Van Westerbork naar Palestina?

16 oktober, 2018 (14:55) | Uncategorized

Keilson ouders IMG_1755 (002)‘Max en Else Keilson – ja, hier zijn ze.’ De man van het Rode Kruis in Amsterdam heeft de twee namen gevonden in de cartotheek van de Joodse Raad. Er staat iets bij: ‘16. 11 Auschwitz’. Hun deportatiedatum. De man lijkt wel blij, schrijft Hans Keilson later, dat hij mij zulke goede service kan verlenen.

Het is zomer 1945. Door de inlichtingen die hij heeft gekregen, weet Hans Keilson vrijwel zeker dat zijn ouders dood zijn, maar tegen beter weten in blijft hij denken dat vader nog in leven zou kunnen zijn. Moeder leed aan een darmziekte en was broodmager toen ze naar Westerbork moest. Voor haar is er zeker geen hoop meer. Keilson zegt het niet, maar zelf denk ik soms: misschien is ze onderweg naar Auschwitz overleden.

In het stadje Bad Freienwalde hadden de ouders een textielwinkel, die voor de Eerste Wereldoorlog goed liep. Maar Max moest naar het front in Noord-Frankrijk en in de verkoop kwam de klad. De naoorlogse mega-inflatie en later de economische wereldcrisis deden de zaak uiteindelijk de das om. Het echtpaar verhuisde naar Berlijn en probeerde daar de touwtjes aan elkaar te knopen. Ze hadden een huurder, voor wie Else ook de was deed. Vader knapte huishoudelijke karweitjes op bij vrienden, zoals ramen lappen en kleedjes uitkloppen. Vernederend voor een man die ooit eigen baas was. Moeder klaagt dat ze al vier jaar geen nieuwe hoed heeft kunnen kopen, vader lijkt niet eens ontevreden. Lange tijd draagt hij hetzelfde nette pak, al ziet hij na een tijdje wel in dat zijn rode das z’n beste tijd gehad heeft. Af en toe eten ze bij de Jüdische Reformgemeinde, in een zaal met honderdvijftig mensen. De maaltijden zijn daar goed en goedkoop. Hoe eenvoudiger en kleiner het leven van Max en Else wordt, hoe meer ik met ze te doen heb.

Wanneer tijdens de Kristallnacht in november 1938 in heel Duitsland synagoges in vlammen opgaan en Joodse winkels worden vernield, is de schok enorm – zeker ook bij Hans, die inmiddels twee jaar in Nederland zit. Hij weet gedaan te krijgen dat zijn ouders toestemming krijgen om naar Nederland te komen. ‘Wir sind wieder Menschen,’ verzucht vader in een brief aan zijn dochter in Palestina als ze eenmaal in Holland zijn. Zijn vrouw en hij zijn niet alleen opgelucht dat ze niet meer hoeven te leven in een sfeer van fel antisemitisme, ze genieten ook van simpele dingen als boter, eieren, fruit en goede koffie.

Als de oorlog uitbreekt en in de loop van de tijd de maatregelen tegen de Joden strenger worden, besluiten de ouders niet onder te duiken. Door de ziekte van moeder gaat dat niet en vader wil haar niet in de steek laten. In 1943 worden ze opgepakt en naar Westerbork gebracht, waarschijnlijk per auto: het transport van Naarden naar Drenthe gebeurt ‘netjes’.

Er komen enkele korte brieven en kaarten uit Westerbork. Het is aandoenlijk dat Max rode tulpen naar zijn vrouw in het kampziekenhuis komt brengen op haar verjaardag. En het is verschrikkelijk om te lezen hoezeer ze zich allebei vergissen. Het feit dat hun dochter in Palestina woont geeft ze het recht, denken ze, om naar dat land te reizen: ze staan op de nominatie voor een zogeheten Palestina-certificaat. Max Keilson vraagt het voor de zekerheid allemaal nog eens na bij de Joodse Raad, die kantoor houdt in Westerbork. Alles is in orde.

Op een dag wordt de Palestina-lijst plotseling ongeldig verklaard, waarschijnlijk omdat een van de deportatietreinen anders niet vol komt. Op dinsdag 16 november 1943 om half zeven in de ochtend moeten Max en Else vertrekken. Het is koud: die nacht heeft het een halve graad gevroren. Tot in de zomer van 1945 hoort Hans Keilson niets meer over zijn ouders.

JosJos Versteegen (1956) schreef zeven dichtbundels, waarin hij zich vooral liet inspireren door zijn familie en zijn jeugd in Limburg. Voor zijn debuutbundel werd hij genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Zijn meest recente bundel is Woon ik hier, met herinneringen van oude mensen. In 2016 publiceerde hij zijn vertaling van de Duitse gedichten die Hans Keilson in 1944 in de onderduik schreef voor een geliefde: Sonnetten voor Hanna. Jos Versteegen werkt sinds begin 2017 aan de biografie van Hans Keilson.

Reageer >