De mooiste meter

19 oktober, 2017 (14:29) | Menno Hartman

Washington-Square-a-New-YorkStukken die je fietst, wandelt of terwijl je in een auto of trein zit passeert, vormen voor mij een vreemde afwisseling van emoties. Het lijkt wel of per zeg vijftig meter je geheugen, je brein een andere kleur aan een stuk straat toekent. Een traject dat ik regelmatig afleg bestaat dus uit een veelheid, een lappendeken van stukken van vijftig meter die steeds een net andere mate van aangenaamheid bezitten. Hoe komt zoiets? Hoe kan het dat je een bepaalde bocht plezieriger vindt dan een andere, en dat dezelfde plek eigenlijk altijd ongeveer hetzelfde gevoel oproept? Mijn Wibautstraat vanaf het Amstelstation ziet er bijvoorbeeld zo uit: positief-negatief-positief-positief negatief – negatief- positief-positief- negatief -positief. Nu ben ik bij het Jonas Daniel Meijerplein aanbeland. Hoe kan het dat er onaangename stukken straat zijn waarvan je niet weet waarom ze dat zijn?

Ik denk dat de wereld waarin je je vaak begeeft, je stad een mentale kaart wordt. Eenmaal een heel vreselijk rotdag versterkt voelen worden door een rottige situatie in het verkeer op een bepaalde plek bijvoorbeeld,  zorgt ervoor dat je je misschien niet het onbeduidende voorval  herinnert, maar wel het gevoel dat daarbij hoorde. En dat gevoel blijft aan die plek hangen. Elk traject dat je zo aflegt is een veruitwendigd geheugen van gevoelens. Het kan een gedachte zijn, mooi of lelijk die een plaats is gaan kleuren, een voorval, een herinnering, een blik van iemand, een lied dat door je hoofd speelt, een schittering in een raam, de lichtval, een schaduw van de zon.  Maar het staat betrekkelijk vast daarna.

Zoals Dick Hillenius planten op reis meenam, in zijn tuin plantte en zo zijn tuin als een uitwendig geheugen kon zien – hij herinnerde zich immers bij het zien van een bepaalde plant de tocht die hij vier jaar terug in Spanje maakte –  zo wandelt iedereen ongemerkt door een wereld die hem door een verleden van kleine gevoelswisselingen dingen meedeelt die niet daarbuiten bestaan, maar slechts aangezet worden door het beeld van de buitenwereld.

Het is zoals Tijs Goldschmidt in De bijenchoreograaf schreef mogelijk een bij een dansje naar believen te laten doen door de strategische aanplant van bloemenvelden in de buurt – de bij geeft immers met zijn bewegingen aan zijn korfgenoten door waar de juiste honing te halen valt.

Zo zou een tocht door de stad denkbaar zijn met maximale positieve gevoelens, en een tocht met maximale negatieve gevoelens. Een hersenscan met oplichtende gebieden op afroep door een wandeling door je stad of dorp. En over de schoonheid van de tocht hoeft dat niets te zeggen.

Onderzoek naar hoe je omgeving inwerkt op je hersenen staat naar ik geloof nog in de kinderschoenen.

——-

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade.

Zie vooral deze pagina van tekenaar Stefan Bleekrode voor informatie over de intrigerende afbeelding bij dit stukje.

 

1 reactie >