Geachte familie Heijenberg,

15 november, 2009 (16:25) | Brief

DSC01156Enkele jaren geleden kocht ik op een kleine antiekmarkt een stapel geschriften geschreven op stukjes krant, bonnetjes van warenhuizen, wikkels van pakken koffie en pantykousen en verschillende soorten vloei- en inpakpapier. Er zaten brieven en dagboeknotities bij en sommige woorden waren dik onderstreept. De schrijver of schrijfster hield niet van doorhalen, dat was duidelijk, want op sommige brieven zaten kleine stukjes papier geplakt (meestal van een ander soort, in een andere kleur) waar overheen geschreven werd. In elke linker bovenhoek stond een nummer, en bij telling kwam ik op 208 bladzijden, zonder datum of ondertekening.

Lange tijd heeft die stapel naast mijn bed gelegen. Soms kreeg ik zwarte vingers van de zachte potloden die de schrijver gebruikte, heel soms raakte een velletje weg onder mijn bed en borg ik deze veilig op bij de rest als ik aan het stofzuigen was.
Het grote probleem was dat ik vrijwel geen woord kon lezen. Ik heb de stapel aan verschillende mensen laten zien in de hoop dat iemand er iets van kon maken, maar helaas, iedereen schudde zijn of haar hoofd bij het zien van de krullende, dicht op elkaar geschreven letters. Sommige mensen zeiden: ‘Werk van een gek, geen aandacht aan besteden.’ U snapt, dat wilde ik daarna juist maar al te graag.
Mijn enige aanknopingspunt was een envelop die tussen het geheel zat, gericht aan ‘Mejuffrouw Christine Heijenberg’ in het provinciale ziekenhuis in Santpoort. De stempel vermeldde als afzender Apeldoorn en het jaar 1957.

DSC01155

Op internet ging ik op zoek naar de familie Heijenberg in Apeldoorn en kwam in contact met een man die de naam Christine wel iets zei, maar niet genoeg. Hij beloofde mij navraag te doen, ook omdat ik aangaf deze stapel geschriften graag terug te willen geven aan de familie. Ik had sterk het idee dat de schrijver erg in de war was tijdens het schrijven, dat het ziekenhuis ook wel een inrichting zou kunnen zijn geweest, immers, daar staat Santpoort bekend om.
Meneer Heijenberg heeft mij nooit meer iets laten weten. Ik heb hem nog een keer gebeld en toen zei hij zich niets meer van het gesprek te kunnen herinneren en ook niet mee te willen werken aan welk onderzoek dan ook.

heijenberg

De stapel verdween in een grote envelop en ik bewaarde hem in een kast. Op onvoorspelbare momenten haalde ik ze weleens tevoorschijn en probeerde met een vergrootglas woorden te ontcijferen. Dit resulteerde in ellenlange reeksen in een onbegrijpelijk Duits vermengd met Nederlands. Het is bijzonder frustrerend meer dan 100.000 woorden tot je beschikking te hebben waar je niets van begrijpt.
Wat was de aantrekkingskracht toch, vroeg ik mij vaak af. Ik denk vooral de schoonheid van het onleesbare schrift, want als ik de papieren naast elkaar legde ontstond er een patroon dat niet zou misstaan als schilderij of zelfs wandbekleding. Al van een halve meter afstand was er niets meer te maken van de woorden, werd het moderne kunst en al snel was ik in de veronderstelling dat de woorden waarschijnlijk niets betekenden. Ik legde ze in mooie rijtjes onder een glazen blad op mijn bureau en zo liggen ze er nog steeds. Ik zie de woorden niet meer, alleen het patroon, het prachtige oude papier, het pronkstuk in het midden: een oranje wikkel van ‘De Gruyters Koffie’, van hoek tot hoek volgeschreven met krullende letters.
DSC01158

Nu is mijn vraag aan u, familie Heijenberg in Apeldoorn, mocht u ooit de geschriften willen bekijken, zou u dan alstublieft contact met mij willen opnemen?

Hartelijke groet,
David Pefko

2 reacties >