Geen winter meer

13 december, 2017 (09:47) | Gilles van der Loo

IMG_5911In de diepte van de ochtend ging het leeslampje boven Nadims bed aan. Ik zag het schijnsel door het matglas in zijn deur, hoorde zijn blote voeten de treetjes van het stapelbed afdalen en bad dat hij Ada niet wakker zou maken. Nadim denkt dat hij sluipt als hij zijn voeten hoger optilt dan normaal.

Onze zoon klompte naar de voorkant van het huis, waar de dakkapel van de kinderkamer zit. De vensterbank kraakte, en even later klonk een luide bonk. Het grote licht ging aan in zijn kamer en de deur vloog open. Twee tellen later stond hij aan ons voeteneind. Doordat ik er steeds niet aan toe kom hem naar de kapper te brengen had hij het silhouet van een LEGO-mannetje.

‘De sneeuw is er nog!’ zei hij. ‘Mama. Mam. Mamma! De. Sneeuw. Is. Er. Nog.’

Zonder antwoord af te wachten kloste hij naar beneden, met tegenzin gevolgd door mij. Ik douchte redelijk ongestoord en maakte ontbijt terwijl Nadim ijsbeerde voor het raam.

‘Denk je dat we kunnen glijden, straks? Pap, denk je dat er een glijbaan is op straat?’

Buiten het keukenraam was duidelijk hoe de sneeuwbui van gisteren tot drek geworden was in de binnentuinen. Af en toe schoof er wat natte sneeuw van de pannen om als duivenkak neer te slaan op het platje van de onderburen.

‘Ik weet het niet, schat,’ zei ik. ‘Pindakaas mee naar school of worst?’

‘Pindakaas. O, ik kan niet wachten! Dit wordt zo su-per-cool!’

Ik heb een reële angst een sarcastische oude man te worden en zei daarom niets, maar toen onze jongen ook te druk bleek om normaal te ontbijten vertelde ik hem wél dat hij er misschien teveel van hoopte, van het winterwonderland dat ons daarbuiten wachtte.

Toen het ontbijt erop zat en alle tanden gepoetst waren, duwde ik Otis de Hond uit zijn mand om onze zwaar ingepakte jongen naar school te gaan brengen. Nadim trappelde al in de hal, en het kostte me moeite de deur van het slot te draaien omdat hij niet stil wilde staan. Door het begin van een kier stoof hij naar buiten, waar hij joelend grote aanlopen nam om steeds een halve meter te glijden over de zompige bruine brij op straat.

Otis en ik sjokten achter de kleine wildeman aan, die afwisselend gleed en huppelde, Sinterklaasliederen zong en ijsballen kleide van de smeltende sneeuw op de motorkappen van auto’s.

‘Weet je pap?’ zei Nadim toen hij buiten adem was en weer aan mijn hand wilde lopen.

‘Nou?’

‘Weet je wel dat ik Amsterdam zo mooi vind, maar het állermooist als alles zo wit en fris is als nu, op een échte winterochtend?’

Ik kon Nadim ternauwernood aan de kant trekken voor een dampende hondendrol en dacht aan de winters uit mijn kindertijd. Wekenlang schaatsen, sleeën, iglo’s bouwen. Een paar dagen terug schreef ik op deze plek dat het een kwestie van tijd was voordat ikzelf  […] het vroeger zoveel rustiger, mooier, échter […] zou gaan vinden, dus keek ik in dat wijdopen bleke smoeltje, knikte en zei dat het inderdaad een prachtige winterochtend was.

‘En papa,’ zei Nadim. ‘Hebben wij een slee? Dan kunnen we vanmiddag naar het park.’

Ik dacht aan het gebarsten plastic sleetje dat we ooit in de bergen kochten en dat de afgelopen zes jaar in de opslag heeft gestaan. Ik dacht aan het geluid van te zwaar belast plastic dat over grindtegels wordt getrokken.

Hoe ver moest ik meegaan in de beleving van mijn kind? Wanneer werd instemming bedrog?

Dankbaar liet ik ons gesprek afkappen door Nadims klasgenoten, die even verheugd leken met deze witte, frisse, échte winterochtend. Ik keek naar mijn zoon en zijn vrienden en begreep dat hun blijdschap dezelfde was die ik als kind gevoeld had.

Voor het eerst waren de kinderen van nu tevreden met minder dan de kinderen van vroeger.

____________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. In 2016 verscheen zijn sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

Reageer >