intro

Publiek vs. Pri

Wat willen we voor onszelf houden? En wat willen we van anderen weten? En waarom? Jeroen van Kan daalt de trap af naar de martelkelder van de roddeljournalistiek ‘Getuigt het stellen van de vraag of schrijver X zich in zijn vrije tijd ook graag aan dertienjarige meisjes vergreep van meer smaak dan het stellen van de vraag of bekende Nederlander y zichzelf in Las Vegas echt trakteerde op een “chick with a dick”?’

‘Er maakt zich een verborgen bitterheid meester van de mensen die de glossy’s aanschaffen. Ze worden ongeduldig, narrig, afgunstig, rancuneus’ schrijft Carel Peeters in ‘Genieten voor miljoenen’. Psychoanalyticus Harry Stroeken voert de lezer langs de belangrijkste emoties die het roddelblad bespeelt en Daniel Kehlmann beschrijft de lotgevallen van een schrijver die door een journalist wordt bestookt met vragen over zijn privéleven.

Thijs Menting onderzoekt de band tussen wet en uitzondering in een stuk over de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben.

Gedichten in dit nummer van ondermeer:

Fanie Olivier ‘ek snak na jou asem, jy gryp aan my hart.’

Leo Vroman ‘en dan, weer alleen, missen we iedereen.’

Wim Brands ‘en dat het gesprek dan wegviel en je het ruisen hoorde van engelenvleugels.’

Erik Lindner ‘er is een hond die over twee schapen waakt.’

Verhalen van Ellis Meulenbelt (debuut), William Faulkner, Charlotte Manot (debuut) en Michiel Heijungs (debuut).

Essays van Nop Maas over Lodewijk van Deyssel en Adolf Hitler, en de winnaar van de Jan Hanlo Essayprijs klein: Arjen van Veelen.

Drie debuten, twee vertalingen, zes essays die te lang zijn voor de krant, vijf dichters. Wees blij dat u een literair tijdschrift in handen heeft!

Reageer >
 

< 1960 < 1970 < 1980 < 1990 < 2000 <2010 < 2020
 
2001 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009
 
Nr.427 Nr.428 Nr.429 Nr.430 Nr.431
 
intro / voorproeven / besprekingen
 
 
431/intro