intro

Het is een en special over het onvoltooide in de kunst dit dubbelnummer 228/229 uit het jaar 1977. De redactie werd in dat jaar gevoerd door Jaap Goedegebuure, G.A. van Oorschot en Herman Verhaar.

 Het beste dat er over het onderwerp in breder perspectief  te schrijven valt zal S.Dresden voor zijn rekening genomen hebben, een van de auteurs die gekozen heeft voor een beschouwing van het fenomeen ‘onvoltooide kunst’. ‘Elk werk staat er zoals het is en zo goed als de kunstenaar het gekund heeft, maar het is ook en in de eerste plaats een aanduiding van de limiet die hij niet kan en toch wil bereiken.’  

 

Een aantal anderen neemt een onaf kunstwerk als uitgangspunt. Boeiend is Arnold Heumakers bijdrage ‘Stendhals Lucien Leuwen; een politieke Bildungsroman’. Het werk is groot maar onvoltooid gebleven. Het vormt voor Heumakers meer aanleiding zeer uitgebreid in te gaan op het werk van Stendhal dan de onvoltooidheid zelf diep geanalyseerd werd. Bovendien: ‘Pas in de roman waarin – zouden we kunnen zeggen – Lucien zijn naam, die hij in de hotelkamer al had verloochend, inruilt voor die van Fabrice Del Dongo krijgt de eigenlijke voltooiing van Lucien Leuwen zijn beslag.'

Vroman biedt als bijdrage een onafgeronde brief van zijn moeder, met als vervolg een even onaffe brief die hij geschreven heeft als ware het haar onvoltooide brief aan hem. Een wonderlijk kunststukje. De brief van de moeder is schrijnend, zowel in zijn plezierige moederbabbeltoon, als in het behandelde onderwerp.

Reageer >
 

< 1960 < 1970 <1980 < 1990 < 2000 < 2010 < 2020
 
1970 1971 1972 1977 1978 1979
 
Nr.228-229
 
intro / inhoud / voorproeven
 
 
228-229/intro