Universele Pas

15 juli 2017 (4:59) | Arjen van Lith | 1 reactie

badge

‘Duitsers,’ zei mijn opa altijd, ‘Duitsers reageren sterk op autoriteit.’ Hij trok er dan een samenzweerderig glimlachje bij, alsof ik dat nog nooit eerder had gehoord.

Nu is iedereen dood, maar in mijn familie circuleerden destijds tegenstrijdige verhalen over het oorlogsverleden van mijn grootouders, die tijdens de hongerwinter in Amsterdam kunst verzamelden, aan gezinsuitbreiding deden en zich een inpandig dienstmeisje konden veroorloven. Er gingen geruchten over zwarte handel, maar als ik mijn opa moest geloven, had hij zich brandschoon, met louter panache en in vlekkeloos Duits door de oorlog heen geblaft.

Het zou kunnen. Mijn opa had – net als mijn vader trouwens – aangeboren overwicht. Voor wie hem niet kende: hij deed sterk denken aan de martelende nazitandarts Christian Szell, der weiβe Engel in The Marathon Man, vooral als hij over je heen boog om welterusten te zeggen.* Daarbovenop had hij een invasief, snerpend stemgeluid dat je zelfs op gedempt volume achterliet met een hinderlijke tuut in je oren, zoals na een zware explosie. Dat had mijn vader minder, maar nog altijd genoeg om een reclamespotje waarin hij wasverzachter aanprees vroegtijdig van de buis te halen.

Ik heb dat allemaal niet meegekregen. Ik ben een zachtgekookt ei met een omfloerste klankkleur die zich verontschuldigt als hij genegeerd wordt. Wanneer ik iets gedaan wil krijgen, moet ik mijn autoriteit aan iets anders ontlenen dan mezelf. Als kind – stiekem nu nog steeds – dagdroomde ik regelmatig van een passe-partout, letterlijk een Universele Pas of badge die bij vertoon alle deuren voor me zou openen; van de G7 tot de Wimbledonfinale tot backstage bij Madonna. In mijn schoolschriften schetste ik ontwerpjes met adelaars en schilden en ik experimenteerde met drieletterige afkortingen die top secret overkwamen. Later kwam daar nog de magneetstrip bij, zodat ik bijvoorbeeld ook zwaarbeveiligde deuren eenvoudig open kon swipen.

Een Universele Pas verdient een eigen lederen hoesje, liefst met een corresponderende slagstempel van het logo erin. Elke Universele Pas, hoe imposant ontworpen ook, verliest namelijk meteen z’n geloofwaardigheid als je hem tussen je OV-chipkaart en je zwembadabonnement uit je portemonnee moet vissen. Sterker nog, je hebt zo’n lelijke, volgestouwde portemonnee helemaal niet meer nodig. In een ideaal scenario is de Universele Pas niet alleen een wettig betaalmiddel, maar ook een zichtbare verbetering van je silhouet. Voorwaarde is wel dat het hoesje een flap heeft die je zuchtend met een routineuze polsbeweging kunt openklappen als iemand vraagt wat je komt doen. In de publieke ruimte, zeg een openbare crime scene waar je graag bij wilt zijn, is zo’n flap ook handig om je Universele Pas nonchalant aan je broeksband te hangen, dat is chiquer dan een trekkoord.

Het finale design van mijn Universele Pas ben ik nog aan het fijnslijpen, maar toch heb ik van de week alvast een nieuw pak gekocht voor als ie straks helemaal af is. Zwart met een groenige waas, een beetje zoals Agent Smith in The Matrix.** En een bijpassend oortje met een transparant, gedraaid snoer dat verder nergens naartoe leidt, maar gewoon los achterin de boord van mijn overhemd verdwijnt. Als ik in mijn mouw praat lijkt het net echt.

Mocht ik volgende week niets van me laten horen, dan ben ik op pad met mijn Universele Pas. Om te testen. Om eerst een paar proefrondjes te draaien voordat ik ‘m definitief laat lamineren.

_______________

* (1976) Gespeeld door Laurence Olivier.

** The Wachowski’s, 1999.

 

Arjen van Lith is journalist en schrijver. Hij debuteerde in 2015 met de verhalenbundel Mijn Snor bij De Harmonie en publiceerde diverse korte verhalen in (literaire) tijdschriften. De meeste maanden van het jaar woont hij in Austin, Texas, waar hij werkt aan een bundeling van de brieven die hij ooit aan zijn kapper schreef, en aan een roman over zijn opgroeien in dorpsmetropool Krommenie.

1 reactie >
 

Verstoorde man

14 juli 2017 (13:13) | Marko van der Wal | Geen reacties

In een boekhandel liep een vriendin me tegen het lijf terwijl ik net wegdroomde bij het aanbod van de Boekenweek. Met de film Poesía sin fin van Jodorowsky nog vers in het geheugen dacht ik aan hoeveel bomen er moesten zijn omgehakt om literatuur te maken. Kasten vol ontworstelingen aan, afrekeningen met, het laatste woord over. Misschien is vertrekken uit een land en je dan op de kunsten storten, zoals Jodorowsky, een beter recept dan gewoon maar beginnen aan het schrijven van dat boek.

‘Lang niet gezien – hoe is het?’

‘Ik zit nog in de wintertijd.’ De heerser weet zijn ware gevoelens te verbergen, zegt Machiavelli. Ik liep leeg.

Ik zat niet lekker in mijn vel en werd daar bij vlagen een beetje getikt van. Schrikachtig ook. Op het pleintje begon ineens een man te schreeuwen tegen iemand. Vorig voorjaar stond ik in een winkel met mijn zusje toen er op een naburig terras plotseling werd geschoten. Er stormde een horde door de steeg onze kant op, bierglazen vlogen door de lucht en inderhaast probeerde iedereen, buiten én binnen, een goed heenkomen te vinden. De eigenaar van de winkel deed gelijktijdig de deur op slot, wat ik pas echt eng vond, en met dezelfde zenuwen als na Charlie Hebdo* zagen we dat er van de verschrikkingen die we ons voorstelden geen sprake kon zijn. Je spieren onhouden zulke dingen, net als mijn vingers hun pianomuziek.

‘Een ongeluk?’ zei die vriendin.

‘Nee, iemand wordt uitgescholden omdat ze op een een bankje zit,’ zei ik zo kalm als een overledene.

‘Je kunt je afvragen wat erger is.’

Na afloop van het gesprek doolde ik onrustig rond in de boekhandel, omdat ik het gesprek niet wilde moeten hervatten als ik haar voor nog eens zou passeren. Ik wachtte totdat ze weg zou zijn op de overloop waarvandaan je de ingang goed in de gaten kan houden. Er liep een jongeman binnen met naast zich een vrouw in een lange zwarte jas. Een schicht in het voorbijgaan was ze, en van een muizigheid die ik meende te herkennen van jaren geleden. Alleen al het idee: daar is ze weer, de Gestoorde Vrouw. Ik zag, terwijl ze de trap naar boven namen, dat haar haren slordig waren opgestoken en dat die knul een wandelende zak hooi was die zich had laten ringeloren. Niet naar de kunstboeken, in vredesnaam!

Bij paniek reageert een haan op z’n zachtst gezegd ambigu. Hij is geprogrammeerd als prooidier maar gedraagt zich graag als rover. Bij acuut gevaar ziet hij zich geconfronteerd met een instinctief dilemma: hij weet niet of hij moet vluchten of aanvallen en door deze in zichzelf tegenstrijdige reactie valt hij meestal om. Ik laat hier mijn melodramatische gevoelens maar achterwege – iemand had godverdomme weer de deur op slot gedraaid. In afwachting van de confrontatie met de Gestoorde Vrouw staarde ik zogenaamd onbewogen naar een boek met werk van Anselm Kiefer dat al een tijdje voor me had gelegen. Die vriendin van daarstraks stond nog steeds beneden en ik snakte nu echt naar het moment dat ze weg zou gaan.

Het stel kwam de trap op, hij iets lager op de treden dan zij, maar zij was het helemaal niet. Het duurde een paar minuten voordat ik naar beneden besloot te gaan om die vriendin tot ziens te zeggen, en nog weken voordat ik gewend was aan de zomertijd.

 

* Die anekdote komt een andere keer.

Marko van der Wal (1989) is opgeleid als classicus, redacteur van Tirade en werkt bij Uitgeverij Van Oorschot. Sinds drie jaar blogt hij voor tirade.nu.

Reageer >
 

Woelachtig en wederstrevig

13 juli 2017 (11:57) | Menno Hartman | Geen reacties

demontherlantAls gereformeerde jongen kreeg ik de bijbel in drie leessessies per dag toch wel een keer of twintig van kaft tot kaft voorgelezen tot mijn 18e. Je houdt er minstens een belangstelling voor wijsheid en poëzie aan over. En er zijn stellig wat minder gunstige geestelijke krasjes. Prediker en Spreuken vormen dan een voortdurend summum.

Neem dit stukje nou:

In de schemering, in den avond des daags,
in den zwarten nacht en
de donkerheid; En ziet,
een vrouw ontmoette hem
in hoerenversiersel, en met het hart op
haar hoede; Deze was woelachtig en
wederstrevig, haar voeten bleven
in haar huis niet.*

Prachtig! Het was geloof ik niet de bedoeling dat we daar door geïntrigeerd raakten, veeleer gold iets dergelijks als waarschuwing. Maar het is pure poëzie. De bijbel zonder de kinderbijbel-laag is een rauw meesterwerk. Prediker stond de jeugd een twijfel toe die ongeëvenaard was

Daarom haatte ik dit leven, want dit werk dacht mij kwaad, dat onder de zon geschiedt; want het is al ijdelheid en kwelling des geestes. Ik haatte ook al mijn arbeid, dien ik bearbeid had onder de zon, dat ik dien zou achterlaten aan een mens, die na mij wezen zal.

Food for thought. Een dergelijke zwartgalligheid, die ik altijd als bevrijdend heb ervaren kwam ik later tegen bij denkers als Emile Cioran, en Nietzsche. Op zeker moment liep ik, behapbare wijsheden zoekend tegen De Montaigne aan, later las ik Balthasar Gracians Handorakel en kunst van de voorzichtigheid.  Een meesterwerk dat je vaak kunt lezen en langzaam tot je moet nemen. De apotheose van cynisme blijft voor mij Machiavelli, De heerser. Ook de Persoonlijke notities van Marcus Aurelius houd ik maar bij de hand. Een nieuwe vondst is Seneca. Recent las ik Innerlijke rust een brief van Seneca, prachtig vertaald door Vincent Hunink, met evenwel het onnozelste nawoord dat ik ooit zag. Hunink herhaalt pagina’s lang wat we zojuist in zijn heldere vertaling zo sprankelend uiteengezet zagen. Waarom toch?

Ik ben dus stoïcijn geworden, lees met veel genoegen aanbevelingen van Seneca die als je ze leest voor de handliggend lijken, maar water is ook zelden verrassend maar lest de dorst.

Wat moet je dus doen als je in een periode komt met minder speelruimte in het openbare leven? Neem wat meer tijd voor jezelf en voor het schrijven. Doe net als bij een gevaarlijke zeereis: zoek geregeld een haven op. Wacht niet tot je aan de kant moet, gá even aan de kant.

Mijn jongste liefde op dit vlak geldt Henry de Montherland, die ik leerde kennen door het persoonlijk handorakel van Theo Kars Praktisch verstand. Montherland biedt een uitgelezen combinatie van hedonisme, cynisme, praktisch verstand en stoïcisme. Een heel mooie combinatie van hardheid en zachtheid is deze man.

Het geloof? Ontslag van de intelligentie. De hoop? Ontslag van het karakter. Barmhartigheid: de enige van de godsdienstige deugden die niet aan te vallen is.**

——-

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade. Schreef hier eerder over Theo Kars.

 

 

*tendentieuze regelval van mij.
** vertaling Ed. Jongma

Bewaren

Reageer >
 

Dansen #2

12 juli 2017 (9:30) | Gilles van der Loo | Geen reacties

IMG_5237 2Verkleed als ninja dronk ik lauw bier in de middagzon terwijl de andere ouders – de meesten hadden het gelaten bij zo’n maskertje dat alleen een strook rond de ogen bedekt – praatten over waar het dan ook is dat je over praat als je nuchter op een schoolfeest staat. Hoewel ik zeker dertig ouders kende viel het me zwaar mee te doen met de gesprekken of zelfs maar bij een van de clustertjes aan te sluiten.

Mijn ongemak was dat van iemand die op proef is aangenomen bij een nieuw bedrijf en omdat er toch een borrel gepland stond ook maar is uitgenodigd, hoewel hij er nog geen dag gewerkt heeft. B, die ongevoelig lijkt voor ongemak, was ik al een halfuur kwijt. Ik zag haar af en toe, lachend, geïnteresseerd, betrokken. Niet zo godvergeten zelfbewust.

Nadim stuiterde rond in het Batmanpak dat die ochtend met de post gekomen was en hem op zijn tiende waarschijnlijk nog steeds en beter zou passen. Ik wilde niet een vader zijn die teveel dronk op het schoolfeest van zijn zoon, maar bestelde nog twee lauwe biertjes. Omdat ik Birre weer even niet kon vinden dronk ik ze in mijn eentje op terwijl de massa van het achterplein richting de gymzaal liep, waar de conciërge net de discobal had aangezet.

Ik zou het doen voor Nadim en voor mezelf, omdat ik weet dat de herinnering aan ongemak slijt. Alleen geluk of verdriet blijft over. Binnen, zittend op een gymbankje, contempleerde ik de diepte van mijn onvermogen toen Pharells Happy werd ingezet en ik wist dat het nu echt gebeuren moest. Ik duwde mijn houten zwaarden aan de kant en streed de dansvloer op.

Tegen het einde van het nummer zwierde ik rond met een van Nadims klasgenootjes onder mijn arm en mijn eigen jongen op mijn nek. Na een track of vijf gingen de tl-balken in het plafond aan en bleek het tijd om naar huis te gaan. Nadim koos voor het zadel op mijn stang en samen met zijn moeder reden we naar huis. Omdat ik die avond nog een werkafspraak had kleedde ik me snel om terwijl B onze zoon naar bed bracht. Ik gaf hem een kus op zijn gloeiende voorhoofd en rende de trappen af voor een middellange fietstocht naar Noord.

Aangekomen bij het restaurant vond ik mijn collega aanvankelijk niet. Toen ik voor een tweede keer een rondje liep spotte ik hem aan een lange tafel met een groepje mannen dat ik in Suriname had leren kennen. Een landschap van leeg glaswerk stond tussen hen in. Mijn kennissen zijn warme mannen met een bot gevoel voor humor. Omdat er mezcal was dronk ik dat, met een koud biertje erbij voor de verkoeling. Heel geleidelijk liet het ongemak me los.

De avond liep uit de hand. Van de werkbespreking kwam niets en tegen enen zat ik in de zoveelste kroeg toen ik opeens een sterke aandrang om te dansen voelde. Onrust in mijn benen, een honger in mijn onderbuik en de neiging me voorover in wat dan ook te storten. Ik dwong mijn collega mee te gaan naar een pakhuis vol twintigers en deed al snel een dansje aan het einde van de lange bar. Mijn zwager kwam binnen met een paar vrienden. Er werd meer bier gehaald. Terwijl ik sprong en zweette dacht ik aan hoe Nadim zijn glas cola met twee handen had vastgehouden wanneer hij er tussen het dansen door uit dronk. Alsof hij te opgewonden was om het met één hand voor elkaar te krijgen.

Ik weet dat er zoons bestaan die zich een leven lang afvragen waarom ze niet méér zoals hun vader kunnen zijn. Ben ik de enige vader die meer op zijn zoon wil lijken?

Terwijl ik naar de pont fietste bedacht ik dat er ergens tussen kind zijn en volwassen worden iets tragisch gebeurt. Wanneer iemand zonder trauma opgroeit zal het exacte moment waarop niet makkelijk te duiden zijn, maar tussen dat Batmanpak en het nemen van een hypotheek ontstaan er dammen in de stroom. Wat van nature in je opkomt moet schijnbaar van de ene op andere dag door een strenge censuur voordat het in doen kan worden omgezet.

Ik keek naar mijn stad daar aan de andere kant van het IJ en herinnerde me een gesprek met Nadim een tijdje terug. Hij had me gevraagd waarom ik huilde.

‘Omdat ik gelukkig ben, lief.’

‘Maar als je gelukkig bent dan hoef je toch niet te huilen?’

‘Ja,’ zei ik, en lachte. ‘Dat klopt.’

De interpretatie van een moment wordt met de jaren sterker dan het moment zelf, tot ook piekervaringen gepaard gaan met gedachten als Ik ga dit allemaal verliezen. 

 _________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Op 23 oktober van dit jaar verscheen zijn nieuwe en sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

Reageer >
 

Rot

8 juli 2017 (15:05) | Arjen van Lith | 1 reactie

kies

Youth is wasted on the young.’ Deze uitdrukking wordt zowel toegeschreven aan Oscar Wilde als George Bernard Shaw, maar zelf hoorde ik ‘m voor het eerst op een drukkende zweetzomernamiddag in 1992 van filosoof P. – ook een Ier – met wie ik weleens lauwe pils dronk en jongens keek in cruisebar April.

Ik was net twintig en nog lang niet uitgehard; hij ergens tussen de veertig en de dood, met een opgezette lever en haren uit zijn oren. Hij droeg een piskleurig overhemd met een versleten boord en een bordeauxrode das die hij af en toe gebruikte om zijn bovenlip droog te deppen. Het gebied van zijn oksels tot zijn navel kleurde een nog diepere tint pis, alsof zijn transpiratievocht zelf ook geel was.

Even daarvoor hadden we het over James Joyce gehad. A portrait of the artist as a young man, stream of consciousness, Bloomsday. Ik hing aan zijn lippen, maar had tegelijkertijd ook een stijve voor het roodharige afwassertje met sproetjes op zijn schouders dat ondanks de roterende bar zijn blik onafgebroken op me gericht hield.

Hold that thought,’ onderbrak ik P. en gleed van mijn kruk richting de spoelbak. Om zijn nek droeg het afwassertje een ketting met een kogel eraan en hij pijpte niet onverdienstelijk, maar meer dan het woord ‘lekker’ in vragende dan wel bevestigende vorm kwam er niet uit. Toen ik terugkwam bij ons tafeltje was P. verdwenen.

(…)

Ik zou ook zijn weggelopen, denk ik voor het eerst op kerstnacht 2007, voor de spiegel in de toiletruimte van RTL Nieuws. Ik ben net klaar met mijn avonddienst en mijn mond bloedt. Een rotte, wankele kies, helemaal links bovenin, verspreidt de geur van mijn eigen bederf. In het ritme van mijn hartslag drijft mijn lichaam de kies steeds een stukje verder uit mijn kaak.

Tijdens het inspreken van een reportage over de verkiezingen in Uzbekistan had ik het al gehoord: met name bij het voorlezen van de naam van presidentskandidaat Axtam Shoymardonov ratelde mijn gebit als losse kasseien in m’n mond. Op mijn dictie valt weinig aan te merken, maar die kies kan me mijn baan kosten.

Met pure wilskracht en de dop van een Bic pen weet ik de kies steeds losser te wrikken tot die in de wasbak valt. Terwijl ik het bloed van mijn vingers spoel, kijk ik in de spiegel. Mijn linkerwang lijkt een klein beetje dieper ingevallen dan de rechter, maar dat hoeft op zich geen nadeel te zijn. Debbie Harry heeft dit nota bene vrijwillig – tegen betaling – laten doen, maar dan aan beide kanten. Voorzichtig tast ik met mijn tong het nieuwe gat af. Het voelt nog een beetje onwennig, maar misschien valt het later mee, zeg ik tegen mezelf. Misschien word je pas interessant als het verval intreedt.

 

____________________________

 

Arjen van Lith is journalist en schrijver. Hij debuteerde in 2015 met de verhalenbundel Mijn Snor bij De Harmonie en publiceerde diverse korte verhalen in (literaire) tijdschriften. De meeste maanden van het jaar woont hij in Austin, Texas, waar hij werkt aan een bundeling van de brieven die hij ooit aan zijn kapper schreef, en aan een roman over zijn opgroeien in dorpsmetropool Krommenie.

1 reactie >
 

Gestoorde vrouwen

7 juli 2017 (11:17) | Marko van der Wal | Geen reacties

Het was aanvankelijk mijn bedoeling geweest om vandaag een stukje te schrijven over Salomé van Richard Strauss. De opera was afgelopen maand te zien als onderdeel van het Holland Festival, in de enscenering van Ivo Van Hove. Menno Hartman schreef er gisteren al over, dus zijn zetten zal ik hier niet herhalen; ik gebruik het maar even als een startpunt.

Salomé draait om de wraak van een vrouw met een obsessie. Salomé valt hopeloos voor Johannes de Doper (Jochanaän), de heilige man die door haar stiefvader koning Herodes is opgesloten uit angst voor religieuze implicaties, maar hij wijst haar af. Herodes begeert onderwijl zijn stiefdochter en wil dat zij tenminste eenmaal voor hem zal dansen. Hij belooft haar alles te geven wat zij maar wenst, waarop zijn herhaaldelijk zingt : ‘Gib mir den Kopf des Jochanaäns!’ Het zal haar wraak zijn, omdat ze weet dat als gevolg van diens dood het paleis van Herodes ineen zal storten.

Maar wat het voor mij nog interessanter maakt is dat ze met Johannes ook haar grootste verlangen vermoordt. Haar verliefdheid slaat om in een obesessie en het voetstuk waarop zij hem plaatst wordt zo hoog dat de val onvermijdelijk de allerdiepste zal zijn. Wat Salomé  het meest begeert moet kapot, omdat ze het niet kan krijgen. Om maar eens een platte rokersmetafoor van stal te halen: liever helemaal geen shag dan shag zónder vloei.

Ik heb wel iets met obsessieve vrouwen. Ooit schreef ik een artikel over Elektra als karakter in de gelijknamige tragedie van Sophocles. Ik legde haar naast de symptoombeschrijvingen van het psychodiagnostische handboek DSM (zie ook hier) en concludeerde dat Elektra weliswaar psychopathische trekken vertoont maar niet geheel binnen het hedendaagse ziektebeeld valt. Ze scoort hoog op obsessief gedrag waar het gaat om haar vader Agamemnon. Dat is ook niet vreemd aangezien hij vermoord werd door zijn oorspronkelijke vrouw Klytaimnestra toen hij bij terugkomst uit Troje Kassandra meebracht. Elektra zint op wraak omdat haar moeder zelf ook een nieuwe vrijer heeft opgedaan en komt daardoor tot het volgende: haar moeder moet dood. En die vrijer trouwens ook. Iedereen die haar obsessie, het eerbewijs aan Agamemnon, in de weg heeft gestaan gaat eraan. Ter vergelijk: Salomé helpt in de eerste plaats het object van haar obsessie zelf om zeep.

Mijn verbinding tussen de literaire gestoorde vrouw en de (medische) werkelijkheid bleek iets voorspellends in zich te dragen. Niet lang na de publicatie van het stuk over Elektra ontmoette ik er zelf een. Met Elektra hadden haar uitspattingen minder te maken (ook niet in de freudiaanse zin) maar haar fixatie nam wel bijna tragische vormen aan. Ik kreeg op een gegeven moment in de gaten dat, hoewel ik die opera nog niet kende, ze meer gemeen had met Salomé. Ik maakte me uit de voeten voordat de vriendschap zou eindigen als een opera of tragedie gewoonlijk eindigt, en nam me voor voortaan alleen nog met dit soort types in aanraking te komen in kunst en literatuur.

 

Marko van der Wal (1989) is opgeleid als classicus, redacteur van Tirade en werkt bij Uitgeverij Van Oorschot. Sinds drie jaar blogt hij voor tirade.nu.

Reageer >
 

Salomé als opera

6 juli 2017 (10:59) | Menno Hartman | Geen reacties

Beardsley-peacockskirtTwee millennia bekreunen we ons al om de betekenis van Salomé, de vrouw die het hoofd van Johannes de Doper vorderde, nadat ze voor haar stiefvader Herodes had gedanst. De Bijbel is er natuurlijk kort over, in Markus en Mattheus. Oscar Wilde psychologiseert en sexualiseert de handeling in zijn gelijknamig toneelstuk. Richard Strauss gebruikt Wilde’s libretto voor zijn opera die ik gisteren zag in een hele mooie enscenering van Ivo van Hove.

‘Ah! wonderful! wonderful! You see that she has danced for me, your daughter. Come near, Salome, come near, that I may give thee thy fee. Ah! I pay a royal price to those who dance for my pleasure. I will pay thee royally. I will give thee whatsoever thy soul desireth. What wouldst thou have? Speak.’

Er wordt tegenwoordig vooral door IS nog wel eens onthoofd, speciaal in de hoofdstad Mosul, die de Irakezen nu langzaamaan symbolisch aan het loshakken zijn. En in Saoedi Arabië behoort onthoofding nog tot de reguliere strafmaatregelen. Als we ons even buiten de invloedssfeer van de bijbel stellen, dan is Johannes de Doper vooral een vervelende SGP-er die er moeite mee had dat Herodias, Salomé’s moeder van haar vader gescheiden was, terwijl hij nog leefde. In deze tijd maakt haar dat vooral een verstandige vrouw. Herodes, Salomé’s stiefvader, is een Nabokoviaanse Humbert Humbert avant la lettre, hij vindt zijn stiefdochter aantrekkelijker dan zijn vrouw, en gebruikt zijn huwelijk om nader tot zijn stiefdochter te komen.

Wilde’s erotisering van het thema is eigenlijk opmerkelijk. Hij schuift de christelijke implicaties terzijde en laat Salomé’s  crush voor Johannes vooral een fatal attraction zijn. Ze accepteert zijn nee niet. En ze is een narciste: Johannes weigert naar haar te kijken – en wie haar ziet weet ze, zal zeker voor haar vallen. ‘Thine eyes that were so terrible, so full of rage and scorn, are shut now. Wherefore are they shut? Open thine eyes! Lift up thine eyelids, Jokanaan! Wherefore dost thou not look at me? Art thou afraid of me, Jokanaan, that thou wilt not look at me?’

In het toneelstuk, het libretto en in de opera is een centrale rol ingeruimd voor ‘De dans van de zeven sluiers.’ Voor de vroege kerkvaders is de dans een afschuwwekkende bezigheid. Wat doet Salomé in deze dans precies? In Van Hoves enscenering is het een fraaie combinatie van verleiding van Herodes die feitelijk niet meer verleid hoeft, zijn belofte heeft hij immers al gedaan. Het is dan meer een pijniging, een straf, ze toont hem wat hij niet krijgen kan. Ze voelt zelf in haar dans dat wat zijzelf niet krijgen kan: haar lichamelijke liefde voor Johannes uit zij in deze dans.

De dans van Salomé is een dans van vergeefse verlangens, is schoonheid dus van wat er niet is, is spijt en rouw. De zeven sluiers zijn dan ook eerder rouwsluiers. Geen striptease in Van Hoves enscenering, maar sluiers die gezichtsverlies en rouw beduiden. Het is een van de vele prachtige keuzes in deze uitvoering.

——-

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Reageer >
 

Dansen

5 juli 2017 (8:57) | Gilles van der Loo | Geen reacties

IMG_4424 2Na het eten, afwassen, voorlezen en instoppen dronk ik een glas wijn op de bouwsteiger voor ons huis. In de avonduren leent het ding zich als een wiebelige maar doeltreffende veranda.

Mijn vriend Joris liep langs en klom omhoog om naast me te zitten. Het gesprek kwam op dansen, en ik realiseerde me dat ik daar al een tijdje over wilde schrijven.

Vroeger danste ik op alle feesten, in elke club en huiskamer. Mijn avonden eindigden pas wanneer de lichten aangingen en de muziek stopte.

Ik herinner me de vrijheid van bewegen en dat ik aanstekelijk kon zijn, een feestje los wist te trekken.

Niet alle muziek deed het voor me, maar ik had de mazzel dat er in en om het centrum een paar plekken waren waar soul en Hip-Hop gedraaid werd. Springen, zweten, lachen. Juichen. Stuiterend de dansvloer over.

Ik schonk Joris bij en vroeg me af wanneer ik voor het laatst gedanst had. Echt gedanst: omdat het moest, omdat ik niet stil kon blijven staan. Helemaal voor mezelf, maar samen met anderen.

Tien jaar geleden? Twaalf?

Onze zoon Nadim danst graag en wil altijd dat we meedoen. Natuurlijk sta ik dan op en zwieren we samen een tijdje, maar het is nooit wat ik ervan verwacht. Zelfs in mijn eigen huiskamer met mijn eigen kind verzwaart de zelfbewustheid mijn benen.

Het probleem is misschien dat ik nog nooit nuchter heb gedanst. De remmen moeten eerst losgeweekt, de stugheid uit mijn heupen gespoeld. Als ik nuchter ben lijkt het ritme vooral van buiten me te komen, iets te zijn waarop ik me concentreren moet. Hoe langer je niet danst, lijkt het, hoe moeilijker het is er weer mee te beginnen. Met de jaren voelt een lijf zwaarder en zwaarder, alsof de aarde zelf het tegenhoudt.

De vraag rijst wat ik te verliezen heb. Op zijn ergst ziet het er niet uit, maar steel ik wel harten. Probeer maar eens een slechte danser te haten.

Hoewel je er ook andere emoties mee uit kunt drukken is dansen vooral vreugde. Een soort vreugde die ik bij het tikken van dit stukje opeens heel erg mis.

Dit weekend hebben we een trouwerij. Nadim gaat ook mee naar het feest. Het wordt geloof ik weer eens tijd dat deze pappa een paar pasjes doet.

_________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Op 23 oktober van dit jaar verscheen zijn nieuwe en sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

Reageer >
 

Omeros

29 juni 2017 (8:36) | Menno Hartman | Geen reacties

omeros-cover-lowres-406x600De afgelopen twee weken woonde ik in Amsterdam-Noord omdat mijn huis in Amsterdam-Centrum verbouwd wordt. Een leerzame ervaring. Niet alleen is elke ingesleten routine opeens anders, ook kon ik dagelijks vanaf NDSM-werf de pont nemen naar de overkant van het IJ. Dagelijks stond ik dus meerdere malen een kwartiertje op de pont naar het schuimend kielzog te staren, dit afwisselende met het lezen van een paar pagina’s van het boek hiernaast.

Ik zuchtte dan om drie redenen: 1. om uiting te geven aan mijn intense bewondering van dit mooiste aller twintigste-eeuwse epische gedichten. 2. omdat ik had afgesproken voor poëzietijdschrift Awater er een stuk over te schrijven en hoe schrijf je 1600 zinnige woorden over 600 pagina’s poëzie? en 3. omdat het glinsterend kielzog, het machtige beeld van een haven achter een licht weerkaatsend wateroppervlak en de duikende sterntjes zo wonderwel bij de passages pasten waarin ik verzeild was.

Daar kwamen de gierzwaluwen bij, die een cruciale rol spelen in Omeros en met hun aanwezigheid boven het IJ, boven het schip waarop ik stond, precies het zelfde deden wat ze in het dichtwerk doen: met hun vlucht als stiksel tussen luchtvlakken eeuwen en continenten aaneennaaien. Ze waren immers dezelfde gierzwaluwen die boven Odysseus hoofd vlogen, boven Achilles en zijn Walcottiaanse evenknie Achille.

Een klein vogeltje dat een immens zinnebeeld wordt in de capabele dichtershanden van Derek Walcott. Elke zwaluw is nu zoveel meer gaan betekenen dat het een duizelingwekkende vogel is geworden.

 

Reageer >
 

Gil heeft vandaag ouderschapsverlof

28 juni 2017 (8:14) | Gilles van der Loo | Geen reacties

IMG_4352

_________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Op 23 oktober van dit jaar verscheen zijn nieuwe en sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

Reageer >
 

< 1960 < 1970 < 1980 < 1990 < 2000 < 2010 <2020
 
2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017
 
Nr.466 Nr.467
 
bestel
 
 
voorpagina