Aan zee

25 maart, 2013 (10:07) | Martijn Knol

Hotel, ontbijtzaal. Aan het tafeltje links van mij zitten vier Nederlandse mannen, Hagenezen, ze zijn hier als supporters van één of ander sportteam. Omdat ik vóór het ontbijt al heb gezwommen en gewerkt, ben ik zo wakker dat ik geen woord van hun conversatie hoef te missen. De vier fileren De Wereld Draait Door. Het presenteren van dergelijke televisieprogramma’s schijnt heel makkelijk te zijn. Een kale vijftiger – het gepelde eitje in de eierdop voor hem een komisch zelfportret – legt uit hoe Van Nieuwkerk te werk gaat: ‘Hij leest alles van de autocue en voor de rest krijgt ie z’n vragen en bijdehante opmerkingen gewoon via zo’n speakertje in z’n oor. Het stelt echt geen donder voor allemaal. Jij en ik kunnen ’t ook. En beter dan die uitslover.’ Wel hinderlijk, zo is het algemene gevoelen, dat je altijd dezelfde gasten ziet bij DWDD: ‘Altijd die kliek uit de Amsterdamse grachtengordel… vooral die ene… Kom, hoe heet ie nou ook alweer? Die homoseksuele cabaretier die vroeger bij de Quote zat?’

‘Felix Rottenberg.’

‘Ja, precies, altijd die Felix Rottenberg! Ik zei laatst tegen mijn vrouw: volgend jaar krijgt die gozer een eigen programma en dan moet jij eens zien wie dáár iedere avond te gast is.’

‘Matthijs van Nieuwkerk.’

‘Precies. Die jongens spelen elkaar allemaal voortdurend de Zwarte Piet toe, dat is toch gewoon zo?’

‘Mijn vrouw kijkt iedere avond, die lust wel pap van dat irritante mannetje.’

‘Van die Matthijs van Nieuwkerk?’ ‘

Ja.’

‘De mijne ook.’

‘De mijne ook.’

 

Ik giet suiker in mijn espresso.

Terwijl ik in mijn kopje roer, laat ik de onthullingen op me inwerken. Dat Matthijs vanuit één of andere regiekamer wordt bestuurd, is nieuw voor mij, maar ik geloof ’t meteen… Alleen (1): geldt voor zijn gasten dan ook dat ze hun teksten via een oortje krijgen ingefluisterd? Hoe komen ze anders zo goed uit hun woorden? Ik zie een schaduwstudio voor me waar de souffleur van Matthijs van Nieuwkerk aan tafel zit met de souffleurs van zijn (Matthijs’) gasten.

En/maar (2): vanuit welke schaduw-schaduwstudio worden de souffleurs gesouffleerd?

Het lastige van complottheorieën: je moet er niet té lang over nadenken, want dan breekt het Paracetamolscenario aan.

Toch is die souffleursgedachte minder paranoïde dan ze je misschien voorkomt… verraden termen als inval, ingeving, inspiratie niet dat we er eigenlijk altijd al vanuit gaan dat onze ideeën van elders komen?

Zelf heb ik in ieder geval nog nooit iets ‘zelf’ bedacht. Geen personage, geen plotwending, geen dialoog. Ook dit stukje heb ik niet zelf geschreven. Het wordt is me gedicteerd door mijn Muze. Ik moet, terwijl zij haar nagels lakt, alleen nog even inloggen om ‘t blogje te posten op Tirade.nu. Ben ik daarmee klaar, dan gaan we naar zee.

1 reactie >