intro

Vanaf het eerste nummer (en tot 1962) opende Tirade met de rubriek ‘Tijdgenoten’, waarin egodocumenten van veelal buitenlandse auteurs werden afgedrukt. In nummer 17 staan de  ‘Losse notities’ van Paul Valéry, die de gewoonte had ’s ochtends om vijf uur op te staan en te noteren wat zijn ‘ontwakend bewustzijn’ hem bracht. ‘Wat hem boeide waren vooral de randgebieden van bewustzijn en leven, waar het vanzelfsprekende ophoudt dat te zijn, vanuit nieuwe en vreemde gezichthoeken,’ aldus de redactie (Remco Campert, J.J. Klant, Adriaan Morriën, G.A. van Oorschot en Nico Wijnberg).

Enkele ‘Losse notities’:

Men is nooit tevreden genoeg met zichzelf om zich helemaal bloot te geven.

Verdriet veroorzaakt een tweede verdriet: over de nutteloosheid, de krachtverspilling van het eerste.

Zichzelf zijn! … Maar is dat zelf die moeite waard?

Dit nummer werd afgesloten door eveneens een rubriek, namelijk ‘Cryptogram’, geschreven door Adriaan Morriën. In ‘Cryptogram’, gebundeld verschenen in 1968, kwamen allerlei figuren uit de literaire wereld voor, die met hun initialen werden aangeduid. Het ‘Cryptogram’ in nummer 17 begint aldus: ‘E.S. [?] nam mij op een zondagavond mee naar de K., een kunstenaarssociëteit in het centrum van de stad die tot vier uur in de ochtend op is.’ Klik hier voor de volledige tekst.

Bijschrift omslag: ‘De onsmakelijke taferelen die zich bij de laatste verkiezingen weer hebben afgespeeld.’

 

<1960 < 1970 < 1980 < 1990 < 2000 < 2010 < 2020
 
1958 1959
 
Nr.17
 
intro / inhoud / voorproeven
 
 
17/intro