Universele Pas

15 juli, 2017 (04:59) | Arjen van Lith

badge

‘Duitsers,’ zei mijn opa altijd, ‘Duitsers reageren sterk op autoriteit.’ Hij trok er dan een samenzweerderig glimlachje bij, alsof ik dat nog nooit eerder had gehoord.

Nu is iedereen dood, maar in mijn familie circuleerden destijds tegenstrijdige verhalen over het oorlogsverleden van mijn grootouders, die tijdens de hongerwinter in Amsterdam kunst verzamelden, aan gezinsuitbreiding deden en zich een inpandig dienstmeisje konden veroorloven. Er gingen geruchten over zwarte handel, maar als ik mijn opa moest geloven, had hij zich brandschoon, met louter panache en in vlekkeloos Duits door de oorlog heen geblaft.

Het zou kunnen. Mijn opa had – net als mijn vader trouwens – aangeboren overwicht. Voor wie hem niet kende: hij deed sterk denken aan de martelende nazitandarts Christian Szell, der weiβe Engel in The Marathon Man, vooral als hij over je heen boog om welterusten te zeggen.* Daarbovenop had hij een invasief, snerpend stemgeluid dat je zelfs op gedempt volume achterliet met een hinderlijke tuut in je oren, zoals na een zware explosie. Dat had mijn vader minder, maar nog altijd genoeg om een reclamespotje waarin hij wasverzachter aanprees vroegtijdig van de buis te halen.

Ik heb dat allemaal niet meegekregen. Ik ben een zachtgekookt ei met een omfloerste klankkleur die zich verontschuldigt als hij genegeerd wordt. Wanneer ik iets gedaan wil krijgen, moet ik mijn autoriteit aan iets anders ontlenen dan mezelf. Als kind – stiekem nu nog steeds – dagdroomde ik regelmatig van een passe-partout, letterlijk een Universele Pas of badge die bij vertoon alle deuren voor me zou openen; van de G7 tot de Wimbledonfinale tot backstage bij Madonna. In mijn schoolschriften schetste ik ontwerpjes met adelaars en schilden en ik experimenteerde met drieletterige afkortingen die top secret overkwamen. Later kwam daar nog de magneetstrip bij, zodat ik bijvoorbeeld ook zwaarbeveiligde deuren eenvoudig open kon swipen.

Een Universele Pas verdient een eigen lederen hoesje, liefst met een corresponderende slagstempel van het logo erin. Elke Universele Pas, hoe imposant ontworpen ook, verliest namelijk meteen z’n geloofwaardigheid als je hem tussen je OV-chipkaart en je zwembadabonnement uit je portemonnee moet vissen. Sterker nog, je hebt zo’n lelijke, volgestouwde portemonnee helemaal niet meer nodig. In een ideaal scenario is de Universele Pas niet alleen een wettig betaalmiddel, maar ook een zichtbare verbetering van je silhouet. Voorwaarde is wel dat het hoesje een flap heeft die je zuchtend met een routineuze polsbeweging kunt openklappen als iemand vraagt wat je komt doen. In de publieke ruimte, zeg een openbare crime scene waar je graag bij wilt zijn, is zo’n flap ook handig om je Universele Pas nonchalant aan je broeksband te hangen, dat is chiquer dan een trekkoord.

Het finale design van mijn Universele Pas ben ik nog aan het fijnslijpen, maar toch heb ik van de week alvast een nieuw pak gekocht voor als ie straks helemaal af is. Zwart met een groenige waas, een beetje zoals Agent Smith in The Matrix.** En een bijpassend oortje met een transparant, gedraaid snoer dat verder nergens naartoe leidt, maar gewoon los achterin de boord van mijn overhemd verdwijnt. Als ik in mijn mouw praat lijkt het net echt.

Mocht ik volgende week niets van me laten horen, dan ben ik op pad met mijn Universele Pas. Om te testen. Om eerst een paar proefrondjes te draaien voordat ik ‘m definitief laat lamineren.

_______________

* (1976) Gespeeld door Laurence Olivier.

** The Wachowski’s, 1999.

 

Arjen van Lith is journalist en schrijver. Hij debuteerde in 2015 met de verhalenbundel Mijn Snor bij De Harmonie en publiceerde diverse korte verhalen in (literaire) tijdschriften. De meeste maanden van het jaar woont hij in Austin, Texas, waar hij werkt aan een bundeling van de brieven die hij ooit aan zijn kapper schreef, en aan een roman over zijn opgroeien in dorpsmetropool Krommenie.

1 reactie >