Excuusbrief (1)

6 mei, 2017 (08:13) | Arjen van Lith

national-monument-dam

Amsterdam, 6 mei 2017

Geacht Comité 4 en 5 mei,

Doordrongen van diepe schaamte moet ik u mededelen dat ik gisteren, vrijdag 5 mei jongstleden, helaas niet bij machte ben geweest om deel te nemen aan de festiviteiten in de stad. Door een kort moment van vleselijke zwakte tijdens de Dodenherdenking op de dag ervóór – de avond van donderdag 4 mei jongstleden – heb ik Bevrijdingsdag 2017 in gewetensnood doorgebracht, met de gordijnen dicht, twijfelend of ik u moest aanschrijven. Deze brief is het resultaat van mijn afwegingen.

Al sinds mijn vroegste jeugd beleef ik de Dodenherdenking zeer intens. Hoewel mijn tweelingzus en ik als kind vaak de slappe lach kregen van die twee minuten stilte, was ik toch altijd onder de indruk van de plechtigheid van het moment. Mijn moeder, geboren in de hongerwinter, zette een kaars in de vensterbank en ik dacht aan mijn oma, die opa in de linnenkast voor de nazi’s verborgen had gehouden. In mijn herinnering kwam zelfs het verkeer tot stilstand. Heel Nederland is op 4 mei even bezig met hetzelfde, en ik heb altijd gevoeld dat ik deel uitmaakte van die collectieve gedachtenwolk.

Nu, op mijn vijfenveertigste, heb ik voor het eerst in mijn leven die gedachtenwolk bevuild. Eergisteren heb ik per ongeluk – maar eigenlijk willens en wetens – dwars door de Dodenherdenking heen gemasturbeerd. Daarvoor biedt ik u mijn oprechte excuses aan.

Ter verdediging: ik heb niet op de Dodenherdenking gemasturbeerd. Ongepast is iets anders dan pervers. Ik was net klaar met eten, de televisie stond afgestemd op de NOS, maar op mijn mijn laptop stond stomtoevallig nog een pagina van Pornhub open: Young Germans take it hard, of iets van gelijke strekking. Ik wil niks bagatelliseren, maar toch is het grappig hoe de zaken soms in elkaar grijpen.

Zoals sommige mensen opgewonden raken van begrafenissen, zo maakte de ernst van de ceremonie op tv – gecombineerd met de blote Duitsers op mijn tweede scherm – een bijna dierlijke lust in me los. Mijn limbische systeem nam het over van mijn vaderlandsliefde en in plaats van dat ik de laptop dichtklapte, drukte ik op de mute-knop van de afstandsbediening om mijn aanzwellende erectie die wegstervende trompet te besparen.

Doordat ik ben opgegroeid in een gehorige eengezinswoning met gipswandjes, heb ik al vroeg geleerd mezelf geluidloos te beroeren. Het is dus goed mogelijk dat ik me formeel keurig aan die twee minuten stilte gehouden, maar toch knaagt het aan me: mijn gedrag verhield zich niet tot de geest van de herdenking en daarnaast kan ik niet garanderen dat er geen enkel geluid over mijn lippen is gekomen.

Ik realiseer me dat de Dodenherdenking en Bevrijdingsdag samen met Konings- en Prinsjesdag misschien wel de belangrijkste nationale ijkpunten op de kalender zijn. Op die gezamenlijke, verbindende momenten voelen we wat het betekent om Nederlander te zijn. En hoe meer mensen meedoen, hoe sterker die gedeelde identiteit. In een opwelling van kortzichtige geilheid heb ik mijn eigenbelang boven het landsbelang gesteld. Die schandvlek valt niet te verdedigen, zelfs niet als naderhand het Wilhelmus klinkt.

U mag best weten dat ik lang heb geaarzeld of ik mijn daden eerlijk moest opbiechten of juist niet. Met onze nationale rituelen valt niet te spotten, kijk maar naar de Damschreeuwer of de waxinelichthoudergooier. Misschien kom ik met dit schrijven onnodig in de problemen, maar mijn geweten gebiedt me open kaart te spelen. Bovendien komen ze er toch wel achter. De waarheid komt altijd uit, en dus het is beter dat u het direct van mij hoort. Mocht u alsnog overgaan tot vervolging, dan hoop ik dat mijn besluit u deze brief te sturen, alsmede mijn oprechte verontschuldigen aan het ganse Nederlandse volk, mee zullen wegen in de strafmaat.

Met de meeste hoogachting,

 

Arjen van Lith

_________________

Bijlage: screenshot

 

Arjen van Lith is journalist en schrijver. Hij debuteerde in 2015 met de verhalenbundel Mijn Snor bij De Harmonie en publiceerde diverse korte verhalen in (literaire) tijdschriften. De meeste maanden van het jaar woont hij in Austin, Texas, waar hij werkt aan een bundeling van de brieven die hij ooit aan zijn kapper schreef, en aan een roman over zijn opgroeien in dorpsmetropool Krommenie.

Reageer >