De Fryske literatuur op zakformaat

3 juli, 2018 (06:00) | Marko van der Wal

Gaat het over de Friese literatuur, dan heb ik de ervaring dat er altijd wel iemand die over het Oera Linda-boek begint. De kronieken van een middeleeuws Fries geslacht, geschreven in een runenachtig schrift, díe moeten toch wel het startpunt van de Friese literatuur vormen. Maar het Oera Linda-boek was een hoax, kundig in elkaar gezet door Piet Paaltjens en consorten. Het manuscript dook ineens op toen negentiende-eeuwse letterkundigen zaten te smachten om Oudfriese teksten. De opzet slaagde, en leidt helaas nog steeds tot misverstanden.

In Zolang de boom bloeit zijn twee pagina’s ingeruimd om die mystificatie te ontzenuwen. Joke Corporaal vertelt kort en goed, op basis van het onderzoek van Goffe Jensma, de oorsprong en context van deze literaire grap. Zo het Oera Linda-boek al tot de Friese literatuur gerekend moet worden, dan tot die van de negentiende eeuw, waar het in dit handboek dan ook wordt besproken. De Friese literatuurgeschiedenis begint met (soms poëtische) Oudfriese wetsteksten uit de dertiende eeuw. En het echte Oudfries is in tegenstelling tot wat die benaming doet vermoeden minder oud dan bijvoorbeeld het Oudnederlands (500-1200).

In korte hoofdstukken benadrukt Corporaal de historische context in Fryslân. Ze laat zien hoe de omstandigheden, cultureel-maatschappelijk, politiek of anderszins, al dan niet hebben gezorgd voor een vruchtbare voedingsbodem voor literatuur. Afzonderlijke onderwerpen komen in zogeheten vensters aan de orde, waar individuele schrijvers, instituties, stromingen en mijlpalen worden besproken: van Obe Postma tot Tsjêbbe Hettinga, maar ook van koloniale literatuur tot ‘de vrouwelijke stem’. Zolang de boom bloeit is dankzij die verschillende ingangen veel toegankelijker dan het onvolprezen naslagwerk Zolang de wind van de wolken waait (2004), waarop het is gebaseerd.

Meer dan de helft van de korte geschiedenis is ingeruimd voor de afgelopen 120 jaar, vanaf de tijd van Douwe Kalma tot spreekwoordelijk gisteren. Vooral de tweede helft van de vorige eeuw was een bloeitijd voor de Friese literatuur. Zowel de streekromannetjes die via een boekenclub als de Kristlik Fryske Folks Bibleteek werden verkocht, als de literaire romans en experimentele poëzie deden opgeld in een rijk literair klimaat. In 1968 richtte men zelfs een telefoonlijn voor poëzie op, onder de titel ‘Operaesje Fers’, wat – ik was het bijna vergeten – destijds een wereldprimeur was. Een enkele keer ontbreekt het bij dat soort vensters aan citaten uit oorspronkelijk werk om de veelzijdigheid te illustreren, maar daar staat tegenover dat de bewegingen op internet en de huidige stand van zaken ruimschoots aan bod komen. Dat is verfrissend, net als het feit dat er geen onnodige parallellen met de Nederlandse literatuurgeschiedenis worden getrokken.

De Friese literatuur richt sinds de jaren zestig haar blik over de grens, naar Europa en daarbuiten, en neemt binnen Europa een unieke positie in, die ze ook in de toekomst zal behouden. Zolang de boom bloeit laat goed zien dat haar geschiedenis een totaal eigen ontwikkeling kent: tegelijkertijd veelzijdig en overzichtelijk, en daardoor een zeer dankbaar onderwerp, dat knap is samengebracht in dit compacte en toegankelijke overzicht.

 

Joke Corporaal – Zolang de boom bloeit. Korte geschiedenis van de Friese literatuurgeschiedenis
Eveneens verschenen in het Fries, Engels en Duits bij Bornmeer/Tresoar.

 

Marko van der Wal (1989) is opgeleid als classicus, redacteur van Tirade en werkt bij Uitgeverij Van Oorschot. Sinds enkele jaren blogt hij (onregelmatig) voor tirade.nu.

1 reactie >