Wat ik zoal aantrof

16 december, 2016 (07:30) | Marko van der Wal

Mijn zus en mijn ouders is het weleens overkomen: helemaal vergeten zijn dat je iets veiligheidshalve had opgeborgen in een boek in de kast en dat terugvinden. In beide gevallen waren ze stomverbaasd om een stapeltje bankbiljetten te ontdekken in een nauwelijks gelezen roman. Ik heb dat geluk nooit mogen meemaken, wat betekent dat ik ofwel in het bezit ben van een beter geheugen ofwel arm ben. In mijn boeken vind ik niets anders dan leggers – vaak geïmprovisserde, zoals kassabonnen, ansichten en tandenstokers – bijvoorbeeld in Jan Hanlo’s verzameld proza bij de passages over zijn Vincentmotoren.

Verrassende ontdekkingen deed ik eigenlijk alleen in tweedehands boeken. Wie weleens een antiquarisch boek ‘op de kop tikt’ kent de sensatie: doorbladeren, openslaan en dan ligt daar ineens een briefje voor je of is de marge volgekrabbeld. Terugbladeren, nog eens kijken, en verdomd het blijkt een hele brief te zijn. Nooit verstuurd (nooit gelezen?) of een eerste kladje. Soms vertelt zo’n vondst iets over het boek dat je te pakken hebt gekregen, maar bijna altijd zegt het (ook) iets over de vorige lezer of eigenaar.

Drie voorbeelden:

Een aantal jaar geleden was ik met een vriend aan het sneupen bij een kraam op een boekenmarkt. Hij trok een onbeduidend gelegenheidsboekje van A.F.Th. van der Heijden tevoorschijn. ‘Marko, moet je zien, en dat maar voor drie euro!’ Hij gaf het aan mij en ik bladerde belangstellend het boekje door. Er viel een gevouwen papier uit. ‘Kijk eens aan, een brief,’ zei ik en kreeg onmiddellijk spijt. Ik wist zeker dat ik nooit zou weten wie de geadresseerde was, laat staan wat de inhoud van deze brief. ‘En het is zijn handschrift!’ bulderde hij bij het zien van het vel. Naast mij dook op dat moment de boekhandelaar op, die me de brief uit handen nam en zei: ‘Zo, dat is dan vijfentachtig euro.’

Bij een kringloopwinkel in Hilversum trof ik het tweede deel van de memoires van Nadjezjda Mandelstam aan. Een mooi sinterklaascadeautje voor iemand met alleen deel een. De vorige lezer was vermoedelijk niet verder gekomen dan pagina dertig, waar de flap van het omslag naar binnen was gevouwen. Was het de filosofische inhoud waardoor hij vroegtijdig was afgehaakt? Hoe verheven Mandelstams verhaal ook mocht overkomen, de losse vellen duiden op een heel andere toonsoort. Er kwam een stapeltje sinterklaasgedichten uit het boek. Met naam en toenaam en saillante details. Deze Peter (1937) blijkt niet alleen hondenbezitter en fanatiek thuisklusser, maar ook een boekenliefhebber: ‘Eindelijk tijd voor al die zaken / die nu nog ernstig achter raken, / zoals daar is de bibliofiel / die heel zijn hart en heel zijn ziel / nu nog legt in enkel hopen / eeuwig winkels af te stropen.’* En zo gaat het nog wel even door, maar als we op het gave stofomslag mogen vertrouwen genoot Peter meer van stropen dan van lezen.

Ten slotte een boek dat voor mij persoonlijk veel betekent, en ook heeft betekend voor degene wiens exemplaar ik heb mogen vinden: de Belijdenissen van Augustinus. Voorin zat een Frans briefje: ‘Ave le Frère qui lira ce livre! Veuille bien faire une prière pour celui qui l’a offert en souvenir de la Profession solennelle de Frère A…’ Maar ik bidde niet; mijn fantasie begon te werken. Hij moet (een deel van) zijn geloof hebben gevonden bij Augustinus, zoals hij hem aanhaalt: ‘Il me regarde, non parce que je suis, mais je suis, parce qu’Il me regarde.’ Niet Ik denk dus ik ben, maar Hij kijkt dus ik ben. De Heer heeft lang op hem gelet, want deze broeder overleed in de leeftijd van 95 jaar. Gezegend, waag ik te zeggen.

 

* Blijkens het gedicht was het cadeau het boek van Mandelstam.

Marko van der Wal (1989) is opgeleid als classicus, redacteur van Tirade en werkt bij Uitgeverij Van Oorschot. Sinds drie jaar blogt hij voor tirade.nu.

Reageer >