De knoop

29 June 2010 (10:17) | Wim Brands | Geen reacties

2010-06-29_113633

Soms, zoals net, ik zit een beetje te somberen, ondanks het mooie weer, lees je bij toeval een gedachte die werkt als een schop onder je kont.

De filosoof Henk Oosterling, lees ik, zei dat we goed moeten beseffen dat we niet in de knoop zitten maar dat we de knoop zijn.

reacties >
 
Naam:
E-mail:
Website:




Gemakzuchtig idee

28 June 2010 (8:51) | Wim Brands | Geen reacties

Ik kom thuis nadat ik heb gezwommen, loop naar m’n computer, streel het toetsenbord en controleer de mail. De snelheid van de verbinding is geruststellender dan welke golfslag ook. Er daalt een grote kalmte in mij neer.

’s Middags heb ik het tijdschrift The gentlewoman gelezen. Mooie interviews, onder anderen met Alice Rawsthorn, designcritica van de International Herald Tribune. Over communiceren zegt ze: ‘People moan about email taking up too much time, but for me it’s the opposite’.

Ik deel die mening en ik begrijp Arnon Grunberg die vertelde dat niet bij z’n mail kunnen zijn grootste angst is.

Intussen groeit gestaag de stapel boeken waarin kritiek wordt geuit op de nieuwe mens die geen dag meer zonder internet kan, die geen rust meer kent.
Susan Maitland schreef zo’n boek.
Joke Hermsen.

Ik ken mijn mystieke klassiekers. Ik weet wat stilte is. M’n vrienden zullen het beamen. Ik weet wat versterven is, opgeven… maar wel graag met een computer bij de hand, ja! En ik denk vaak aan Flaubert als er weer eens wordt geopperd dat het toch aardig zou zijn om een tijdje te leven zonder al die moderne verworvenheden. Heb ik zelf ook wel eens overwogen.

2010-06-28_113548Maar dan is er gelukkig Flaubert. Hij legde tijdens zijn leven lange lijsten aan van ‘idées recues’. Gemakzuchtige ideeën over de wereld, die niet kloppen, maar door bijna iedereen voor waar worden aangenomen. Dat we door de moderne technologie, onze gejaagde levens, die andere tijd niet meer kennen is zo’n idee.

De Duitse filosoof Rudiger Safranski hield ook eens een pleidooi voor rust, voor het vinden van een plek die in ons in staat zou stellen in onszelf af te dalen. Direct na verschijnen van zijn boek doorkruiste hij de wereld om deze boodschap te verspreiden.
Vliegtuig in.
Vliegtuig uit.

reacties >
 
Naam:
E-mail:
Website:




Werner Herzog

27 June 2010 (21:29) | Wim Brands | Geen reacties

Het was een prachtige avond. De zonsondergang leek niet echt, straks een volle maan… Waar – om Gerard Reve te parafraseren – hadden we het aan verdiend? Ik liep tussen de varkens. Er was ook een koe, en een jonge stier. Dieren die waren vrijgekocht uit de bio-industrie. En deze boerderij was aangekocht om ze alsnog een mooi leven te bezorgen.
Ik juich verzet tegen de bio-industrie toe.

Toch voelde ik me ook ongemakkelijk. Ik ben op het platteland opgegroeid, tussen boeren die nog geen bioboeren waren en heb gezien hoe ze met hun dieren omgingen; hoe boerenknechten met een simpele klak van de tong een paard konden bedaren, hoe ze ganzen die sissend op je afkwamen met een zwaai van de arm een andere kant op dirigeerden. Ze spraken de taal der dieren.

Op de boerderij waar ik op deze prachtige avond was, liep trouwens ook een gans. Eén gans. Dat vond ik vreemd. Waarom niet meer? Ganzen horen in gezelschap te leven. En toen zag ik dat de jonge stier een varken te lijf ging. En hoorde hoe de jonge dwaas door een medewerker van de dierenreddingsboerderij werd toegesproken. ‘Eigenlijk moet je zijn gedrag negeren,’ zei hij nog tegen me, alsof hij het over een boze mensenpuber had. Maar hij sprak de jonge stier liefdevol bestraffend toe. Inderdaad, alsof hij het tegen een mensenpuber had.

herzogIk zag de boerenknechten uit mijn jeugd hoofdschuddend aan de kant staan. Wie liet er nou een jonge stier tussen de varkens, vrij op het erf. En ik dacht aan de hoofdpersoon uit de film van Werner Herzog, Timothy Treadwell, die tegen beren praat alsof het zijn schoolvrienden zijn. Treadwell is helemaal niet bezig met het redden van beren. In zijn hoofd speelt zich een heel ander avontuur af.

En ik kreeg het benauwd, daar op dat erf. Geen kwaad woord over mensen die de bio-industrie bestrijden, die dieren willen redden, maar waarom gaat dat redden uiteindelijk toch zo vaak over het redden van de redders zelf?

reacties >
 
Naam:
E-mail:
Website:




Herinneren (1)

26 June 2010 (8:06) | Wim Brands | Geen reacties

Er werd mij gevraagd of er iemand is die ik me wil blijven herinneren.
Ik mocht maar één persoon kiezen. Ik koos mijn grootvader.
Aan wie ik wel eens een gedicht heb gewijd dat begon met de regel: hij had een bokkenwagen en een kraai.
Mijn grootvader was boer. Op zondagmiddagen maakte ik wandelingen met hem. Ook toen ik al een lastige, opstandige puber was geworden maakte ik nog zo’n wandeling met hem.

Een soort kerstverlof in het heetst van de strijd.

20572Die wandelingen zijn me bijgebleven omdat mijn grootvader, die in zijn leven nooit echt op vakantie is geweest en voor wie het buitenland eigenlijk al aan de andere kant van de rivier begon, omdat mijn grootvader, die overigens ook maar drie jaar op school had gezeten en toen voorgoed was weggelopen, het landschap kon lezen zoals ik daarna nooit meer iemand heb zien doen. Ik weet nog hoe mijn Ierse setter op een middag nerveus rond het struikgewas liep en mijn grootvader zei dat hij een dode fazant rook. Waarschijnlijk ’s ochtends neergeschoten door een jager die het dode dier niet hadden weten te vinden. Hij vond de fazant, nog voor de voor de hond hem vond. En stelde vast dat we hem ’s avonds nog konden eten. Mijn grootvader wist niet wat een glanzende kiemcel was, maar hij begreep wat het betekende.

reacties >
 
Naam:
E-mail:
Website:




Over wandelen in de stad

25 June 2010 (8:20) | Wim Brands | 1 reactie

HolmanIemand wandelt door Parijs. Hij wandelt veel, zijn voeten verkennen de stad. Zijn denkende voeten. Hij kijkt ook de hele tijd omlaag. Zo zie je meer van een stad dan wanneer je omhoog kijkt. Ik heb het ook uitgeprobeerd in mijn eigen stad. Het klopt.
Van de weeromstuit heb ik ook mijn ogen op een bepaald moment dicht gedaan, denkend aan de blinde schrijver John Hull die beschrijft hoe onweer  klinkt als je onder een zinken dak staat.

Ik hoorde een boot langskomen, het geklots van water, twee mannenstemmen, er passeerde een fietser die een mobiel gesprek voerde, ik hoorde het zoemen van fietsbanden, kraaien, en in de verte zelfs het fluiten van de papegaai van de buren, die mij miste.

Ik kon, als ik dat wilde, met mijn ogen dicht door de hele wereld reizen. Net zoals de blinde avonturier James Holman, dat in de negentiende eeuw deed.

reacties >
 

Dag Wim,

goed dat je A. Marja nog eens onder de aandacht bracht.
En wat het lopen door de stad betreft: jij kijkt in je eigen stad omlaag, omdat je de stad kent. Een nieuwkomer kijkt om zich heen. Vandaar dat je instinctief weet aan wie je de weg moet vragen als je zelf een vreemde bent. Je ziet aan de blik in iemands ogen of hij weet waar hij is.
Mooie stukjes elke dag, hou vol!
Ariejan

Reactie van Ariejan, June 25, 2010 @ 2:47 pm

 
Naam:
E-mail:
Website: