Het beschuitdebacle

8 oktober, 2018 (09:18) | Milo van Bokkum

jispAfgelopen week schreef tv-recensent Arjen Fortuin in NRC over de ‘geheime talkshow’ Na het Nieuws. Het programma staat schijnbaar op zo’n vreemde tijd geprogrammeerd dat het makkelijk gemist is. Fortuin besloot, na enig ethisch gedelibereer, het geheim toch te delen: het programma was te goed om onopgemerkt te blijven.

Ik kan me heugen in het feit dat mijn reikwijdte hier op dit blog nog altijd wat beperkter is dan die van Fortuin in NRC. Als ik hier begin over het dorpje Jisp, dan kan ik er direct achteraan glimlachen dat het dorp ook niet snel overspoeld zal worden door bezoekers. Die morele kwestie is comfortabel snel afgehandeld.

Het kan wat flauw lijken om de aandacht te vestigen op een fraai Noord-Hollands dorpje onder de rook van de hoofdstad – daar zijn er toch genoeg van, zou je denken, en wie in Amsterdam woont kent ze waarschijnlijk vaak ook wel. Maar in een verder weinig exotische streek (waar de stad zich bijna altijd op een of andere wijze aan je opdringt) is dit mijn favoriete exotische eiland.

Ikzelf eindigde er vorige maand per ongeluk nadat mijn moeder naar het naastgelegen Wormer verhuisde en ik – in een poging mijn gematigde antipathie voor de eentonigheid van het Noord-Hollandse landschap te overwinnen – de omgeving besloot uit te kammen. Jisp (houten huisjes, één straat, fraaie kerk, hobbelende buurtbus) ligt aan het uiteinde van de woeste gebouwenzee van de regio Amsterdam, de strook die zich uitstrekt van Abcoude in Utrecht tot Wormerveer in het noordwesten. Die je in drie kwartier met de sprinter doorkruist, elke twee minuten stoppend – de ruggengraat van de regio.

Aan de top ligt Jisp, daar direct achter, aan de noordkant van het dorp, stopt de Randstad en begint de streek van Gerbrand Bakker. (Ik zie in de titel Boven is het Stil altijd ‘Boven Amsterdam is het stil’ – maar uitlezen moet ik het nog steeds.) De identiteit in het landschap keert terug. Na Jisp wordt weer bij de grond gehoord, in plaats van er alleen op gewoond.

Jisp ontspringt op alle mogelijke manieren de dans van de regio, die er volledig omheen plaatsvindt, als een weiland in het midden van een snelwegknooppunt. Het Britse verkeersbureau runde een decennium terug een inmiddels klassieke reclamevideo waarbij je moet tellen hoe vaak een team basketballers de bal overspeelt. Die taak sleept maagdelijke kijkers zo mee dat ze totaal missen dat er een moonwalkende beer door het beeld loopt. Boodschap: in het verkeer mis je snel iets waar je niet op let. Dat is Jisp. (Maar wie de berenvideo al kent, ziet alleen de beer.)

Het dorp is het op alle manieren nét niet – en daarom nét wel. Je moet ook eerst voorbij Purmerend of Wormerveer – dat is niet mis (en niet leuk), voor wie vanuit Amsterdam een stukje gaat fietsen. Alle toeristische streekbussen op weg naar De Rijp, Middenbeemster, de Zaanse Schans, Edam en Volendam komen er niet eens bij in de buurt. De theetuin is er leeg – hier nauwelijks zondagmiddagtrippers. De agressief-industriële Zaanstreek (om de hoek, je ruikt de chocoladefabriek) kreeg hier net geen voet aan de grond.

Eenmaal aangekomen heb je een bijna 360-graden panorama over een enorm gebied ten noorden van Amsterdam – waar je zelf zo heerlijk los van staat, alsof je vanuit een raam met spiegelglas naar buiten kijkt. Je ziet de streek en haar bedrijvigheid voor je ogen gebeuren, de nieuwe, grote poort-achtige flat aan de Houthavens, 12 kilometer verderop, de fabrieken van de Hoogovens in IJmuiden, de galerijflats van de Zaandamse wijk Poelenburg, de molens van de Zaanse Schans, de contouren van Purmerend, de kerktoren van De Rijp.

Aan het voorzichtig richting de vaart leunende oude stadhuis, vol grootstedelijke allure, kan je aflezen dat Jisp in de tijd van de VOC groot werd door het maken van scheepsbeschuit. Amsterdamse beschuitbakkers pikten dat niet, en stelden een verbod in voor Jisper beschuit in hun stad. Exit tientallen bakkerijen; dat was het einde van de welvaart en de groei van het stadje.

De huidige bewoners zullen het oude Amsterdam alleen maar dankbaar zijn voor hun destructieve blokkade die de gestage ontwikkeling deed stokken. De hoofdstedelijke vergetelheidspogingen hebben zo goed uitgepakt dat de Amsterdammers Jisp zelf ook vergeten lijken – de geschiedenis liet het dorpje na het beschuitdebacle gedachteloos links liggen. Volgens de wetten van de ironie zou een herontdekking vanuit de hoofdstad niet lang meer op zich moeten laten wachten – maar gelukkig wijst nog niets daar op.

—-

Milo van Bokkum (Amsterdam, 1994) is freelance journalist. Momenteel is hij correspondent Noord-Nederland bij NRC Media en volgt o.a. de ontwikkelingen rond de gasproductie in de provincie Groningen.

Reageer >