Uit de Mode (1)

24 februari, 2018 (08:42) | Arjen van Lith

kleerhanger

Eerder deze week wees een oplettende lezer me op een belofte die ik anderhalf jaar geleden ergens in een voetnoot op dit blog had begraven:

Vanwege een bindende clausule in mijn ontslagprocedure ben ik juridisch tot geheimhouding verplicht voor een periode van tien jaar. Ik beloof dat ik na 1 januari 2017 terug zal komen op mijn loopbaan in de exclusieve herenmode.’

Die termijn is nu ruimschoots verstreken. Als er überhaupt ooit sprake is geweest van strafbare feiten – daarover verschillen de betrokkenen van mening – dan zijn die al lang geleden verjaard. Bovendien heeft de andere hoofdrolspeler in deze tragedie, mijn toenmalige compagnon A., het bedrijf inmiddels opgeheven en de deuren van de boetiek gesloten. Gezien A.’s gevorderde leeftijd zou het misschien prudenter zijn om te wachten op zijn overlijden, maar dan kom je nergens meer aan toe: als je schrijft, schop je altijd wel iemand tegen de schenen.

Zoals ik destijds ook in het proces-verbaal heb verklaard, beschouw ik A. nog altijd als een vriend. We hadden elkaar ontmoet op een feestje in de slipstream van de Amsterdam Fashion Week 2005, waar ik voor een bevriende ontwerpster van handgebreide angora lingerie als fitter had gewerkt. A. stond aan de bar in een kanariegeel pak met gifgroene puntschoenen; ik droeg een kogelvrij vest. Wat mij betreft is dat wederzijdse respect voor elkaars smaakgevoel altijd de basis van onze vriendschap gebleven – zelfs nadat alles zo gruwelijk uit de hand was gelopen.

A. voerde sinds eind jaren ’90 zijn eigen, gelijknamige herenmodemerk en verkocht als eerste binnen de grachtengordel uitbundige bloemetjeshemden en –pakken die hij combineerde met een Schotse ruit of een diapositief luipaardpatroon. Hij kocht zijn stoffen in Italië en op de lapjesmarkt op de Westerstraat. Popsterren, presentatoren en theatermakers liepen de deur plat: op tv kwam je bijna elke avond wel een outfit van A. tegen.

Dat was de goede tijd.

Ik kwam erbij toen de neerwaartse trend zich al had ingezet. Dat schrijf ik niet om mezelf vrij te pleiten; dat is een macro-economisch feit. Lehman Brothers stond op omvallen. De crisis was onafwendbaar en bij groeiend pessimisme neemt de behoefte aan exuberante kleurcombinaties en laarzen van pijlstaartrog nu eenmaal altijd af. Persoonlijk had ik een voorkeur voor sobere tinten, geometrische patronen en ronde neuzen; een bijna Berlijnse crisisesthetiek die beter bij de tijdsgeest aansloot, maar waar ik destijds niet hard genoeg voor heb gevochten. Dat betreur ik.

Het blijft frappant om te zien hoe onze kleine, persoonlijke geschiedenis vaak parallel loopt aan grote historische gebeurtenissen. Tegelijkertijd zou het lui zijn om mijn mislukte avontuur in de prêt à porter louter aan een dip in de wereldconjunctuur te wijten. We dragen allemaal schuld, ikzelf net zo goed. Ontwerpen, inkopen en etaleren vond ik leuk, maar ik liep leeg op de sleur van het winkeliersbestaan: de hele dinsdagmiddag voor de vorm bloesjes vouwen in een uitgestorven zaak terwijl het buiten regent en een reiger tegen de etalageruit schijt.

In iedere middenstander sluimert een diepe minachting voor het winkelend publiek, maar dat is van alle tijden, daar hoef je niet kapot aan te gaan. De finale nekslag kwam van binnenuit, van demonen uit het verleden, van meeliftende profiteurs en exotische liefdesrivalen. En van mij, met m’n grote bek.

Dit is een lang verhaal. Ik had niet genoeg tijd om het helemaal aan de politie uit te leggen.

_______________

Uit de Mode zal de komende tijd als onregelmatig feuilleton op Tirade verschijnen.

Arjen van Lith is journalist schrijver. Hij debuteerde in 2015 met de verhalenbundel Mijn Snor bij De Harmonie en publiceert diverse korte verhalen in (literaire) tijdschriften. De meeste maanden van het jaar woont hij in Austin, Texas, waar hij werkt aan een brievenbundel en een roman over zijn opgroeien in dorpsmetropool Krommenie.

Reageer >