intro

Tirade 236 droeg als titel ‘Een polemisch nummer' en bevatte onder andere een bijdrage van Jeroen Brouwers. Hij schreef in deze periode een reeks polemieken voor Tirade, met als hoogtepunt natuurlijk De Nieuwe Revisor, zijn polemiek die Tirade 250 in z'n geheel vulde. Brouwers wilde van Tirade een ‘blad met de hamer' maken. Aan Geert van Oorschot schreef hij eind jaren zeventig: ‘Nummer 250 zou van mij, - na de jongens van '80, na de jongens van '30 en na de jongens van '50, en na de Revisor - en andere jongens van '70, - "een nieuwe datum in de Nederlandse letteren" moeten markeren.'

In de aanloop naar dat befaamde nummer 250 droeg het grootste deel van zijn polemische bijdragen aan Tirade, de titel Kladboek. Vaak gingen die stukken over auteurs die in de ogen van Brouwers te commercieel schreven; die zich vooral bezighielden met de verkoopcijfers en met hun publiek en niet of nauwelijks met de kwaliteit van hun werk. Brouwers noemde het ‘Zeventiger-jarenproza' en ‘Proza voor het gemakkelijk besodemieterbare leesplebs'. De schrijver die dit proza voor hem bij uitstek vertegenwoordigde, was Parool-criticus Guus Luijters - in termen van Brouwers: Guus Gelul.

 

Uit nummer 236:

 

Luyters: ‘Het zat hem ook in de manier waarop ze ging zitten.'

Brouwers: ‘Zoiets kun je toch niet schrijven, Luyters, jongen, zoiets is toch slordig en - wat ik het ergste vind - zoiets is toch lelijk! Zoiets is toch niet te lezen zonder capillaire erecties?'

 

Luyters: ‘Ik overwoog of ik de jonge vrouw aan zou spreken. Wat moest ik tegen haar zeggen? Pardon mevrouw, juffrouw, is het mogelijk dat wij elkaar kennen? Iets anders kon ik niet verzinnen en het klonk me belachelijk in de oren.'

Brouwers: ‘Guus ga naar huus, want de koein staan op springn. Hoe kàn dat nou, Luyters! Denk toch na, jongen! Hoe kan iets dat je nog moet gáán zeggen, iets dat je nog aan het verzinnen bent om te zeggen, je niettemin al in de oren klinken? Dit is schrijven van likmevestje. Prijs voor kneuterschap. Proza uit een schrijfmachine, uitgevonden door Willy Wortel.

 

 

 

 

 

 

Het citaat uit de brief van Brouwers is na te lezen in Kroniek van een karakter. Deel 1. 1976-1981. De Achterhoek (1987), p.212

 

 

< 1960 < 1970 <1980 < 1990 < 2000 < 2010 < 2020
 
1970 1971 1972 1977 1978 1979
 
Nr.236
 
intro / inhoud / voorproeven
 
 
236/intro