haiku

Af en toe raken Imme Dros, Harrie Geelen en ik aan het dichten. Lang geleden maakten we Pantoums. Dat was een idee van Imme en we hielden niet meer op. Nu was ik deze zomer aan de haiku om wat uit te rusten in de tuin. Harrie las de haiku die ik met vrienden, amateurs, gemaakt had en raakte besmet.

Ik dacht dat ik een beetje uitgeput was, maar Harrie boort hier een van zijn bronnen aan en wij, Imme en ik, en ook IS gingen mee. Dit is de leukste vorm van schrijven, vind ik. Het kan nooit lang duren maar steekt gelukkig af en toe weer de kop op.

D. Hooijer

 

H:
's Zomers steken wij,
grazend in verzen,
beter in het oude vel.

Woord overwintert.  
zienderogen komen wij
dichter  bij het gras  

D:
Dauw keerde als rijp
over het gras met de
slapende hommels.

H:
Zacht stierf de tuin
bloemen met droge ogen
verzwegen hun bij.

Bomen vergaten
de merel, de kat, al wat
nooit meer dood zou zijn.

En hier en daar sprak
schimmel een hese taal
onverstaanbaar mooi.

Achter de ramen
overwintert in weerwil
van alles het woord.

D:
Veel springbalsemien
de poederige hommels
topzwaar en dronken.

Het gras stond te hoog
de man met de zeis sloeg mis
bijzienderogen.

H:
Zoals altijd (hard, soms
net er naast, soms toe, lukraak
en zeer lusteloos,
 
en geen slak maakt haast).
Ons rest de springbalsemien
topzwaar dronkenschap.

Luie zomers ook
dichters, dichterbij het gras
maar hoog erboven.

D:
Strenge vorst maakt uw
grind hard, onhoorbaar gaat daar  
een dief naar uw raam.

Over uw schouder
leest hij uw regels, zijn neus
vriest vast aan het glas.
 
H:
Winter, hardleers, maakt
van wat hij tandenknarst
bloemen op de ruit.
 
Uw dove oren
smoren het wollig applaus
van witte wanten.

Warmt hem wat hij las?
Ontevreden kraakt het grind,
houdt de dief, houdt hem!

Dooi is nooit mooi al
zorgt adem op een koud raam
afwezig voor rijm.

D.
Niet zijn neus, zijn hoofd
brandt, de pijnstiller helpt niet
tegen wat hij las.

=================

H
Biep biep biep biep biep
Biep biep biep biep biep biep biep
Is dat de ijskast?

Fluiten mijn oren?
Is het mijn liefste biep biep
die niet met mij praat?

================
stelling I.:

Groot ging al dood,
klein geeft geen krimp, vraag, zeg maar
aan alg, knut, bacil:

Wie is hier de baas!
Ze verwaardigen zich niet
antwoord te geven.

antwoord
D. :

Eens waren ze groot
die gelukkige neushoorns
klein als punaises.

stelling
I.:
Herdenk de grootvorst
Dinosaurus rex genaamd.
Niet op zijn verzoek.

IJstijd, hittegolf
en weg was deze koning,
niet alg, knut, bacil.

Antwoord
D:

Niet weg, hij maakte
zich frêle, staat op rantsoen  
van één knut per dag.

I.:
Stelling

De mens hij worstelt
met micro organismen,
met alg, knut, bacil.

Niet zijn hersens, maar
zijn kaakspieren bewegen.
Dinosaurus n[ex]t.  

Antwoord
D.:

Beken, rivieren
vervoeren vaal plastic, er
drijft een vuilnisland

midden op zee, zet
daar geen twee voeten aan wal
de bodem deint, wijkt.

Stelling:
I.:

Het verleden geeft
voor de toekomst geen reden
tot optimisme.

Antwoord
D.:

Toekomst alleen mooi
in de windstille schemer
vlak voor zonsopgang.

======================
H:
Schadeformulier
a dient u in te vullen
op een mild moment.

Bent u verlaten
vul dan in: door iedereen.
Kan het exacter,

voeg dan plaats en tijd
en desgewenst de reden
(de genoemde) toe.

Vouw het formulier,
zet op de enveloppe
‘Pijn’. Niet ‘wanhoop’.

In het verleden
was wanhoop toegestaan, nu
ontbreekt een loket.

 
Slot, I.S.:
 
Roerloos zitten we
op de bananenschillen
dan glijden we weg.

 

Reageer >
 

< 1960 < 1970 < 1980 < 1990 < 2000 < 2010 <2020
 
2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
 
Nr.437 Nr.438 Nr.439 Nr.440 Nr.441
 
intro / voorproeven / haiku
 
bestel als eBoek