Een prinses op een prinseneiland

7 maart, 2019 (11:27) | Menno Hartman

Schermafbeelding 2019-03-07 om 10.47.27“I am a descendent of four civilizations… the hand is Persian, the dress Byzantine, the face is Cretan and the eyes Oriental.”

Aan het woord is prinses Fahrelnissa Zeid, modernistisch kunstenaar, die trouwde met een Iraakse prins, die op boeiende momenten in Berlijn, leefde, in London en Parijs, en stierf in Jordanië. Op een van de prinseneilanden nabij Istanbul, Büyükada, werd ze geboren, hetzelfde eiland waar Trotsky vier jaar verbannen zat, zeven jaar voordat hij in Mexico door Ramon Mercader met een ijsbijltje om zeep geholpen werd, zoals we bijvoorbeeld kunnen weten uit de wonderlijk genoeg in Amsterdam spelende prachtige roman van Jorge Semprun, De tweede dood van Ramon Mercader. Maar zover zijn we nog niet.

Het eiland, anderhalf uur varen van Istanbul over de zee van Marmara – dolfijnen naast de boot – vormt een onthutsend contrast met de hectiek van de stad. Er wonen honderden zeer ontspannen katten, die spinnen in de zon in de lommerrijke tuinen van de houten Ottomaanse villa’s van rond de vorige eeuwwisseling.

De prinses maakte ongetwijfeld met haar familie soms de wandeling van het dorp naar de top van de heuvel waar sinds de 6e eeuw het Grieks Orthodoxe Sint Joris kloostertje gevestigd is, munt en rozemarijn, bloesembomen, staalblauwe zee 360º rondom.

IMG_8887Als Fahrelnissa naar het klooster wandelt voelt de patriarch zich waarschijnlijk nog niet in zijn bestaan bedreigd, zoals zijn opvolger die ik een eeuw later ontmoet, een vriendelijke Turk die in een wereld leeft waar Erdogan vindt dat zijn onderdanen geen Wikipedia mogen lezen, of The New York Times, en die repressie van politieke en religieuze minderheidsgroeperingen legitimeert.

Zowel de prinses als Trotsky – die in navolging van de Byzantijnse prinsen aan wier exile de eilanden hun naam danken in wezen  eveneens een verdreven hoogwaardigheidbekleder is – zullen met gelijksoortige vreugde over het schitterende en kruidig geurende eiland gelopen hebben, de rust en stilte en slaperige welgedaanheid inademend die dit soort eilanden eigen is, de tijd staat stil 1901, 1933 en 2018 verschillen niet zoveel van elkaar, een tiental achter elkaar geplaatste kattenlevens ging voorbij. Duizenden vingers beroerden het zilver van de het Sint Joris icoon, en jaar in jaar uit verkoopt Mehmet gepofte kastanjes aan het havenfront.

 

——-
 IMG_6285Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot, zit in de redactieraad van Tirade.
Reageer >