Het muurvarkentje

26 september 2019 (11:51) | Menno Hartman | Geen reacties

VDO0504_1920pxDo Ho Suh is een Koreaanse kunstenaar die lang in New York woonde. In een documentaire van Marjoleine Boonstra vertelt hij hoe belangrijk zijn ouders’ huis voor hem is, we zien dat fraaie traditioneel Koreaanse huis ook. In Manhattan woont hij in een appartement dat hem verhuurd wordt door de eigenaar met wie hij een bijzondere relatie onderhoudt. Wanneer hij weer gaat verhuizen kan hij geen afstand nemen en bedekt de muren met een soort papier, dat hij dan met potlood strepend het achterliggend reliëf  doet tonen (‘embossing’). De exacte vorm van zijn omgeving is betekenisvol voor hem, tot en met het stopcontact – ons dagelijks muurvarkentje –  wordt alles exact  gekopieerd, losgehaald, opgevouwen. Hij heeft zijn thuis reisklaar gemaakt en kan vertrekken zonder het achter te laten.

Een andere fascinatie betreft tussenvertreken: daar waar we zijn als we nog niet op de trap, maar ook niet meer in de kamer zijn, efficiënte ruimtes die ruimtes verbinden, de overloop bijvoorbeeld. Voor hem is dat ook de weg naar zijn vriend, de huiseigenaar toe. In het kunstwerk hiernaast zie je een verzameling tussenruimten aaneengesloten en uitgevoerd door naaiateliers in Zuid-Korea, zijn moeder, een soort textielhistorica begeleidt dat proces.

In museum Voorlinden in Wassenaar kun je erdoorheen lopen. Je bent zowel binnen als buiten, de transparantie van het materiaal lijkt de poging zo exact mogelijk te zijn te weerspreken. Je kunt door een stopcontact heen kijken naar buiten. Toen ik thuisgekomen het nodige uitzocht over Voorlinden om erachter te komen waarom ik het er zo geweldig vond, las ik dat het architecten bureau, Kraaijvanger, zijn best heeft gedaan alles weg te werken wat je in gebouwen normaal als gegeven aanneemt: exitbordjes, sproei-installaties, lichtknoppen, thermostaten, stopcontacten. Naast de kwaliteit van de ruimtes op zich, het feit dat er zoveel glas is, de transparantie die zicht op de geweldige aangelegde tuinen op het landgoed verleent, is het wellicht vooral dit: de ruimte is ontwikkeld om de functie van de ruimte te vergeten. En geeft daarbij dus ruim baan aan de kunstenaar. Bijvoorbeeld een die ervoor gekozen heeft de precieze huid van zijn woning, inclusief alle stopcontacten en lichtknopjes te kopiëren, om het niet kwijt te raken: het gevoel dat dat zijn thuis was.

IMG_6285

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot. Hier een stukje over een ander heel geslaagd museum.

Reageer >
 

Ome Arie

25 september 2019 (8:56) | Gilles van der Loo | 1 reactie

Zw5xTWf+S0K5cvSEnr+Ipg_thumb_207Ik zou met Ada naar het huisje in Zeeuws-Vlaanderen, en vroeg haar ome Arie mee. Arie is mijn vriend en op geen enkele manier familie.

Vrienden hebben we altijd aan de kinderen voorgesteld als oom of tante, maar uiteindelijk bleef alleen Arie ome Arie, of in het geval van Ada: ome Aarrrrie.

Zoals zijn gewoonte is stond Arie ruim voor tijd klaar, de deuren van zijn balkon op de eerste verdieping open zodat Ada zijn naam kon roepen.

Al zo’n vijfentwintig jaar roep ik Aries naam bij het inrijden van zijn straat, een gewoonte die is overgenomen door Nadim, en sinds een aantal maanden ook door Ada.

Vanwege een erg zwaar jaar is Arie veel thuis geweest, wat het mogelijk maakte op de vreemdste momenten langs te gaan en zijn naam te laten roepen door welk kind ik dan ook bij me had. Ik heb daar misschien nog meer van genoten dan hij.

Een tijd leek terug waarin we onze dagen zomaar konden samenvoegen, om pas weer rond bedtijd uit elkaar te gaan. Zoiets maakte ik sinds het jaar 2000 niet meer mee.

Onderweg naar Zeeland babbelde mijn vriend eindeloos met Ada; een goede klik tussen je kind en vriend is een groot geluk. Wanneer dat gebeurt mis ik Gijs altijd. Hij overleed voordat Nadim geboren werd, en soms droom ik dat ik mijn jongen als peuter aan hem meegeef voor een dagje Artis samen.

Ik kijk ze na terwijl Gijs de straat uit fietst, Naadje honderduit lullend in het zitje op de stang.

Gijs vond dat hij slecht was met kinderen, maar zijn onvermogen zich aan te passen aan ‘kleine mensen’ zoals hij ze noemde, maakte dat hij met ze sprak zoals hij met volwassenen praatte. Weinig is mooier voor een kleuter dan door een veertiger als gelijke gezien te worden.

In grote lijnen doet Arie ook hetzelfde met Ada als met mij: vragen stellen, half luisteren, plagen tot we huilen van het lachen.

We zijn vaker samen weggeweest, en hoewel dat altijd hilarische vakanties waren, denk ik dat we er ook lang van moesten bijkomen omdat van rust met de oude Arie geen sprake was. De nieuwe Arie kan beter tegen stilte, trekt zich soms terug en valt zomaar in slaap op de bank. De nieuwe Arie is beter dan de oude.

Ada en ik stonden samen op, en nu snurkt hij op de kleine kamer boven ons hoofd. Straks zal hij naar beneden komen, zijn gezicht en haar in de kreukels. We worden de laatste tijd veel sneller oud – alleen Gijs niet, maar die is goddomme aan het vervagen, hoe ik me er ook tegen verzet.

Soms vraag ik me af wat ik me als laatste van hem zal herinneren. Misschien het gevoel van zijn arm over mijn schouders (wat heel zelden gebeurde), de manier waarop hij mijn naam zei (altijd op zijn Frans) of de manier waarop hij fietste (extreem rechtop, als een admiraal op een hem onwaardige pony).

Gelukkig heb ik Arie nog – en Boris natuurlijk, die ook een zwaar jaar heeft, maar niet mee is. Dit huisje is te klein voor drie van die grote lijven.

Omdat we vroeger altijd met zijn vieren waren voelde ik sinds Gijs’ dood een sterke áfwezigheid op dit soort uitjes. Nu lijkt dat juist een soort áánwezigheid geworden, een vertinting in het licht die alles warmer maakt.

________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en recensent. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

 

1 reactie >
 

Daar derwisjt het leven

23 september 2019 (8:59) | Berthe Spoelstra, Uncategorized | Geen reacties

slender legs under the fluff foto Reddit

Afgelopen weekend scheen de zon. En ik was ervan overtuigd dat er niet alleen boos getoeter maar ook noodzakelijke, vrolijke of wonderlijke geluiden in de wereld klinken. Ik hou daar lijstjes van bij.

Het achtuurjournaal brengt een item over een Chinees bedrijf dat ondanks de handelsoorlog met de V.S. goede zaken doet. Zij produceren namelijk wc-borstels in de vorm van Donald Trump. Zakelijk vertelt de directeur dat hoe meer er online over Trump wordt gepraat, hoe meer borstels haar bedrijf verkoopt. (Het filmpje is nu alleen nog te zien op de site van het Jeugdjournaal.)

Ook die uil met lange poten staat op mijn lijst. Soms op de lijst ‘vrolijk’, soms verhuist hij naar de lijst ‘wonderlijk’. In elk geval ging de foto viral want er is iets mee. Iets in de blik van die uil. ‘Trek ‘m z’n broek weer aan, hij geneert zich,’  reageerde iemand op Reddit trefzeker. Dat wegkijken van die uil raakt me. Het is een kwetsbaarheid die zich ook aan mij opdringt als ik naar de webcams van de vogelbescherming kijk. Afgelopen zomer beleefde ik daar live een historisch moment. Vrouw Kerkuil legde het 7e ei van haar 3e legsel. En dat terwijl ze in de rui is.

Op een wonderlijke manier doen deze fragmenten werkelijkheid me denken aan De Verbeelding (1998) van Herman Franke. Niet dat die roman zo lollig of luchtig is en het gaat ook niet over uilen of wc-borstels. Wel is het verhaal opgebouwd uit samengestelde perspectieven. Scherven werkelijkheid die samen, als een caleidoscoop, een geheel vormen. Zoals mijn lijstjes een uitsnede uit de werkelijkheid representeren. Zelf noemde Franke De Verbeelding een ‘meerstemmige roman’.

“De romans van Franke zetten de werkelijkheid even stil, maar staan daardoor onder een intense voelbare spanning van gestolde beweging,” schreef Willem Otterspeer in De Groene Amsterdammer. Dat is schitterend gezegd. De werkelijkheid even stilzetten, gewoon even goed kijken, ook al is het kort. Dan zie je beweging in stilstand. In het droge commentaar van de Chinese ondernemer tussen haar borstels, in de binnencam Alde Feanen waar Vrouw Kerkuil haar kroost verzorgt, in de obsessieve waarnemingen van Herman Franke. Daar derwisjt het leven onverstoorbaar om z’n as.

Eergisteren doorkruiste ik een nazomers, druk Amsterdam. Een stoplicht, ik sloot aan bij een bulk wachtende fietsers. Naast mij voerde een slordige man luid een telefoongesprek. Het ging over geld, een huurcontract en ontbrekende documenten. Het stoplicht werd groen, de man toeterde loeihard in zijn telefoon: “Ja verdomme, niet iedereen hoeft te weten dat ik dakloos ben.” Stilstand. Oogcontact, een medefietser glimlacht. Gêne. We kijken allebei als een uil opzij en trekken met de andere fietsers op.

Een glimp van de werkelijkheid. Bewaar het moment. En dan weer door.

foto: Bas de Brouwer

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Recent kwam haar debuutroman Schemerland uit (Van Oorschot 2019). Voor Tirade schrijft ze over theater en literatuur.

 

 

 

 

Reageer >
 

Dhillon

21 september 2019 (8:30) | Arjen van Lith | 1 reactie

latte-macchiato-starbucks

Het begon als noodzaak. Ons meubilair – en dus ook ons Nespresso-apparaat – liet nog een volle maand na onze aankomst in Pittsburgh op zich wachten. Zoals veel Amerikanen geloofde ook ons verhuisbedrijf in Austin niet dat M.’s achternaam daadwerkelijk zijn achternaam is en geen typefout, dus ‘corrigeerden’ ze op eigen initiatief de lettercombinatie ‘eu’ naar ‘ue’, waardoor zijn creditcardbetalingen tijdelijk werden geblokkeerd.

Tijdens het transport liepen onze spulletjes – en dus ook ons Nespresso-apparaat – nog meer vertraging op doordat de chauffeur onderweg plotseling was getroffen door een hersentumor. Ik verzin dit niet; dit afschuwelijke bericht werd een midweek later bevestigd door een van zijn collega’s: ‘Yep, poor guy got a brain tumor’, hijgde hij terwijl hij onze matras naar boven sjouwde. ‘And cancer too’, wat maar weer onderstreept dat je als verhuizer geen medicijnen gestudeerd hoeft te hebben.

Mijn M. is eigenlijk te delicaat voor koffie. Hij drinkt alleen cafeïnevrij en zelfs dat nooit na het middaguur, anders kan hij ’s nachts niet slapen. In de loop der jaren heb ik mijn consumptie teruggeschroefd naar vijf ristretto’s bij het opstaan en vervolgens vier na elke maaltijd.

Om toch fatsoenlijk wakker te worden, liep ik iedere ochtend naar de dichtstbijzijnde Starbucks voor een Grande Latte, wat hier een middelgrote emmer koffie verkeerd is. En daar, achter de toonbank, zag ik hem voor het eerst: Dhillon.

Dhillon is de reden dat ik iedere dag vroeg opsta, zelfs nu we thuis weer zelf koffie kunnen zetten. Jaar of twintig, ge-wel-dig haar, een hip brilletje en tenger, maar dat zegt niets – die kunnen vaak juist het meeste hebben. Op zijn schort draagt hij een regenboogspeldje, alsof het er allemaal al niet dik genoeg bovenop ligt.

Mij had hij ook meteen gezien. Al na mijn allereerste bestelling kende hij meteen mijn naam. Iedere morgen als ik rond half acht binnenloop, geeft hij me een verleidelijk maar professioneel knikje, zodat hij niet in de problemen komt met zijn cheffin, die behalve heel vriendelijk en klantgericht ook een jaloers kutwijf is.

Misschien is hier een disclaimer voor mijn schoonfamilie op z’n plaats: geen zorgen, er gaat heus niets onoorbaars gebeuren, daarvoor heb ik nu al veel te veel fouten gemaakt. Net als vroeger bij al die onbereikbare jongens in homodisco De Trut ben ik ook met Dhillon geanimeerd in gesprek gegaan. Moet je nooit doen. Voor je het weet ben je dan een dierbare vriend in plaats van een geile ervaren man. In geval van dierlijke lust kun je ’t beste zo weinig mogelijk van elkaar weten.

Van Dhillon weet ik dat hij een jaar in een kibboets heeft gezeten. Nu gaat hij naar Chatham University, dus zijn ouders hebben geld, maar ze laten hem voor de vorm wel werken. Hij wil later graag kunstenaar worden, maar heeft nog geen portfolio. De ‘h’ in zijn naam heeft ‘ie er zelf tussen geplakt en verder is hij non-binair, dus wil hij bij voorkeur aangeduid worden met they en them. Ik heb gevraagd of ik gewoon you mag zeggen.

M. vindt het vooral aandoenlijk. Niet Dhillon per se, maar mijn gemijmer over them. Naast me in bed lacht hij het zelfverzekerde lachje van de gelukkig getrouwde man als ik in het holst van de ochtend, nog voordat de wekker is gegaan, mijn veters strik in aanloop naar wéér een vluchtige, vruchteloze ontmoeting. ‘Doe je de groeten?’ roept hij me plagend na, maar als ik thuiskom hoor ik hem beneden voor het eerst sinds tijden weer zwoegen op de roeimachine.

____________________

Arjen van Lith (1971) is journalist, schrijver en kunstenaar. Sinds acht jaar woont hij in de Verenigde Staten, eerst in Austin en nu in Pittsburgh, waar hij werkt aan zijn sleutelroman en andere projecten.

1 reactie >
 

Alles is OKÉ – een momentopname

18 september 2019 (9:15) | Gilles van der Loo | Geen reacties

IMG_2330Net als vorige week zaten we in de Hegeraad, maar Ivo smurfte beduidend anders. De presentatie van zijn boek was achter de rug, de Roode Bioscoop had vol gezeten en wij, zijn gasten, waren met goesting om te lezen huiswaarts gegaan.

Sommigen van ons waren op weg naar huis dus nog even langs de Hegeraad gefietst. Er waren weer bar-eieren (een 9 geproefd, maar ook een 7+, niet heel constant, deze keuken), één fluitje werd er drie werden er zes.

Jasper had mooi gesproken, vonden we. Thomas ook: hij had Alles is OKÉ gelezen en begrepen en iedereen vond zijn verhaal grappig, warm en slim. Ik vroeg me af hoe lang men Thomas’ leeftijd nog mee zou blijven rekenen in wat die man allemaal goed kan.

Bij dertig houdt dat toch een keer op, leek me; dan is het gewoon knap, niet knap voor een negenentwintigjarige. Nog acht maanden en het zit er goddank op. Mocht Thomas me nodig hebben, dan kom ik op zijn verjaardag om te helpen met de transitie.

Paul en Sarah waren afgehaakt zonder opgaaf van een echte reden, maar we hadden Rob nog, Elke, Renske, Jan en Ivo die dus een ander mens leek, hoewel die mens niet per sé Hans was.

Ivo had passages gelezen, op de vleugel begeleid door Marie Francois. Marie speelde een klassiek stuk dat Ivo’s moeder in haar goede jaren spelen kon. Een mooi maar lastig stuk, zoveel was duidelijk. Ik ga hier niet opschrijven wat het was omdat ik me altijd erger aan het droppen van de namen van klassieke stukken in proza.

Deels is dat omdat die namen me niets zeggen, en deels omdat ik vind dat je me een sfeer moet laten voelen in plaats van hem aan te halen. Vaak vind ik het droppen van klassiek en jazz ook pedant, of getuigen van een heule grote blinde vlek.

Dit geldt allemaal niet voor het boek van Ivo, waar die muziek van autobiografisch belang is. Ik weet dit zeker hoewel ik er nog niet aan ben begonnen vanwege die drie fluitjes die er zes werden, en nu weer vanwege dit blog dat ik eigenlijk gisterenavond had willen schrijven.

Ik was jaloers geweest op hoe goed Ivo zijn eigen werk las. Fijn om naar te kijken en luisteren; eindelijk een schrijver die zijn teksten recht kon doen. Zelf ben ik dat zeker niet.

Wat er anders was aan Ivo was dat hij straalde. Ik kan het zo gauw (nog vijf minuten en dit blog moet online) niet anders zeggen: binnen zeven dagen was hij van defaitisme naar een goede hoop op wereldheerschappij gegaan.

Ik bedacht dat alles een momentopname is en dat lange perioden van geluk alleen maar in herinnering bestaan*. Door momenten vast te leggen zoals ik hier doe, maken we er iets schijnbaar voortdurends van.

Dat leek me zowel de bedoeling als niet de bedoeling.

* dank, Maarten Spanjer

________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en recensent. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

 

Reageer >
 

Een currygeel trompetje

16 september 2019 (9:00) | Berthe Spoelstra | 1 reactie

Foto Sanne Peper /Tim Linde in Buut De Naderende Dood

Vannacht droomde ik dat er een nieuwe besmettelijke ziekte uitbrak. Steeds meer mensen kregen een toeter op hun voorhoofd. Sommigen links, anderen rechts. Er druppelde currygele gal uit. Het trompetje was zo’n 3 cm lang, in allerlei huidskleurschakeringen zoals bij The Simpsons of emoji’s.

Misschien kwam het omdat ik die avond bloemkoolrijst-curry had gemaakt. Of omdat ik momenteel meewerk aan het toneelstuk La Pretenza  (een bewerking van de roman Il Gattopardo van Tomasi di Lampedusa uit 1958). Hierin speelt Tim Linde een mooie rol. In een vorig stuk van het regieduo Hulst & Tarenskeen was hij van top tot teen geel geschminkt als uiterlijk symbool van zijn innerlijk lijden. Het nieuwe stuk La Pretenza gaat over populisme oftewel ‘alles moet veranderen opdat alles hetzelfde blijft’.

Of ik droomde over toeteren omdat ik afgelopen vrijdag (i.h.k.v. Prinsjesfestival) samen met NRC een re-enactment organiseerde van de Kamerdebatten over de invoering van het vrouwenkiesrecht 100 jaar geleden. Toen waren de mannen aan het woord (op Suze Groeneweg na, de eerste vrouw in de Tweede Kamer). Nu werden exact dezelfde woorden* op exact dezelfde plaats (de Oude Zaal van de Tweede Kamer) uitgesproken door uitsluitend vrouwelijke politici.

“Het feit dat het een logische eis is, dat ook aan de vrouwen het kiesrecht wordt gegeven, vind ik een bewijs te meer dat aan een kwade boom kwade vruchten groeien. De boom is er nu eenmaal, maar ik heb die niet helpen planten en ik ben dus niet verplicht alle vruchten die de boom oplevert te plukken.” De woorden van Jacob de Wilde (Anti Revolutionaire Partij) waren even scherp als eloquent. De rol werd afgelopen vrijdag vertolkt door Lousewies van der Laan.

Nu is in de samenleving als geheel een dergelijke eloquentie ver te zoeken. De kort-door-de-bocht-vrijheid-van-meningsuiting is, vooral  via sociale media, uitgegroeid tot de holy grail van de liberale samenleving. Daan Roovers spreekt hierover in het boekje dat verscheen bij haar aantreden als Denker des Vaderlands.  Mijn moeder raadde het boekje aan, dus ik las het afgelopen week meteen.

“Ik zou willen dat mensen minstens evenveel waarde zouden hechten aan meningsvorming als aan meningsuiting,” zegt Roovers. En ze zet uiteen hoe vrijheid van meningsuiting niet langer wordt gezien als een politiek recht maar als het privilege hoogst persoonlijke opvattingen opgeblazen en uitvergroot de publieke ruimte in te sturen. Het recht dus om gedachten en gevoelens ongefilterd als currygele gal naar buiten te laten lekken.

En toen droomde ik over een gruwelijke toeterziekte. Aanvankelijk schaamde men zich diep. Om besmetting te voorkomen werd het nieuwe orgaan in donker plastic gehuld. Het hielp niet. Steeds meer mensen begonnen geel te lekken en ook op mijn lichaam groeiden trompetjes als paddenstoelen in de herfst. Daarna werd alles vaag.

*Mark Kranenburg en Titia Ketelaar (NRC) maakten een compilatie van het oorspronkelijke debat dat drie dagen duurde.

 

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Recent kwam haar debuutroman Schemerland uit (Van Oorschot 2019). Voor Tirade schrijft ze over theater en literatuur.

foto Bas de Brouwer

 

1 reactie >
 

American Carnage (2)

14 september 2019 (7:29) | Arjen van Lith | Geen reacties

Trump liggend

Pennsylvania is een battleground state, dus ik werk hier met de gordijnen dicht. Hoewel onze buurt op het eerste gezicht progressief aandoet – de Whole Foods zit om de hoek – zal het heus niet de eerste keer zijn dat een toevallig verdwaalde deplorable kans ziet een minutieus voorbereide protestactie te saboteren. Je kunt als verzetsheld niet voorzichtig genoeg zijn.

Mijn project (werktitel: Individual #1) heeft de theoretische fase definitief achter zich gelaten. Na maandenlang veilig ontwerpen en bijschaven vanachter mijn laptop is nu het moment gekomen om het daadwerkelijk gestalte te geven.

Trump under construction1

Om de autoriteiten op een dwaalspoor te brengen, bestel ik mijn materialen bij verschillende leveranciers verspreid over heel Amerika: het papier komt uit Austin, de lijm koop ik onder een schuilnaam op Amazon* en scharen en precisiemesjes reken ik contant af bij de plaatselijke Target, waar het personeel te onverschillig is om me ooit in een eventuele line-up te herkennen.

In een eerdere column had ik al een schets prijsgegeven, geboren uit pure ergernis: overal zie ik Donald Trump geportretteerd als een jengelende Twitterbaby, als rat of als clown, maar zelden als wat hij in werkelijkheid is – een dictatoriale egomaan, in het zadel geholpen met hulp van Rusland. Vandaar dus ook die brutalistische trekjes.

Het is veel te gemakkelijk om hem als een cartoon af te beelden. Te onschuldig. Een standbeeld van een dictator is per definitie geen karikatuur, maar juist een weerslag van zijn meest heroïsche versie, larger than life, glimmend en onoverwinnelijk, de blik gericht op een dystopisch ideaalpunt aan de horizon. En: hoe groter, hoe beter.

Trump under construction2

Tot nu toe was dit beeld een geheim soloproject, alleen bekend bij een paar naasten, maar nu heb ik handlangers nodig. Amerikaanse handlangers in een vreemde stad, met alle risico’s van dien. Bovenstaande afbeeldingen zijn slechts van een schaalmodel; het uiteindelijke hoofd moet ongeveer zo groot worden als een Fiat 500. Dat betekent dat ik minimaal een nieuwe beste vriend met een garagedeur nodig heb.

Morgenavond ontvangen we onze eerste eters in Pittsburgh: een vrijzinnig echtpaar met een schakelbungalow en connecties in de activistische hoek. Ik heb vier copieuze gangen voorbereid, aangevuld met een bedwelmend wijnarrangement. Na het hoofdgerecht kan het ronselen beginnen.

___________________

* Ik deel een account met mijn M.

De kop hoort op z’n kant te liggen, zoals het omvergetrokken standbeeld van een tiran na een oorlog of opstand (zie Saddam Hoessein in 2003, of Lenin, Stalin en andere communistische leiders na de val van de Sovjet-Unie). Voor Trump is het voorlopig nog niet zover, maar ik heb goede hoop op de verkiezingen van 2020.

Arjen van Lith (1971) is schrijver, journalist en kunstenaar. Dit Trump-beeld is zijn eerste experiment in 3D. Grafisch werk van zijn hand verscheen eerder in het tijdschrift Paleo Psycho Pop (1999, 2001) en is opgenomen in de Free International University World Art Collection (F.I.U.).

Reageer >
 

Michail

13 september 2019 (8:43) | Eline Helmer | Geen reacties

illustratie van Anna Borisova

illustratie van Anna Borisova

‘Hallo schoonheid, hopelijk vind je het niet erg dat ik naast je kom zitten.’

Een vrij dikke man van rond de vijftig die zich voorstelt als Michail propt zich naast me op het bankje in de bus. Of zijn grote omvang komt doordat hij dik is, zoveel lagen kleding draagt of beide is niet helemaal duidelijk. Resultaat is echter hetzelfde, ik word tegen het vettige raampje van de bus gedrukt. Hij werpt een blik op mijn boek.

‘Je studeert zelfs in de bus? Welke taal is dat?’

Kort stel ik me voor.

‘Ik ben zelf een halve Duitser, in ben geboren in Stuttgart. Ik ben een kunstenaar, ik schilder, doe mozaïek, eigenlijk ben ik een soort homo universalis, ik zing ook nog buitengewoon goed opera namelijk, in het Italiaans, begrijp je? Maar weet je, schilderen is makkelijk, zelf kinderen kunnen het. Toen ik klein was schilderde ik op de ramen wanneer het vroor. Ik kreeg van iedereen applaus. Ben jij getrouwd? Nee? Hoe is het mogelijk, zo’n mooi meisje. Laat mij je advies geven, trouw een Duitser, die zijn netjes. Heb je zelfs geen vriendje? Weet je wat, laat mij je vriendje zijn, ik zal je bloemen brengen. Ik zal je leren schilderen, ik geef je een kwast en allemaal verschillende kleuren verf, je zult zien dat het je lukt. Het belangrijkste is dat je je hand traint, kijk zo.’

Steunend peutert hij een mini kladblokje uit zijn borstzak en trekt het potlood dat ik toevallig vast had vlug uit mijn hand. Hij kijkt me aandachtig aan en begint op het papiertje te krabbelen. Even denk ik hoe cool het zou zijn als hij me nu echt aan het tekenen zou zijn, als hij zo dat papiertje omdraait en er een echt portret staat. Hij laat mij het resultaat zien, een paar krassen en wat puntjes.

‘Kijk, je moet je hand gewoon trainen snap je. Luister, ik ga je mijn telefoonnummer geven.’

Hij begint te schrijven maar voordat het eerste cijfer goed en wel op papier staat trekt de bus plotseling op en schiet hij uit.

‘Kijk, ik ben dus een Duitser, ik hou van orde. Zo kan ik niet verder schrijven. We zullen moeten wachten tot de volgende bushalte, dan schrijf ik verder.’

Een aantal haltes verder staat het nummer op papier met daaronder ‘Michail, Kunstenaar.’

‘Mag ik ook even jouw nummer? Je hoeft voor mij niet bang te zijn hoor, ik heb een dochter zoals jij, ze is muzikant en speelt piano in het verre Oosten van Rusland. Ik moet nu naar een bespreking voor mijn werk, geef me je hand.’

Ik leg aarzelend mijn hand in zijn eelterige palm. De rug van mijn hand schuurt langs zijn stoppelbaard voor hij er met zijn ruwe lippen een kus op drukt.

‘Tot ziens, schoonheid!’

Ik kijk Michail na terwijl hij door de regen wegslentert. Romantisch eigenlijk, zo’n kunstenaar, denk ik bij mezelf. Terwijl de bus weer optrekt zie ik net hoe Michail vooroverbuigend zijn neusgaten leegt op het trottoir.

 

Eline Helmer (1993) begon na een BA Antropologie (University College Utrecht) en MSc Russische en Oost-Europese Studies (University of Oxford) in 2017 aan een PhD (University College Londen). Ze woont en werkt sinds 2015 in Rusland; eerst één jaar in Pskov, daarna in Sint-Petersburg en ze portretteerde voor Tirade mensen die ze ontmoet.

 

Reageer >
 

Alles is OKÉ

11 september 2019 (8:58) | Gilles van der Loo | Geen reacties

IMG_2246Afgelopen vrijdag dronk ik fluitjes met vriend-collega Ivo. Ik was blij hem mee te kunnen nemen naar een uitstekend café dat hij nog niet kende, en at een bar-ei hoewel ik niet aan het werk was.

Het ei was een solide 9+, wat veel meer over een café zegt dan alleen het vermogen van de barman een timer te zetten*.

Ivo nam ook een ei, pelde en praatte over zijn komende week te presenteren roman Alles is oké. Eigenlijk vertelde hij vooral over zijn gebrek aan zin in de aanstaande periode.

Omdat ik nog maar drie boeken heb geschreven en Ivo straks zijn vijfde titel het ongewisse in duwt, houd ik er in gesprekken met hem altijd rekening mee dat hij meer weet dan ik, en zo luisterde ik een tijdje semi-aandachtig naar zijn gesmurf over dalende verkopen en aanverwante ellende; over niet begrepen of gezien worden, en waar we het toch allemaal voor doen.

Ongeacht de droge plop die tegenwoordig na de meeste lanceringen te horen is, kan ik bijna niet wachten op die fijne fase rond de presentatie van mijn volgende boek. Ivo vertelde me niets nieuws, maar als de schrijver zélf al niet meer uitziet naar het verschijnen van zijn roman…

Als je het niet voor jezelf doet, dacht ik, doe het dan voor Alles is oké. Onze kinderen noch onze boeken zijn ermee geholpen dat we hen ons pessimisme opdringen.

Gelukkig is het makkelijk lachen met Ivo. Binnen een paar rondjes lichtte de avond op, en tegen twaalven fietste hij misschien iets opgewekter weg dan hij gekomen was.

Was de auteur zelf niet in staat te juichen voor dit boek, dacht ik, dan zou ík er zijn om Alles is oké op weg te helpen, als een naïeve maar geliefde peetoom.

* zie Laura van der Haar in de Volkskrant van 13-08-19.

________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en recensent. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

 

Reageer >
 

Van vergeten het dopje op de tube tandpasta te draaien tot Brexit

9 september 2019 (9:00) | Berthe Spoelstra | Geen reacties

 

Speak Bitterness foto Hugo Glendinning

Nergens is overlopen zo letterlijk als in het Britse House of Commons. Politiek is daar altijd al tamelijk theatraal geweest, maar de laatste tijd denkt de rest van de wereld meer dan ooit aan Shakespeare.

Zelf denk ik vooral aan de Britse theatergroep Forced Entertainment. Rond de oorspronkelijk beoogde datum van Brexit, 1 april (!) 2019, waren zij in Amsterdam. De leden van het collectief wilden op die angstaanjagende datum stevige voet aan Europees vasteland hebben en nodigden zichzelf uit in Frascati Theater. Op 29 maart speelden zij tot middernacht hun 6 uur durende voorstelling Speak Bitterness.

Daarin verhoudt het collectief zich tot moderne manieren van schuldbelijdenis zoals we dat dagelijks zien in parlementen, praatprogramma’s, kerken en showprocessen. De groep heeft zichzelf tot taak gesteld àlles wat is misgegaan te bekennen, van kleine dagelijkse dingen tot aan de grote mondiale tragedies. Van vergeten het dopje op de tube tandpasta te draaien tot genocide en dus ook Brexit. Ik heb begrepen dat er ook avonden zijn geweest die 24 uur duurden.

In die 6 uur ben ik maar één keer naar de wc geweest. Je kon ook tussendoor gaan roken of zelfs eten. Maar de 6 acteurs vraten zich zonder onderbreking al improviserend door deze avond zelfbevlekking heen. Afwisselend waren ze kalm, gekweld, kwaad. In wisselende formaties sloten ze mini-bondgenootschappen, die even later onherroepelijk weer werden opgebroken door een volgende fanatieke stoker. Binnen het collectief woedde een schitterende machtsstrijd, even politiek als menselijk. Ik vond het een simpele én treffende litanie van menselijk wangedrag. En een fascinerend voorbeeld hoe kunst politiek relevant kan zijn, net als in Shakespeares tijd.

Overigens moest Shakespeare zelf destijds (grofweg tussen 1585 en 1613) voorzichtig zijn met politieke uitspraken.  Zijn koningsdrama’s schreven tenslotte een moderne geschiedenis van directe voorgangers van de op dat moment heersende vorst. Niets is gevaarlijker dan uit de gratie vallen bij een regerende machthebber. Dat was het geval rond 1600 in Engeland en dat is nog steeds zo in grote delen van de wereld. En ook als je kop niet wordt afgehakt is het wel handiger om bij de winnende partij te horen. Misschien gaan toneel, literatuur en politiek uiteindelijk altijd over wie bij wie in het gevlij wil komen, persoonlijk en politiek.

Claire Marshall, kernlid van Forced Entertainment, zei op de avond van de 29e maart in een item van Nieuwsuur met onvervalste Britse humor: ‘At least we can’t build a wall’.

All the world’s a stage, and all the men and women merely players. Dat bewijzen Forced Entertainment en het Britse parlement met hun respectievelijke live improvised Shakespearean-House-of-Cards. Theater is politiek en politiek is theatraal entertainment.

 

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Recent kwam haar debuutroman Schemerland uit (Van Oorschot 2019). Voor Tirade schrijft ze over theater en literatuur.

foto Bas de Brouwer

 

 

Reageer >
 

< 1960 < 1970 < 1980 < 1990 < 2000 < 2010 <2020
 
2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
 
Nr.474/475
 
 
voorpagina