De emigratie (Calle Foguerer, de lange tussenstop)

13 mei, 2019 (09:33) | Lia Tilon

Alicante (1)Op een koude januariavond arriveerden mijn echtgenoot en ik in ons nieuwe land, in onze nieuwe stad, een beetje lacherig betraden we een tijdelijk appartement in een voor ons onbekende wijk. De tussenpersoon overhandigde ons een tweetal sleutels en stak bij wijze van welkom een elektrisch kacheltje in de lucht, in de plastic behuizing bevond zich een ijzeren frame waarin drie gloeidraden hingen, het apparaat was niet groter dan een kleine hond. De tussenpersoon duwde de stekker in het stopcontact, stak een sigaret op en bleef staan kijken hoe de draden langzaam van kleur veranderden, daarna stopte hij de handen in de zakken van zijn leren jasje en verliet krakend de scène.

Aankomen in het huis van een vreemde vertoont nogal wat overeenkomsten met halverwege in een film vallen; om het verhaal te kunnen volgen moeten eerst de koffers worden geopend, de spullen worden uitgepakt. Door te kiezen voor de dezelfde bedkant als thuis, je horloge net als thuis onder het nachtlampje te leggen en je ondergoed naast de T-shirts in de kast, probeer je je vertrouwd te maken met onbekende kamers, je drukt op de lichtknoppen om te zien welke lampen er gaan branden en kijkt in de keuken of de glazen schoon zijn. Pas daarna, als je een beetje een idee hebt van het hoe en het wat, ben je in staat om onderuit te zakken en je schoenen uit te schoppen.

Wij hielden onze schoenen toch maar aan, de tegelvloer was ijskoud; een teckel zou meer warmte geven dan het kacheltje dat gebruikmaakte van – wat later bleek – het enige werkende stopcontact. Toen we een uur later rillend in bed lagen bemerkten we dat synthetisch beddengoed geen warmte vasthoudt, we sleepten de dekbedden uit de andere slaapkamers en legden ze op elkaar. Het gewicht was onprettig, het herinnerde me aan de nachtmerrie die ik als kind vaak had: in die alsmaar terugkerende droom was ik was de letter i en hielden de andere letters zich gedeisd, tot ze zich zonder reden bovenop me lieten vallen en probeerden me te verpletteren.

Pas de volgende morgen zagen we dat er op de drie armzalige gloeidraadjes na werkelijk geen kachels waren in het beloofde luxe, volledig verwarmde appartement, dat er twee versleten handdoeken klaarlagen voor de anderhalve maand dat we het zouden huren en dat de wasmachine kapot was. Er was geen fijne werkplek, het ontbrak de kamers simpelweg aan stroom, en wat het internet betreft: het leek er sterk op dat het hele gebouw gebruikmaakte van één goed verstopt modem, want waar we ook zochten, we vonden het niet.

Dit wordt geen zielig verhaal, de dingen die er niet waren zouden ons niet verpletteren. In de keuken probeerde mijn echtgenoot fluitend een brood te snijden met een botermesje, ondertussen belde ik de tussenpersoon. Toen hij opnam meende ik hem te horen inhaleren, daarna begon hij aan een stuk door te praten, een stortvloed van onbegrijpelijke woorden met aan het slot eindelijk iets verstaanbaars: ‘Hasta la vista, baby,’ zei hij, en hing op.

Lia Jildiz Kaptein (3)

foto: Jildiz Kaptein

Lia Tilon (1965) debuteerde in 2002 met de roman Huizen van papier bij Uitgeverij De Arbeiderspers. In 2012 publiceerde Uitgeverij Cossee haar roman Zielhond, in 2017 gevolgd door Archivaris van de wereld. Tilon schrijft romans en korte verhalen. Zij blogt over emigratie en de vraag wat heimwee is. Is heimwee wel verbonden met een plek in je leven, of aan het gevoel dat je had toen je je op die plek bevond? En maakt het wat uit?

Reageer >