intro

In de rubriek Tijdgenoten werden in Tirade 66 enkele dagboekfragmenten van Kafka (1844-1924) geplaatst.


"Zo gaat de regenachtige, stille zondag voorbij. Ik zit in mijn slaapkamer en heb rust, maar in plaats van te gaan schrijven, waarin ik mij bijvoorbeeld eergisteren had willen uiten met alles wat ik ben, heb ik nu een hele poos op mijn vingers zitten staren. Ik geloof dat ik deze week volledig door Goethe beïnvloed ben geweest, de kracht van deze invloed volledig doorgrond heb en daarom overbodig ben geworden."

 

Van de hand van Charles B. Timmer is het essay 'Het bizarre element in de kunst van Tsjechow' opgenomen, vertaald uit het Engels door M. Verdaasdonk.


"Ik vraag me af of het alleen maar iets toevalligs is dat de biografen van Tsjechow er in slaagden zo'n opmerkelijke verscheidenheid van bizarre incidenten in het leven van de auteur op te delven. Als wij een van zijn biografen, N. Telesjow, mogen geloven, verliest het bizarre Tsjechow zelfs op zijn doodsbed niet: op de avond van 15 juli 1904 in Badenweiler had de dokter de zieke opgedragen een glas champagne te drinken. Anton Pawlowitsj nam het glas, merkte tegen zijn vrouw op: ,Ik heb lang geen champagne geproefd', dronk het glas leeg, ging op zijn linkerzij liggen en stierf. (...) Toen de dokter weg was schoot in de volkomen stilte en de benauwdheid van de zomeravond, plotseling, met een verschrikkelijke knal, de kurk uit de half geleegde champagnefles...'

In het verhaal Mevrouw Valdon beschrijft M. Cohen een toevallige logeerpartij die uitloopt op een emotionele biecht van de gastvrouw.

"Na zijn vertrek heb ik die vogels nog een paar jaar gehouden. Ik dacht toch altijd nog dat hij terug zou komen. Maar ik kon de beesten niet verzorgen zoals hij. Ik kon ook niet met ze praten, zoals hij. Als ik lieve woordjes tegen ze zei was het alsof ze me aankeken en dachten dat ik gek was. De derde winter ging de ene na de andere dood. En toen heb ik ze maar weggedaan, tegelijk met zijn oude werkpak uit de muurkast. Wat zou u met die vogels gedaan hebben? Soms dacht ik dat ik er telkens een had moeten bijkopen, zoals mijn man altijd deed. Misschien was er dan niet één gestorven. Soms dacht ik ook dat de dieren voelden dat mijn man toch nooit zou terugkomen en daarom dood gingen. En soms dacht ik ook dat hij het gevoeld moet hebben, daar in dat verre land, dat ik zijn vogels had weggedaan en dat hij daarom nooit is teruggekomen."

 

 

 

< 1960 <1970 < 1980 < 1990 < 2000 < 2010 < 2020
 
1962 1963 1967 1968 1969
 
Nr.66
 
inhoud / intro / voorproeven
 
 
66/intro