Moreel naar de opera

19 november, 2018 (09:09) | Milo van Bokkum

In het Amsterdamse filmmuseum EYE kun je dezer dagen een videokunstwerk van Marina Abramovic zien waarin je haar moet redden van klimaatverandering. Ik ben er zelf niet geweest, maar als ik het goed begrijp komt het erop neer dat een virtuele Abramovic dreigt te verdrinken in een soort tank en dat je haar moet zien te redden door middel van ‘empathie’.

In NRC schreef Thomas van Huut een grappige recensie waar de frustratie van af spatte. “Maar hoe je dat dan moet doen [haar redden] is in de versie die Eye tentoonstelt niet duidelijk. Je handen op het glas leggen waar zij haar handen houdt? Niets. […] Niets werkt. Het water blijft stijgen.”

Voor Van Huut was de onduidelijkheid reden om maar twee sterren te geven, maar ik las het zelf heel anders: toont de installatie niet dat je met empathie de wereld in ieder geval niet kan redden? Hoe meelevend je ook kijkt en denkt, Abramovic verdrinkt in medeleven en goede bedoelingen die niet concreet zijn. Dat lijkt me een voor de mensheid pijnlijk accurate boodschap.

Het deed me eraan denken hoe ik rond 2013 erg wegliep met Kwame Anthony Appiah. De bekende Ghanees-Britse denker had in een klein Penguin-boekje dat ik voor mijn studie las uitgelegd hoe je zonder schuldgevoel naar de opera kan gaan terwijl er mensen op de wereld doodgaan van de honger. “Would you really want to live in a world in which the only thing anyone had ever cared about was saving lives?”

Ja, dacht ik toen, precies! Dat zou een vreselijke wereld zijn! Ik had al een paar jaar niet echt aan Appiah gedacht, totdat ik laatst ontdekte dat er een berg aan kritiek op hem bestaat op dit thema. Op de huidige manier is de wereld immers ook niet bijzonder fijn – maar wel voor degene die naar de opera gaat. Het antwoord op de vraag van Appiah verschilt vermoedelijk nogal afhankelijk van aan wie je hem stelt.

Dat begreep ik inmiddels wel: de 18-jarige Milo was denk ik vooral blij dat hij een filosofisch verhaal had gevonden om niks tot weinig te hoeven doen. Empathie was voldoende – en verder lekker je eigen leven leiden.

Vrienden van mij die fanatiek De Correspondent lezen zeggen wel eens: het probleem van een krant is dat ze afleidt met bijzaken (denk aan kunstrecensies en necrologieën) en ons niet met volle kracht aan het werk zet tegen klimaatverandering – gechargeerd gezegd min of meer het énige vraagstuk van onze tijd, waar al onze aandacht heen moet.

Ik vraag me wel eens af of dat aan de krant ligt of aan de mensheid (wie zou de krant nog kopen als alle redacteuren over het klimaat schreven? Behalve een kleine groep De Correspondent-lezers), maar ik snap het punt wel. Ik zie op de economieredactie de worsteling ook: hoeveel aandacht moeten we geven aan het milieu? Moeten we misschien elk interview met elke topman beginnen met duurzaamheidsvragen in plaats van daarmee afsluiten (en het soms van de pagina laten vallen)? En het belangrijkste: zijn we anders schuldig?

Soms bekruipt me het gevoel dat dat allemaal klopt – dat je leven empathisch ‘een beetje’ aanpassen grote onzin is, dat ik nú moet stoppen met tikken en op moet staan. Dat dat de enige manier is om je moreel te gedragen in tijden van klimaatverandering. Maar vervolgens doe ik het niet – want dat kan toch niet écht? Dat doet toch niemand?

Precies daarom zal Elise Leijten (1962-2018) mij nog een tijd bijblijven. Ik schreef afgelopen week een stukje over deze net overleden activiste, die haar hele volwassen leven lang honderden eenmansprotesten organiseerde voor een beter milieubeleid en de toekomst van de wereld. Meerdere keren per week was ze op het Binnenhof te vinden, voor demonstraties nam ze geregeld vrij van haar werk.

Het voelde als een fascinerend, miniem inkijkje in de wereld waar elke seconde gaat over het proberen te redden van de planeet. Je kunt natuurlijk besluiten dat niet te doen, zoals ik en bijna iedereen – maar niets confronteert meer dan zien dat het wél kan.

—-

Milo van Bokkum (Amsterdam, 1994)  is economieverslaggever bij NRC.

 

Reageer >