intro

‘De ene makreel is de andere niet,' schrijft Jan Siebelink in de brief aan zijn vrienden Kester Freriks en Louis Ferron. In hun brievenbijdrage ‘Het leven van de makreel' laten de drie schrijvers zien hoe een prozaïsche gebeurtenis kan leiden tot poëticale bespiegelingen. Het is als volgt gegaan: in het voorjaar van 1980 werd in huis en tuin van Siebelink een feest gegeven. Op een gegeven ogenblik nam Ferron een gerookte makreel van een van de schalen en doopte die in de vijver van Siebelinks tuin. Althans, dat is zoals Freriks het zich herinnerde. De vis moest terugkeren naar zijn vertrouwde omgeving. Maar volgens Ferron ging het heel anders. De makreel diende ten hemel te varen, vond hij destijds, en dus plaatste hij hem niet in de vijver maar tussen de takken van een boom.

Siebelink schrijft: ‘Louis ziet de makreel nog zó in de boom en Kester meent hem in de vijver ontwaard te hebben. Ikzelf herinner me er een in de klimop tegen de zijmuur van het huis. Meningsverschil op basis van een gerookte vis. Het gaat er - en dat zijn we met elkaar eens - vooral om wat we willen zien.'

 

In de nummers daarna zette de discussie zich voort.

 

< 1960 < 1970 < 1980 < 1990 <2000 < 2010 < 2020
 
1996 1998
 
Nr.374
 
intro / inhoud / voorproeven
 
 
374/intro