American Carnage (1)

24 augustus, 2019 (07:32) | Uncategorized

Superior Motors

Veruit de meeste mensen houden hun handpalmen, wanneer ze hun armen langs hun lichaam laten hangen, naar binnen toe gekeerd, richting de dijen. Dat is nu eenmaal onze bouw; daar denken we verder niet bij na. Wanneer we uit die ruststand de arm heffen, steken we automatisch onze hand uit, als een natuurlijke uitnodiging aan de ander om die te schudden.

Bij sommige mensen hangen hun handen in ruststand niet met de palmen naar binnen, maar juist naar achteren, een kwartslag gedraaid dus. Als hun armen lang genoeg zouden zijn, zouden ze met hun knokkels over de grond slepen. Wanneer deze mensen hun arm heffen, brengen ze automatisch een primitieve oervorm van de Hitlergroet. Je mag het niet hardop zeggen, maar beschaving heeft dus wel degelijk ook een anatomische component.

Hieraan moest ik denken toen ik even een sigaretje tussen de gangen door rookte op de stoep van restaurant Superior Motors in Braddock, net buiten Pittsburgh, Pennsylvania. Superior Motors is gevestigd in een voormalige autofabriek in het hart van de Amerikaanse staalindustrie, of wat daar nog van over is. Tegenwoordig serveert chef Kevin Sousa hier gerookte tofu met gefermenteerde dinges en zeewier. ‘If this is the taste of American Carnage’, zei ik tegen mijn tafelgenoten, ‘I’m liking it!

We dineerden met de nieuwe lichting faculty van Carnegie Mellon University, waartoe mijn M. sinds kort ook behoort. Tegenover me zat een onmogelijk jong professormeisje met een tatoeage van Euler’s identity* tussen haar schouderbladen. Zodra het gesprek te diep op algoritmes inging, greep ik mijn kans en glipte ik naar buiten.

De eerste knokkelsleper die ik op straat tegenkwam had ook een tatoeage. Op zijn arm stond geen wiskundige vergelijking, maar de cijfers 15104, de postcode van Braddock. ‘You a smoker?’ vroeg hij naar de bekende weg, want precies op dat moment stak ik mijn sigaret op. ‘You a local?’, vroeg ik terug. Ook hij antwoordde niet, maar wees op zijn arm. Zwijgend stonden we elkaars domheid in te schatten toen zijn maat erbij kwam.

Ze waren allebei even blond en even dik of even opgepompt – soms is het verschil tussen overgewicht en bodybuilding moeilijk te zien. De tweede knokkelsleper stond net iets te dicht bij me toen hij vroeg of ik samen met hen een rondje wilde gaan rijden. ‘I got a big ass truck’, vermeldde hij erbij. Ik zei dat ik binnen met een groep zat te eten, maar dat maakte geen indruk.

Yo! We Crips yo!’ bulderde de tweede knokkelsleper plotseling in mijn gezicht. ‘We claim blue, know what I’m sayin’?’ Met zijn worstenvingertjes maakte hij een verwrongen C in de lucht. “It means we fuck up anybody wearing red yo!

Yo’, begon ik mijn antwoord, want het is altijd verstandig om je taalgebruik aan te passen aan je gehoor. ‘I know that reference.’ De Crips en de Bloods, die zich respectievelijk in het blauw en rood kleden, zijn twee concurrerende straatbendes, oorspronkelijk afkomstig uit Los Angeles. In 1982 had Michael Jackson hen tijdelijk bij elkaar gebracht om samen te dansen in de videoclip van Beat it. Op hun hoogtepunt rond het jaar 2000 telden de diverse Crips-afdelingen tienduizenden leden, verspreid over heel Amerika. Dit alles behoort tot mijn algemene ontwikkeling, maar toch besloot ik mijn mond te houden omdat ik niet wist wat ik aan moest met het MAGA-petje van de tweede knokkelsleper.

Net toen de stilte pijnlijk begon te worden, liep mijn M. een paar stappen naar buiten om me te roepen voor het nagerecht. ‘Who the fuck is that?’ vroeg de tweede knokkelsleper. ‘My colleague, loog ik uit veiligheidsoverwegingen, want ‘husband’ kon weleens verkeerd vallen.

Veilig vanachter het raam van Superior Motors, onder het genot van chocoladetaart met perzikmarmelade, zag ik de knokkelslepers elkaar glazig aankijken, zichtbaar verward door die buitenlander die ineens op een drafje was verdwenen. Bijna synchroon maakten ze een wegwerpgebaar, waarna ze hun armen weer lieten zakken in hun natuurlijke ruststand.

_______________________

* eiπ + 1 = 0

Arjen van Lith (1971) is schrijver en journalist. Sinds een week woont hij in Pittsburgh, Pennsylvania, waar hij naast zijn verzetsactiviteiten stug doorwerkt aan zijn sleutelroman.

1 reactie >