intro

Poëzie

Nieuwe gedichten van de Zweedse dichter Lars Gustafsson, in de prachtige vertalingen van J. Bernlef – ‘Zoet en warm dwars door dit oprijzende duister’. De vertalers Marja Wiebes en Margriet Berg vertaalden het lange gedicht ‘Aan zee’ van Anna Achmatova. Verder nieuwe Nederlandse poëzie: van Tomas Lieske en Peter van Lier.

Proza

‘Op de dag dat Jubal zijn dochter slachtte, besloot Adrianus het voor gezien te houden. (...) van mensenvlees word je gek, wist hij. Er wonen te veel gedachten in.’ Rob van der Linden schreef een Babylonisch verhaal ‘Over een beestenspel en Gods wonderlijke wegen’. ‘Sneeuwwit en Iris’ van D. Hooijer lijkt een toneelstuk te zijn, compleet met regieaanwijzingen – maar een toneelstuk waarin ook de rol van het publiek is uitgeschreven. ‘Het woord volgde je lichaam en je lichaam groeide van je moeder af’: Alexandra Pareira schreef een aangrijpend relaas van een pasgeborene die langzaam thuis raakt in de wereld. Jowi Schmitz sleept een verlaten lichaam achter zich aan. ‘Mijn schoongepoetste laarzen verzamelen bij elke stap nieuw vuil, de lege huid blijft achter elk graspolletje steken’.

Beschouwingen

‘Hy komt van Lapland, en heeft met sig dry REENDIEREN, te weten: Het Manneken, het Wyfken en een Jong’. Arie van den Berg vertelt over een rondtrekkend beestenspel in de achttiende eeuw. Johanneke van Slooten gaat op zoek naar de muziek in de wereld van Proust: de schrijver stelde zijn componist Vinteuil samen uit verschillende componisten uit zijn eigen tijd. Meer literatuur en muziek: Margriet de Moor over Janáçek, Tolstoj en het Kreutzersonatemotief. De Ideale Bibliotheek wordt dit keer ontworpen door Kristien Hemmerechts die schrijft over ongelezen boeken, geërfde boeken, uitgeleende maar nooit teruggekeerde boeken en boeken die zelf gekozen dienen te worden.

 

< 1960 < 1970 < 1980 < 1990 < 2000 <2010 < 2020
 
2001 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009
 
Nr.407 Nr.408 Nr.409 Nr.410 Nr.411
 
intro
 
 
409/intro