Grote schoonmaak

16 september, 2017 (06:24) | Arjen van Lith

stofzuigertje Austin

Afgelopen zomer stuurde mijn uitgever me uit het niets het boekje Cleaning up New York (1976, 73 pagina’s) toe, over het schoonmakersbestaan van de Amerikaanse dichter Bob Rosenthal. ‘Weet niet waarom, maar dit leek me iets voor jou’, schreef hij op de begeleidende ansichtkaart. ‘Hartelijks vanaf een ver eiland!’

Zelf wist ik ook niet precies waarom: schoonmaken maakt me chagrijnig en van dichters word ik nerveus. Meer uit beleefdheid dan enthousiasme sloeg ik pas eergisteren, net aangekomen in Texas, het boekje voor het eerst open:

Dirt collects at the intersection between a solid surface and air. Some of the dirt is sitting on top of dirt and is really more in the air than on the counter or floor. The duality of surface and air is paralleled by a similar duality in cleaning, that of clearing and shining. The body does the clearing and the mind does the shining.

De truc bij heel dunne boekjes is om het na iedere inspirerende passage meteen even weg te leggen. Dan geniet je er langer van. Dus trok ik mijn rubberhandschoenen aan en liep met een plamuurmes, een spuitbus Clorox Bathroom Cleaner, schuursponsjes en een bus desinfecterende doekjes naar de wasbak, waar zich tijdens mijn afwezigheid een dikke stuclaag van uitgespuugde tandpasta had opgehoopt. Mijn M. doet niet aan wegspoelen.*

Per hoofdstuk werkt Rosenthal systematisch alle huishoudelijke klusjes af, steeds het moeilijkste het eerst en dan van boven naar beneden. Over de keuken schrijft hij:

There is a choice involved with cleaning that is not involved with cooking – that is, the choice whether to do it or not. I realize some people choose not to eat but I doubt they do very much cleaning either.

Als ik er niet ben, gaat M. gelukkig uit eten. De keuken is vlekkeloos.

Mijn persoonlijke blinde vlek is de vloer. Ik stofzuig alleen als mijn schoonfamilie langskomt. Het is niet zozeer een blinde vlek, als wel een moedwillig negeren. Mijn moeder had een obsessie met onze plavuizenvloer. Zij zoog twee keer per dag. Elke waterdruppel werd subiet opgeveegd, de deurmat bij onze achterdeur besloeg de helft van de keuken en vriendjes en vriendinnetjes die bij ons thuis kwamen spelen, kregen een paar beschamende leenpantoffels die ze over hun eigen zweetsokken moesten aantrekken. Het leeuwendeel van mijn jeugd heeft mijn moeder op haar knieën met een dweil doorgebracht. Daar pas ik dus voor.

[The vacuum cleaner] is buzzing, humming next to me. I pull the rug attachment off and contemplate the bit on the hose. Now in my adventures, I can go all the way! I fuck the sucking vacuum. The suction is just strong enough to give realistic tension to the skin of my cock. It is nice. But it doesn’t go anywhere, there is only one speed.

Bijna alles – de werkvolgorde, de selectie van schoonmaakmiddelen, zelfs het plezier en de hele Gestalt van het schoonmaken – heb ik van kamer tot kamer tot in de kleinste hoekjes gretig van Rosenthal overgenomen, maar hierin heb ik hem niet kunnen volgen. In Austin hebben we alleen een veredelde kruimeldief.**

We spreken elkaar nauwelijks, mijn uitgever en ik. Als hij niet op zijn eiland zit, ben ik in Amerika. Toch weet hij kennelijk álles van me – tot aan mijn overzeese toilethygiëne toe – en stuurt hij me een boekje waarvan ik zelf niet eens wist dat ik het nodig had. Alles glanst en glimt. Het zou kunnen dat zijn mensen me ook hier in de gaten houden, maar ‘t lijkt me waarschijnlijker dat ik het gewoon enorm met hem getroffen heb.

_________________________

* M. poetst niet, maar kauwt met z’n blik op oneindig en z’n kop bij Gödel een paar minuten op zijn tandenborstel, waarna hij de boel met minimale inspanning uit zijn mond laat vallen. Hij spoelt na met mondwater dat zich in de wastafel mengt met de tandpasta en traag richting het putje zinkt.

** Zie foto.

Arjen van Lith is journalist en schrijver. Hij debuteerde in 2015 met de verhalenbundel Mijn Snor bij De Harmonie en publiceert diverse korte verhalen in (literaire) tijdschriften. De meeste maanden van het jaar woont hij in Austin, Texas, waar hij werkt aan een bundeling van de brieven die hij ooit aan zijn kapper schreef, en aan een roman over zijn opgroeien in dorpsmetropool Krommenie.

Reageer >