intro

‘Wat schrijf je? – Niets. – En hoe gaat het met het niets?’ De Duitse schrijfster Juli Zeh vertelt over de samenhang tussen schrijven en geheimhouding in het door Ria van Hengel (winnaar van de Nijhoffprijs 2007) vertaalde essay ‘Over de heimelijkheid van het schrijven’.

Wat gebeurt er als alle dieren in de dierentuin losbreken – niet alleen een aap, maar ook de zwijnen, de krokodillen...? Meneer De Bruijn in Mohana van den Kroonenbergs verhaal ‘Inferno’ ontsteekt in blinde woede.

‘Er zijn dagen waarop een mens wakker wordt met een frisse en energieke geest, vol verwondering over de wereld om zich heen. Vragen rijzen naar de oppervlakte: Wie ben ik? Waar ben ik?’ En er zijn dagen, momenten, waarop een mens de indruk heeft alles te begrijpen. Antwoorden te hebben. Over die momenten, waarin creativiteit samengaat met gekte, schrijft Jan Lauwereyns in zijn essay ‘Een snuifje oneindigheid’.

C.O. Jellema (1936-2003) hield vanaf zijn 24ste een dagboek bij. Voor Tirade selecteerde Gerben Wynia passages uit de vroegste jaren van dat dagboek, waarin hij worstelt met de liefde en zijn eerste stappen zet als dichter. ‘Ik zoek mijn persoonlijkheid. Mijn gedichten moeten mij helpen deze te ontdekken.’

Nieuwe poëzie van Eva Gerlach, Peggy Verzett en Willem van Zadelhoff.

 

< 1960 < 1970 < 1980 < 1990 < 2000 <2010 < 2020
 
2001 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009
 
Nr.417 Nr.418 Nr.419 Nr.420 Nr.421
 
intro
 
 
420/intro