Van kat naar vlinder

11 januari, 2018 (09:28) | Menno Hartman

27379Een man kijkt naar een vlinder. Ik las van Echhart Tolle deze krachtige maxime: ‘Ik heb met verschillende zenmeesters geleefd, het waren alle katten.’ De kat is de meester van het wachten. De kat wacht, maar niemand weet waarop. Sinds mijn telefoongebruik drastisch verminderd is – ik gebruik de telefoon alleen nog voor bellen en appen – is mijn wachten katachtiger geworden.  Ik verdwijn in mezelf en kijk. Meestal observeer ik wachtend dus mensen die niet observeren maar naar hun telefoon kijken. Ik heb ontdekt dat ik meer naar gezichten kijk sinds ik minder naar mijn telefoon kijk. Leuke bezigheid, hoor! We kijken al miljoenen jaren naar gezichten en hebben daar alle reden (en gelegenheid) toe gehad, het is mogelijk dat we langzaam aan iets minder goed worden in het lezen van gezichten, nu we het minder doen. We kijken dus überhaupt minder op. De toekomst zal geen rechte mensen meer kennen, maar kromme, en bijziend.

De kat wacht, maar waarop? Hij wacht zijn leven uit. Misschien is het meer zo dat de kat inderdaad op zenachtige wijze in staat is te zijn zonder daar veel meer van te verwachten. Stil voor je uit zitten staren is een onbeweeglijkheid, een wachten – kijkend naar de lucht, een bergwand,op the dock naar the bay  dat evenzogoed vaak de stilte voor een sprong is.

In 1972 schrijft Joseph Brodsky een lang gedicht over een vlinder. Een geweldig gedicht in 14 strofen (vertaling Peter Zeeman). Het is kort voor zijn vlucht naar Amerika vanuit Rusland, en dus is het verleidelijk de inhoud van die contemplatie op iets kleins te zien als een voorbode van iets groots. Brodsky wacht op zijn moment.

je bent fragment
van een gezicht; zeg mij
van wie, vliegend portret?

Je ziet de dichter gebogen over een vlinder, niets doend, kijkend, denkend, de spieren aanspannend voor de sprong?.

En wat zijn dagen? Niets. Ze zijn
niet vast te pinnen,
geen voedsel voor pupillen,
ongrijpbaar. Enkel schijn.

En duiden wat hij ziet, zijn beeld gebruiken, inzettend voor zijn gedachten.

Ja, jij bent beter dan
het Niets, nabijer,
meer zichtbaar. Toch ben jij er
in wezen aan
verwant. En op jouw vluchten
krijgt het materie.
Daarom, wanneer je
rondfladdert in de drukte
van alledag, vorm jij
een soort begrenzing,
een luchtige versperring
tussen het Niets en mij.

Een luchtige versperring tussen het Niets en mij. En dan springt hij. Ik staar nog even door naar de kat, de donzige versperring tussen het Niets en mij.

—-

IMG_6285Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade, kookt zich gestaag door kookboeken heen, en droomt altijd over reizen.

Reageer >