De afgelopen twintig jaar


Op de vraag of er vandaag de dag beter of slechter vertaald wordt dan pakweg twintig jaar geleden liepen de reacties uiteen – al waren er steeds terugkerende thema’s. De vergrijzing onder vertalers, teruglopende faciliteiten en oplopende tijdsdruk bleken gedeelde zorgen.

Wordt er nu beter of slechter vertaald dan twintig jaar geleden?

‘Er heeft zich de afgelopen twintig jaren in het uitgeverswezen een ontwikkeling voorgedaan die tamelijk vervelend uitpakt voor vertalers vanuit het Engels,’ antwoordt Rob van der Veer. ‘Namelijk de soms bijna hysterische haast waarmee de uitgevers nieuw werk uit het Angelsaksische taalgebied op de markt willen brengen. Het begon ermee dat de Nederlandse kwaliteitskranten Engelstalig werk gingen bespreken zodra het uit was en niet wachtten op de Nederlandse vertaling, uitgaande van de fictie dat al hun lezers moeiteloos Engels lazen. Het moment waarop een bepaalde roman aandacht kreeg in de pers werd dus naar voren geschoven. Wilde de Nederlandse uitgever van het boek een graantje meepikken van de publiciteit, dan moest hij de vertaling uitbrengen op hetzelfde moment dat de Engelse gebonden editie uitkwam. Bovendien ontdekten de Engelse uitgeverijen dat er een markt voor hun producten was in Nederland, zodat ze speciaal voor Nederland goedkope paperbacks gingen uitbrengen. De onder druk gezette uitgevers zetten hun vertalers onder druk door te eisen dat ze sneller gingen vertalen. Het liefst met behoud van kwaliteit, en lukte dat niet alleen, dan moesten ze maar een bijrijder vinden. Wat is er nu zo vervelend aan deze ontwikkeling? Op de eerste plaats leidt haast zelden tot beter werk. Op de tweede plaats is het frustrerend om te moeten werken vanuit een manuscript dat telkens gewijzigd wordt. Het is heel pijnlijk als je een schrijver iets vraagt en hij zegt dat hij een bepaalde zin allang heeft geschrapt en zegt dat hij nooit op dit soort problemen stuit met zijn andere Europese vertalers. Nog pijnlijker is dat het heel lang heeft geduurd voordat de uitgevers bereid waren te betalen voor het extra werk dat een meermalen gewijzigd manuscript je oplevert. Op de derde plaats is vertalen met een opgedrongen partner niet altijd een pretje. Als consciëntieus vertaler wil je uiteraard dat er een gelijkluidende stijl ontstaat, dus kijk je elkaars werk na. Dat kost veel tijd en die tijd wordt niet vergoed. Het is de vraag of die haast zinvol is. Iemand leest Engels of iemand leest Nederlands, en het gros van de Nederlanders leest het liefst in zijn eigen taal. Er is ooit door een Nederlandse uitgever gezegd dat ze haar vertalingen wel in de gracht kon gooien als ze niet uitkwamen op hetzelfde moment als het Engelse origineel. Waarschijnlijk is dat dezelfde gracht als waarin al die onverkochte Nicci Frenches, John Grishams, Khalid Hosseini’s en John Irvings liggen.’

‘Twintig jaar geleden werd er beter vertaald dan veertig jaar geleden,’ stelt Jan H. Mysjkin.
‘Er is daarvoor een één-éénduidige relatie te leggen met de oprichting van het Fonds voor de Letteren eind jaren zestig. Collega’s die de afgelopen jaren rapporten voor het fonds maakten, klagen over een inzakking van de vertaalkwaliteit in vergelijking met amper vijf jaar geleden. Er is daarvoor een één-éénduidige relatie te leggen met de afschaffing van het ‘aanvullend honorarium’ bij het begin van het nieuwe millennium. Daardoor moet een beduidend groter volume worden vertaald om eenzelfde schamel inkomen te halen. Meer betekent sneller, dus slordiger.’

Ook Wilfred Oranje vermoedt dat er beter vertaald wordt dan twintig jaar geleden, maar bemerkt eveneens slordigheid. ‘Het redigeren is achteruitgegaan. En dat komt doordat uitgevers nauwelijks nog fatsoenlijke redacteuren zelf in huis hebben. Overigens is het mij een raadsel hoe jonge mensen nog kunnen vertalen, gegeven het feit dat het taalonderwijs op de middelbare scholen sinds de invoering van de Mammoetwet radicaal veranderd en volgens mij vernietigd is.’

Saskia van der Lingen: ‘Er is op het ogenblik een generatie goede, goed opgeleide vertalers aan het werk, maar die generatie is aan het vergrijzen. Sinds de opheffing van het Instituut voor Vertaalwetenschap door de Universiteit van Amsterdam is er geen goede vertaalopleiding meer. Aan andere universiteiten, bijvoorbeeld in Utrecht, wordt sinds een aantal jaren wel weer aan vertaalonderzoek gedaan, maar de praktische component van deze studierichting is veel geringer dan die van het IVV – dat in feite meer een beroepsopleiding dan een wetenschappelijke opleiding was. Ook het Expertisecentrum Literair Vertalen kan het gemis aan een goede beroepsopleiding niet echt compenseren.’
Wel ziet ze positieve kanten: ‘De theoretische aandacht voor het vertalen – het denken over vertalen – is de laatste decennia sterk toegenomen; het tijdschrift Filter is er zelfs geheel aan gewijd.’

Paul Beers acht twintig jaar eigenlijk een te korte periode om van ‘beter of slechter’ te kunnen spreken. ‘Wie,’ vraagt hij zich af ‘zou dat trouwens kunnen overzien?’

‘Vast beter,’ schrijft Mark Leenhouts. ‘De grootste verandering is namelijk zo’n dertig jaar geleden opgetreden, toen er voor het eerst sterk voor de positie van vertaler is opgekomen. Tot in de jaren zeventig was literair vertaler nauwelijks een zelfstandig beroep te noemen; sinds 1980 is er een modelcontract gekomen om de onderhandelingspositie tegenover uitgevers te verbeteren, een universitaire vertaalopleiding (die in 2000 helaas ter ziele ging), en een meer en meer volwassen subsidiesysteem van de overheid. Dat neemt natuurlijk niet weg dat er voor 1980 erg goede vertalers waren, maar het niveau in de breedte is sindsdien ongetwijfeld hoger geworden.’

Gerd Busse: ‘Ik denk dat er tegenwoordig technisch beter vertaald wordt. Maar de mogelijkheden zijn nu ook veel beter dan twintig jaar geleden, met online-woordenboeken, Google en e-mail. En dankzij het vertaalbeleid, of beter: vertalersbeleid van het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds en het Vlaams Fonds voor de Letteren hebben vertalers tegenwoordig veel meer mogelijkheden dan vroeger om met elkaar in contact te komen en ervaringen uit te wisselen, de eigen kennis en vaardigheden op vertaalgebied te ontwikkelen of, door een verblijf in het Vertalershuis in Amsterdam of Antwerpen, de kennis van het land en zijn bewoners te verdiepen.’

‘Of er absoluut gezien beter of slechter wordt vertaald, kan ik niet beoordelen. Dat er een tekort aan opleidingsmogelijkheden is, is al geconstateerd, maar dat was twintig jaar geleden niet anders,’ schrijft Kees Mercks.‘Het scala dat er aan vertalingen is, is groter geworden; diverse andere talen, die vroeger exotisch waren, zijn nu algemener, waardoor literair werk uit die culturen gemakkelijker onze markt bereikt: Aziatisch, Arabisch, maar – op een paar uitzondering na – blijven dit randgevallen: kleine oplagen die de diversiteit van een fonds moeten bewijzen, maar die economisch minder van belang zijn voor de uitgeverij. Een zorgelijke ontwikkeling is dat de uitgevers steeds meer uit zijn op bestsellers die niet altijd of eerder zelden in verhouding staan tot het literaire gehalte. Deze uitgaven zijn niet alleen economisch essentieel voor de uitgever, maar ook door de grotere oplagen lucratiever voor de vertaler, waardoor het minder aantrekkelijk wordt literair werk van hoger gehalte voor een kleiner publiek op de markt te brengen. Het FvdL zou dit moeilijker te brengen werk voor een kleiner publiek hoger moeten waarderen dan de te verwachten vertalingen van bestsellers, die toch al meer inkomsten voor de vertaler opleveren. Het enige hierbij is dat het ook voor het FvdL niet altijd makkelijk is in te schatten of een vertaling een bestseller wordt, maar in sommige gevallen kan dat weer wel. Persoonlijk vind ik de gesignaleerde verschuiving naar bestsellers (inclusief de marketing en merchandising daaromheen) het meest zorgelijk.
De financiële crisis zal de uitgevers nog meer in die richting stuwen.

Hans Boland: ‘Zijn de mens en zijn beschaving in de afgelopen twintig jaar verbeterd of verslechterd? ‘IJdelheid der ijdelheden’, of in de onvolprezen nieuwe vertaling ‘lucht en leegte’. Of om met onze nationale profeet te spreken: ‘Elk nadeeel heb ze voordeel’. Mijn HOVO-studenten (55-plussers) blijven de voorkeur geven aan Timmers’ vertalingen van Tsjechov uit voorbije jaren, hoewel de recente pogingen van Aai Prins en Anne Stoffel toch heus beter zijn…’

Arthur Langeveld ziet eigenlijk weinig grote verschillen: ‘De gemiddelde vertaler is iemand van rond de vijftig. Volgens mij zijn de vertalers van nu grotendeels dezelfde als die van twintig jaar geleden. Mijn ervaring is dat de meerderheid van de vertalers van heel redelijke kwaliteit is maar dat er vooral bij Engels (maar heus niet alleen daar) ook wel wat zwakke broeders en zusters rondlopen. Nu zowel als twintig jaar geleden.’

Wat is de belangrijkste verandering de afgelopen jaren?

‘Ik,’ antwoordt Hans Boland.
‘De bestselleritus,’ schrijft Paul Beers.

‘De afschaffing van het aanvullend honorarium’, denkt Jan H. Mysjkin, ‘waardoor pakweg eenderde van het bruto jaarinkomen is weggevallen, zonder compensatie. (In welke andere beroepsgroep zou een inkomensroof van deze ordegrootte ook mogelijk zijn?) Het literair vertalen kan misschien leuk zijn om een hoofdinkomen (van zichzelf of van zijn partner) aan te vullen. Wie er als zelfstandige van moet rondkomen, en enige standing wil ophouden in het titelaanbod, is veroordeeld tot deftige armoede.’

Rob van der Veer: ‘Toen ik als vertaler begon, eind jaren zeventig, had de computer zijn intrede nog niet gedaan, evenmin als cd-rom en internet. Ook de vertaalwoordenboeken en het groot synoniemenwoordenboek van Van Dale bestonden nog niet. Wie boeken vertaalde had het dus aanmerkelijk minder makkelijk dan tegenwoordig, nu je met een paar muisklikken een woordenboek kunt opslaan en met behulp van het internet naar uitdrukkingen en jargon kunt zoeken die nog niet in woordenboeken staan. Een eenvoudige hulpfunctie als ‘zoek en/of vervang’ was uiteraard ondenkbaar. Ik denk dat alleen mensen die uit een wat minder gangbare taal vertalen enigszins kunnen aanvoelen hoe dat was, vertalen zonder een uitgebreid arsenaal van hulpmiddelen. Wel bestond destijds de mogelijkheid om een gedegen opleiding te volgen aan het Instituut voor Vertaalkunde en was er een subsidieregeling in het leven geroepen. Inmiddels is dat instituut opgeheven en de subsidieregeling iets minder breed geworden, maar verspreidt de computer nog dagelijks zijn zegeningen onder het vertalersvolk.’

‘Ik denk,’ schrijft Mark Leenhouts, ‘dat dat de vergrijzing van het vertalersbestand is. Er komen niet veel jonge vertalers bij, waarschijnlijk omdat het vak om eerder genoemde redenen niet erg aantrekkelijk is. Maar gelukkig wordt daar de laatste tijd wel veel aan gedaan, bijvoorbeeld door stimuleringssubsidies, workshops en mentoraatregelingen voor beginnende vertalers, en ook de oprichting van een praktische VertalersVakschool.’

Arthur Langeveld: ‘Financieel de afschaffing van het aanvullende honorarium van het Fonds voor de letteren en de verandering in het subsidiesysteem. Daarbuiten voor mij niet zo heel veel. Een belangrijke verandering van de laatste twintig jaar is wel de toenemende overheersing van Engelstalige literatuur. Het aantal Russische boeken (maar ook Spaanse, Italiaanse of Duitse) dat per jaar wordt vertaald is tegenwoordig op de vingers van één hand te tellen. Het is een zeldzaamheid wanneer het werk van een jonge, onbekende Russische schrijver wordt vertaald.’

Gerd Busse: ‘Dat is zeker de verspreiding van het internet. Vroeger was het veel gissen, bladeren, corresponderen of bellen, om een oplossing voor een vertaalprobleem te vinden. Nu is het meestal een beetje zoeken op internet, en binnen de kortste keren heb je wat je zoekt.’

‘Mij valt op dat er al langere tijd een tendens is om zich steeds sterker te oriënteren op de Angelsaksische literatuur’, schrijft Edgar de Bruin. ‘Niet alleen uitgevers doen dat in grote mate, maar ook de literaire kritiek. Je hoeft maar een boekenrubriek in een willekeurige krant of een tijdschrift op te slaan en je kunt zien hoeveel aandacht boeken uit Groot-Brittannië en de Verenigde Staten krijgen. Het is ook allang geen uitzondering meer om zelfs de oorspronkelijke Engelstalige uitgaven te bespreken. Ik begrijp het wel, er is een markt voor en kennelijk is er vraag naar, die overigens misschien zelf ook wel wordt gecreëerd, maar het is zo eenzijdig, zo weinig origineel en eigenlijk getuigt het ook van een zekere armoede. Ik ontken niet de Angelsaksische literatuur veel kwaliteit in zich bergt, maar het is toch niet het literaire Mekka dat men er nu van lijkt te maken. Dit blindstaren op de Engelstalige literatuur en de onevenredig grote ruimte die eraan gewijd wordt, gaat vervolgens ten koste van de literatuur uit andere landen. Natuurlijk chargeer ik, en gelukkig zijn er recensenten, zoals Michaël Zeeman en Margot Dijkgraaf bijvoorbeeld, die wel oog hebben voor wat er uit andere landen op de Nederlandse markt verschijnt. Zelf merk ik dat sommige van de boeken die ik de laatste jaren heb vertaald in de pers nauwelijks aan bod komen en dat was pakweg 10, 15 jaar toch wel anders. Soms is dat wel ergerlijk, zowel voor mij als voor de uitgever die wel zijn nek uitsteekt en zich wil onderscheiden, want je vertaalt boeken toch puur vanuit de liefde voor de literatuur. En niemand kan mij wijsmaken dat in andere landen geen goede boeken verschijnen of dat die onderdoen voor het werk uit de Angelsaksische landen. Het kan ook anders; kijk alleen maar naar de receptie in Duitsland of hoe de Nederlandse literatuur in Tsjechië wordt ontvangen, waar bovendien veel meer Nederlandse boeken in vertaling verschijnen dan andersom.
Je ziet ook een verandering in de boekhandels. Had vroeger de gemiddelde boekhandel nog een redelijk ruim assortiment, tegenwoordig zie je alleen de top twintig liggen, aangevuld met boeken uit het populaire segment. Boeken die niet direct tot de zogeheten mainstream horen, staan dus al meteen op achterstand, simpelweg omdat ze minder voorhanden zijn. Er zullen best allerlei gegronde economische redenen zijn om zo je boekhandel te runnen, wellicht kan men anders het hoofd niet boven water houden, maar hoe dan ook, er is wel sprake van een verschraling. Er zijn helaas te weinig goed gesorteerde boekhandels en daarom zeg ik leve de verkoop via internet, daar zijn alle boeken direct leverbaar.’

1 reactie >
 

< 1960 < 1970 < 1980 < 1990 < 2000 <2010 < 2020
 
2001 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009
 
Nr.427 Nr.428 Nr.429 Nr.430 Nr.431
 
intro / voorproeven / meesterwerken / vertaaldiscussie / reactie Halbo Kool / van Finland tot Japan / besprekingen / Rouaud
 
Keuzes en verleidingen / De afgelopen twintig jaar
  1