intro

Lucas Hüsgen schreef het verhaal ‘Van Dam belt’, waarin de eenzelvige hoofdpersoon tegen wil en dank verstrikt raakt in de netten van een gek die hem onverhoeds opbelt. Tomas Lieske beschrijft in ‘Insekten’ hoe Felix Drinkwater onder militaire begeleiding een patiente opzoekt in een raadselachtige, afgelegen inrichting op het Spaanse platteland en Kreek Daey Ouwens schrijft over een grootvader en het verhaal van een jeugd.

Carola Kloos dient agnosten en ‘ietsisten’ van repliek in een vlammend betoog over het hedendaagse ‘geloven’: ‘Voor agnosticisme zie ik geen emplooi, hoe fatsoenlijk deze houding ook in allerlei columns en ingezonden brieven wordt genoemd: je ziet redenen om in God te geloven of je ziet ze niet.’ Annemiek Neefjes onderzoekt de rol die honden spelen in het oeuvre van Willem van Maanen en Geert Buelens schrijft in zijn met de Hanlo-prijs bekroonde essay over dichters met een (politieke) boodschap. Tenslotte beschrijven Wim van den Doel en Pierre Vinken leven en werken van de vergeten vroeg negentiende-eeuwse arts-schrijver Jacob Doornik, die zich vijfentwintig jaar voor Multatuli’s Max Havelaar keerde tegen de manier waarop Nederland zijn kolonie bestuurde.

Veel honden en andere dieren (en hier en daar een god) in de gedichten van Jan Baeke, Toon Tellegen, Wim Hofman en Peggy Verzett en Leo Vroman.

 

< 1960 < 1970 < 1980 < 1990 < 2000 <2010 < 2020
 
2001 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009
 
Nr.400 Nr.401
 
intro
 
 
401/intro