Stickers in de stad

7 mei, 2017 (13:41) | Pieter Kranenborg

Toen ik laatst na een fietstocht door de polder Amsterdam weer in reed, viel het me opeens op: de stad hangt vol met stickers. Ze lijken het vooral goed te doen op stoplichtpalen. Prullenbakken lijken ook geliefde biotopen, net als die grijze rechthoeken die je hier en daar ziet staan, de kleine broertjes van elektriciteitshuisjes. De stickers zijn er in alle kleuren en maten. Vaak zijn de opschriften vrij duidelijk en maken ze reclame voor internetbedrijfjes of festivals. Maar soms zijn ze ook zo vaag dat je je afvraagt met welk doel ze zijn opgehangen.

Ik denk dat je de stickers in drie categorieën kunt onderverdelen. De eerste categorie zijn de zojuist genoemde stickers met een duidelijk promotioneel doeleinde. Die zijn het minst leuk.

De tweede categorie is minder eenduidig: wel bedoeld als reclame, maar indirecter. Het zijn ambigue stickers waarvoor je even de tijd nodig hebt om ze te ontcijferen. Daarom hangen deze stickers volgens mij ook zo vaak op stoplichtpalen; de gouden regel van de stickerplakker van dit type is, gok ik: plak waar men stilstaat. Een voorbeeld is een sticker die ik meerdere keren per week passeer op weg naar de universiteit. Een groen plaatje van een zorgelijk kijkende vrouw, met de tekst: trinken hilft. Daaronder een naam, waarschijnlijk van een bedrijf. De bedoeling is natuurlijk dat je dat bedrijf dan gaat opzoeken, maar dat heb ik nooit gedaan. De naam blijft me ook niet bij, maar wel de tekst.

Als het licht op groen springt zit trinken hilft soms nog even in mijn hoofd. Er zit een intrigerende dubbelzinnigheid in die tekst: waarom dat Duits, ten eerste (is het soms een wijsheid van een Duitse filosoof?); ten tweede, is het misschien ironisch bedoeld, aangezien de zorgelijke blik van de vrouw op het plaatje best van een kater zou kunnen komen; ten derde, wat doen mensen met zo’n spreuk, want ik zal heus niet de enige zijn die ‘m bijblijft. Niet dat bedrijf opzoeken, gok ik, wie heeft daar zin in; maar wie weet heeft die tekst een getroebleerde fietser verleid tot de fles.

De derde categorie, ten slotte, is de sticker die geen promotioneel doeleinde lijkt te hebben, maar puur bestaat voor zichzelf. Dit is de zeldzaamste soort. Laatst zag ik er een met het beeld van een kinderlijke tekening van een wedstrijdbeker, met daarop het nummer 3. Op een andere paal was een exemplaar geplakt met het beeld van een soort psychedelisch bankbiljet en daarop de foto’s van twee mannen, die ik niet herkende. Beide stickers suggereerden verder geen concreet doel buiten de sticker zelf.

Hoe verspreiden die stickers zich? Dwalen de stickerkunstenaars door de straten op zoek naar maagdelijke stukjes stoplichtpaal? Ik denk dat het deels willekeur is, een beetje zoals planten pollen verspreiden op de wind, of via dieren. Zo kreeg ik afgelopen zomer wat stickers van een kunstenares in New York (categorie drie). Een ervan hangt nu ergens boven de wc van een Amsterdams café. Willekeurig opgehangen, toen ik de sticker in mijn portemonnee vond, en daarna praktisch vergeten. Je zou dus na het lezen van trinken hilft in een café kunnen belanden en daar haar sticker kunnen zien. Stedelijke flessenpost.

 

Pieter Kranenborg (1994) volgt de masteropleiding Urban Studies aan de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceerde verhalen in Tirade en Hollands Maandblad en in 2016 won hij de Hollands Maandblad Aanmoedigingsbeurs. Op 19 mei verschijnt bij Van Oorschot zijn debuut: de verhalenbundel Astronaut. https://pieterkranenborg.wordpress.com/
Reageer >