Wim is weg

7 april, 2016 (00:01) | Menno Hartman

Zo nu en dan kwam Wim Brands op de uitgeverij vertellen hoe het allemaal moet. Anders dan op tv hanteert hij dan het instrument waarmee men de onnozelen slaat: de Retorisch Vraag. Wij weten hoe het werkt. We vragen netjes ‘Nee, hoe dan?’ of iets dergelijks en dan vertelt Wim hoe het moet.

Hoewel er na een paar keer enige vermoeidheid optreedt bij zoveel kennis, merken we aan Wim dat wanneer je hem niet al te serieus neemt, hij het leuker gaat vinden, er ontstaat dan een ingehouden, naar beneden gerichte glimlach tijdens het vertellen. Je moet Wim een beetje tegenspreken, met de juiste intervallen. Wim heeft alles gelezen, en weet beter dan ook de schrijvers zelf waarover zij schrijven. Met andere woorden, ze weten het zelf nog niet, maar hij zal dat besef met een tangverlossing losbreken. En dan weten ze het. Wim weet het antwoord en doet zijn gasten het beseffen, dan hoeven ze het alleen nog maar hardop uit te spreken.

Wim interviewde graag mensen die je kon zien denken, zei hij vaak. Na een interview was hij opvallend benieuwd naar wat je ervan gevonden had, met andere woorden, had je kunnen zien denken?

Ik werd dinsdagochtend wakker met radio 4 en daar vertelde Margriet Vromans dat Brands zo van de Catelaanse componist Frederic Mompou i Dencausse hield. Het was een mooi stuk, dus gisteravond bracht ik Mompouluisterend door. Deze zin over Mompou zou ook best over Brands poëzie kunnen gaan: ‘Mompou is vooral bekend als miniaturist. Hij schreef korte, op improvisaties lijkende muziekstukken die als “delicaat” of “intiem” beschreven kunnen worden.’

Zoals bijna altijd zegt muziek het allemaal beter.

Wim blogde een poos voor Tirade. Dat ging zo. ‘Menno, weet je wat je moet doen?’ ‘Nee, vertel eens Wim? ‘ Je moet mij eens laten bloggen, ik kan dat veel beter dan een heleboel anderen.’

Jarenlang hebben we ook hier ter uitgeverij deze bon mot nagezegd: Wim: ‘Intelligent zijn kan iedereen, maar bruggetjes maken, daar gaat het om.’

Lees vooral de blogs eens na. Dit schreef hij bijvoorbeeld:

‘In een stukje voor Tirade.nu schreef ik over een tekst van Anne Carson. Het gaat over achteruitlopen, dat mag ze niet van haar moeder, ‘omdat de doden dat doen’. Het staat in haar debuut ‘Short Talks’. Een bevriende boekhandelaar heeft gezorgd dat ik het boekje kon kopen. Ik heb een vrije vertaling gemaakt.

Mijn moeder verbood ons achteruit te lopen. Zo lopen de doden,
zei ze. Hoe kwam ze erop? Misschien door een slechte vertaling.
De doden lopen immers niet achteruit, ze lopen achter ons.
Omdat ze geen longen hebben kunnen ze niet roepen,
ze zouden er een moord voor doen als we ons omdraaiden.
Velen zijn slachtoffer van de liefde.’

of deze:
Vader

Ik weet niet waarom, misschien omdat ik ouder word – ik zie steeds slechter, dat zal het zijn. Hoe dan ook: het overkomt me steeds vaker dat ik in de grote stad waar ik woon – ook in buitenwijken – opeens een man zie lopen die op mijn vader lijkt. Vroeger was dat niet zo:

De jas

Maar eerst is er een oude jas. Nu hangt hij
aan de kapstok, binnenkort wordt hij
verbannen naar het hok.

En eerst is er een avond waarop ik aarzel
naar buiten te gaan. Buiten is het koud.
In gedachten trek ik voor het eerst

die oude jas aan. Ik ben alleen op straat.
Wie had dat durven hopen. Ik kijk
in de ruiten en zie

voor het eerst mijn vader in deze stad lopen.
‘Waar ga je heen?’ ‘Nergens heen.’
‘Dan gaan we dezelfde kant op.’

1 reactie >