Bris

1 april, 2017 (15:47) | Arjen van Lith

Bris

Neem een willekeurig positief geheel getal. Als dit getal even is, deel je het door twee. Als het oneven is, vermenigvuldig je het met drie en tel je daar één bij op. Met de uitkomst doe je hetzelfde, opnieuw en opnieuw:

Even: n/2

Oneven: 3n+1

Klopt het dat je altijd, ongeacht het begingetal, uiteindelijk uitkomt op 1? De Duitse wiskundige Lothar Collatz dacht van wel, maar helemaal zeker wist hij het niet, want het is onmogelijk om een oneindig aantal getallen in te voeren. Zijn Collatz Conjecture (1937) staat nog altijd open.*

Dankzij diezelfde Collatz Conjecture waren we deze week aanwezig bij de bris, de joodse besnijdenisceremonie voor het pasgeboren zoontje van professor S., met wie mijn M. al maandenlang is verwikkeld in een nek-aan-nekrace om het wiskundige bewijs. Voor mezelf vergelijk ik het met de film Terminator: het hoofd van Professor S. versus de software van M. Mens tegen machine. M. staat voor, maar daar gaat het nu niet om.

Dankzij de Collatz Conjecture zijn M. en professor S. vrienden geworden.

Professor S. had zijn schoonfamilie uit Israël laten invliegen, er waren bagels met zalm en er was taart met de naam van de kleine erop. Er waren oude vrienden van de oostkust en studenten van de faculteit. Iedereen praatte met iedereen. Sommige heren droegen cowboylaarzen onder hun pak, alle dames waren naar de kapper geweest. Goed voor M. om hier te zijn, dacht ik, en knikte naar de baas van de faculteit die in de keuken stond te smoezen met de voorzitter van de sollicitatiecommissie. Ik ben geen expert op het gebied van het jodendom, maar bij een bris is het zien en gezien worden, dat is duidelijk.

De grote, hoge woonkamer van professor S. rook naar vers gezaagd hout en kozijnverf, alsof hij speciaal voor de bris een huis had laten bouwen. In de serre bij de schuifpui naar het balkon stonden de besnijdenisbenodigdheden alvast opgesteld: een nepleren eetstoel – de stoel van Elijah – waarop het ritueel zou plaatsvinden, met links daarnaast op een klaptafeltje een scalpel, een EHBO-kit, een fles wijn, een glas en wat Hebreeuwse teksten.

De baby, exact acht dagen oud, huilde al een beetje toen hij de trap af werd gedragen. Naast me begon een Spaanse mevrouw te vertellen over de bris van haar eigen zoon, hoe mooi dat was geweest. Hij zat nu op Princeton, snaartheorie, theoretische natuurkunde. In haar hand hield ze alvast een Kleenex paraat.

Omdat alle ogen op de baby waren gericht, keek niemand naar de dokter, die zwetend van de zenuwen achter de moeder en de baby naar binnen liep. Texas staat niet bepaald bekend om zijn grote Joodse gemeenschap, en na lang zoeken had professor S. uiteindelijk niet in Austin, maar helemaal in Dallas een arts gevonden die formeel aan alle voorwaarden voldeed. Een gynaecoloog, hoorde ik achteraf.

Een gynaecoloog verricht een joodse besnijdenis in Texas. Het klinkt als het begin van een mop, maar dat was het niet.

Normaal gesproken is de handeling zelf een fluitje van een cent, een kwestie van een paar seconden. Eén soepele beweging van het mes, en klaar. Deze bris duurde minuten. Meerdere, tergend trage minuten in een steeds pijnlijkere stilte, op het aanzwellende gekrijs van de baby na. De gynaecoloog stopte halverwege zelfs even om op adem te komen, en begon vervolgens in tegenovergestelde richting te snijden, alsof hij in die korte pauze had besloten dat het helemaal anders moest.

Direct na afloop van de fysieke besnijdenis klonk aan de zijkant van de kamer een doffe dreun. Een Aziatische student, die vanuit zijn hoek vol zicht had gehad op de ingreep, was flauwgevallen en lag lijkbleek tegen de dubbele beglazing. ‘Typical’, flapte ik eruit. Dat was misschien ongepast, maar het bracht de gesprekken wel weer op gang.

Achteraf hoorde ik van de aangeslagen schoonmoeder van professor S. dat haar kleinzoon, die voortaan D. genoemd zou worden, onder de handen van de gynaecoloog ‘onnodig heeft moeten lijden’. Ze kuste een laatste babytraantje weg uit zijn ooghoek. Gelukkig heeft hij er straks geen weet meer van, dacht ik. Hij niet, maar wij wel. De ouders, schoonfamilie, vrienden en overige genodigden, wij dragen deze bris voor de rest van ons leven met ons mee.

_________________

* De getallen 1 tot en met 100.000.000.000 (honderd miljard) zijn helemaal doorgerekend, maar dat verandert niets aan het onderliggende probleem. De Collatz Conjecture kan alleen opgelost worden met behulp van redenering.

Arjen van Lith is journalist en schrijver. Op zijn negende – dus bij zijn volle bewustzijn – werd hij om medische redenen zelf besneden. Die bris voltrok zich destijds in het Zaans Medisch Centrum onder plaatselijke verdoving.

Reageer >