Schrijvers op reis – en dat mannen hun bek moeten houden

16 mei, 2019 (13:07) | Menno Hartman

Schermafbeelding 2019-05-16 om 12.48.09Het is een genre op zich, de schrijver die op reis is naar een conferentie. Ik las net Kudos van Rachel Cusk in die setting, maar herinnerde me er opeens een boel meer.

We hebben er de meesterlijke brieven van Gerard Reve aan te danken in Op weg naar het einde. Maar ook vreemde ontsporende verhalen van mijn favoriete John Updike personage: Henry Bech, een nerveuze, overintelligente Joodse schrijver die in Bech, a book, naar Rusland reist en naar Roemenië en daar hilarisch verslag van doet. Om te smullen, en gek genoeg niet vertaald. Onze Adriaan Morriën schreef in 1956 al een verslag van zijn conferentie in Roemenië, waarbij hij buitenproportioneel veel over het goede eten praat (‘gebraden kip, croquetjes met knoflook bereid, worstjes, aardbeien en frambozen met poedersuiker, gebak, wijn, jenever, bier, spuitwater en limonade’ ), en, op een klassiek Morriënachtige wijze iets teveel over de vrouwen.

‘Ik kreeg een andere tolk, een nog jonge mooie vrouw, de echtgenote van een professor, die in perfect Frans met mij converseerde en en passant voortdurend bezig was haar lange kastanjebruine haren op verschillende manieren op te maken.’ Dit wordt verder nog uitgewerkt: ‘Vrouwen en meisjes dragen het haar lang of kort, los of in een knot gebonden, maar vaak met smaak opgemaakt. Het haar groeit welig in Roemenië.’ En algemeniserend: ‘Overal in het land komt men fraaie vrouwen tegen, dikwijls zeer bruine wilde personen met lang loshangend haar, grote donkere ogen en volle boezem.’ En vervolgens preciserend: ‘Men ziet in Roemenië, zelfs bij reeds oude vrouwen, dikwijls zeer mooie voeten en benen.’ Het is niet oneigen aan Morriën zich hier zo in te verdiepen, toch dringt de frequentie van deze inzichten het beeld op dat er verder toch heel weinig moet zijn geweest waar zijn blik aan bleef haken.

J.M. Coetzee’s Elisabeth Costello met haar bezoek aan Amsterdam in ‘Het probleem van het kwaad’ is een geweldig voorbeeld van het verhaal spelend op een schrijversconferentie. De mooiste is wellicht van Daniel Kehlmann die in Ruhm een schrijfster laat verdwijnen achter het IJzeren Gordijn. Op de laatste nacht is een hotel overboekt. De autoriteiten staan natuurlijk niet toe dat in hun groot en geweldig land twee mensen een kamer zouden moeten delen en Maria geraakt in een buitenwijk in een hotel dat eigenlijk nog niet af is, en nog helemaal leeg is, met de belofte de volgende morgen om half acht afgehaald te worden voor de rit naar het vliegveld.

Ze wordt niet afgehaald. In het hotel is niemand. Ze durft niet weg te gaan uit angst de shuttle te missen.  Als Rubinstein op pad gaat wil geen winkel haar geld aannemen voor eten. Ze klampt een politieman aan die naar haar pas vraagt en haar beschuldigt zich daar wederrechtelijk te bevinden; haar visum in tenslotte niet meer geldig. Zo raakt ze rechteloos en ongekend in de gevangenis, waar ze haar verhaal niet geloven: in de krant staan alle namen van de buitenlandse delegatie en in plaats van haar naam die van de schrijver die ze verving. Angstaanjagend.

Ik las de trilogie van Rachel Cusk, Outline, Transit en nu Kudos dat helemaal op een conferentie speelt. Ik buig in diep respect voor deze drie werken, oneindig boeiend als ze zijn. En wonderlijk genoeg door zo’n ogenschijnlijk eenvoudig vertelprincipe: in elk boek worden de verhalen opgetekend die de hoofdpersoon verteld worden. Ziedaar een procedé dat beslist nog meer school zal gaan maken in moderne fictie. Het hilarische hier is dat bijvoorbeeld degene die de hoofdpersoon moeten interviewen er heel slecht afkomen: ze zijn uitsluitend zelf aan het woord. Iedereen praat maar. Vooral voor mannen denk ik een goede reeks boeken. We komen er echt niet best af. Goed om te lezen en om te leren je bek eens te houden.

 

——-

 IMG_6285Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Hier een stukje waarin Outline langskomt.

1 reactie >