Onzichtbaar (5): witheid

30 april, 2017 (10:12) | Pauline Genee

IMG_0186Op deze vijfde zondag eens geen fictie – ik ga ruimte maken. Ruimte voor iemand die dat ogenschijnlijk totaal niet nodig heeft en al zeker niet van mij. Want terwijl ik deze week in alle onzichtbaarheid in een grijs gebouw toespraken schreef voor een witte man, was zij overal luid en duidelijk aanwezig: Anousha Nzume, schrijver van het boek ‘Hallo, witte mensen.’ Bent u ook een wit mens, en heeft u het gemist? Dan trek ik u heel even onder uw steen vandaan om u een aanbod te doen.

Maar eerst even dit. Anousha Nzume, jarenlang voorvechtster van gelijkwaardigheid voor zwarte mensen in een door witterds gedomineerde wereld, is voor velen bekend van de zwartepietendiscussie op radio en TV. Ik kende haar daarnaast ook van de lagere school van onze kinderen – we wonen in dezelfde buurt. Op die school is Piet inmiddels gemuteerd tot een veel-kleurenpiet. En dat is veel beter zo. Beter, en long overdue.

Eerlijk is eerlijk: ik heb bij die revolutie zeker niet in de voorste linies gestaan. Sterker nog, ik was totaal afwezig. Acht jaar geleden vond ik de hele discussie zelfs nog onzin. Pas een paar jaar later begreep ik dat de Piet waarmee ik was opgegroeid, niet onschuldig was – verre van. Dat het niet feestelijk was, maar pijnlijk. Ik was een brave en goedwillende meid, maar ook: blind en kleurenblind tegelijk. Zo’n kleurenblindheid, beschrijft Anousha in haar boek, heeft twee superhandige kanten: je kunt er de ervaring van mensen van kleur heel fijn mee ontkennen, en het ontslaat je ook van de plicht je eigen witheid eens te onderzoeken.

Moet dat dan? Ja. Want aan die witheid zijn perks & privileges verbonden. Dat geldt voor u, witte lezer, en ook voor mij – ook al hebben we het in mijn geval aan het eind van de winter helaas wel over een ongezonde lijkkleur. Snappen wat gekleurde mensen in een witte samenleving doormaken – het is voor een witneus als ik nooit goed te begrijpen. Maar Anousha maakt in haar boek wel degelijk het onzichtbare zichtbaar. Ze neemt mij mee in haar perspectief en vraagt om eens te luisteren. Kop dicht en hear me out. Dat dat beter gaat via een boek dan in een gesprek, bleek tijdens een van de radio-interviews deze week, waar de witte journalist het toch weer niet laten kon: whitesplaining.

Zwart is een kleur, wit is een kleur. Waarom zag ik de mijne niet, hoewel ik toch elke ochtend in de spiegel keek? Simpel. Wit zijn heeft in deze samenleving geen real life consequenties. De zwartheid van Anousha had die wel – pijnlijk en altijd, elke dag weer, vanaf een heel jonge leeftijd, zoals ze zo mooi beschrijft in haar boek. Ik ben als witte in een witte omgeving opgegroeid en heb jarenlang in een nogal witte omgeving gewerkt. Zeker, ik leerde dat het voor mij makkelijker was dan voor mensen van kleur. Ik ging naar films die me dat perspectief bijbrachten en las er gepaste boeken bij waarvan ik onder de indruk was. Maar toch: de kennis bleef, let’s face it, een beetje theorie. Ik herinner me wel momenten dat ik voelde: he, dus dit…. verdomme. En heb ik misschien… ook een rol daarin?

Het waren zachte stemmetjes, maar ik herinner me ze wel. De verkiezing van Obama was zo’n moment. Ik was blij en ontroerd. En toen ik de volgende ochtend in de bus stapte, merkte ik dat ik anders keek naar de zwarte chauffeur. Dat was verwarrend. Mijn beeld was veranderd – kennelijk had ik een beeld van zwarten? Oei, dat was lastig, want… iedereen was toch gelijk? Ach het stikt van die momenten, als ik terugdenk. Toen ik me na een conferentie realiseerde dat er slechts een zwarte vrouw was geweest en ik niet met haar had gepraat. Toen ik zag dat op spoor 15b iedereen met een kleurtje door de spoorwegpolitie werd gecontroleerd, en ik niet, en ik er niets van zei. Mijn verbazing bij de tranen van een zwarte collega over… ja daar is hij weer, Zwarte Piet. Maar dit is een blog en blogs zijn kort. Ik wil daarom een voorstel doen. Ik heb hier een stapeltje exemplaren van Anousha’s boek liggen. Tien stuks, ze zijn voor witte Tirade-lezers. First come, first serve. Als tegenprestatie verlang ik een ding: ga aan de slag met het vragenlijstje op pagina 23. Sta eens stil bij de rol van witheid in je leven. Lees, en leer kleur zien – het is een begin.

Pauline Genee (1968) is schrijver. Meestal van fictie, maar soms even niet. Dit was haar laatste zondagblog voor Tirade over onzichtbaarheid. Ben je ook een witterd en wil je ‘Hallo, witte mensen,’ lezen? Stuur Pauline een mail naar paulinegenee@yahoo.com. De zwarte piet op de foto is tien jaar geleden geknutseld door haar nietsvermoedende kleuterzoon.

Reageer >