Weer samen

22 september, 2018 (09:50) | Arjen van Lith

‘En? Fijn om weer bij je man te zijn?’ texten vrienden en familie sinds ik in Texas ben gearriveerd. ‘Heerlijk’, text ik dan gemakshalve terug, want het is ondoenlijk om het hele aggregaat van liefdevolle alledaagsheden in onze omgang beknopt te beschrijven. Het zijn er te veel.

De afgelopen maand was M. alweer aan het werk op de universiteit in Austin en ik zat nog in Amsterdam; lang genoeg van elkaar gescheiden om ervan te genieten en tegelijkertijd uit te kijken naar onze hereniging. Nu, vier dagen na mijn aankomst, keren de gebruikelijke ongemakken terug – beurse plekken op m’n rechterflank van het gedwongen lepeltjelepeltje slapen – maar die verbleken bij een allesverwarmend gevoel van vertedering, vooral door kleine, bijna terloopse uitingen van aandacht en liefde, zoals in het bovenstaande filmpje.

Op het eerste gezicht valt er weinig te zien: M. geeft me zonder morsen een ochtendristretto. Maar wat me oneindig ontroert is het gebaar dat hij maakt nadat hij het kopje heeft neergezet. M. serveert geen koffie; hij presenteert het alsof het een zeldzaamheid is. En inderdaad, hij komt bijna nooit in de keuken.

M.’s gebaar is in wezen onnodig en sowieso te groot voor de bewezen dienst. Ik ben getroffen door zijn vlotte uitvoering: efficiënt maar niet afgeraffeld en met een mengeling van zowel trots als bescheidenheid – een ornament zonder franje. Daaraan kun je zien dat hij zelfspot heeft.

[Klik hier om het filmpje in slow motion te bekijken.]

Het heeft ook iets educatiefs, dat gebaar, alsof M. er een diepere betekenis mee wil onderstrepen. ‘Koffie’, lijkt z’n hand te willen zeggen. ‘Voor jou.’ Afgezien van zijn wiskundeknobbel en zijn vakinhoudelijke kennis is het juist dit soort non-verbale didactische finesse die ik in hem als academicus mateloos bewonder.

Van de film The Prestige* weet ik dat de prestige staat voor de finale van een goocheltruc, waarin – ik noem maar wat – een verdwenen gewaande duif op onverklaarbare wijze weer terug in z’n kooi materialiseert. Zo’n prestige wordt ook altijd ingeleid door een soortgelijke handbeweging. Mijn M. ontbeert misschien de vingervlugheid van een illusionist, maar hij heeft wel degelijk de zwier om het gewone magisch te maken.

‘Met liefde’, zegt hij er dan bij.

_______________________________

* Christopher Nolen, 2006.

Arjen van Lith is journalist en schrijver. Hij debuteerde in 2015 met de verhalenbundel Mijn Snor bij De Harmonie en publiceert diverse korte verhalen in (literaire) tijdschriften. De meeste maanden van het jaar woont hij in Austin, Texas, waar hij werkt aan een bundeling van de brieven die hij ooit aan zijn kapper schreef, en aan een roman over zijn opgroeien in dorpsmetropool Krommenie.

Reageer >