Literair huppelen (moveor et cogito ergo sum)

2 september, 2019 (09:15) | Berthe Spoelstra

 

Dialogue Lucinda foto Anja Beutler

Maxim Februari zei in Zomergasten (25 augustus 2019) dat de literatuur in Nederland heel ‘plotgericht’ is. Ik ging thee zetten en mompelde dat hij eraan zou kunnen toevoegen: en de kunst in het algemeen is in de eerste plaats emotiegericht.

Toen de thee klaar was keek ik verder. “Tekst heeft het nadeel dat er ook altijd inhoud in zit die ontzettend afleidt van de vorm,” zei Februari. “Dus als je die vorm zelfstandig iets wil laten doen, zijn er altijd lezers die denken ‘Ja dat interesseert me helemaal niks die stijl, ik wil gewoon een verhaal en dan niet te ingewikkeld’. Literatuur, als het kunst is, probeert niet gewoon die plot te vertellen maar sprongetjes te maken.”

Hier had hij eigenlijk een fragment van Dialogue with Lucinda van choreograaf Nicole Beutler (uit 2010) moeten laten zien. Dat zijn nog eens huppeltjes! Juist omdat ze zowel vorm als inhoud zijn.

Maar Februari huppelde zelf ook mooi. Zo zei hij te streven naar dansante gewichtloosheid in woorden. Zo’n gedachte is dan alweer genoeg voor een hele avond. Ik zette de tv uit. (De rest van de fragmenten kijk ik later terug. Vaak lukt het me net niet om alle fragmenten op tijd te zien voor ze offline gaan, maar de podcast is ook fijn.)

Ik dacht, literatuur en theater zijn inderdaad vaak ‘plotgericht’ en daardoor ‘emotiegericht’. Veel verhalen fungeren als etalage voor uitvergrote emoties. Via verhalen kopen we als het ware emoties, we herkennen onszelf en voelen ons bevestigd, als in een moderne variant op de uitspraak van Descartes: moveor ergo sum. Ik voel, dus ik besta.

‘Movere’ betekent letterlijk: ‘bewegen’. In het Latijn zijn emoties als vreugde of verdriet vertaalbaar, maar ‘voelen’ in het algemeen niet. In Vergilius’ Aeneis (Boek IV) verwijt Dido Aeneas geen gevoel te hebben en stelt dat hij ‘immotus’ – onbewogen – is. Wellicht geldt volgens moderne begrippen dat wie ‘bewogen wordt’, gevoel heeft.

Natuurlijk is er niks mis met plot en emoties. Ze vormen de belangrijkste ingrediënten van drama. Complete genres bestaan uitsluitend uit plot en emotie. Maar zonder vorm worden die emoties als zeepbellen de wereld ingeblazen. Ze zweven los door de ruimte en spatten uit elkaar nadat je hun schoonheid (of lelijkheid) hebt bewonderd (of verafschuwd). Dan is het niet meer dan feelgood en zit er niks tussen ‘herkenbaar’ en ‘het doet me niks’.

Liefst bestaan literatuur en theater uit emotie die dicht op de huid zit – en zicht biedt op de context waaruit deze gevoelstoestand voortkomt – maar bieden zij ook een vormexperiment. Als ik Februari goed begrijp is emotie in literatuur voor hem zowel fysiek als mentaal bewegen. Letterlijk ‘moveor et cogito, ergo sum’.

 

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Recent kwam haar debuutroman Schemerland uit (Van Oorschot 2019). Voor Tirade schrijft ze over theater en literatuur.

foto Bas de Brouwer

 

Reageer >