest recente roman.

Deze tekst werd voorgedragen op het Boekenbal 2016. 

 

 

Reageer >